Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze digitale toets over de spijsvertering behandelt onderwerpen zoals de verwerking van voedingsstoffen en enzymactiviteit, gericht op studenten in de biologie of gezondheidswetenschappen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bevordering van de spijsvertering

Spijsvertering.

Iemand gebruikt een kop bouillon voor de maaltijd.

De spijsvertering wordt dan bevorderd als gevolg van

Voedingsstoffen en Maagportier Functie

Voedingsstoffen.

Iemand eet een droge, bruine boterham.

Gaan hierna door de maagportier polysachariden?
En polypeptiden?

afbeeldingafbeelding

Verwerking van voedingsstoffen in het lichaam

Verwerking van verschillende voedingsstoffen.

Over de verwerking van verschillende voedingsstoffen in het lichaam van de mens worden de volgende uitspraken gedaan:

1. Spijsverteringssappen bevatten enzymen voor de vertering van alle soorten koolhydraten, maar niet voor de vertering van alle soorten eiwitten;
2. Eiwitten kunnen in het lichaam bouwstenen leveren voor de vorming van koolhydraten;
3. Dissimilatie van één gram vetten levert evenveel energie als dissimilatie van één gram koolhydraten.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Afname van cellulose in de spijsbrij

De spijsbrij.

Tijdens het transport van een hoeveelheid voedsel door de maag en twaalfvingerige darm van een mens neemt in de spijsbrij de hoeveelheid cellulose per mL af.

Waardoor komt dit?

Bewerkingen van de spijsvertering bij mensen

Spijsvertering.

Vier beweringen over de spijsvertering bij de mens zijn:

1. Maagsap bevat een enzym dat eiwitten verteert;
2. Toevoeging van maagsap aan de spijsbrij verhoogt de pH daarvan;
3. Alvleessap bevat een enzym dat eiwitten verteert;
4. Resorptie van stoffen vindt alleen plaats vanuit de dunne darm.

Welke beweringen zijn juist?

Effect van alvleessap op pH en enzymen

Alvleessap.

In een experiment worden drie mengsels (zie tabel) gedurende een uur bij 25°C geplaatst.
Hierna wordt de pH van de mengsels gemeten, met de volgende resultaten:
afbeeldingafbeelding

Welke conclusie uit deze resultaten is juist?

Vertering van voedingsstoffen in het darmkanaal

Spijsvertering.

In een voedselbrok bevinden zich:

1. glucose
2. eiwitten
3. zouten

Welke van deze stoffen wordt of welke worden in het darmkanaal van de mens verteerd?

Spijsvertering bij reptielen

Spijsvertering reptielen.

Bij sommige reptielen scheiden de maag en de alvleesklier het enzym chitinase af.

Dit is een aanwijzing voor het feit dat het natuurlijke voedsel van deze reptielen onder andere kan bestaan uit

Herkomst van vetten in ontlasting

Ontlasting bij de mens.

De ontlasting bestaat bij mensen voor enkele procenten uit vetten.
Een deel daarvan is direct afkomstig uit het voedsel.
Over de herkomst van de rest worden vier uitspraken gedaan:

1. Dit vet is grotendeels afkomstig van dode darmwandcellen.
2. Dit vet is grotendeels afkomstig van alvleessap.
3. Dit vet is grotendeels afkomstig van darmsap.
4. Dit vet is grotendeels afkomstig van gal.

Welke van deze uitspraken is juist?

Dunne darmlengte bij kikkervisje en kikker

Lengte dunne darm bij kikkervisje en kikker.

Een kikkervisje (planteneter) verandert in een kikker (vleeseter).

In welk stadium heeft dit dier in verhouding tot zijn lichaamslengte de kortste dunne darm?
In welk stadium heeft de maag in verhouding het grootste aandeel in de vertering?

afbeeldingafbeelding

Delen van Darmvlokken Identificeren

Darmvlokken.
Zie figuur B 1669 van de bijlage.

In de afbeelding is in tekening 1 schematisch een darmvlok van een mens weergegeven met daarin verschillende delen. In tekening 2 van de afbeelding is een viertal darmvlokken weergegeven. In elk van deze darmvlokken is een deel van de darmvlok van tekening 1 opgenomen. In darmvlokken bevinden zich onder andere bloedvaten, lymfevaten, neuronuitlopers en spiervezels.

