Oefentoets Biologie: Voortplanting - planten_geslachtelijk | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

17

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

Soort vruchten bij tomaten.

Bij tomaten is het allel voor gladde vruchten (E) dominant over dat voor geribde vruchten (e). Er wordt een stukje stengel afgesneden van een tomatenplant die homozygoot is voor gladde vruchten. Dit stukje stengel (de ent) wordt op het onderste deel (de onderstam) van een andere afgesneden tomatenplant bevestigd. De plant waarvan de onderstam afkomstig is, is homozygoot voor geribde vruchten. De ent gaat bloeien en er ontwikkelen zich stuifmeelkorrels.

Welk allel komt of welke allelen komen in deze stuifmeelkorrels voor, als mutaties uitgesloten worden?

Voortplanting

Tulpen met nieuwe kleuren.
Zie figuur B 1093 van de bijlage.

Tulpen zijn bolgewassen die in het voorjaar bloeien. In Nederland worden veel tulpebollen gekweekt voor de verkoop. In de figuur is een bloeiende tulp weergegeven. Om nieuwe kleuren van de bloemen te krijgen worden tulpen geslachtelijk vermenigvuldigd. Als een bepaalde kleur een kweker eenmaal aanstaat, vermeerdert hij de tulpen ongeslachtelijk.

Waarom past een kweker eerst geslachtelijke en daarna ongeslachtelijke voortplanting toe?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Het voorkomen van zelfbevruchting.

Veel plantensoorten hebben een voorziening die bevruchting als gevolg van zelfbestuiving tegengaat.
Over het geslacht Petunia en over de familie van de Grassen is het volgende bekend:

Petunia: De doorgang van stuifmeelbuizen door de stijlen wordt geblokkeerd door bepaalde stoffen. Stuifmeelbuizen van stuifmeelkorrels die afkomstig zijn van een ander individu vormen enzymen die de blokkade kunnen afbreken. De stuifmeelbuizen van stuifmeelkorrels afkomstig van hetzelfde individu vormen die enzymen niet.
Grassen: De kleine bloemen, waarin zich stampers en meeldraden bevinden, zijn onopvallend van kleur en staan in aren bij elkaar. De stampers staan rechtop en de meeldraden hangen buiten de bloempjes. Het stuifmeel kan gemakkelijk door de wind worden meegenomen.

Bij welke van deze planten wordt een eigenschap beschreven waardoor bevruchting als gevolg van zelfbestuiving wordt tegengegaan?

Voortplanting

Het kweken van planten met uitsluitend ingesneden bladeren.

Een kweker heeft een tomatenplant met ingesneden bladeren. Het allel voor ingesneden bladeren is dominant over dat voor niet-ingesneden bladeren.
De kweker wil uit deze ene plant meer planten kweken met ingesneden bladeren. De volgende methodes staan tot zijn beschikking:

1 . groeipunten van deze plant op een voedingsmedium opkweken tot jonge planten (weefselkweken maken),
2. zelfbestuiving toepassen bij deze plant,
3.deze plant kruisen met een andere plant met ingesneden bladeren,
4. delen van deze plant op bladloze onderstammetjes van andere planten plaatsen, zodanig dat deze uitgroeien tot hele planten (enten).

Bij welke van de genoemde methodes weet de kweker zeker dat alle nieuwe planten, afgezien van eventuele mutaties, ingesneden bladeren zullen hebben?

Voortplanting

Appelbomen, met appels van twee verschillende rassen.

Er zijn appelbomen die appels van twee verschillende rassen, b.v. Cox Orange en James Grieve kunnen voortbrengen. Deze bomen zijn verkregen door

Voortplanting

Ent van een opgekweekte homozygote pruimenboom.

Men ent een tak van een opgekweekte homozygote pruimenboom op een wilde onderstam.
In de vruchtbeginsels van de bloemen die op deze tak ontstaan, ontwikkelen zich eicellen.

Wat kan men voorspellen van deze eicellen?

Deze eicellen zullen hoogstwaarschijnlijk

Voortplanting

Aardappelplanten uit knollen.

Aardappelplanten worden meestal geteeld uit knollen in plaats van uit zaden

Voortplanting

Voortplantingsstadia bij vier organismen.
Zie figuur B 658 van de bijlage.

In de figuur staan van vier organismen, van links naar rechts, enkele elkaar opeenvolgende voortplantingsstadia aangegeven.

