Oefentoets Biologie: Ecologie | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 19

Deze digitale toets over ecologie en populatiedynamiek is gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs en behandelt onderwerpen zoals concurrentie tussen vissoorten, populatieberekeningen en de eilandtheorie. Ideaal voor studenten die hun kennis van biologie willen toetsen en verdiepen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Concurrentie tussen snoek en snoekbaars

1/2 Rijn-Donaukanaal.

Door het graven van het Rijn-Donaukanaal is een verbinding ontstaan tussen twee grote riviersystemen. In De Donau komen andere vissoorten voor dan in de Rijn. Door het kanaal konden bepaalde soorten de andere rivier bereiken. Zo kwam de snoekbaars terecht in het leefgebied van de snoek.
De niche van beide vissoorten komt sterk overeen: het zijn beide grote roofvissen. Maar er zijn ook verschillen.
De snoekbaars is goed in staat om in troebel water zijn prooi te vangen. Hij achtervolgt die prooi en maakt daarbij gebruik van zijn zijlijnorgaan, waarmee hij d.m.v. de registratie van waterstromingen de prooi lokaliseert.
De snoek maakt vooral gebruik van zijn ogen. Hij staat stil in hinderlaag tussen de waterplanten en slaat toe als de prooi langs zwemt.

Wat gebeurde er toen snoekbaars en snoek in elkaars 'vaarwater' kwamen?

Voordelen van snoek en snoekbaars

2/2 Rijn-Donaukanaal.

Twee leerlingen doen over de boven beschreven situatie een uitspraak:

Jette: "De snoek zal vooral in het voordeel zijn in heldere delen van beide rivieren."
Lene: "In snelstromende delen van beide rivieren kan de snoekbaars het best prooi bemachtigen."

Wie doet of wie doen een juiste uitspraak?

Oorzaken van de afname van de Swift vos

Swift vos.
Zie figuur B 5159 van de bijlage.

De Swift vos (Vulpes velox) is een klein zoogdier dat vroeger voorkwam op de prairie in Centraal Canada. Onder andere door de jacht verdween het dier rond 1980 geheel. In een poging tot herstel werden vossen uit de Verenigde Staten geïntroduceerd. Maar het aantal vossen in Canada is nog steeds laag.
Twee leerlingen doen een bewering om dat te verklaren.
Jette: "Er is voedselconcurrentie met coyotes, die intussen in aantal zijn toegenomen."
Lene: "De geïntroduceerde vossen zijn niet aangepast aan de lange en koude Canadese winters."

Wie doet of wie doen een waarschijnlijk juiste bewering?

afbeeldingafbeelding

Populatiegrootte van coyotes berekenen

Coyotes.
Zie figuur B 5160 van de bijlage.

In de Tucson Mountains in de V.S. worden in juni 30 coyotes gevangen en gemerkt. In oktober wordt een nieuwe vangst georganiseerd. Er worden nu 100 coyotes gevangen, waarvan er 10 zijn gemerkt.

Bereken de grootte van de populatie coyotes aldaar.

afbeeldingafbeelding

Populatiebepaling van Saguaro-cactussen

Saguaro-cactussen.
Zie figuur B 5161 van de bijlage.

De populatiegrootte van Saguaro-cactussen wordt niet met de vang- en merkmethode bepaald.

- Leg uit waarom niet.
- Geef een methode hoe dat dan wel zou kunnen.

afbeeldingafbeelding

Factoren van logistische populatiegroei

Logistische groei.

De groeisnelheid van een populatie kan beschreven worden met de logistische groeiformule:

dN/dt = rN(1-N/K).

Hierin is N het aantal individuen; r de groeisnelheid; K de draagkracht.

Welke factor of welke factoren zijn bepalend voor het evenwichtsniveau dat de populatie bereikt?

Diepteprofiel van de Baltische Zee

Baltische Zee.

De Baltische Zee is brak: er komt zout water binnen vanuit de Noordzee en zoet water vanuit rivieren. De vermenging van zout en zoet water gaat in de diepere lagen langzamer dan aan het oppervlak.
In de zomer is de waterkolom in lagen verdeeld. In de afbeelding hiernaast zie je een diepteprofiel voor O2 (mg/L), H2 S (mg/L), zoutgehalte (PSU) en temperatuur (°Celsius) van de waterkolom.

Zet de letters in de rechter kolom bij de juiste parameters in de linker kolom.

  • C

  • D

  • B

  • A

  • O2 -concentratie (mg/L)

  • H2 S-concentratie (mg/L)

  • zoutgehalte (PSU)

  • temperatuur (°Celsius)

Factoren van primaire productie in mariene gebieden

Marien gebied.

