Oefentoets Biologie: Assimilatie-dissimilatie - Algemeen | HAVO 1/HAVO 2 | variant 1

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Assimilatie_dissimilatie

3/3 Petunia's.

Een petunia met normaal groene bladeren en één met bleekgroene bladeren worden naast elkaar voor het raam in de zon gezet.

Wordt in de genoemde bladcellen van deze twee planten zuurstof geproduceerd?
En wordt in de genoemde bladcellen van deze twee planten koolstofdioxide geproduceerd?

In de genoemde bladcellen van normaal groene planten wel/geen [invulveld] productie van zuurstof.
In de genoemde bladcellen van normaal groene planten wel/geen [invulveld] productie van koolstofdioxide.
In de genoemde bladcellen van bleekgroene planten wel/geen [invulveld] productie van zuurstof.
In de genoemde bladcellen van bleekgroene planten wel/geen [invulveld] productie van koolstofdioxide.

Assimilatie_dissimilatie

1/2 Waterpest.
Zie figuur B 3328 van de bijlage.

Amina en Claudia doen een experiment met waterpest, een waterplantje. Ze weten dat de plantjes zuurstof maken bij de fotosynthese. Ze onderzoeken de invloed van licht op dit proces.
Een deel van de proefopstelling, bak 1, is getekend in de afbeelding.
Bak 1 staat voor het raam in de zon. Ze zien gasbelletjes uit de plantjes omhoog stijgen. Dit blijken zuurstofbelletjes te zijn.

Voor de fotosynthese is water nodig.

Welke andere stof wordt verbruikt bij de fotosynthese?

de stof: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Assimilatie_dissimilatie

2/2 Waterpest.

Bij de proefopstelling gebruiken de leerlingen nog een tweede bak: bak 2.

Welk verschil moet er zijn met bak 1?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

Vier beweringen over het vrijkomen van energie.

Er worden de volgende vier beweringen over het vrijkomen van energie gedaan:

1. bij de omzetting van suiker en zuurstof in water en koolstofdioxide komt energie vrij.
2. bij de omzetting van water en koolstofdioxide in suiker en zuurstof komt energie vrij.
3. in spiercellen kan energie vrijkomen.
4. in cellen met bladgroen kan energie vrijkomen.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Assimilatie en dissimilatie

1/2 Een proef.
Zie figuur B 3169 van de bijlage.

Sommige kamerplanten hebben bladeren met witte en groene strepen. Irene zet zo'n kamerplant twee dagen in het licht. Een andere plant van deze soort zet zij twee dagen in het donker. Beide planten staan bij kamertemperatuur.

Zie figuur B 3170 van de bijlage.

Hierna onderzoekt Irene of in bladeren van beide planten zetmeel aanwezig is. Ze gebruikt een bepaalde oplossing om zetmeel aan te tonen. De resultaten van deze proef zijn hieronder weergegeven.

Welke oplossing gebruikte Irene om zetmeel aan te tonen?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

2/2 Een proef.

Welke conclusie is het meest juist op grond van de resultaten van deze proef?

Assimilatie en dissimilatie

1/3 Een experiment.
Zie figuur B 1184 van de bijlage.

Leerlingen doen een experiment met een waterplant.
Een takje waterpest wordt afgesneden en omgekeerd in een reageerbuis met slootwater voor het raam gezet.
Iedere ochtend om 10 uur doen ze een waarneming.
Vanuit het plantje stijgen gasbelletjes op.

Uit welk gas bestaan de belletjes vooral?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

2/3 Een experiment.

Op vier achtereenvolgende dagen tellen de leerlingen 's morgens om 10 uur het aantal gasbelletjes dat per minuut opstijgt. Ze noteren ook de weersomstandigheden. De temperatuur in het lokaal is steeds 20°C.
De resultaten staan weergegeven in onderstaande tabel.
afbeeldingafbeelding

Zie figuur B 2908 van de bijlage.

Maak op het uitwerkblad een staafdiagram van de resultaten.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

3/3 Een experiment.

Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit experiment.

Assimilatie en dissimilatie

1/6 Een experiment.

In een plant kan zowel verbranding als fotosynthese optreden.

Is voor verbranding koolstofdioxide nodig?
En is voor fotosynthese koolstofdioxide nodig?

Assimilatie en dissimilatie

2/6 Een experiment.

Bij een experiment wordt een indicator gebruikt die in kraanwater aangeeft of de hoeveelheid koolstofdioxide toeneemt of afneemt. In gewoon kraanwater is de kleur van de indicator oranje. In de tabel hieronder staat aangegeven hoe de kleur verandert als de hoeveelheid koolstofdioxide verandert.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur B 3301 van de bijlage.

Drie reageerbuizen worden gevuld met kraanwater, waaraan wat van de indicator wordt toegevoegd. In twee buizen wordt ook een waterplantje gedaan.
Eén van de buizen met een plantje wordt ingepakt, zodat er geen licht meer bij kan (zie de afbeelding). De buizen worden de hele dag voor het raam in de zon gezet.

Welke kleur zal het water in buis 1 na enkele uren hebben? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

3/6 Een experiment.

Treedt er fotosynthese op in het plantje in buis 2?
En treedt er verbranding op in het plantje in buis 2?

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

4/6 Een experiment.

Leg uit wat de functie is van buis 3 tijdens het experiment.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

5/6 Een experiment.
Zie figuur B 3302 van de bijlage.

Bij een volgend experiment worden twee andere buizen gevuld met kraanwater en wat van dezelfde indicator: buis 4 en buis 5. In buis 4 worden enkele slakjes gedaan en in buis 5 enkele slakjes en een waterplantje (zie de afbeelding hiernaast). Beide buizen worden voor het raam in het licht gezet.

Wat zal de kleur van het water in buis 4 na enkele uren zijn? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en dissimilatie

6/6 Een experiment.

De kleur in buis 5 verandert niet. Dit betekent dat de hoeveelheid koolstofdioxide in het water gelijk blijft.

Leg uit waardoor de hoeveelheid koolstofdioxide in het water van buis 5 gelijk blijft.

afbeeldingafbeelding

Assimilatie en Dissimilatie

Asperges.
Zie figuur A 398 van de bijlage.

Kweken van asperges.
Asperges kunnen alleen op lichte, droge grond geteeld worden. In april moeten de jonge aspergeplantjes uitgeplant worden. Hiervoor wordt de grond diep gespit en wordt een geul gegraven van 25 cm diep. De plantjes 40 cm uit elkaar planten. Oogsten kan pas in het 3e jaar, van ca. 20 april tot eind mei - later tot de 3e week van juni. De planten daarna groen laten vormen boven de grond tot november.

Heeft in een aspergeplant tussen het stadium van tekening 3 en het stadium van tekening 4 fotosynthese plaats gevonden?
En verbranding?

afbeeldingafbeelding