Deze oefentoets bevat 108 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Welke van de volgende feiten veroorzaken milieuverontreiniging?
1. Het spoelwater van olietankers wordt overboord gepompt. 2. In de Alpen worden nog veel soorten korstmossen gevonden. 3. In de Rijn worden nauwelijks nog zalmen gevangen. 4. Jongeren rijden met brommers met een kapotte uitlaat dwars door de duinen.
Mens en Milieu
Milieuverontreiniging.
Als oorzaken van milieuverontreiniging worden genoemd:
1.de bio-industrie; 2. de groei van de chemische industrie; 3. het verdwijnen van tropische regenwouden; 4. de toename van het aantal mensen op aarde; 5. het uitsterven van plantensoorten; 6. het verkeer.
Welke zijn juiste oorzaken van milieuverontreiniging?
Mens en Milieu
Milieuverontreiniging.
Is de industrie een van de veroorzakers van zure regen? Is de bio-industrie een van de veroorzakers van versterking van het broeikaseffect?
afbeelding
Mens en Milieu
Milieuverontreiniging.
Is woestijnvorming een oorzaak van de versterking van het broeikaseffect? Is smogvorming een vorm van horizonvervuiling?
afbeelding
Mens en Milieu
Milieuverontreiniging.
I. Doordat een elektriciteitscentrale koelwater in een kanaal loost, wordt het kanaalwater zuurstofrijker. II. Door het storten van afval worden landschap en bodem aangetast.
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Hieronder staan enkele beschrijvingen die te maken hebben met milieuproblemen.
1. De wereldbevolking is tussen 1950 en 1990 verdubbeld. 2. In Scandinavië komt in zo'n 5000 meren geen leven meer voor. 3. Op veel plaatsen in Nederland is bodemsanering noodzakelijk. 4. Uitlaatgassen van auto's bevatten koolwaterstoffen.
Welke van deze beschrijvingen geven oorzaken van milieuproblemen weer?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Aan drie leerlingen wordt gevraagd een oorzaak van milieuproblemen te noemen.
Joyce zegt dat bodemsanering een oorzaak is. Christa zegt dat de hoge bevolkingsdruk een oorzaak is. Richard zegt dat het toegenomen autogebruik een oorzaak is.
Wie heeft (hebben) gelijk?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Door invloeden van de mens kan het leefmilieu van organismen zodanig verslechteren dat ze met uitsterven worden bedreigd. Enkele voorbeelden van invloeden zijn:
1. het verstoren van de rust; 2. het verlagen van het grondwaterpeil; 3. het vervuilen van het water door industrieel afval.
De zeehonden langs de Nederlandse kust zijn de laatste tientallen jaren sterk in aantal achteruitgegaan. Ze worden met uitsterven bedreigd.
Welke van de genoemde invloeden zal of welke zullen bij het kleiner worden van het aantal zeehonden een rol hebben gespeeld?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Hieronder staan vier verschijnselen, die een gevolg van elkaar kunnen zijn.
1. Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komen gassen vrij. 2. In de bodem lossen bepaalde giftige metalen op. 3. In de lucht ontstaan zure stoffen die onder andere met de regen naar beneden komen. 4. Wortelharen van planten worden beschadigd.
Wat is de juiste volgorde van deze verschijnselen?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Twee verschijnselen zijn:
1. in het Amazonegebied worden regelmatig grote stukken tropisch regenwoud platgebrand; 2. in een berggebied worden alle bomen die op een berghelling groeien gekapt.
Welke van deze verschijnselen kan (kunnen) er de oorzaak van zijn, dat de bovenste vruchtbare laag van de bodem verloren gaat?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
De zeehonden langs de Nederlandse kust zijn de laatste tientallen jaren sterk in aantal achteruitgegaan. Ze worden met uitsterven bedreigd. Aan drie leerlingen wordt gevraagd een invloed van de mens te noemen, die een rol heeft gespeeld bij de achteruitgang van het aantal zeehonden.
Brian noemt verlaging van het grondwaterpeil als invloed. Jim noemt verstoring van de rust als invloed. Kurt noemt het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw als invloed.
Welke leerling noemt of welke leerlingen noemen een invloed die een rol heeft gespeeld bij de achteruitgang van het aantal zeehonden?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Twee verschijnselen zijn:
1. Noordoost-Brazilië wordt regelmatig geteisterd door overstromingen; 2. de Sahara groeit iedere dag met ruim 20 km2
.
Welke van deze verschijnselen kan (kunnen) worden veroorzaakt door het kappen van tropisch regenwoud en van andere bossen?
Mens en Milieu
Geluidswallen.
Langs sommige autowegen worden geluidswallen aangelegd. Een modern soort geluidswal is een metalen plaat van twee meter hoog die aan beide kanten voorzien is van draden. Tussen de draden worden lange wilgentakken in de grond gestoken. Na een paar maanden gaan de takken groeien en komen er bladeren aan. Dan is er nauwelijks meer iets van de metalen plaat te zien. Door het insteken van de wilgentakken probeert men bij deze geluidswallen een bepaald soort milieuvervuiling te voorkomen, zowel tijdens de zomer als tijdens de winter.
Welke soort milieuvervuiling probeert men vooral te voorkomen door het insteken van de wilgentakken?
Mens en Milieu
Hoogspanningsmasten.
Hoogspanningsmasten en -leidingen worden wel gezien als een bepaalde vorm van milieuvervuiling.
Welke vorm van vervuiling is dat?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Twee beweringen over horizonvervuiling:
I. Als de lucht door smog is vervuild, zodat je de horizon niet meer kunt zien. II. Als je in een natuurgebied aan de horizon grote gebouwen ziet staan.
Mens en Milieu
Auto's.