Het mariene gebied wordt gewoonlijk in twee zones verdeeld: de bovenlaag, waar netto primaire productie plaatsvindt en de onderlaag, waarin dat niet gebeurt.

Welke kritische factor ligt aan de basis van dit verschil?

Eilandtheorie en soortensamenstelling

Eilandtheorie.

Volgens de eilandtheorie van McArthur en Wilson wordt het aantal soorten op een eiland bepaald door het evenwicht tussen het aantal soorten dat uitsterft op het eiland en het aantal soorten dat het eiland koloniseert.
De theorie stelt dat:

hoe groter een eiland, des te minder soorten sterven uit;
hoe dichter een eiland bij het vasteland, hoe meer soorten het eiland koloniseren.

Het resultaat zal zijn dat het aantal soorten zich in of vlakbij evenwicht zal bevinden: er sterven evenveel soorten uit als er nieuwe bijkomen.
De verandering in de soortensamenstelling wordt turn-over genoemd. De turn-oversnelheid is de resultante van de uitsterfsnelheid en de kolonisatiesnelheid.
Bekijk de onderstaande tabel:

I veel soorten, gemiddelde turn-oversnelheid;
II gemiddeld aantal soorten, lage turn-oversnelheid;
III weinig soorten, gemiddelde turn-oversnelheid;
IV gemiddeld aantal soorten, hoge turn-oversnelheid.

Zet de nummers in de rechter kolom bij het passende eiland in de linker kolom

  • I
  • II
  • IV
  • III
  • Waia: groot eiland, dicht bij het vasteland
  • Ariu: groot eiland, ver van het vasteland
  • Samaparua: klein eiland, dichtbij het vasteland
  • Malalé: klein eiland, ver van het vasteland

Abiotische factoren en ecologische eenheden

Abiotische factoren.

Welke ecologische eenheid omvat abiotische factoren?

Dat is .

Metapopulaties en hun dynamiek

Metapopulatie.

Een metapopulatie bestaat uit de verzameling van alle lokale populaties in een bepaald gebied, waarbij soms een lokale populatie uitsterft en een nieuwe verschijnt.
In iedere lokale populatie wordt de grootte bepaald door geboorte- en immigratiesnelheid en de sterfte- en emigratiesnelheid.

Welke van de volgende beweringen over een metapopulatie is of welke zijn juist?

Verspreiding van de mensenvlo

Mensenvlo.
Zie figuur B 5162 van de bijlage.

De mensenvlo (Pulex irritans L.) heeft

afbeeldingafbeelding

Kunstmatige ecosystemen en hun schakels

Ecosysteem.

Welke schakel is niet per se nodig als je een kunstmatig ecosysteem wilt opzetten, dat zichzelf kan bedruipen?

De .

Hoogste zuurstofproductie door fotosynthese

Zuurstofproductie.

Waar vindt de hoogste zuurstofproductie per jaar door middel van fotosynthese plaats?

In .

Soorten schimmels op dennennaalden

Een schimmel op dennennaalden.
Zie figuur B 5164 van de bijlage.

De schimmelsoort knoflookhoornsteel (Marasmius scorodonius) is vooral aan te treffen op dennennaalden in de strooisellaag.

Wat is dit voor een schimmel?

Een .

afbeeldingafbeelding

Gevolgen van kannibalisme in populaties

Kannibalisme.

In het leefgebied van een evenwichtige populatie treedt als gevolg van een hongersnood kannibalisme op.

Wat is daarvan het gevolg?

Relatie tussen vogels en konijnenholen

Verlaten konijnenholen.
Zie figuur B 5165 van de bijlage.

Tapuiten en bergeenden gebruiken verlaten konijnenholen om in te broeden.

Hoe kan men de relatie tussen deze vogels en konijnen noemen?

afbeeldingafbeelding

Populatieontwikkeling van de Seychellenral

Seychellenral.
Zie figuur B 5166 van de bijlage.

Op een van de Seychellen-eilanden leeft een populatie van een rallensoort (zie de afbeelding) die uitsluitend op dat eiland voorkomt.
Op 1 januari 1972 bestond deze populatie uit 642 individuen. In onderstaande tabel is de populatiegrootte weergegeven op 1 januari van een aantal opeenvolgend jaren. Tevens is het aantal exemplaren dat in het betreffende jaar is gestorven weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Wat kan uit de tabel geconcludeerd worden?

afbeeldingafbeelding

Toename van biomassa bij konijnen

Biomassa.

Als 20% van de biomassa van 100 kg van een aantal planten wordt opgegeten door konijnen, wat wordt dan de totale toename in biomassa van die konijnen?

Omgekeerde piramide van aantallen

Piramide van aantallen.

In welk van de volgende omstandigheden kan men een omgekeerde piramide van aantallen verwachten?