Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Tijdens de ontkieming vinden in een zaad de volgende processen plaats:
1. omzetting van zetmeel in glucose; 2. opname van water; 3. opname van zuurstof; 4. verbranding.
Welke van deze processen vinden ook plaats in een volwassen plant?
Plantenfysiologie
Kieming.
Met een proef wordt onderzocht of vruchtvlees van appels invloed uitoefent op de ontkieming van de zaden. In een petrischaal bevinden zich op de bodem vochtige watten. Op deze watten liggen appelpitten en stukjes appel. De petrischaal staat in het donker. In een andere petrischaal bevinden zich op de bodem alleen vochtige watten.
Wat moet in deze petrischaal worden gedaan om als controleproef dienst te doen? Moet deze schaal in het donker of in het licht worden geplaatst?
afbeelding
Plantenfysiologie
Kieming maïskorrel.
Een maïskorrel ontkiemt in de grond. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide, water en zuurstof.
Welke van deze stoffen neemt de maïskorrel uit de omgeving op, vóórdat het kiemplantje boven de grond komt?
Plantenfysiologie
Kiemingsproef.
Met een proef wordt onderzocht of de temperatuur invloed heeft op de ontkieming van zaden.
In twee petrischalen worden vochtige watten gelegd met daarop bij elk 20 tuinkerszaadjes. Schaal 1 wordt in het donker gezet bij kamertemperatuur.
Onder welke omstandigheden moet schaal 2 worden geplaatst?
Plantenfysiologie
Een proef met zaden.
Een onderzoekster doet een proef met twintig zaden. Zij verdeelt de twintig zaden in twee groepen van tien (groep 1 en groep 2). De zaden van groep 1 wegen evenveel als de zaden van groep 2. Zij legt de zaden van groep 1 in een droge, doorzichtige glazen bak in het licht. Zij legt de zaden van groep 2 op vochtige watten, in een glazen bak in het donker. Tijdens de proef blijven deze watten vochtig.
Na een paar dagen weegt zij beide groepen zaden. Het gewicht van de zaden van groep 1 blijkt maar een klein beetje te zijn afgenomen. Het gewicht van de zaden van groep 2 blijkt te zijn toegenomen.
Leg uit waardoor de zaden van groep 1 nauwelijks in gewicht zijn veranderd en de zaden van groep 2 zwaarder zijn geworden.
Plantenfysiologie
Opname van stof door maïsplant..
Een maïskorrel ontkiemt in de grond. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide en zuurstof.
Welke van deze stoffen neemt de maïskorrel uit de omgeving op, vóórdat het kiemplantje boven de grond komt?
Dit is [invulveld].
Plantenfysiologie
1/2 Kieming.
Karin wil weten onder welke omstandigheden zaden van een uienplant het beste kiemen. Ze neemt daarvoor vier petrischaaltjes, waarin ze filtreerpapier legt. In elk schaaltje legt ze 10 kiemkrachtige uienzaden. Ze doet in elk schaaltje evenveel water. Ze bewaart de schaaltjes onder verschillende omstandigheden. Na een week telt Karin hoeveel zaden zijn gekiemd. Ze noteert ook hoe de kiemplantjes eruit zien (zie de tabel). afbeelding
Zie figuur C 372 van de bijlage.
Op de uitwerkbijlage staat een stuk grafiekpapier.
Maak op dit grafiekpapier een staafdiagram van het aantal gekiemde zaden onder de vier verschillende omstandigheden.
-
afbeelding
Plantenfysiologie
2/2 Kieming.
Resultaten van de kieming van zaden van de uienplant.
afbeelding
Karin wil weten wat de invloed van licht is op de lengtegroei van de kiemplantjes.
Hoe kan ze daarover een conclusie trekken?
Plantenanatomie en -fysiologie
1/2 Appels.
Met een proef wordt onderzocht of vruchtvlees van appels invloed uitoefent op de ontkieming van de zaden. In een petrischaal bevinden zich op de bodem vochtige watten. Op deze watten liggen appelpitten en stukjes appel. De petrischaal staat in het donker. In een andere petrischaal bevinden zich op de bodem alleen vochtige watten.
Wat moet in deze petrischaal worden gedaan om als controleproef dienst te doen?
Plantenanatomie en -fysiologie
2/2 Appels.
Moet deze schaal in het donker of in het licht worden geplaatst?
Plantenanatomie en -fysiologie
1/2 Ontkiemende bonen. Zie figuur B 2311 van de bijlage.
