Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Assimilatie_dissimilatie
Twee bakken met takjes waterpest.
Men heeft twee bakken. In elke bak bevindt zich een aantal takjes waterpest. Bak 1 staat in het licht. Bak 2 staat in het donker.
Welke van onderstaande beweringen met betrekking tot dit experiment is juist?
Assimilatie_dissimilatie
De gaswisseling van een plant onder een stolp.
Men onderzoekt de gaswisseling van een plant die bij schemerlicht onder een glazen stolp staat. Bij dit schemerlicht wordt door de plant meer glucose verbrand dan geproduceerd.
Van welk gas neemt de hoeveelheid onder de stolp af?
Assimilatie_dissimilatie
Vier buizen met 50 watervlooien. Zie figuur B 900 van de bijlage.
In de afbeelding is een proefopstelling weergegeven. Elke buis bevat 50 watervlooien. De buizen 1 en 3 bevatten elk bovendien een even grote waterplant met bladgroen. De buizen 1 en 2 staan in het licht. De buizen 3 en 4 staan in het donker. De temperatuur van het water in de buizen is en blijft gelijk. Als er te weinig zuurstof in het water zit, komen de watervlooien naar de oppervlakte om te ademen.
In welke buis zullen de watervlooien het vaakst naar de oppervlakte komen?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Een plant met bladgroen in een proefopstelling. Zie figuur B 1914 van de bijlage.
Een plant met bladgroen staat in een proefopstelling. De pijlen geven de richting aan waarin lucht stroomt. De opstelling wordt eerst in het licht geplaatst en daarna in het donker.
Wanneer bevat de lucht in de buis bij Q meer zuurstof dan in de buis bij P?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Een aquarium met waterplanten en enkele vissen. Zie figuur B 2056 van de bijlage.
In een aquarium bevinden zich waterplanten en enkele vissen. De bak staat in het licht. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water gemeten. Na 3 uur wordt een verandering in de proefopstelling aangebracht. Daarna wordt weer gedurende enkele uren regelmatig het zuurstofgehalte van het water gemeten. Het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram.
Welke van de onderstaande veranderingen kan na 3 uur zijn aangebracht?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Zuurstofproductie bij een plant. Zie figuur B 852 van de bijlage.
In het diagram in de figuur is de zuurstofproductie en het zuurstofverbruik van een plant uitgezet tegen de tijd. De zuurstof die verbruikt is voor de verbranding wordt weergegeven met een stippellijn. De zon komt om 6 uur op en gaat om 21 uur onder.
Gedurende welke periode wordt er zuurstof afgegeven aan de omgeving?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Organismen in een afgesloten ruimte. Zie figuur B 2090 van de bijlage.
In vier met lucht gevulde afgesloten ruimten bevinden zich levende organismen. In ruimte 1 en 2 paddestoelen, in ruimte 3 en 4 een plant. Dit is schematisch weergegeven in de afbeelding.
In welke van de ruimten neemt de hoeveelheid zuurstof zeker af?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Levende planten in afgesloten glazen bakken. Zie figuur B 1770 van de bijlage.
In vier met lucht gevulde afgesloten glazen bakken bevinden zich levende planten. De bakken 1 en 3 staan in het donker. De bakken 2 en 4 staan in het licht.
In welke bakken vindt een afname en in welke een toename van de hoeveelheid zuurstof plaats?
afbeelding
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Vier aquaria met planten en soms ook vissen. Zie figuur B 1762 van de bijlage.
Vier even grote aquaria staan naast elkaar in het donker. Ze zijn gevuld zoals bij de tekeningen is aangegeven. Alle andere omstandigheden zijn gelijk.
In welk aquarium bevindt zich de meeste zuurstof in het water, nadat de vier aquaria twaalf uur in het donker hebben gestaan?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Een aquarium met twee waterplanten en vijf vissen.
In een aquarium bevinden zich twee waterplanten met bladgroen en vijf vissen. Het aquarium wordt verlicht. Toch blijkt het zuurstofgehalte van het water te dalen.
Door welke van de volgende maatregelen zal het zuurstofgehalte stijgen?
Assimilatie_dissimilatie
Het zuurstofgehalte van het water van een aquarium. Zie figuur B 675 van de bijlage.
