Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Hieronder is een deel van de productinformatie van ontbijtkoek weergegeven.
afbeelding
Geef de naam van een voedingsstof uit ontbijtkoek die in het lichaam kan worden opgenomen zonder dat daar vertering voor nodig is. Gebruik de bovenstaande informatie.
Voeding
1/3 Bruinbrood en beschuit.
Bruinbrood en beschuit worden beide van tarwe gemaakt. In de tabel is de samenstelling van deze voedingsmiddelen weergegeven.
afbeelding
Uit de tabel blijkt dat 100 gram bruinbrood en 100 gram beschuit verschillende hoeveelheden voedingsstoffen bevatten. Een snee bruinbrood weegt gemiddeld 30 gram. Een beschuit weegt gemiddeld 10 gram.
Waardoor krijg je meer eiwit binnen: door het eten van één snee bruinbrood of door het eten van één beschuit? Of maakt het geen verschil?
Voeding
2/3 Bruinbrood en beschuit.
Bruinbrood en beschuit bevatten vitamine B. Over vitamine B worden twee uitspraken gedaan.
I. Vitamine B wordt in het bloed opgenomen zonder dat daar vertering voor nodig is. II. Vitamine B wordt vooral in de dunne darm in het bloed opgenomen.
Voeding
3/3 Bruinbrood en beschuit.
Tot welke groep stoffen behoort vitamine B?
Voeding
1/2 Multi-vitaminepil.
Sommige mensen gebruiken vitaminepillen. Drie groepen stoffen zijn: beschermende stoffen, bouwstoffen en brandstoffen.
Tot welke groep stoffen behoren vitaminen?
Voeding
2/2 Multi-vitaminepil.
Hieronder is een deel van de productinformatie van een multivitaminepil weergegeven. afbeelding De ADH is een maat voor de hoeveelheid die iemand per dag van een bepaalde stof zou moeten binnenkrijgen.
Hoeveel milligram calcium heeft iemand per dag nodig volgens de informatie?
Deze persoon heeft [invulveld] milligram nodig.
-
Voeding
1/3 Patatje zonder.
Voor een praktische opdracht biologie moeten leerlingen gegevens over de voedingswaarde van een voedingsmiddel opzoeken. Daisy en Leon, allebei vijftien jaar oud, gaan hiervoor naar een snackbar. Ze eten allebei een bakje patat. Op het bakje staan productgegevens. Ze willen die voor hun opdracht gebruiken, maar ze snappen niet alles. Ze vragen uitleg aan de patatbakker. Hun aantekeningen worden weergegeven in de afbeelding hieronder. afbeelding Op school werken ze hun opdracht verder uit. Ze gebruiken daarbij onderstaande informatie van het Voedingscentrum. afbeelding
Leon kijkt op het etiket hoeveel van de verschillende voedingsstoffen hij heeft binnengekregen met het bakje patat.
Hoeveel gram eiwit moet de rest van zijn voeding die dag bevatten om aan zijn ADH te komen? [invulveld] gram
-
Voeding
2/3 Patatje zonder.
Op het bakje staat aangegeven hoeveel kJ aan energie het bakje patat levert. Met de informatie van het Voedingscentrum rekent Leon uit, hoeveel procent dit is van de ADH aan energie voor een jongen van zijn leeftijd. afbeelding
afbeelding
Hoeveel procent van de ADH aan energie levert het bakje patat Leon op? Leg je antwoord uit met een berekening.
-
Voeding
3/3 Patatje zonder.
In de klas hangt een poster van de Schijf van Vijf. Patat wordt gemaakt van aardappels en is ingedeeld in dezelfde groep als brood en rijst.
Verklaar met behulp van de informatie dat patat in die groep is ingedeeld.
Voeding
1/4 Cafeïne.
Cafeïne is een stof die onder andere in koffie voorkomt. Wanneer het lichaam veel cafeïne opneemt, kunnen verschijnselen optreden zoals beven, rusteloosheid en suizende oren.
Cafeïne veroorzaakt een verhoging van de hoeveelheid adrenaline in het lichaam.
Waar in het lichaam wordt het hormoon adrenaline geproduceerd?
Voeding
2/4 Cafeïne.
Heeft een verhoging van de hoeveelheid adrenaline invloed op de werking van het hart?
Voeding
3/4 Cafeïne.
Cafeïne komt, behalve in koffie, ook voor in sommige andere dranken en in chocola (zie de tabel). Wanneer het lichaam veel cafeïne opneemt, kunnen verschijnselen optreden zoals beven, rusteloosheid en suizende oren.
afbeelding
Als je meer dan 400 milligram cafeïne per dag opneemt, kun je last krijgen van de verschijnselen die hierboven worden genoemd.
Hoeveel blikjes energiedrank moet je minstens drinken om 400 milligram cafeïne binnen te krijgen? Leg je antwoord uit met een berekening waarbij je gebruikmaakt van gegevens uit de tabel.
=
Voeding en spijsvertering
1/3 Spaghetti eten. Zie figuur B 2101 van de bijlage.
Om zich voor te bereiden op een zware wedstrijd eten sommige sporters spaghetti.
Welke door de sporter gewenste voedingsstof bevat spaghetti vooral?
afbeelding
Voeding en spijsvertering
2/3 Spaghetti eten. Zie figuur B 2101 van de bijlage.
Na het eten van de spaghetti wordt het voedsel door het verteringskanaal vervoerd. De afbeelding geeft het verteringskanaal van de mens schematisch weer.
Bevat de wand van deel P spieren? Worden door deel P verteringssappen aan de voedselbrij toegevoegd?
afbeelding
afbeelding
Voeding en spijsvertering
3/3 Spaghetti eten.
Gekookte spaghetti bestaat voor ruim de helft uit water. In de voedselbrij die in de darm uit de spaghetti ontstaat, zit er in verhouding nog veel meer water. Dat water is niet alleen met het drinken en de zojuist gegeten spaghetti opgenomen.
Waar komt veel van het water in de voedselbrij dan wel vandaan?
Voeding en spijsvertering
1/7 "Hippe slierten"
In een folder is de volgende tekst te lezen:
afbeelding
Van welke plant worden Noodles-slierten gemaakt?
-
Voeding en spijsvertering
2/7 "Hippe slierten"
In een folder is de volgende tekst te lezen: afbeelding
Sommige mensen willen geen vlees of andere dierlijke producten eten.
Leg uit dat deze mensen ook geen Noodles eten. Gebruik de bovenstaande informatie uit de folder.
-
Voeding en spijsvertering
3/7 "Hippe slierten"
In de afbeelding is een voedingswijzer weergegeven. afbeelding
In welke groep van de voedingswijzer horen Noodles thuis?
Voeding en spijsvertering
4/7 "Hippe slierten"
Noodles bevatten voedingsvezels.
Wat is een belangrijke taak van voedingsvezels in de voeding?