Welke van onderstaande beweringen over luchtvervuiling door het gebruik van auto's is of zijn juist?
I. De luchtvervuiling kan worden teruggedrongen door langs snelwegen hoge wallen aan te leggen. II. Beperking van het autogebruik is een bijdrage aan het terugdringen van luchtvervuiling.
Mens en Milieu
Korstmossen en luchtvervuiling. Zie figuur B 3474 van de bijlage.
Korstmossen zijn samenlevingen van algen en schimmels. Korstmossen groeien onder andere op muren en bomen (zie de afbeelding). Veel soorten korstmossen zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling. Sommige soorten korstmossen die voorkwamen in Nederland zijn als gevolg van luchtvervuiling uitgestorven.
Hieronder staan drie activiteiten van de mens:
1. het gebruiken van steeds meer auto's; 2. het houden van veel varkens in de bio-industrie; 3. het verbranden van huisvuil in verbrandingsovens.
Welke van deze activiteiten veroorzaken luchtvervuiling?
afbeelding
Mens en Milieu
Korstmossen en luchtvervuiling. Zie figuur B 3474 van de bijlage.
Korstmossen zijn samenlevingen van algen en schimmels. Korstmossen groeien onder andere op muren en bomen (zie de afbeelding). Veel soorten korstmossen zijn erg gevoelig voor luchtvervuiling. Sommige soorten korstmossen die voorkwamen in Nederland zijn als gevolg van luchtvervuiling uitgestorven. Hieronder staan drie activiteiten van de mens:
1. het produceren van kunstmatige producten door de chemische industrie; 2. het opwekken van elektriciteit door verbranding van fossiele brandstoffen; 3. het verbranden van huisvuil in verbrandingsovens.
Welke van deze activiteiten veroorzaken luchtvervuiling?
afbeelding
Mens en Milieu
Maatregelen van de overheid.
De overheid heeft onder andere de volgende twee maatregelen genomen:
1. Het verplicht stellen van een katalysator bij auto's met een benzinemotor. 2. Boeren verbieden teveel stalmest op hun land uit te rijden.
Is te verwachten dat door maatregel 1 de hoeveelheid zure regen vermindert? En door maatregel 2?
Mens en Milieu
Steeds minder zeehonden.
Door invloeden van de mens kan het leefmilieu van organismen zodanig verslechteren dat ze met uitsterven worden bedreigd. Enkele voorbeelden van deze invloeden zijn:
1. het gebruiken van bestrijdingsmiddelen in de landbouw, 2. het verlagen van het grondwaterpeil, 3. het verstoren van de rust, 4. het vervuilen van het water door industrieel afval.
De zeehonden langs de Nederlandse kust zijn de laatste tientallen jaren sterk in aantal achteruitgegaan. Ze worden met uitsterven bedreigd.
Welke van de genoemde invloeden zal of welke zullen bij het kleiner worden van het aantal zeehonden een rol hebben gespeeld?
Mens en Milieu
Watervervuiling.
Watervervuiling ontstaat niet alleen door het lozen van rioolwater. Een andere oorzaak van watervervuiling is uitspoeling van meststoffen uit landbouwgrond. Enkele beweringen over het vervuilende effect hiervan zijn:
1. Door deze meststoffen wordt het oppervlaktewater te voedselrijk. 2. Door deze meststoffen komt er teveel zuurstof in het oppervlaktewater.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
Drie bedreigingen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater zijn de lozing van afvalwater met veel organisch afval en het gebruik van kunstmest en stalmest in de landbouw.
Welke van deze drie bedreigingen kunnen bijdragen aan vermesting van het water?
Mens en Milieu
Milieuproblemen.
De aanwezigheid van te veel fosfaat in een sloot wordt beschouwd als een milieuprobleem. Als er veel fosfaat in een sloot terecht komt, vermeerderen algen zich snel. Het water wordt hierdoor groen. Dit verschijnsel heet waterbloei. Na verloop van tijd sterven veel algen in de sloot. De resten daarvan worden onder andere door bacteriën afgebroken. In een klas wordt de vraag gesteld of het probleem van het teveel aan fosfaat in deze sloot is opgelost door het vermeerderen en afsterven van de algen. Drie leerlingen geven op deze vraag een antwoord:
Arno zegt: 'Ja, want de algen hebben het fosfaat opgenomen. Wanneer de algen sterven, verdwijnt ook het fosfaat.' Bea zegt: 'Ja, want bacteriën nemen na het sterven van de algen fosfaat weg uit de kringloop.' Chiel zegt: 'Nee, want bacteriën maken door het afbreken van de gestorven algen weer fosfaat vrij.'
Welke van deze leerlingen geeft het goede antwoord?
Mens en Milieu
Lood door hengelaars.
Uit een onderzoek blijkt dat door verloren vistuig van hengelaars nogal wat lood in het oppervlaktewater terechtkomt. Lood kan in water oplossen. Dat gebeurt vooral als het water zuur is. In een sloot waar veel wordt gevist, komt onder andere de volgende voedselketen voor:
waterpest ® kreeftjes ® stekelbaarsjes ® reiger.
In welke van deze organismen kan lood worden aangetroffen?
Mens en Milieu
Zware metalen. Zie figuur B 3473 van de bijlage.
In de afbeelding zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in zee weergegeven. Als gevolg van lozing van industrieel afvalwater komen er zware metalen in het zeewater voor.
In welk van de genoemde dieren zal per gram lichaamsgewicht de grootste hoeveelheid zware metalen worden aangetroffen?
afbeelding
Mens en Milieu
Zure regen.
Kan aantasting van beeldhouwwerken een gevolg zijn van zure regen? En kan het sterven van naaldbomen een gevolg zijn van zure regen?
afbeelding
Mens en Milieu
Zure regen.