Ongeslachtelijke voortplanting wordt afgebeeld in

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Zaadplanten met ongeslachtelijke voortplanting.

Bij bepaalde zaadplanten ontstaan nakomelingen door ongeslachtelijke voortplanting uit één individu. Er treden geen mutaties op.

Welke van onderstaande uitspraken over de fenotypen en genotypen van deze nakomelingen is juist?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

Kruisingen met suikerriet.

Een bepaald ras van suikerriet levert veel suiker op, maar is erg vatbaar voor ziekten. Een ander ras van suikerriet levert minder suiker op, maar is veel minder vatbaar voor ziekten. Beide rassen worden met elkaar gekruist. De nakomelingen leveren alle veel suiker op en zijn goed bestand tegen ziekten.

Hoe moeten deze planten verder worden gekweekt om zoveel mogelijk te profiteren van deze gunstige combinatie van eigenschappen?

Voortplanting

Een plant met een uitloper.
Zie figuur B 22 van de bijlage.

De tekening stelt een uitloper van een plant voor. Op de plaatsen 1 en 2 wordt de stengel doorgesneden. De delen P en Q ontwikkelen zich tot zelfstandige planten. Aangenomen wordt dat er geen mutaties optreden.

Is dit een voorbeeld van geslachtelijke of van een ongeslachtelijke voortplanting?
Hebben P en Q hetzelfde genotype?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

1/4 Kerstbomen in massaproductie.

De Nordmann-spar is erg geliefd als kerstboom. Hij heeft zachte naalden die bovendien niet snel uitvallen als de boom in de warme huiskamer staat.
Denemarken is de grootste exporteur van deze sparren. Jaarlijks levert het meer dan 10 miljoen bomen aan de kerstmarkten van andere Europese landen. Onderzoekers van de Botanische Tuinen in Kopenhagen kweken nieuwe Nordmann-sparren uit stukjes weefsel van een volwassen spar. Zij starten de kweek met het plaatsen van stukjes weefsel van 0,2 mm op een kunstmatige voedingsbodem. Deze methode blijkt succesvol.
Deze weefselkweektechniek is een vorm van kunstmatige ongeslachtelijke voortplanting.

Wat is een andere naam voor deze vorm van kunstmatige voortplanting?

Voortplanting

2/4 Kerstbomen in massaproductie.

Uit de stukjes weefsel ontstaan kleine sparren. De sparren worden op een andere voedingsbodem, die de benodigde voeding bevat, verder opgekweekt.
Hieronder staat een aantal stoffen.

1. aminozuren
2. fosfaat
3. glucose
4. nitraat
5. water

Welke van deze stoffen moeten zeker deel uitmaken van deze voedingsbodem voor de jonge sparren?

Voortplanting

3/4 Kerstbomen in massaproductie.

Teakbomen leveren tropisch hardhout dat vanwege zijn duurzaamheid goed kan worden gebruikt omdat teakhout bestand is tegen alle soorten weersinvloeden.
Vroeger werden teakplantages aangelegd, waarbij men gebruik maakte van teakbomen die opgekweekt waren uit stukjes weefsel, afkomstig van één boom. Tegenwoordig kiest men ervoor om meerdere bomen, opgegroeid uit verschillende zaden, te gebruiken bij het verkrijgen van de stukjes weefsel.

Welk risico probeert men met deze laatste keuze te vermijden? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

4/4 Kerstbomen in massaproductie.

De beschreven weefselkweektechniek wordt ook toegepast bij bosbeheer in tropische gebieden. Teakbomen worden zo vermeerderd. Met de gekweekte bomen worden teakplantages aangelegd. Op deze wijze hoopt men het illegaal kappen van het tropisch regenwoud tegen te gaan. Door de kaalkap van het tropisch regenwoud verdwijnen de grote woudreuzen.
Daarnaast heeft de kaalkap ter plekke nog andere gevolgen voor het ecosysteem.

Noem twee van deze gevolgen.

Voortplanting

Een plant met sappige vruchten

Een kweker heeft een aantal zaden van een tropische plant gezaaid. Hieruit ontwikkelen zich 163 planten, waarvan er één bijzonder sappige vruchten heeft.

Teneinde planten te verkrijgen die alle hetzelfde genotype hebben als die met de bijzonder sappige vruchten,moet de kweker

Voortplanting

Ongeslachtelijke voortplanting

In welk geval is er geen sprake van ongeslachtelijke voortplanting?