Bij een practicum wordt een proef gedaan met ontkiemende bonen in een U-buis, gevuld met zuurstof. Het verloop van de proef is schematisch weergegeven in de afbeelding. Een leerling schrijft er het volgende over op:
Werkwijze: Ik hing enkele ontkiemende bonen boven in een been van een U-buis. Ik goot kalkwater in de benen van de buis. De buis bleef enige dagen voor het raam van het lokaal staan.
Resultaat: Na enige tijd was het kalkwater troebel. Ook was in het been waarin de bonen hingen, het niveau van het kalkwater gestegen doordat de hoeveelheid gas in de buis was afgenomen.
Welke van de volgende processen levert of welke leveren een verklaring voor het stijgen van het niveau van het kalkwater in de beschreven proef?
1. De vloeistof stijgt doordat de ontkiemende bonen zuurstof produceren door middel van fotosynthese. 2. De vloeistof stijgt doordat het kalkwater koolstofdioxide opneemt dat afkomstig is van de bonen.
-
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/2 Ontkiemende bonen. Zie figuur B 2311 van de bijlage.
De leerling vermoedt dat de snelheid waarmee de bonen ontkiemen en groeien, afhankelijk is van de temperatuur in de ruimte waarin de bonen zich bevinden. Hij wil een practicumproef doen om deze veronderstelling (hypothese) te onderzoeken. Hij heeft daarvoor de volgende middelen ter beschikking: ontkiemende bonen, ophangbakje, U-buis, stop, kalkwater, thermometer, liniaal, horloge, geïsoleerde bak met koud water, geïsoleerde bak met warm water.
Met welke waarneming bij een proef kan hij bewijzen dat de snelheid van het ontkiemen en groeien afhankelijk is van de temperatuur?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/3 Kieming van erwten. Zie figuur B 1923 van de bijlage.
In een stopfles wordt een glas geplaatst dat gevuld is met helder kalkwater. De fles wordt gedeeltelijk gevuld met kiemende erwten en afgesloten met een stop. De temperatuur in de stopfles kan worden gemeten met een thermometer (zie de afbeelding). Na drie dagen is het kalkwater troebel geworden. Als men in de stopfles een brandend kaarsje laat zakken, gaat de vlam onmiddellijk uit.
Is met deze proef fotosynthese in de erwten aangetoond? En verbranding?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/3 Kieming van erwten. Zie figuur B 1923 van de bijlage.
In een stopfles wordt een glas geplaatst dat gevuld is met helder kalkwater. De fles wordt gedeeltelijk gevuld met kiemende erwten en afgesloten met een stop. De temperatuur in de stopfles kan worden gemeten met een thermometer (zie de afbeelding). Na drie dagen is het kalkwater troebel geworden. Als men in de stopfles een brandend kaarsje laat zakken, gaat de vlam onmiddellijk uit.
Is met deze proef aangetoond dat de erwten koolstofdioxide vormden? En dat ze zuurstof verbruikten?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
3/3 Kieming van erwten. Zie figuur B 1923 van de bijlage.
De stopfles bestaat uit isolerend glas en staat in een ruimte waarin de temperatuur steeds 20°C is.
Hoe zal aan het eind van de proef de temperatuur in de stopfles waarschijnlijk zijn?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
1/5 Een kiemende erwt. Zie figuur C 132 van de bijlage.
De afbeelding geeft een aantal stadia weer van de ontkieming van een erwt. In de zaadlobben van een erwt bevinden zich onder andere de stoffen zetmeel en eiwit. Nadat een erwt in de grond is gelegd, begint de kieming. Daarbij wordt water opgenomen.
Wordt in stadium 3 van de kieming zuurstof gevormd? En zuurstof verbruikt?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
2/5 Een kiemende erwt. Zie figuur C 132 van de bijlage.
Kan fotosynthese plaatsvinden in stadium 4 van de kieming? En verbranding?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
3/5 Een kiemende erwt. Zie figuur C 132 van de bijlage.
Kunnen in het kiemplantje in stadium 4 eiwitten worden gevormd? En kan in het kiemplantje in stadium 4 cellulose worden gevormd?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
4/5 Een kiemende erwt. Zie figuur C 132 van de bijlage.
Door welk proces in de moederplant is deze organische grondstof ontstaan?
afbeelding
Plantenanatomie en -fysiologie
5/5 Een kiemende erwt. Zie figuur C 132 van de bijlage.
Nemen de wortelharen in stadium 4 behalve water ook zouten op? En zuurstof?