Hieronder staan drie beweringen over het veroorzaken van zure regen.
1. Kerncentrales die elektriciteit leveren, dragen meer bij aan zure regen dan kolengestookte centrales. 2. Ammoniakgas dat vrijkomt als gevolg van mestoverschot, veroorzaakt zure regen. 3. De uitstoot van stikstofoxiden en zwaveldioxide door het verkeer veroorzaakt zure regen.
Welke van deze beweringen zijn juist?
Mens en Milieu
Zure regen.
Fosfaat, koolstofdioxide, stikstofdioxide en zwaveldioxide zijn stoffen die in het milieu voorkomen.
Welke twee van deze stoffen leveren de grootste bijdrage aan het ontstaan van zure regen?
Mens en Milieu
Zure regen.
Hieronder staan drie verschijnselen, die een gevolg van elkaar kunnen zijn.
1. Huidmondjes van planten worden beschadigd. 2. In de lucht ontstaan zure stoffen. 3. Door de industrie worden gassen uitgestoten.
Wat is de juiste volgorde van deze verschijnselen?
Mens en Milieu
Plastic tunnels. Zie figuur B 1972 van de bijlage.
Bij het opkweken van zaailingen in het voorjaar gebruiken tuinders soms plastic tunnels. In de afbeelding is dit weergegeven.
Noem twee voordelen van het gebruik van deze plastic tunnels boven het kweken van zaailingen in de open lucht.
afbeelding
Mens en Milieu
Stikstofoxiden en hooikoorts.
Mensen met hooikoorts moeten vaak niezen. Uit een onderzoek is gebleken dat een hoog gehalte aan stikstofoxiden in de lucht het krijgen van hooikoorts bevordert. Met de resultaten van het onderzoek is ook uit te leggen waardoor juist mensen in steden de laatste tien jaar meer last krijgen van hooikoorts dan vroeger.
Geef deze uitleg.
Mens en Milieu
Milieu-aantasting.
Bestrijdingsmiddelen die bij de aardappelteelt worden gebruikt, kunnen het grondwater en het oppervlaktewater vervuilen. Het vervuilde water is minder geschikt voor gebruik door mensen.
Noem twee vormen van watergebruik, waarvoor mensen dit vervuilde water beter niet kunnen gebruiken.
Mens en Milieu
Milieu-aantasting.
Industrieel afvalwater met chemische afvalstoffen kan het grondwater en het oppervlaktewater vervuilen. Het vervuilde water is minder geschikt voor gebruik door mensen.
Noem twee vormen van watergebruik, waarvoor mensen dit vervuilde water beter niet kunnen gebruiken.
Mens en Milieu
1/5 Botulisme. Zie figuur B 2450 van de bijlage.
Bepaalde bacteriën die leven in het bodemslib van sloten en plassen kunnen botulisme veroorzaken. Botulisme is een vergiftiging waar dieren dood aan kunnen gaan. Botulismebacteriën kunnen zich vermeerderen en verspreiden via vliegenlarven en eenden. Dat is schematisch weergegeven in de afbeelding. De organismen in deze afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend. Botulisme kan zich als volgt verspreiden: - Als eenden veel botulismebacteriën binnenkrijgen, gaan ze dood. (tekening 1-3) - In dode eenden kunnen de botulismebacteriën zich door deling vermeerderen. (tekening 3) - Vliegen die worden aangetrokken door dode eenden leggen daar eitjes. (tekening 4) - De vliegenlarven uit de eitjes worden besmet met de bacteriën. (tekening 5) - Sommige larven worden door levende eenden gegeten. (tekening 6)
Welke van de volgende beweringen over de besmetting van eenden met botulismebacteriën is juist?
1. Eenden kunnen besmet worden via hun voedsel. 2. Nadat één besmette eend is gestorven, kunnen steeds meer eenden worden besmet.
-
afbeelding
Mens en Milieu
2/5 Botulisme.
Op grond van welke informatie uit de tekst kun je botulismebacteriën indelen bij de reducenten?
Mens en Milieu
3/5 Botulisme.
Mensen kunnen ook last van botulisme krijgen. Zij krijgen de botulismebacteriën bijna nooit rechtstreeks binnen uit bodemslib.
Noem twee manieren waarop mensen besmet kunnen worden met botulismebacteriën.
Mens en Milieu
4/5 Botulisme.
Geef twee redenen waarom de afbeelding B 2450 geen weergave van een volledige voedselketen is.
afbeelding
Mens en Milieu
5/5 Botulisme.
Onno is een eendenliefhebber. Hij wil graag veel eenden hebben in een meertje naast zijn huis. Maar hij weet dat de eenden botulisme kunnen krijgen. Om dat te voorkomen kan hij bodemslib uit het meertje verwijderen.
Noem nog een andere maatregel die Onno kan nemen, om te voorkomen dat zijn eenden botulisme krijgen.
Mens en Milieu
1/4 Milieuvervuiling.
We spreken van milieuvervuiling wanneer door de mens bodem, lucht of water worden vervuild met stoffen waardoor de kwaliteit van het milieu duidelijk achteruit gaat. Zure regen is een gevolg van luchtverontreiniging door bepaalde stoffen. Door onder andere de volgende oorzaken worden stoffen in de lucht gebracht:
1. afvalgassen van fabrieken, 2. op het land verspreiden van teveel dierlijke mest, 3. uitlaatgassen van auto's.
Welke van deze oorzaken heeft of hebben zure regen tot gevolg?
Mens en Milieu
2/4 Milieuvervuiling.
Welke stoffen zijn dit?
Mens en Milieu
3/4 Milieuvervuiling.
Kan door overmatige bemesting de bodem worden vervuild? En de lucht? En het water?
Mens en Milieu
4/4 Milieuvervuiling.
