Oefentoets Biologie: Voortplanting | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 37

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Koeien.
Zie figuur B 4459 van de bijlage.

Een koe geeft alleen melk in de maanden na de geboorte van een kalf. Als een boer ervoor zorgt dat zijn koeien eenmaal per jaar kalveren krijgen, zullen ze een groot deel van zo'n jaar melk geven. Meestal maakt hij dan gebruik van kunstmatige inseminatie, waarbij sperma van een stier in de voortplantingsorganen van een koe wordt gebracht.
In de afbeelding is het voortplantingsstelsel van een koe weergegeven. De organen hebben dezelfde namen en functies als die van de mens.
In de afbeelding zijn enkele plaatsen aangegeven met een cijfer.

Hieronder staat een schema waarin drie gebeurtenissen worden genoemd die te maken hebben met de voortplanting van een koe.
afbeeldingafbeelding

Zet de cijfers in dit schema op de plaats van de verschillende gebeurtenissen.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Sluipwespen.
Zie figuur A 959 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch de voortplanting van sluipwespen weergegeven.

Uit de afbeelding blijkt, dat alleen bij vrouwtjes van de sluipwesp de chromosomen in paren voorkomen in de gewone lichaamscellen.

Hoeveel paren chromosomen bevinden zich in de kern van een gewone lichaamscel van een vrouwelijke sluipwesp?

Dit zijn [invulveld]paren

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/21 Zwangerschap.
Informatie 1 Zwanger worden
Zie figuur B 4482 van de bijlage hieronder.
afbeeldingafbeelding
In de afbeelding is een deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw weergegeven. Er zijn onder andere enkele gebeurtenissen te zien die plaatsvinden als een vrouw zwanger wordt.

Informatie 2 Een zwangerschapstest
Tijdens de zwangerschap maakt het embryo, en later ook de placenta, het hormoon HCG. Dit komt in het bloed van de moeder terecht en wordt uitgescheiden met de urine. Het hormoon speelt een rol bij het instandhouden van de zwangerschap. De werking van een zwangerschapstest bestaat uit het aantonen van HCG in de urine van de moeder. Zo'n test kan op zijn vroegst een positieve uitslag geven vanaf de eerste dag dat de menstruatie had moeten beginnen. Vanaf dat moment is er voor de test genoeg HCG in het bloed en in de urine aanwezig.

Informatie 3 Bloedonderzoek
In de derde maand van de zwangerschap wordt bij elke aanstaande moeder een bloedonderzoek gedaan. Het hemoglobinegehalte van het bloed wordt gemeten om na te gaan of er sprake is van bloedarmoede.
Hemoglobine bevindt zich in bepaalde bloeddeeltjes en speelt een rol bij het vervoeren van zuurstof. De bloedgroep wordt bepaald voor het geval er bij de bevalling veel bloedverlies is en een bloedtransfusie nodig is.
Als de moeder resusnegatief bloed heeft en de baby resuspositief, dan bestaat de kans dat de moeder resus-antistoffen gaat maken. Als deze in het bloed van de baby terechtkomen, is dit levensgevaarlijk. Zo'n kind wordt een resusbaby genoemd.

Informatie 4 Groei en ontwikkeling
Aan het eind van de eerste maand van de zwangerschap is het embryo zeven millimeter lang en weegt één gram. De ontwikkeling van het hart, de wervelkolom en de hersenen is begonnen. In de loop van de tweede maand begint de ontwikkeling van de meeste andere organen, zoals de darmen en de longen. Het tijdstip waarop de organen goed beginnen te werken is verschillend.
Het hartje klopt al in de vijfde week, de urineproductie begint aan het eind van de vierde maand en de ademhaling komt pas na de geboorte op gang.

Zie volgende scherm

Voortplanting

2/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4483 van de bijlage.

Informatie 5 Gewicht van een foetus
Na twee maanden zwangerschap wordt de baby een foetus genoemd.
De tabel laat het gewicht van een zich ontwikkelende foetus zien vanaf drie maanden tot de geboorte.
afbeeldingafbeelding

Informatie 6 Het hart van een foetus
Zie figuur B 4483 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Vóór de geboorte stroomt er maar heel weinig bloed door de kleine bloedsomloop. Tussen de linker en de rechter harthelft is een opening. Een groot deel van het bloed dat door de holle aders wordt aangevoerd, stroomt door deze opening rechtstreeks naar de andere harthelft (zie de afbeelding).

Zie volgende scherm

Voortplanting

3/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 970 van de bijlage.

Informatie 7 Aan het eind van de zwangerschap
Zie figuur A 970 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In de afbeelding worden de ongeboren baby en enkele organen van een vrouw weergegeven aan het eind van de zwangerschap.
Om te berekenen wat de dag is waarop verwacht wordt dat de baby geboren zal worden, wordt uitgegaan van de eerste dag van de laatste menstruatie. De geboorte wordt dan veertig weken later verwacht. Zo kan de dag bepaald worden, waarop de aanstaande moeder is uitgerekend'. Meestal wordt de baby niet precies op die dag geboren.

Zie volgende scherm

Voortplanting

4/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4482 van de bijlage.

In de afbeelding van informatie 1 is een deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw weergegeven.

Geef de naam van het orgaan dat is aangegeven met het cijfer 1.

Dit orgaan heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

5/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4482 van de bijlage.

In de afbeelding van informatie 1 worden enkele gebeurtenissen weergegeven.

Geef de namen van de gebeurtenissen die aangegeven worden met P en met Q.

Schrijf je antwoord zó op:

P = [invulveld]
Q = [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

6/21 Zwangerschap.

In informatie 2 staat dat de werking van een zwangerschapstest bestaat uit het aantonen van het hormoon HCG.

Door welk orgaan wordt dit hormoon uit het bloed van de moeder verwijderd?

Voortplanting

7/21 Zwangerschap.

Drie orgaanstelsels van een embryo zijn: het bloedvatenstelsel, het uitscheidingsstelsel en het zenuwstelsel.

Van welke twee van deze orgaanstelsels is de ontwikkeling al begonnen aan het eind van de eerste zwangerschapsmaand?

Voortplanting

8/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 971 van de bijlage.

In informatie 5 staan in een tabel gegevens over het gewicht van een foetus tijdens een zwangerschap.

Zet de gegevens van de tabel uit in een lijndiagram op de uitwerkbijlage.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

9/21 Zwangerschap.

In welke maand van de zwangerschap nam de foetus het meest in gewicht toe?

Voortplanting

10/21 Zwangerschap.

Vóór de geboorte stroomt er maar weinig bloed door de kleine bloedsomloop (zie informatie 6).

Door de haarvaten van welk deel van het lichaam stroomt het bloed van de kleine bloedsomloop?

Voortplanting

11/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4483 van de bijlage.

Vanuit de placenta wordt door de navelstrengader zuurstofrijk bloed naar de foetus gevoerd. Dit bloed komt uiteindelijk in een holle ader terecht.

Welke letter in de afbeelding van informatie hiernaast geeft een holle ader aan?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

12/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 970 van de bijlage.

Hoe heet het orgaan dat in informatie 7 wordt aangegeven met de letter R?

Dit orgaan heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

13/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 970 van de bijlage.

Zwangere vrouwen moeten vaak naar het toilet voor meestal kleine plasjes.

Leg met behulp van de afbeelding van informatie 7 uit waarom zwangere vrouwen vaker moeten plassen dan normaal.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

14/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 1397 van de bijlage.

Sonja is in verwachting. De eerste dag van haar laatste menstruatie was op 12 januari.

Bepaal met behulp van informatie 7 en de kalender op welke dag ze is uitgerekend'.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

15/21 Zwangerschap.

Nadat de baby geboren is, volgt de zogenaamde nageboorte.

Noem twee delen die bij de nageboorte het lichaam van de vrouw verlaten.

Voortplanting

16/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4482 van de bijlage.

Hoeveel chromosomen bevinden zich in de cel die in informatie 1 is aangegeven met het cijfer 2? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

17/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4504 van de bijlage.

Het diagram geeft de veranderingen weer in de hoeveelheid HCG in het bloed van een zwangere vrouw. Vier tijdstippen worden met een letter aangegeven.

Welke letter geeft het tijdstip aan waarop een zwangerschapstest op zijn vroegst een positieve uitslag kan geven volgens informatie 2?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

18/21 Zwangerschap.

Geef de naam van de stof die werkt als een antigeen bij de zwangerschapstest die in informatie 2 wordt beschreven.