Doping
1/10 Doping.
DOPINGCONTROLE LOOPT ALTIJD ACHTER.
De Deense wielrenner Knut Jensen viel van zijn fiets tijdens de Olympische Spelen in Rome in 1960. Even later was hij dood. Bij autopsie werden amfetaminen aangetroffen. Het Internationaal Olympisch Comité (IOC) besloot maatregelen te gaan nemen.
Zeven jaar en vele nieuwe records later publiceerde het IOC een lijst met verboden middelen. Daarop stonden stimulerende en verdovende middelen. Hormonale spierversterkers (anabole steroïden) waren nog niet verboden. Op de Spelen van '68 in Mexico moesten sporters voor het eerst plassen voor de dopingcontrole. Hoewel het gebruik van anabole steroïden al in de jaren vijftig werd vermoed, voor het eerst bij Russische gewichtheffers, kwamen de spierversterkers pas in 1975 op de lijst met verboden middelen. Een eerder verbod had niet veel zin omdat er geen nauwkeurige tests bestonden.
Inmiddels onderscheidt het IOC zes categorieën verboden middelen: stimulantia (vooral amfetaminen, maar ook cafeïne), verdovende pijnstillers, anabole steroïden, betablokker (bloeddrukverlagers), diuretica (plasmiddelen) en peptidehormonen (groeihormoon en EPO). Daaronder vallen honderden chemische verbindingen.[...]
Anabole steroïden zijn op het ogenblik de bekendste, meest gebruikte en effectiefste middelen om sportprestaties te verbeteren. Het gebruik is niet beperkt tot sportlieden. In 1987 zei 6,6 procent van de mannelijke Amerikaanse high school leerlingen het afgelopen jaar anabole steroïden te hebben gebruikt. Een derde van die gebruikers deed niet aan competitiesport, maar nam de anabolen om er beter uit te zien. Drie procent van een groep geënquêteerde vrouwelijke topsporters in de VS zei in 1987 ooit anabole steroïden te hebben gebruikt. In hetzelfde jaar liet 55 procent van een groep gewichtheffers weten anabolen te hebben gebruikt om spiermassa te kweken. De gebruikers hadden gemiddeld acht kuren gevolgd.
Prof. dr. Harm Kuipers van het Instituut voor bewegingswetenschappen van de Rijksuniversiteit Limburg publiceerde een paar jaar geleden een onderzoek naar veranderingen in bloedsamenstelling en leverfunctie bij fanatiek trainende ervaren bodybuilders. Zij kregen acht weken lang 100 milligram per week ingespoten.
Aan het onderzoek deden ook zeven zelfmedicerende bodybuilders mee, en die rapporteerden doses van 200 tot 2.000 milligram per week. In alle onderzochte bodybuilders daalde het gehalte van het 'goed' cholesterol (HDL) in het bloed, wat op den duur het risico op hart- en vaatziekten verhoogt. Onder de zelfspuiters steeg ook de bloeddruk, wat ook niet goed is voor het hart. Andere afwijkingen van lever- en bloedfuncties vond Kuipers niet. Alle bodybuilders namen toe in gewicht, waarschijnlijk door spiergroei. Dat effect hield een maand of drie aan. Een kuur met betrekkelijk lage dosis anabole steroïden is effectief in de trainingsopbouw en geeft waarschijnlijk geen blijvende gezondheidsschade, concludeert Kuipers met zijn onderzoeksgroep.
Hoe het lichaam reageert op veel hogere doses kan om medisch-ethische redenen ook niet systematisch worden onderzocht. Vermoedelijke ernstige bijwerkingen zijn alleen incidenteel bekend, van sporters die hoge doses hebben gebruikt. Acne (jeugdpuistjes), vasthouden van zout en water (dikke benen), haaruitval en leverafwijkingen zijn voor beide geslachten gerapporteerde bijwerkingen. Dood door leverkanker of hartstilstand zijn met anabolengebruik in verband zijn gebracht.
Zie volgende scherm
-
