Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 7

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Verdamping door blad.

Bij sommige planten wordt te sterke verdamping tegengegaan door

Plantenanatomie

Lengtedoorsnede wortel..
Zie figuur B 925 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede van een wortel voor.

Welke functie heeft het met P aangegeven deel?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Een worteltop.
Zie figuur B 1056 van de bijlage.

In de figuur is schematisch de top van een wortel weergegeven.

Waarbij speelt deel R vooral een rol?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Cellen in wortel.
Zie de figuren B 1082 en A 231 van de bijlage.

De cellen 1 en 2 in figuur B 1082 bevinden zich in de afgebeelde wortel in figuur A 231.

In welke van de delen P en Q van de wortel in A 231 kan zich cel 1 bevinden?
En cel 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Klimop.
Zie figuur B 3562 van de bijlage.

In de afbeelding is klimop getekend. Klimop is een klimplant.

Hoe heten de delen die met P zijn aangegeven?
Waarvoor dienen ze?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede wortel.
Zie figuur B 2179 van de bijlage.

De foto geeft een deel van een doorsnede van een wortel weer.

Welk type weefsel bevindt zich bij P?
Welk type weefsel bevindt zich bij Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede wortel.
Zie figuur A 174 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van een deel van een wortel van een plant.

I. Met R is een dekweefselcel aangegeven.
II. Met Q is een steunweefsel aangegeven.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede wortel.
Zie figuur A 174 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede voor van een deel van een wortel van een plant.

I. In dit deel van de wortel komen gespecialiseerde cellen voor.
II. In dit deel van de wortel komen houtvaten voor.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede blad.
Zie figuur B 3352 van de bijlage.

De afbeelding hieronder geeft een doorsnede weer van een blad van een plant, gezien door een microscoop.
Enkele delen zijn met een letter aangegeven.

Welke letter geeft een deel van het blad aan dat uit één soort weefsel bestaat? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Geschiedschrijving door een boom.

Tijdens een zware storm is in Nederland een meer dan duizend jaar oude eik omgewaaid. Bij het opruimen van de boom heeft men de stam dwars doorgezaagd.
Na bestudering van het zaagvlak concludeerden biologen dat er omstreeks het jaar 1000 mogelijk een periode van droogte was.

Waarnaar keken de biologen speciaal bij het bestuderen van het zaagvlak en hoe konden ze hieruit concluderen dat het omstreeks het jaar 1000 mogelijk erg droog was?

Plantenanatomie

Wortel van plant.
Zie figuur B 3341 van de bijlage.

Om te onderzoeken in welke richting de wortels van een kiemplantje groeien, wordt een experiment gedaan (zie de afbeelding).
In tekening 1 zijn drie kiemplantjes zó in een petrischaaltje geplaatst, dat hun wortels horizontaal (zaad 1), omlaag (zaad 2) en omhoog (zaad 3) gericht zijn.
Tekening 2 laat hetzelfde petrischaaltje twee dagen later zien.

Noem een aanvulling of een verbetering van het experiment, waardoor de resultaten betrouwbaarder worden.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Stukje van boomstam.
Zie figuur B 2162 van de bijlage.

De afbeelding stelt een stukje boomstam voor. Verschillende lagen zijn opengeklapt getekend.
Laag 1 is de schors, laag 2 is de bast en laag 3 is hout.

In welke laag vindt vooral transport van water en mineralen plaats?

Via laag [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Litteken op een takje.
Zie figuur B 2150 van de bijlage.

Een leerlinge haalt in december een takje van een Paardenkastanje af. Zij onderzoekt dit takje en ontdekt er bepaalde littekens op. Van zo'n litteken maakt zij de tekening die als de afbeelding is weergegeven. De leraar vertelt haar dat op de plaats van dit litteken vroeger een steel van een blad heeft vastgezeten. In dit litteken zijn ronde afdrukjes te zien.

Wat heeft waarschijnlijk op de plaats van zo'n rond afdrukje (p) gezeten, toen het blad nog aan het takje zat?

Daar zat waarschijnlijk een [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Delen van planten met bladgroen.
Zie figuur B 683 van de bijlage.

De tekeningen stellen delen voor van planten met bladgroen.
Plant 1 staat al een uur in het zonlicht.
Plant 2 staat al een uur in het donker.

Op welke van de vier aangegeven plaatsen is het zuurstofgehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een boom op zonnige dag.
Zie figuur B 2018 van de bijlage.

De tekening stelt een boom voor op een zonnige zomerdag. Met de pijlen 1 en 3 is de opname van stoffen door de boom aangegeven. Met pijl 2 is de afgifte van stoffen door de bladeren aangegeven. Met pijl 4 wordt het transport van stoffen in de stam omhoog en met pijl 5 het transport omlaag weergegeven.

Wat geeft pijl 1 aan?
Wat geeft pijl 2 aan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Plant.

Een plant kan zuurstof opnemen uit de omgeving en koolstofdioxide afstaan aan de omgeving.

Hoe wordt dit proces genoemd?

Plantenfysiologie

Levenscyclus zaadplant.

Enkele processen uit de levenscyclus van zaadplanten zijn:

1. bestuiving;
2. bevruchting;
3. ontkieming;
4. groei.

Welke van deze processen vinden bij een tweejarige plant plaats in het eerste jaar?

Plantenfysiologie

Vorming, opslag en transport van stoffen in plant.

Hieronder staan vijf beweringen over vorming, opslag en transport van stoffen in een tomatenplant:

1. Een deel van het water verdampt en een ander deel wordt gebruikt voor de koolstofassimilatie.
2. Het water gaat door de vaatbundels naar de bladeren.
3. De suiker (glucose) wordt in de wortel omgezet in zetmeel dat wordt opgeslagen.
4. Water wordt door de wortel opgenomen.
5. Water en opgeloste suiker (glucose) gaan door de vaatbundels naar de wortel.

In welke volgorde vinden deze gebeurtenissen in de plant plaats?

Plantenfysiologie

Eenjarige planten.

Welke van de onderstaande uitspraken over éénjarige planten is of welke zijn juist?

I. Eénjarige planten ontkiemen altijd in de zomer van het ene jaar en bloeien in het voorjaar van het daarop volgende jaar.
II. Eénjarige planten kunnen zich geslachtelijk vermeerderen.

Plantenfysiologie

Invloed van milieufactoren op kieming.
Zie figuur B 1779 van de bijlage.

In een proef worden kiemende zaden op vochtige watten onder verschillende omstandigheden (zie tekening) met elkaar vergeleken. Nadat de opstellingen een week bij dezelfde temperaturen hebben gestaan zijn de resultaten als volgt:

afbeeldingafbeelding

Kan uit deze resultaten worden afgeleid dat licht de lengtegroei van de stengel remt?
En dat mest de lengtegroei van de stengel remt?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding