Deze oefentoets bevat 33 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Vier beweringen over de dikke darm in het lichaam van de mens zijn:
1. in de dikke darm begint het emulgeren van vetten. 2. in de dikke darm begint het verteren van koolhydraten. 3. door de wand van de dikke darm wordt water in het bloed opgenomen. 4. door de wand van de dikke darm worden spijsverteringsenzymen gevormd.
Welke van deze beweringen is juist?
Spijsvertering
Processen betrokken bij spijsvertering.
Hieronder worden enkele processen genoemd, die een rol spelen bij de spijsvertering van de mens.
1. Productie van spijsverteringsenzymen door de darmwandklieren. 2. Opname van voedingsstoffen in het bloed. 3. Opname van water uit de darminhoud. 4. Afbraak van plantenresten door bacteriën.
Welke van deze processen kunnen plaatshebben in de dikke darm?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Voor een bepaald deel van het darmkanaal van de mens geldt:
1. er worden door bacteriën enzymen aan het voedsel toegevoegd. 2. er wordt water aan het voedsel onttrokken. 3. er bevinden zich in de wand geen spijsverteringsklieren.
Op welk deel van het darmkanaal is dit van toepassing?
Spijsvertering
Beweringen.
Hieronder volgen vier beweringen over de dikke darm.
In de dikke darm
1. worden door de darmwand nog enkele spijsverteringssappen afgescheiden, 2. vindt geen vertering meer plaats, 3. wordt het water uit de voedselbrij omgezet in uitwerpselen, 4. tasten bacteriën de celwanden van plantenresten aan.
Welke bewering is juist?
Spijsvertering
Cellulose in spijsverteringskanaal.
Wat gebeurt met cellulose in plantaardig voedsel in het spijsverteringskanaal van de mens?
Het wordt voor een deel verteerd
Spijsvertering
Spijsvertering.
Voor een bepaald deel van het darmkanaal van de mens geldt:
1. er worden door bacteriën enzymen aan het voedsel toegevoegd, 2. er wordt water aan het voedsel onttrokken, 3. er bevinden zich in de wand geen spijsverteringsklieren.
Op welk deel van het darmkanaal is dit van toepassing?
Spijsvertering
Bacteriën voor de spijsvertering.
In ons verteringsstelsel bevinden zich bacteriën die leven van de nog onverteerde resten van ons voedsel.
In welk deel van ons verteringsstelsel bevinden zich de genoemde bacteriën vooral?
Spijsvertering
Spijsvertering.
In het spijsverteringskanaal van de mens vinden de volgende processen plaats:
1. de darmwand produceert spijsverteringsenzymen, 2. bacteriën tasten celwanden van plantenresten aan, 3. via de darmwand wordt water uit de voedselbrij opgenomen.
Welk proces vindt of welke processen vinden in de dikke darm plaats?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Anna eet een boterham met een gebakken ei. Hieronder volgt een tweetal beweringen over de spijsvertering van Anna.
I. In haar dikke darm wordt gal aan de voedselbrij toegevoegd. II. In haar dikke darm wordt water aan de voedselbrij toegevoegd.
Spijsvertering
Dikke darm.
In de dikke darm heeft
Spijsvertering
Spijsvertering. Zie figuur A 228 van de bijlage.
In welk deel wordt het meeste water aan de voedselbrij onttrokken?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens wordt een deel van het voedsel door enzymen van bacteriën verteerd?
Spijsvertering
Spijsvertering.
In welk deel van het darmkanaal van de mens wordt het meeste water aan de darminhoud onttrokken?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Drie functies van delen van het verteringsstelsel zijn:
1. het afsluiten van het darmkanaal; 2. het indikken van de brij van onverteerde voedselresten; 3. het tijdelijk opslaan van onverteerde voedselresten.
Welke van deze functies wordt (worden) vervuld door de endeldarm? Welke van deze functies wordt (worden) vervuld door de anus?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
In welk deel vooral van het verteringskanaal van de mens leven bacteriën die celluloseverterende enzymen produceren?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Wordt in het verteringsstelsel van de mens cellulose verteerd? Zo ja, waardoor?
Spijsvertering
1/6 Verstopping. Zie figuur B 4474 van de bijlage.
Bij iemand met verstopping is de ontlasting te hard. De harde ontlasting hoopt zich op bij de kringspier aan het eind van het verteringskanaal en kan alleen met veel moeite naar buiten worden geperst. In de afbeelding is het laatste deel van het verteringskanaal weergegeven.
Letter P geeft het deel aan waarin de harde ontlasting zich ophoopt bij verstopping.
Geef de naam van P.
Dit is de [invulveld].
afbeelding
Spijsvertering
2/6 Verstopping.
Geef de naam van de kringspier die aangegeven wordt in de afbeelding.
afbeelding
Spijsvertering
3/6 Verstopping.
Verstopping ontstaat als de bewegingen van de dikke darm te langzaam zijn. De voedselbrij blijft dan te lang in de darm en er wordt te veel water opgenomen.
Hoe heten de bewegingen die de dikke darm maakt?
Spijsvertering
4/6 Verstopping.
Ontlasting bestaat onder andere uit water, bacteriën en voedselresten die zijn overgebleven nadat de verteerde voedingsstoffen zijn opgenomen in het bloed.
In welk deel van het verteringskanaal worden vooral veel verteerde voedingsstoffen opgenomen in het bloed?
Spijsvertering
5/6 Verstopping. Zie figuur B 4475 van de bijlage.
Soms wordt bij iemand met verstopping een beetje ontlasting onderzocht. In de afbeelding zijn cellen weergegeven die bij zo'n onderzoek te zien zijn door een microscoop.
Kunnen deze cellen darmbacteriën zijn? Leg uit waaraan je dat kunt zien in de afbeelding.
afbeelding
Spijsvertering
6/6 Verstopping. Zie figuur A 966 van de bijlage.
Om verstopping tegen te gaan wordt onder andere aangeraden veel te drinken en gevarieerde, vezelrijke voeding te eten. Met behulp van de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum kan een gevarieerd menu worden samengesteld. Hierbij worden voedingsmiddelen ingedeeld in vijf groepen (zie de afbeelding). In de afbeelding zijn de verschillende groepen voedingsmiddelen aangegeven met cijfers.
Welke twee cijfers geven groepen voedingsmiddelen aan die vezelrijke producten bevatten?
De nummers [invulveld] en [invulveld].
afbeelding
Spijsvertering
1/3 Darmflora.
Darmflora is een verzamelnaam voor alle bacteriën in het verteringskanaal.
Heeft een darmbacterie cytoplasma? En heeft een darmbacterie een celmembraan?
Spijsvertering
2/3 Darmflora. Zie figuur A 789 van de bijlage.
De meeste darmbacteriën leven in de dikke darm. In de afbeelding is het verteringskanaal weergegeven.
Welke letter geeft het orgaan aan waarin het grootste deel van de darmflora leeft?
afbeelding
Spijsvertering
3/3 Darmflora.
De darmflora bevordert de werking van de dikke darm.
Noem een functie van de dikke darm.
Spijsvertering
1/2 Onderzoek van de dikke darm. Zie figuur B 3263 van de bijlage.
Soms wordt de dikke darm van iemand onderzocht met een endoscoop. Een endoscoop is een dunne, buigzame buis. Via een kijker kan de arts door deze buis de binnenkant van de dikke darm bekijken. De endoscoop wordt via de anus in de endeldarm gebracht. Daarna wordt de endoscoop langzaam verder de darm ingeschoven. Met zo'n endoscoop kunnen bijvoorbeeld zweertjes in de darm worden opgespoord.
In de afbeelding B 3263 is een deel van het verteringskanaal weergegeven.
Welke letter geeft de plaats aan waar de endoscoop het lichaam ingeschoven wordt bij een onderzoek?
afbeelding
Spijsvertering
2/2 Onderzoek van de dikke darm.
Welke functie heeft de dikke darm?
Spijsvertering
Het verteringsstelsel. Zie figuur B 4598 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het verteringsstelsel aangegeven met letter P.
Hieronder staan twee beweringen over deel P.
I. Deel P is de twaalfvingerige darm. II. In deel P kunnen peristaltische bewegingen voorkomen.
afbeelding
Spijsvertering
1/2 Bolletjesslikkers. Zie figuur B 3309 van de bijlage.
Een ander gevaar voor de gezondheid van de bolletjesslikker is, dat de bolletjes in het verteringskanaal kunnen blijven steken. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren vóór de maagportier of vóór de klep van Bauhini. De klep van Bauhini bevindt zich bij de overgang van de dunne darm naar de dikke darm.
In de afbeelding is een deel van het verteringskanaal weergegeven.
Welke letter in de afbeelding geeft de plaats van de klep van Bauhini aan?
afbeelding
Spijsvertering
Medicijn uit aardappels.
In ontwikkelingslanden sterven veel jonge kinderen als gevolg van diarree. Meestal wordt diarree veroorzaakt door het eten van voedsel dat besmet is met een bacterie die de dikke darm aantast. De kinderen overlijden dan vooral door uitdroging.
Als de dikke darm door een infectie niet goed functioneert, bevat de ontlasting veel water.
Leg uit waardoor dit komt.
Spijsvertering
2/4 Kasgroente.
Welke van de volgende beweringen over nitraat is of welke zijn juist op grond van bovenstaande tekst?
1. Bij kasgroenten gekweekt in de zomer is de kans op het voorkomen van veel nitraat groter dan bij kasgroenten gekweekt in de winter. 2. Nitraat uit voedsel wordt bij de mens vooral opgenomen vanuit de dikke darm.
Spijsvertering
Vitamine K.
Vitamine K komt onder andere voor in groene groente zoals spinazie. Vitamine K wordt ook door bacteriën in de darm van de mens gemaakt. Alleen bij uitzondering heeft een mens gebrek aan vitamine K. Dat kan gebeuren wanneer iemand gedurende een periode antibiotica heeft geslikt.
Leg uit dat door de werking van antibiotica een gebrek aan vitamine K kan ontstaan.
Voeding
Verstopping. Zie figuur A 966 van de bijlage.
Om verstopping tegen te gaan wordt onder andere aangeraden veel te drinken en gevarieerde, vezelrijke voeding te eten. Met behulp van de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum kan een gevarieerd menu worden samengesteld. Hierbij worden voedingsmiddelen ingedeeld in vijf groepen (zie de afbeelding). In de afbeelding zijn de verschillende groepen voedingsmiddelen aangegeven met cijfers.
Welke twee cijfers geven groepen voedingsmiddelen aan die vezelrijke producten bevatten?