Een aquarium met planten met bladgroen staat in het volle zonlicht. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald; het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram. Op tijdstip t zijn enkele vissen in het water gezet.
Welk van de vier diagrammen is juist?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Het zuurstofgehalte in een afgesloten potten.
Vier gelijke planten staan elk in een afgesloten pot. De potten worden in het donker of in het licht geplaatst. Aan het begin van de proef wordt elke pot gevuld met lucht zoals in de tabel hieronder is aangegeven.
afbeelding
In welke van deze potten kan het zuurstofgehalte van de lucht stijgen?
Assimilatie_dissimilatie
De O2
-afgifte van een plant.
Zie figuur B 858 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling in het licht geplaatst. Bij verschillende omgevingstemperaturen tussen 5°C en 50°C wordt gemeten hoeveel O2
deze plant per uur afgeeft. De resultaten zijn in het diagram weergegeven.
Uit het diagram valt af te lezen, dat bij verhoging van de temperatuur de zuurstofafgifte van deze planten
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Het zuurstofgehalte van een aquarium.
Een aquarium met planten staat in het licht. Regelmatig wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald; het resultaat van de metingen wordt uitgezet in een diagram. Op tijdstip t zijn enkele vissen in het water gezet.
Zie figuur B 3546 van de bijlage.
In de afbeelding zijn vier diagrammen weergegeven.
Welk van deze vier diagrammen geeft het resultaat van de metingen juist weer?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
Waterslakken of waterpestplanten in een reageerbuis met water.
In een reageerbuis die gevuld is met water, kunnen waterslakken of waterpestplanten worden gedaan. Daarna kan de reageerbuis in het licht of in het donker worden gezet.
Wanneer neemt het zuurstofgehalte van het water in de reageerbuis toe?
Assimilatie_dissimilatie
Vorming van glucose en vetten in een aardappel. Zie figuur B 3541 van de bijlage.
In de afbeelding is een aardappelplant getekend. Enkele delen zijn genummerd.
In welk(e) van de genummerde delen kan glucose worden gevormd uit o.a. koolstofdioxide?
in deel [invulveld]
Kunnen in een of meer van de genummerde delen vetten worden gevormd uit o.a. glucose? Geef antwoord met ja of nee.
in deel 1: [invulveld] in deel 2: [invulveld] in deel 3: [invulveld]
Kan in een of meer van de genummerde delen glucose worden omgezet in o.a. koolstofdioxide? Geef antwoord met ja of nee.
in deel 1: [invulveld] in deel 2: [invulveld] in deel 3: [invulveld]
Kan in een of meer van de genummerde delen glucose worden omgezet in zetmeel? Geef antwoord met ja of nee.
in deel 1: [invulveld] in deel 2: [invulveld] in deel 3: [invulveld]
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Assimilatie en dissimilatie. Zie figuur B 3550 van de bijlage.
Met vijf even grote glazen buizen is een proefopstelling gemaakt. De buizen zijn gevuld zoals in de afbeelding is weergegeven. De buizen 1, 2, 3 en 4 staan in het volle licht. Buis 5 staat in het donker. Alle andere omstandigheden zijn gelijk. Alle buizen staan bij kamertemperatuur.
In hoeveel van deze buizen wordt glucose verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Assimilatie en dissimilatie. Zie figuur B 3550 van de bijlage.
In hoeveel van deze buizen wordt zowel zuurstof geproduceerd als verbruikt?
Met vijf even grote glazen buizen is een proefopstelling gemaakt. De buizen zijn gevuld zoals in de afbeelding is weergegeven. De buizen 1, 2, 3 en 4 staan in het volle licht. Buis 5 staat in het donker. Alle andere omstandigheden zijn gelijk. Alle buizen staan bij kamertemperatuur.
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/3 Met of zonder bladgroen.
Bepaalde eencelligen kunnen bladgroen vormen als ze aan licht worden blootgesteld. Met behulp van dit bladgroen kunnen ze dan hun voedsel produceren. Als deze organismen in het donker leven, verdwijnt na enige tijd het bladgroen en moeten ze voedsel uit hun omgeving opnemen.
Onder welke omstandigheden zullen deze eencelligen zeker organische stoffen uit hun omgeving moeten opnemen?
Assimilatie_dissimilatie
2/3 Met of zonder bladgroen.
Wanneer kunnen deze organismen zuurstof produceren?