Welke van deze delen zijn aangegeven met P?

afbeeldingafbeelding

Vetlocatie in Darmvlokken

Darmvlokken.
Zie figuur B 1133 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch overlangse doorsneden van drie darmvlokken weergegeven.
In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 is alleen een lymfevat getekend. In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok.
Met R en S zijn twee verschillende lagen spieren aangegeven.
Twee plaatsen zijn aangegeven met P en Q.

Op welke van deze plaatsen kan zich in een levende darmvlok vet bevinden?

afbeeldingafbeelding

Transport van stoffen via lymfevaten

Transport door lymfevaten.

Welke uit het darmkanaal van de mens opgenomen stoffen worden voornamelijk door lymfevaten verder getransporteerd?

Herkomst van Aminozuren bij Koeien

Resorptie van aminozuren bij een koe.

Van de aminozuren die bij een koe in de dunne darm worden geresorbeerd, is een deel niet rechtstreeks afkomstig uit het voedsel.
Over de herkomst van deze aminozuren worden drie uitspraken gedaan:

1. deze aminozuren zijn afkomstig van dode darmwandcellen.
2. deze aminozuren zijn afkomstig van bestanddelen van spijsverteringssappen.
3. deze aminozuren zijn afkomstig van bacteriën die in het darmkanaal leven.

Welke van deze uitspraken kan of welke kunnen juist zijn?

Stoffen in lymfevaten van darmvlokken

Darmvlokken.
Zie figuur B 1647 van de bijlage.

In de afbeelding zijn overlangse doorsneden van drie darmvlokken schematisch weergegeven.
In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 alleen bloedvaten en in darmvlok 3 alleen lymfevaten getekend.
In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darmvlok. S is de darmholte.

Kunnen zich in het lymfevat bij R stoffen bevinden die afkomstig zijn uit haarvaten in dezelfde darmvlok?
En stoffen die afkomstig zijn uit de darmholte?

afbeeldingafbeelding

Enzymen voor vetvertering

Vetafbrekende enzymen.

Hoe heten, op grond van hun werking, de enzymen die de vertering van vetten bewerkstelligen?

Voordelen van pepsinogeenproductie in de maag

Enzymafgifte.

Het eiwitverterende enzym pepsine wordt in een onwerkzaam voorstadium (pepsinogeen) door bepaalde maagwandcellen afgescheiden.
Pas onder invloed van het door andere cellen geproduceerde HCl wordt pepsinogeen omgezet in pepsine.

Welk voordeel heeft deze indirecte productie van pepsine boven de directe afscheiding van pepsine door maagwandcellen?

Voordelen van inactieve enzymafgifte

Enzymactiviteit.

Een bepaald eiwitverterend enzym dat door de alvleesklier wordt geproduceerd, komt in inactieve vorm in de twaalfvingerige darm. Een activator daar stimuleert de omzetting van het enzym in actieve vorm.

Welk voordeel heeft afgifte in inactieve vorm van dit enzym?

Inactieve spijsverteringsenzymen en klieren

Inactieve enzymen.

Sommige spijsverteringsenzymen worden door de klieren, waarvan ze afkomstig zijn, afgegeven in een niet-actieve vorm. Als dit niet zou gebeuren, zouden de eiwitten waaruit de cellen van deze klieren voor een groot deel bestaan, door hun eigen enzymen kunnen worden verteerd.
Drie voorbeelden van spijsverteringsklieren zijn:

1. speekselklieren;
2. maagsapklieren;
3. de alvleesklier.

Door welke van deze klieren zullen bepaalde enzymen in verband hiermee in een niet-actieve vorm worden afgegeven?

Spijsverteringsenzymen en hun functies

Spijsverteringsenzymen.

Bij de mens vinden onder andere de volgende processen plaats:

1. het emulgeren van vetten in de dunne darm;
2. de omzetting van glucose in glycogeen in de levercellen;
3. de omzetting van de van aminozuren afgesplitste aminogroepen in ureum in de levercellen.

Welk van deze processen wordt of welke worden direct bevorderd door enzymen?