Oefentoets Biologie: Assimilatie-dissimilatie - Algemeen | VWO 1/VWO 2 | variant 2

Deze digitale toets over fotosynthese en verbranding richt zich op leerlingen in de biologie en onderzoekt de stofwisseling van planten en schimmels in verschillende omgevingen, waaronder licht en donker. Test je kennis met vragen over glucosevorming, koolstofdioxideverbruik en de rol van algen in de oceanen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Fotosynthese en verbranding in het donker

Fotosynthese en verbranding.

Een levende plant met bladgroen staat in het donker.

Vindt er dan in de cellen met bladgroen fotosynthese plaats?
En verbranding?

afbeeldingafbeelding

Fotosynthese en verbranding in planten

Fotosynthese en verbranding.

Vindt er in de ondergrondse wortelcellen van een eikenboom fotosynthese plaats?
En verbranding?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling van Geraniums en Champignons

1/2 Geraniums en champignons.
Zie figuur B 1877 van de bijlage.

De tekeningen geven een proefopstelling weer. Hiermee onderzoekt iemand de stofwisseling van geraniums (planten met bladgroen) en champignons (paddestoelen) in het licht en in het donker.

In welke van de organismen in deze proefopstelling vindt verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Fotosynthese bij Geraniums en Champignons

2/2 Geraniums en champignons.

In welk of welke van de organismen in deze proefopstelling vindt fotosynthese plaats?

afbeeldingafbeelding

Fotosynthese in planten

1/3 Glucose-stofwisseling.

De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:

1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof; daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.

Welk proces heet fotosynthese?

Glucose-stofwisseling in planten

2/3 Glucose-stofwisseling.

Zie figuur B 1957 van de bijlage.

De afbeelding geeft een aantal cellen van een plant weer. Enkele cellen bevatten bladgroen.
De plant bevindt zich in het zonlicht.

De volgende drie processen kunnen in planten plaatsvinden:

1. Koolstofdioxide en water worden omgezet in glucose en zuurstof; daarvoor is energie nodig.
2. Glucose en zuurstof worden omgezet in koolstofdioxide en water; daarbij komt energie vrij.
3. Glucose wordt omgezet in zetmeel.

Vindt proces 2 plaats in cel P?
En in cel Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Zetmeeltest bij een kamerplant

1/4 Een kamerplant.

Een kamerplant met groene bladeren staat overdag op de vensterbank in de zon.
's Nachts staat hij in het donker.
Nadat deze plant zes uur in de zon heeft gestaan, wordt een blad met jodium onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.

Welke kleur krijgt dit blad dan?

Glucosevorming en -verbruik bij planten

2/4 Een kamerplant.

Wordt in cellen met bladgroen van deze plant in het licht glucose gevormd?
En wordt er glucose verbruikt?

Gasopname door bladeren in het donker

3/4 Een kamerplant.

Welk gas wordt door de bladeren van deze plant in het donker opgenomen?

Stofvorming bij een kamerplant

4/4 Een kamerplant.

In deze plant wordt een stof gevormd die met behulp van kalkwater kan worden aangetoond.

Welke stof is dit?

Koolstofdioxideverbruik bij organismen

1/2 Koolstofdioxide in organismen.
Zie figuur B 2075 van de bijlage.

De afbeelding geeft vier organismen weer.

Welk van de organismen in de afbeelding kan bij de stofwisseling koolstofdioxide verbruiken?

afbeeldingafbeelding

Koolstofdioxideproductie bij organismen

2/2 Koolstofdioxide in organismen.
Zie figuur B 2075 van de bijlage.

Welke van de organismen in de afbeelding kunnen bij de stofwisseling koolstofdioxide produceren?

afbeeldingafbeelding

Koolstofdioxideopname door oceanen en algen

1/2 Koolstofdioxide in oceanen.

De laatste eeuw is de productie van koolstofdioxide geweldig toegenomen. Oceanen nemen ongeveer een derde deel van dit gas op. Een deel van een oceaan dat veel algen bevat, neemt meer koolstofdioxide op dan een deel met weinig algen.

Geef voor deze grotere opname een verklaring.

Menselijke activiteiten en koolstofdioxideproductie

2/2 Koolstofdioxide in oceanen.

Onderzoekers hebben berekend dat tot 1780 de productie van koolstofdioxide gelijk was aan de koolstofdioxide-opname door de oceanen. Tegenwoordig wordt er meer koolstofdioxide geproduceerd dan de oceanen aankunnen.

Noem twee voorbeelden van menselijke activiteit waardoor de productie van koolstofdioxide tegenwoordig groter is.

Koolstofdioxide en fotosynthese in bladeren

1/2 Koolstofdioxide.
Zie figuur B 3353 van de bijlage.

Voor een experiment worden twee even grote bladeren van dezelfde plant in twee potten gedaan (zie de afbeelding 1). Pot P wordt in het licht geplaatst, pot Q in het donker. De overige omstandigheden zijn gelijk.

Zie figuur B 3858 van de bijlage.

Op een aantal tijdstippen wordt de hoeveelheid koolstofdioxide in beide potten gemeten. De metingen van pot P worden uitgezet in een diagram. In de afbeelding zijn drie diagrammen weergegeven.

Welk diagram geeft het verloop van de hoeveelheid koolstofdioxide in pot P juist weer? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Verloop van Koolstofdioxide in Pot Q

2/2 Koolstofdioxide.
Zie figuur A 878 van de bijlage.

Op de uitwerkbijlage staat een stuk grafiekpapier met een assenstelsel afgebeeld. Punt R geeft de hoeveelheid koolstofdioxide weer in pot Q aan het begin van het experiment.

Teken vanuit punt R een lijn die het verloop van de hoeveelheid koolstofdioxide in pot Q aangeeft tijdens het experiment. Gebruik het assenstelsel op de uitwerkbijlage.

afbeeldingafbeelding

Zuurstofproductie bij paardenbloemen

1/4 Een paardenbloem.
Zie figuur B 1535 van de bijlage.

In de afbeelding is een paardenbloem weergegeven. Twee processen in een paardenbloem, 's morgens rond elf uur in de maand mei, zijn:

1. glucose maken uit andere stoffen,
2. andere stoffen maken uit glucose.

Ontstaat bij één van deze processen zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Fotosynthese en verbranding bij paardenbloemen

2/4 Een paardenbloem.

Welke van de volgende beweringen over de fotosynthese en de verbranding in deze paardenbloem is of welke zijn juist?

1. De paardenbloem produceert in het zonlicht meer koolstofdioxide dan zij zelf verbruikt.
2. De paardenbloem produceert in het zonlicht minder zuurstof dan zij zelf verbruikt.

Glucosevorming in een paardenbloemblad

3/4 Een paardenbloem.

Welke van de volgende beweringen over glucose in een blad van een paardenbloem, om 11 uur 's morgens, is of zijn juist?

I. Glucose wordt gevormd uit anorganische stoffen.
II. Glucose wordt omgezet in anorganische stoffen.

Koolstofbronnen voor de paardenbloem

4/4 Een paardenbloem.

In glucose komt onder andere het element koolstof voor.

Waar haalt de paardenbloem deze koolstof vandaan?