Fosfaten in wasmiddelen hebben milieuvervuiling tot gevolg.
Welke vorm van milieuvervuiling vooral?
Mens en Milieu
1/3 Auto.
Nederland heeft meer auto's per vierkante kilometer dan enig ander land. Er zijn nog geen goede manieren gevonden om het autorijden te beperken. Ook al kost autorijden veel geld en is het slecht voor het milieu, men doet het toch. Tegenwoordig worden er ook elektrische auto's gemaakt.
Rijden op elektriciteit wordt aangeprezen als milieuvriendelijk, omdat het geen luchtvervuiling zou veroorzaken. Dit is niet helemaal juist.
Leg uit dat rijden op elektriciteit indirect toch luchtvervuiling veroorzaakt.
Mens en Milieu
2/3 Auto.
Bij verbranding van bijvoorbeeld benzine in een auto ontstaat koolstofdioxide.
Welk nadeel levert de uitstoot van te veel koolstofdioxide op langere termijn op?
Mens en Milieu
3/3 Auto.
Bij de verbranding van benzine in een auto ontstaat koolstofdioxide. Koolstofdioxide in het milieu is op zich niet schadelijk, zeker niet voor planten.
Leg uit waardoor koolstofdioxide niet schadelijk is voor planten.
Mens en Milieu
1/4 Fijn stof.
Fijn stof in de lucht is een vorm van luchtvervuiling. Door menselijk handelen komt in Nederland gemiddeld per jaar zo'n 50 miljoen kg zeer fijn stof in de lucht terecht. Dit vormt eenderde deel van de totale hoeveelheid. Het overige deel is afkomstig uit de natuur en uit het buitenland.
Hoeveel miljoen kg fijn stof komt er totaal gemiddeld per jaar in de lucht terecht in Nederland?
fijn stof: [invulveld] miljoen kg
Mens en Milieu
2/4 Fijn stof.
Ingeademde stofdeeltjes kunnen gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals astma en bronchitis. Niet alle stof die ingeademd wordt bereikt de longen.
Leg uit waardoor niet alle ingeademde fijne stofdeeltjes in de longblaasjes terechtkomen.
Mens en Milieu
3/4 Fijn stof. Zie figuur B 3358 van de bijlage.
In de afbeelding is een cirkeldiagram weergegeven. Het diagram laat zien dat verkeer een grote bijdrage levert aan de uitstoot van kleine stofdeeltjes in Nederland. Uitstoot van kleine stofdeeltjes per jaar in Nederland, veroorzaakt door menselijk handelen.
Hoeveel miljoen kg fijn stof wordt volgens het diagram gemiddeld per jaar in de lucht gebracht door het verkeer? Leg je antwoord uit met een berekening.
afbeelding
Mens en Milieu
4/4 Fijn stof.
Gemotoriseerd verkeer draagt ook bij aan andere vormen van luchtvervuiling. Zo werken sommige uitlaatgassen als broeikasgassen. Versterking van het broeikaseffect wordt vooral veroorzaakt door toename van de hoeveelheid van één bepaald gas in de lucht. Dit gas bevindt zich ook in de uitlaatgassen van het verkeer.
Noem de naam van dit gas.
Dit gas is [invulveld]
Mens en Milieu
1/5 Korstmossoorten met uitsterven bedreigd. Zie figuur B 2096 en figuur B 2097 van de bijlage.
Korstmossen groeien onder andere op stenen en bomen. In de afbeelding is een korstmos op de schors van een boom weergegeven. In een korstmos leven algen en schimmels samen. Ze wisselen daarbij onderling bepaalde stoffen uit.
In de afbeelding B 2097 is een deel van een korstmos getekend zoals het door een microscoop te zien is. Zaadplanten halen met hun wortels bepaalde stoffen uit de bodem. Korstmossen hebben geen wortels. Korstmossen verkrijgen stoffen uit de lucht.
Enkele stoffen zijn: glucose en water en voedingszouten.
Welke van deze stoffen verkrijgt een korstmos uit de lucht en een zaadplant uit de bodem?
afbeeldingafbeelding
Mens en Milieu
2/5 Korstmossoorten met uitsterven bedreigd.
Welke van de volgende stoffen moeten de schimmels in een korstmos zeker van de algen in het korstmos ontvangen?
Mens en Milieu
3/5 Korstmossoorten met uitsterven bedreigd.
Vindt er in de algen in de korstmossen verbranding plaats? En in de schimmels in de korstmossen?
Mens en Milieu
4/5 Korstmossoorten met uitsterven bedreigd.
Kunnen de algen in de korstmossen energierijke stoffen maken uit alleen anorganische stoffen? Kunnen de schimmels in de korstmossen energierijke stoffen maken uit alleen anorganische stoffen?
Mens en Milieu
5/5 Korstmossoorten met uitsterven bedreigd.
Korstmossen zijn zeer gevoelig voor luchtvervuiling. Sommige soorten korstmossen die voorkwamen in Nederlandse bossen waar de lucht nog schoon was, zijn als gevolg van luchtvervuiling uitgestorven. Hieronder staan vier activiteiten van de mens:
1. het houden van veel varkens in de bio-industrie, 2. het gebruiken van steeds meer auto's, 3. het opwekken van veel elektriciteit met fossiele brandstoffen, 4. het verbranden van veel huisvuil.
Welke van deze activiteiten veroorzaken de vermindering van het aantal soorten korstmossen in Nederlandse bossen?
Mens en Milieu
1/2 De vitaliteit van het Nederlandse bos. Zie figuur B 2059 van de bijlage.
