Oefentoets Biologie: Bloed | Omloop | HAVO 1/HAVO 2 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

Bloedvaten.

Enkele bloedvaten in het lichaam van de mens zijn:

1. kransslagader,
2. longslagader,
3. halsader,
4. poortader.

Welk van deze bloedvaten behoort of welke behoren tot de grote bloedsomloop?

Bloed

Bloedvatenstelsel.

Welk bloedvat vervoert bij de mens zuurstofrijk bloed naar de lever?

Bloed

Bloedvatenstelsel.

Iemand wordt door een gifslang in een hand gebeten. Het slangengif verspreidt zich via de bloedvaten.

Welke van de onderstaande organen zal het eerst door het gif bereikt worden?

Bloed

Bloedvatenstelsel.

Tussen welke organen in het menselijk lichaam is de poortader een verbinding?

Bloed

Bloedvatenstelsel.
Zie figuur A 221 van de bijlage.

De tekening stelt een deel van de bloedsomloop van de mens voor bij een nier.
De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.

Hoe heten de bloedvaten 1, 2 en 3?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Bloed

De weg van het bloed.

Een rode bloedcel bevindt zich in een holle ader van een mens.
Op weg naar de linker hartkamer worden onder andere de volgende delen gepasseerd:

1. een longader,
2. een longslagader,
3. de rechter boezem.

In welke volgorde worden de genoemde delen gepasseerd?

Bloed

Bloedstroom.

Bij de mens passeert bloed dat vanuit een holle ader naar de longen stroomt, het hart.

Via welke weg stroomt het bloed vanuit een holle ader naar een longhaarvat?

Bloed

Bloedsomloop.

In de kleine bloedsomloop stroomt het bloed door

Bloed

Kleine bloedsomloop.
Zie figuur B 3230 van de bijlage.

In de afbeelding is onder andere een deel van de kleine bloedsomloop te zien.
Drie plaatsen zijn aangegeven met de letters P, Q en R.

Op welke plaats bevat het bloed de meeste zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Bloed

De omloopsnelheid van een bloedcel.

De tijd die verloopt tussen het moment waarop bij de mens een bloedcel de rechterkamer verlaat en het moment dat deze aankomt in de linkerboezem is over het algemeen kort.
De tijd die verloopt tussen het moment waarop een bloedcel de linkerkamer verlaat en het moment waarop deze aankomt in de rechterboezem is over het algemeen lang.

Waardoor wordt dit tijdsverschil veroorzaakt?

Bloed

Bloedvaten van de bloedsomloop.
Zie figuur B 1038 van de bijlage.

In de figuur is schematisch de bloedsomloop van de mens getekend.

Hoe heten de bloedvaten die met de cijfers 1, 2 en 3 worden aangegeven?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloedvaten in borstholte en in buikholte.

Hieronder staan vijf bloedvaten van de mens genoemd.

1. longslagader,
2. poortader,
3. nierslagader,
4. kransslagader,
5. leverader.

Welke van deze bloedvaten liggen in de borstholte en welke in de buikholte?

afbeeldingafbeelding

Bloed

De juiste stroomrichting van het bloed.
Zie figuur B 2063 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch de grote en de kleine bloedsomloop van de mens voor.
In de tekening staan vier pijlen.
Twee hiervan geven de juiste stroomrichting van het bloed aan.

Welke twee pijlen zijn dit?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloedvatenstelsel schematisch getekend.
Zie figuur B 1980 van de bijlage.

De afbeelding is afkomstig uit een folder van het Rode Kruis en stelt een deel van het bloedvatenstelsel van de mens voor. De tekening is schematisch en onvolledig.

Welk type bloedvaten ontbreekt geheel in deze tekening?

afbeeldingafbeelding

Bloed

De bloedsomloop schematisch getekend.
Zie figuur B 2176 van de bijlage.

In de figuur is schematisch de bloedsomloop van de mens getekend.

In welke bloedvaten treffen wij zuurstofrijk bloed aan?

afbeeldingafbeelding

Bloed

De ligging van de poortader.
Zie figuur B 1775 van de bijlage.

De tekening stelt de bloedsomloop van de mens voor.

Welk cijfer geeft de poortader aan?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Het bloed in de holle ader.

Is bij de mens het bloed in een holle ader zuurstofarm of zuurstofrijk?
Naar welke boezem gaat dit bloed?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Schema's van de bloedsomloop.
Zie figuur B 701 van de bijlage.

In een van de vier schema's is de bloedsomloop van de mens juist weergegeven.
De pijlen geven de richting van de bloedstroom aan.

Welk schema is juist?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Het bloedtransport naar de lever.

Het bloedtransport naar de lever gaat

Bloed

Bloed van beenspier naar beenspier.

Als het bloed van een beenspier naar de longen en terug naar de beenspier stroomt, gaat het door de volgende bloedvaten:

1. longslagader,
2. aorta,
3. beenslagader,
4. onderste holle ader,
5. beenader,
6. longader.

De juiste volgorde is