Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 26

Deze digitale toets richt zich op het transport en gebruik van water in bomen en vaatbundels, en is bedoeld voor studenten in de biologie of plantkunde. De toets bevat vragen over verschillende mechanismen van watertransport, de invloed van weersomstandigheden, en de anatomie van planten. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Transport en gebruik van water in bomen

5/8 Transport in Mammoetbomen.

Wat gebeurt er met het water uit de bedoelde transportvaten?

Dikte van de stam bij verschillende weersomstandigheden

6/8 Transport in Mammoetbomen.

Onder welke van de onderstaande omstandigheden zal de stam van de boom het dunst zijn?

Transportvaten in Mammoetbomen

7/8 Transport in Mammoetbomen.

Zijn de hier bedoelde transportvaten bastvaten, houtvaten of kunnen beide typen vaten zijn bedoeld?

Transportmechanismen in Mammoetbomen

8/8 Transport in Mammoetbomen.

Welk transportmechanisme hebben mammoetbomen het hardste nodig en waarom?

Vaatbundel van een Mattenbies

1/4 De vaatbundel van een Mattenbies.
Zie figuur A 202 van de bijlage.

De foto geeft een dwarsdoorsnede weer van een vaatbundel van een Mattenbies.

Behoort cel 1 tot dekweefsel, tot transportweefsel of tot vulweefsel?

afbeeldingafbeelding

Vaatbundel en gaswisseling bij Mattenbies

2/4 De vaatbundel van een Mattenbies.
Zie figuur A 202 van de bijlage.

Wordt door cel 2 CO2 verbruikt?
En O2 ?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Functie van de vaatbundel in Mattenbies

3/4 De vaatbundel van een Mattenbies.
Zie figuur A 202 van de bijlage.

Wat is de belangrijkste functie van 3?

afbeeldingafbeelding

Vaatbundel en celtypes in Mattenbies

4/4 De vaatbundel van een Mattenbies.
Zie figuur A 202 van de bijlage.

Behoort cel 4 tot delingsweefsel, tot steunweefsel of tot transportweefsel?

afbeeldingafbeelding

Transport van voedingsstoffen in bomen

1/2 Transport in een boom.

Door welke vaten vindt in augustus in een boom het transport plaats van de wortels naar de bladeren?

Transport van water in een boom

2/2 Transport in een boom.

Als er een harde wind opsteekt, zal de verdamping door een boom sterk toenemen. In de periode vlak na het opsteken van de wind wordt het transport van de wortels naar de bladeren gemeten.

Wat zal er in de boom met het transport van de wortels naar de bladeren gebeuren in deze periode met toegenomen verdamping?

Houtvaten in een vaatbundel

1/2 Vaatbundel.
Zie figuur B 3462 van de bijlage.

In de afbeelding is een dwarsdoorsnede van een vaatbundel in de stengel van een plant getekend.

Met welk nummer wordt een houtvat aangegeven?

Met nummer [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Bastvaten versus Houtvaten in de Stengel

2/2 Vaatbundel.

Welke vaten liggen het dichtst bij de buitenkant van de stengel: de bastvaten of de houtvaten?

De vaten.

Houtvaten in een vaatbundel

1/2 Een vaatbundel.
Zie figuur B 3461 van de bijlage.

In de afbeelding is een dwarsdoorsnede van een vaatbundel in de stengel van een plant getekend.

Met welk nummer wordt een houtvat aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Vaatbundels in de stengel

2/2 Een vaatbundel.

Welke vaten liggen het dichtst bij de buitenkant van de stengel: de bastvaten of de houtvaten of is dit niet te zeggen?

Onderzoeksvraag over waterverdamping bij planten

1/4 Proef met kamerplant.
Zie figuur B 3452 van de bijlage.

Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel (zie de tabel hieronder).

afbeeldingafbeelding

Wat is de onderzoeksvraag bij de proef van Oscar?

afbeeldingafbeelding

Lijndiagram van plantengroei meten

2/4 Proef met kamerplant.
Zie figuur B 3452 van de bijlage.
Zie figuur A 825 van de bijlage.

Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel (zie de tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

Maak in het assenstelsel een lijndiagram (grafiek) van de resultaten van de proef. Zet de noodzakelijke gegevens bij de assen.

-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Effect van luchtverplaatsing op plantmassa

3/4 Proef met kamerplant.
Zie figuur B 3452 van de bijlage.

Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel.

Oscar herhaalt de proef, maar zet nu een draaiende ventilator naast de plant. De ventilator blaast lucht over de plant. Ook nu leest hij elke dag de massa af.

Zal de massa nu langzamer of sneller afnemen in vergelijking met de eerste proef? Leg je antwoord uit.

-

afbeeldingafbeelding

Effect van bladverliezen op plantmassa

4/4 Proef met kamerplant.
Zie figuur B 3452 van de bijlage.

Oscar doet een proef met een kamerplant die in een pot voor een raam staat. Hij geeft de plant eerst ruim voldoende water. Vervolgens bindt hij een goed sluitende plastic zak om de pot, zoals in de afbeelding is weergegeven. De plant zet hij op een weegschaal. Hij geeft geen water meer. Elke dag leest hij de massa af en zet de gegevens in een tabel.

Oscar herhaalt de beginproef nog een keer, maar haalt nu eerst de helft van de bladeren van de plant. Ook nu leest hij elke dag de massa af.

Zal de massa nu langzamer of sneller afnemen in vergelijking met de eerste proef? Leg je antwoord uit.

-

afbeeldingafbeelding

Verdamping en relatieve luchtvochtigheid

1/6 Verdamping.
Zie figuur A 667 hieronder.
afbeeldingafbeelding
Een studente onderzoekt welk verband er bestaat tussen de relatieve luchtvochtigheid in een afgesloten ruimte en de verdamping die via de bladeren van een plant in deze ruimte plaatsvindt.
Hiertoe neemt zij een afgesneden ligustertak en maakt een proefopstelling zoals die is weergegeven In de afbeelding. De proefopstelling staat in het licht.
Om de relatieve luchtvochtigheid in het afgesloten cilinderglas te bepalen wordt een opstelling gebruikt, waarbij de meetwaarden van twee kwikthermometers kunnen worden afgelezen.
Bij de ene thermometer is het kwikreservoir omgeven door een in water gedrenkt kousje. Met deze thermometer wordt de zogenoemde natte-bol-temperatuur gemeten (= HT). Met de andere thermometer wordt de luchttemperatuur afgelezen: de zogenoemde droge-bol-temperatuur (= TT).
De studente leest gedurende 40 minuten om de 3 minuten de waterstanden in een buis met schaalverdeling af. Uit de afgelezen waarden berekent ze de verdampingssnelheid. Bij het inzetten van de proef bracht ze de waterstand in de buis op 0. Haar eerste meting (t = 0) doet zij een halve minuut na het inzetten van de proef Bij iedere meting noteert zij ook TT en HT.

Zie volgende scherm.

-

Ziekte van Iepen door Schimmels

1/2 Schimmels.
Zie figuur B 2310 van de bijlage.

Iepen (zie de afbeelding) kunnen de iepenziekte krijgen. Bij de iepenziekte zijn bepaalde schimmels in de boom doorgedrongen. Zij vormen grote blazen die bepaalde transportvaten in de zieke iep afsluiten. Een direct gevolg hiervan is dat de bladeren verdorren en afvallen.

Welke stof of welke stoffen nemen deze ziekmakende schimmels uit een iep op?

afbeeldingafbeelding