Het diagram in de afbeelding en de tekst zijn afkomstig uit een artikel in een landelijk dagblad. Bomen hebben vooral te lijden van luchtvervuiling. De luchtvervuiling is in sterke mate bepalend voor de gezondheid van het bos. Veelal gaan bomen niet direct dood aan luchtvervuiling. Wel krijgen schimmels en extreem weer, zoals strenge vorst en grote droogte, door luchtvervuiling sneller vat op de bomen.
Welke van de onderstaande uitspraken over het diagram is of zijn juist?
1. Zowel het percentage 'vitale' als het percentage 'minder vitale' bomen is in de loop van de drie bestudeerde jaren afgenomen. 2. Zowel het percentage 'weinig vitale' als het percentage 'niet vitale' bomen is in de loop van de drie bestudeerde jaren afgenomen.
afbeelding
Mens en Milieu
2/2 De vitaliteit van het Nederlandse bos.
Uit de tekst blijkt dat bomen door luchtvervuiling gevoeliger worden voor bepaalde abiotische en biotische factoren.
Noem een abiotische en een biotische factor waarvoor volgens de tekst de bomen gevoeliger worden als ze te lijden hebben van luchtvervuiling.
Mens en Milieu
1/3 Maatregelen tegen verzuring.
In de buurt van een bos bevindt zich een grote boerderij met varkens. De mest van de varkens werd opgeslagen in open opslagplaatsen op het erf van de boerderij. Men wilde de hoeveelheid verzurende stoffen in de bodem van het bos beperken.
Door welke van de volgende maatregelen zal de bodem van het bos minder verzuren?
1. Door mestopslagplaatsen op de boerderij af te dekken. 2. Door het aantal varkens op de boerderij te verminderen.
Mens en Milieu
2/3 Maatregelen tegen verzuring.
Een actiegroep beweert dat het aantal soorten planten in het bos bij de boerderij aan het afnemen is. Om dat te bewijzen willen ze een onderzoek uitvoeren. Daarvoor tellen ze in mei het aantal soorten planten in het bos.
Wanneer moet de actiegroep weer gaan tellen bij een goed onderzoek?
Mens en Milieu
3/3 Maatregelen tegen verzuring.
Een actiegroep beweert dat het aantal soorten planten in het bos bij de boerderij aan het afnemen is. Om dat te bewijzen wil de groep een onderzoek uitvoeren.
Stel voor hen voor de komende tijd een onderzoeksplan in drie stappen op.
Mens en Milieu
1/2 Gevolgen van verzuring.
Verzuring van de bodem heeft invloed op organismen. Door deze verzuring daalt onder andere het kalkgehalte van de bodem. Ook in het voedsel van sommige vogels daalt het kalkgehalte dan. Die vogels zijn daardoor minder succesvol bij de voortplanting.
Waardoor zal bij die vogels de voortplanting minder succesvol verlopen als de bodem verzuurt?
Mens en Milieu
2/2 Gevolgen van verzuring.
Noem twee stoffen die in vervuilde lucht voorkomen en die verzuring van de bodem kunnen veroorzaken.
Mens en Milieu
1/3 Zure regen. Zie figuur B 1573 van de bijlage.
Ammoniak, stikstofoxiden en zwaveldioxide komen met de regen op de bodem terecht en veroorzaken verzuring van de bodem. Dit verschijnsel wordt ook wel 'zure regen' genoemd. In de afbeelding zijn drie schema's getekend die de herkomst van deze drie stoffen weergeven.
Welk van deze schema's geeft de herkomst van ammoniak weer?
afbeelding
Mens en Milieu
2/3 Zure regen.
Heeft het verbranden van grote hoeveelheden olie en steenkool invloed op het ontstaan van 'zure regen'? Zo ja, welke?
Mens en Milieu
3/3 Zure regen.
Door 'zure regen' gaan op grote heidevelden bepaalde grassoorten sneller groeien dan heideplanten. Een voorbeeld daarvan is het pijpenstrootje. Door de grote pollen van deze grassoort komt er minder ruimte voor de heideplanten.
Waardoor neemt het aantal pollen van het pijpenstrootje op de heidevlaktes toe?
Mens en Milieu
1/3 Kwikvergiftiging. Zie figuur C 144 van de bijlage.
Tekst: In een meer leven onder andere de volgende organismen: snoeken, algen, stekelbaarzen, watervlooien. Dit is schematisch weergegeven in de afbeelding. Aan de rand van het meer staat een fabriek. Een tijd lang loosde de fabriek afval met kwik in het meer. Het gehalte aan kwik van het water werd steeds hoger. In enkele gevallen gingen mensen die vis uit het meer gegeten hadden dood door vergiftiging. In de schematische tekening in de afbeelding zijn de algen en de watervlooien vergroot getekend. De snoek is verkleind getekend.
Welke van de in de tekst genoemde organismen zijn producenten?
afbeelding
Mens en Milieu
2/3 Kwikvergiftiging.
Mensen lopen meer gevaar door het eten van een kilogram met kwik verontreinigde vis uit dit meer dan door het drinken van dezelfde hoeveelheid ongezuiverd water uit dit meer. Een kilogram van die vis bevat dus meer kwik dan een liter water uit het meer.
Leg uit hoe dit komt.
Mens en Milieu
3/3 Kwikvergiftiging.
Wat is de juiste voedselketen van de in de tekst genoemde organismen?
Mens en Milieu
1/2 Nitraatproblemen.
De aanwezigheid van te veel nitraat in een sloot wordt beschouwd als een milieuprobleem. Als er veel nitraat in een sloot terechtkomt, vermeerderen algen zich snel. Het water wordt hierdoor troebel. In een klas wordt de vraag gesteld welke gevolgen deze algengroei zal hebben voor andere organismen in de sloot. André zegt: Roofvissen, zoals snoeken, zullen verdwijnen, want ze kunnen hun prooi niet meer vinden.' Sanne zegt: In het begin zullen watervlooien zich snel vermeerderen, want watervlooien voeden zich met algen.'
