Oefentoets Biologie: Ordening | HAVO 4/HAVO 5 | variant 4
Deze digitale toets over de fysiologie van insecten en hun ademhaling is gericht op leerlingen die hun kennis over het transport van zuurstof, de functies van insectenbloed en de voortplanting van kwallen en poliepen willen testen. Ontdek de unieke kenmerken van bananenvliegen, holtedieren en neushoorns in Afrika. - 20 vragen
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Transport van zuurstof bij bananenvliegen
Ademhaling.
Wordt zuurstof uit het milieu naar de cellen van een volwassen bananenvlieg getransporteerd voornamelijk via het bloed, voornamelijk via de tracheeën of zijn beide vormen van transport in gelijke mate mogelijk?
Stof in dekweefsel van bananenvliegen
Dekweefsel.
Door het dekweefsel van bananenvliegen wordt een stof gevormd die uitdroging tegengaat.
Welke stof is dat?
Bewerkingen over Insecten en Hun Fysiologie
Insecten.
Een leerling doet de volgende beweringen over insecten:
1. Insecten hebben een dubbele gesloten bloedsomloop. 2. Bij insecten diffundeert zuurstof uit de lucht via tracheeën naar de lichaamscellen. 3. De lichaamsvloeistof van insecten bevat zuurstof.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Functies van insectenbloed
Bloed van insecten.
Welke van de volgende functies wordt door het bloed van insecten niet of nauwelijks vervuld?
Gaswisseling bij volwassen insecten
Ademhaling.
Waardoor is het gaswisselingsoppervlak bij volwassen insecten vergroot?
Ademhalingsstelsel van verschillende dieren
Ademhaling.
Een bepaald organisme heeft een ademhalingsstelsel met vele uitwendige openingen (stigma's).
Welk dier kan dit zijn: een duif, een kikker, een vis of een vlieg?
Chitine en de voeding van reptielen
Chitine.
Bij sommige reptielen scheiden de maag en de alvleesklier een enzym af dat chitine verteert.
Dit is een aanwijzing voor het feit dat het natuurlijke voedsel van deze reptielen onder andere kan bestaan uit
Kenmerken van vogels en amfibieën
Ordening.
Welke kenmerken hebben vogels en de amfibieën met elkaar gemeen?
Uiterlijk van een poliep in doorsnede
Poliep.
Op lengtedoorsnede ziet een poliep eruit als
Kenmerken van holtedieren
Ordening.
Bij de holtedieren vinden we als opvallend kenmerk, het bezit van
Vergelijking van kwallen en poliepen
Ordening.
Bij vergelijking van kwallen en poliepen valt op dat bij de poliepen een stadium ontbreekt, namelijk het
Voortplanting van kwallen en poliepen
Kwal.
De voortplanting van een kwal gaat als volgt:
Voortplanting in Figuur B 934
Ordening. Zie figuur B 934 van de bijlage.
De juiste omschrijving van de voortplanting in de afbeelding is
afbeelding
afbeelding
Generatiewisseling bij kwallen
Ordening.
Bij een kwal spreekt men van generatiewisseling, omdat
Poliepen en geslachtscellenvorming
Poliepen.
Geslachtscellen worden bij poliepen gevormd
Bouwplan van zeedieren
Ordening. Zie figuur B 936 van de bijlage.
De tekening is een afbeelding van het bouwplan van een
afbeelding
Kenmerken van netelcellen in organismen
Ordening.
Netelcellen zijn cellen die kenmerkend zijn voor
Levenscyclus van de kwal
Ordening.
Uit de bevruchte eieren van een kwal ontstaan
Neushoorns in Afrika en hun classificatie
Neushoorns in Afrika. Zie figuur A 318 van de bijlage.
In Afrika komen twee soorten neushoorns voor: de Puntlipneushoorn (Diceros bicornis) en de Breedlipneushoorn (Ceratotherium simum). Beide diersoorten worden met uitsterven bedreigd. De neushoorns leven in geïsoleerde populaties en ze worden intensief bejaagd door stropers. Van de oorspronkelijk meer dan 65.000 Puntlipneushoorns bijvoorbeeld zijn er nu minder dan 2500 over. Op het kaartje in de afbeelding is aangegeven waar de Puntlipneushoorns vroeger voorkwamen en waar ze nu nog voorkomen.
Diersoorten die nauw aan elkaar verwant zijn, worden tot hetzelfde genus (ofwel geslacht) gerekend.
Behoren de genoemde neushoornsoorten tot hetzelfde genus?
afbeelding
Kloppende vacuole bij eencellige organismen
Ordening.
Veel eencellige dieren die in zoet water leven, hebben een kloppende vacuole voor wateruitscheiding. De meeste eencellige algen die in zoet water leven, hebben geen kloppende vacuole.
Waarmee hangt het ontbreken van een kloppende vacuole bij deze eencellige algen samen?