Doet André een juiste uitspraak? En Sanne?
Mens en Milieu
2/2 Nitraatproblemen.
Na verloop van tijd sterven veel algen in de sloot. De resten daarvan worden onder andere door bacteriën afgebroken.
Is hiermee het probleem van het teveel aan nitraat in de sloot opgelost?
Mens en Milieu
1/17 De rivier. Zie figuur C 335 van de bijlage
INFORMATIE 1 VERKLIKKERS VAN VERVUILING
afbeelding Wanneer rioolwater in een schone rivier wordt geloosd, verandert de samenstelling van het rivierwater. Bepaalde soorten dieren kunnen dan niet meer in het rivierwater leven, andere juist wel. Dit gegeven wordt gebruikt om vast te stellen hoe sterk het water op een bepaalde plaats in een rivier vervuild is.
In de afbeelding C 335 is de loop van een brede, langzaam stromende rivier schematisch weergegeven. Pijlen geven de stroomrichting van het water aan. Van vijf plaatsen in de rivier (A, B, C, D en E) is aangegeven welke kenmerkende diersoorten daar worden gevonden in het water.
Bij plaats A ligt een grote camping langs de rivier. Het ongezuiverde rioolwater van deze camping wordt net voorbij plaats A in de rivier geloosd.
Zie volgende scherm
-
Mens en Milieu
2/17 De rivier. Zie de figuren B 3415 en B 3416 van de bijlage
INFORMATIE 2 VISSEN IN DE RIVIER. Zie figuur B 3415 van de bijlage. afbeelding In de rivier leven ook vissen, zoals bermpjes en stekelbaarsjes. Deze vissen voeden zich onder andere met muggenlarven, die op hun beurt weer algen eten. Ook roofvissen, zoals baarzen en snoekbaarzen, die op andere vissen jagen, leven in de rivier.
INFORMATIE 3 PLANTEN IN DE RIVIER Zie figuur B 3416 van de bijlage. afbeelding De samenstelling van het rivierwater heeft ook invloed op de plantengroei in de rivier. Een plant zoals drijvend fonteinkruid groeit op plaatsen waar het water veel voedingszouten bevat. De klimopbladige waterranonkel, een waterplant die vooral onder water groeit, komt juist op plaatsen voor waar het rivierwater voedselarmer is.
-
Mens en Milieu
3/17 De rivier. Zie de figuren A 808 en figuur B 3417 van de bijlage.
INFORMATIE 4 DIEREN IN EEN WATERMONSTER. Zie figuur B 3417 van de bijlage. afbeelding Om de mate van vervuiling in de rivier te bepalen wordt het water op verschillende plaatsen regelmatig onderzocht. In de afbeelding zijn enkele diersoorten weergeven die op één van die plaatsen werden aangetroffen.
INFORMATIE 5 RESTEN VAN ORGANISMEN IN DE RIVIER (ORGANISCH AFVAL) Zie figuur B 3417 van de bijlage.
afbeelding Het diagram geeft de hoeveelheid organisch afval weer op de plaatsen A tot en met E in het rivierwater in de maand juli van 1999.
Zie volgende scherm
-
Mens en Milieu
4/17 De rivier. Zie figuur B 3418 van de bijlage
INFORMATIE 6 ZUURSTOF IN DE RIVIER. Zie figuur B 3418 van de bijlage afbeelding Het diagram geeft de hoeveelheid opgeloste zuurstof weer op de plaatsen A tot en met E in het rivierwater in de maand juli van 1999.
Zie volgende scherm
Mens en Milieu
5/17 De rivier.
INFORMATIE 7 DETERMINEERTABEL VOOR EEN AANTAL WATERDIEREN
afbeelding
-
Mens en Milieu
6/17 De rivier.
De camping (zie informatie 1) loost ongezuiverd rioolwater in de rivier. Hierdoor neemt de hoeveelheid resten van organismen (organisch afval) in de rivier toe.
Noem twee soorten organisch afval die veel in het rioolwater van de camping voorkomen.
Mens en Milieu
7/17 De rivier.
Het organisch afval uit het rioolwater van de camping wordt door organismen in de rivier afgebroken.
Hoe wordt dit proces genoemd?
Mens en Milieu
8/17 De rivier.
Overal in de rivier komen bacteriën voor. Het aantal bacteriën is echter niet overal even groot.
Op plaats B in de rivier is het aantal bacteriën groter dan op plaats E.
Geef hiervoor een verklaring.
afbeelding
Mens en Milieu
9/17 De rivier. Zie figuur B 3410 van de bijlage.
In de rivier leven onder andere larven van ééndagsvliegen (zie informatie 1). In de afbeelding is een volwassen ééndagsvlieg weergegeven.
Geef de naam van het ademhalingsstelsel van een volwassen ééndagsvlieg. [invulveld]
afbeelding
Mens en Milieu
10/17 De rivier.
De organismen die genoemd worden in informatie 2 vormen samen een voedselweb.
Noteer dit volledige voedselweb.
Mens en Milieu
11/17 De rivier.
In informatie 3 staat dat klimopbladige waterranonkel voorkomt in een rivier op plaatsen die voedselarm zijn.
Waar bevat de rivier de kleinste hoeveelheid voedingszouten?
Mens en Milieu
12/17 De rivier.
Uit welk deel van de rivier is het water afkomstig waarvan de dieren zijn afgebeeld in informatie 4?
Mens en Milieu
13/17 De rivier.
Men vermoedt dat het onderzochte water van informatie 4 vervuild is.
Noem een dier uit het onderzochte water, waardoor men dit vermoedt.
Mens en Milieu
14/17 De rivier.
In informatie 4 is een aantal dieren weergegeven uit het water van de rivier. Dier P is afgebeeld op ware grootte.
Bepaal de naam van diersoort P met behulp van de determineertabel (informatie 7). Noteer de nummers van elke stap die je bij het determineren neemt.
afbeeldingafbeelding
Mens en Milieu
15/17 De rivier.
De meeste campinggasten zwemmen in de rivier voor of op plaats A (zie informatie 5 en 6).
Op welke plaats heeft het rivierwater dezelfde kwaliteit als op plaats A?
Mens en Milieu
16/17 De rivier.
In informatie 6 is in een diagram het zuurstofgehalte van het rivierwater weergegeven.
Op welke plaats (A, B, C, D of E) is het zuurstofgehalte van het water het laagst? Leg uit waardoor op die plaats het zuurstofgehalte het laagst is.
Mens en Milieu
17/17 De rivier.
Veranderen er abiotische factoren tussen plaats C en plaats D in de rivier? En biotische?
Mens en Milieu
1/2 Schoonmaakmiddelen.
In een tijdschrift stond de volgende tekst:
Tekst: Wassen en poetsen in huis maken het milieu niet schoner. De meeste schoonmaakmiddelen gaan met het vuile water de riolering in. Wat de waterzuivering er niet uit haalt, komt uiteindelijk in het oppervlaktewater. In de jaren zestig ontstonden dikke lagen schuim op rivieren en kanalen door de was- en schoonmaakmiddelen. Deze werden niet afgebroken in het water. Daarom kwamen er voorschriften voor deze stoffen. Sindsdien gebruikt men was- en schoonmaakmiddelen met organische stoffen die voor 90 procent afbreekbaar zijn. Vandaar dat de fabrikanten nu hun product 'biologisch afbreekbaar' noemen. Op de verpakking van een bepaald schoonmaakmiddel staat 'biologisch afbreekbaar'.
Welke van de volgende organismen breken de organische stoffen uit dit schoonmaakmiddel in het oppervlaktewater vooral af?
Mens en Milieu
2/2 Schoonmaakmiddelen.
De meeste organische stoffen in wasmiddelen worden gemaakt uit aardolie. Maar deze stoffen worden soms ook gemaakt uit plantaardige oliën en vetten.
Uit welke delen van planten worden deze plantaardige grondstoffen dan vooral gewonnen?
Mens en Milieu
1/6 Troebel water in de Veluwerandmeren.
Tekst: Door een overvloed aan voedingszouten, zoals fosfaat, vermenigvuldigen algen in de Veluwerandmeren zich snel. Het water wordt daardoor troebel en de overige waterplanten gaan dood. Roofvissen, zoals snoeken, verdwijnen. Dat leidt tot een overvloed aan andere vissen als brasems. Die eten watervlooien. Daardoor komen er extra veel algen. Watervlooien eten immers algen. Men probeerde door het wegvangen van brasems en het uitzetten van snoeken het water in de Veluwerandmeren weer helder te maken. Maar een proef in een meer mislukte. Het water werd niet helder. Men dacht dat een oorzaak zou kunnen zijn dat er niet genoeg brasems waren gevangen.
Noem alle producenten, die in de tekst staan vermeld.
Mens en Milieu
2/6 Troebel water in de Veluwerandmeren.
In de tekst staat dat de overige waterplanten doodgaan als er te veel algen in het water komen. Dat gebeurt vooral met de waterplanten die zich geheel onder water bevinden.
Leg uit dat door de komst van teveel algen, de overige waterplanten doodgaan.
Mens en Milieu
3/6 Troebel water in de Veluwerandmeren.
Schrijf de voedselketen op, die volgens de tekst in de Veluwerandmeren bestond, vóór er sprake was van fosfaatvervuiling.
Mens en Milieu
4/6 Troebel water in de Veluwerandmeren.
Volgens de tekst was er een overvloed aan voedingszouten, zoals fosfaat, in de Veluwerandmeren.
Noem twee maatregelen die er toe kunnen bijdragen dat het fosfaatgehalte in deze meren door de invloed van mensen daalt.
Mens en Milieu
5/6 Troebel water in de Veluwerandmeren. Zie figuur B 1548 van de bijlage.
De invloed van aasgarnalen op het troebel zijn van de Veluwerandmeren was bij de proef niet duidelijk. Aasgarnalen zijn geleedpotigen (zie de afbeelding). Zij komen voor in de Veluwerandmeren en eten watervlooien.
Zal het aantal aasgarnalen afnemen, gelijk blijven of toenemen, wanneer men de brasems wegvangt? Licht je antwoord toe.
afbeelding
Mens en Milieu
6/6 Troebel water in de Veluwerandmeren. Zie figuur B 1549 van de bijlage.
In de afbeelding zijn vier diagrammen weergegeven.
Welk diagram geeft de groei weer van één aasgarnaal?
afbeelding
Mens en Milieu
Zure regen.
Fosfaat, koolstofdioxide, stikstofdioxide en zwaveldioxide zijn stoffen die in het milieu voorkomen.
Welke twee van deze stoffen leveren de grootste bijdrage aan het ontstaan van zure regen?
Mens en Milieu
Zure regen.
We spreken van milieuvervuiling wanneer door de mens bodem, lucht of water worden vervuild met stoffen waardoor de kwaliteit van het milieu duidelijk achteruit gaat. Zure regen is een gevolg van luchtverontreiniging door bepaalde stoffen. Zure regen wordt vooral veroorzaakt door activiteiten van de mens.
Noem twee van deze activiteiten.
Mens en Milieu
Vogels en zure regen.
Veel vogels in Nederland lijden aan een ernstig kalkgebrek door de zure regen. Het leefmilieu van de vogels is verzuurd. De insecten, een belangrijke voedingsbron voor vogels, bevatten daardoor minder kalk. De voortplanting van sommige vogelsoorten komt daardoor ernstig in gevaar.
Leg uit hoe de voortplanting van sommige vogelsoorten in gevaar komt door kalkgebrek.
Mens en Milieu
Zure regen.
Nitraat, koolstofdioxide, stikstofdioxide en zwaveldioxide zijn stoffen die in het milieu voorkomen.
Welke twee van deze stoffen leveren de grootste bijdrage aan het ontstaan van zure regen?
Mens en Milieu
Lood. Zie figuur C 104 van de bijlage.
In de afbeelding zijn schematisch voedselrelaties weergegeven tussen organismen die langs een autoweg voorkomen. In de lichamen van de organismen die langs de autoweg voorkomen, bevindt zich vrij veel lood.
Geef de naam van het organisme waarin naar verhouding het meeste lood zal voorkomen. Licht je keuze toe.
afbeelding
Mens en Milieu
Lood.
In de hengelsport worden loden balletjes gebruikt om de vislijnen te verzwaren. Het komt nog al eens voor dat deze loden balletjes in het water achterblijven. Lood kan in water oplossen. In een sloot waar veel wordt gevist, komen onder andere snoeken, stekelbaarsjes en watervlooien voor.
In welke organismen zal de hoogste concentratie lood worden aangetroffen? Leg je antwoord uit.
Mens en Milieu
Een zinkfabriek. Zie figuur B 3567 van de bijlage.
Op de plaats waar vroeger een zinkfabriek stond, ligt nu een park. In de afbeelding zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in het park weergegeven. Toen de fabriek nog in bedrijf was, is de bodem sterk vervuild met zink. In alle getekende organismen kan zink worden aangetroffen.
In welk van de dieren zal per gram lichaamsgewicht de grootste hoeveelheid zink worden aangetroffen?
afbeelding
Mens en Milieu
Verzurende stoffen.
In de kranten wordt veel geschreven over de grote hoeveelheid verzurende stoffen die op de Nederlandse bodem terecht komt. Ondanks alle maatregelen is die hoeveelheid nog steeds veel te groot. De grote hoeveelheid verzurende stoffen vormt plaatselijk een bedreiging voor het milieu, net als de aantasting van de ozonlaag en het broeikaseffect.
Neem de volgende tabel over op je antwoordblad en vul hier de antwoorden op de vragen in. Noem twee stoffen die met de "verzurende stoffen" in de tekst kunnen zijn bedoeld. Noem bij beide stoffen een verschillende activiteit van de mens waarbij deze stof in grote hoeveelheden ontstaat.
naam "verzurende stof": activiteit waarbij de stof ontstaat:
In een verslag is te lezen hoeveel zeehonden in verschillende jaren in een bepaald gebied zijn geteld. Deze resultaten zijn in de grafiek van de afbeelding weergegeven. In de jaren 70 van de vorige eeuw hadden zeehonden veel te lijden onder milieuvervuiling. Doordat bepaalde maatregelen werden genomen, verbeterde de situatie.
In welke periode bleek dat de genomen maatregelen succesvol waren?
afbeelding
Mens en Milieu
1/2 Schadelijke insecten in droogvoer.
Bedrijven, die handelen in droogvoer voor huisdieren, hebben grote loodsen voor het opslaan van graan en allerlei andere zaden. Insecten, die zich voeden met deze zaden, kunnen hier flinke schade aanrichten. Het bestrijden van deze insecten met chemische middelen levert grote nadelen op. Een andere manier om insecten te doden is de zaden in te vriezen en ze twee weken bij een temperatuur van -30°C te houden. Deze methode kost veel energie en veroorzaakt indirect milieuvervuiling.
Leg uit op welke manier invriezen milieuvervuiling veroorzaakt.
Mens en Milieu
2/2 Schadelijke insecten in droogvoer.
Het minst schadelijk voor het milieu is het bestrijden van insecten met koolstofdioxide. De zaden worden dan gemengd met koolstofdioxide. Het koolstofdioxide, dat bij deze methode wordt gebruikt, is een afvalproduct van de industrie en wordt steeds opnieuw gebruikt. Door het hergebruik komt minder koolstofdioxide in de lucht. Dit vermindert de aantasting van het milieu.
Wordt hierdoor vermesting verminderd? En wordt hierdoor versterking van het broeikaseffect verminderd?
Mens en Milieu
Korstmossen.
De meeste korstmossen zijn goed bestand tegen droogte en veel zon, maar ze zijn erg gevoelig voor luchtverontreiniging. Vooral zwaveloxiden en ammoniak vormen een ernstige bedreiging.
Wordt de luchtvervuiling door zwaveloxiden vooral veroorzaakt door de bio-industrie of vooral door de verbranding van fossiele brandstoffen? En de luchtvervuiling door ammoniak?
afbeelding
Mens en Milieu
Organismen in een rivier. Zie figuur B 2554 van de bijlage.
Een groep onderzoekers bestudeerde de organismen in een bepaalde rivier. De organismen die in de rivier leven zijn schematisch weergegeven in de afbeelding. Muggenlarven eten onder andere algen.
De regenboogforellen kunnen verdwijnen door giflozingen in de rivier. De overige organismen zijn ook gevoelig voor giflozingen, maar ze gaan toch niet zo snel dood als de regenboogforellen.
Geef een verklaring voor dit verschil.
afbeelding
Mens en Milieu
Een aardappelplant.
Bestrijdingsmiddelen die bij de aardappelteelt gebruikt worden, kunnen het oppervlaktewater vervuilen. Het vervuilde oppervlaktewater is minder geschikt voor gebruik door mensen.
Noem twee vormen van watergebruik, waarvoor mensen dit vervuilde water beter niet kunnen gebruiken.