Embryologie
De bloedvaten in de navelstreng.
De bloedvaten in de navelstreng
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
De bloedvaten in de navelstreng.
De bloedvaten in de navelstreng
Een dwarsdoorsnede van een navelstreng.
Zie figuur B 613 van de bijlage.
De tekening stelt een dwarsdoorsnede van een navelstreng met bloedvaten voor.
Door welk(e) van deze bloedvaten stroomt bloed naar de placenta toe?
Is het bloed in dit bloedvat/deze bloedvaten zuurstofarm of zuurstofrijk?
Het bloed stroomt naar de placenta toe
afbeelding
Een doorsnede van een deel van de placenta.
Zie figuur B 2613 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede van een deel van de placenta met navelstreng in de baarmoeder van een vrouw voor. De pijlen geven de richting van de bloedstroom aan.
Is bloedvat P een ader of een slagader?
En bloedvat Q?
afbeelding
afbeelding
Zuurstofgehalte van in de navelstreng.
In de navelstreng van de mens stroomt bloed van de placenta naar het embryo en omgekeerd.
Over het zuurstofgehalte van dit bloed en de richting waarin het stroomt, worden de volgende uitspraken gedaan:
1. Zuurstofrijk bloed van het embryo stroomt van de placenta naar het embryo.
2. Zuurstofarm bloed van het embryo stroomt van het embryo naar de placenta.
3. Zuurstofrijk bloed van de moeder stroomt van de placenta naar het embryo.
4. Zuurstofarm bloed van de moeder stroomt van het embryo naar de placenta.
Welke uitspraken zijn juist?
Een dwarsdoorsnede van de navelstreng.
Zie figuur B 2348 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede voor van de navelstreng van een vijf maanden oud embryo
van de mens.
Met de nummers 1, 2 en 3 zijn bloedvaten aangegeven.
In welk of in welke van deze bloedvaten is het bloed zuurstofrijk?
afbeelding
Weefsel in de placenta.
Bestaat de placenta uit weefsel van de moeder of uit weefsel van het kind?
Voedingsstoffen in het bloed van een navelstrengslagader.
Zie figuur B 3803 van de bijlage.
Een ongeboren kind is met de moeder verbonden door de navelstreng en de placenta. In de afbeelding is dit
schematisch weergegeven.
Men vergelijkt de hoeveelheid voedingsstoffen in het bloed in verschillende bloedvaten in de navelstreng.
Is het gehalte aan voedingsstoffen in het bloed van een navelstrengslagader hoger dan, gelijk aan of lager dan
dat in het bloed van de navelstrengader?
afbeelding
Het glucosegehalte van het bloed van een embryo.
In welk bloedvat van een embryo van de mens is het glucosegehalte van het bloed gemiddeld het hoogst?
Concentraties in het bloed van een ongeboren kind.
Bij een ongeboren kind worden de concentraties glucose, koolstofdioxide en zuurstof in het bloed in de navelstrengader vergeleken met die in het bloed in een navelstrengslagader.
Van welke van deze stoffen is de concentratie of zijn de concentraties in de navelstrengader hoger dan die in een navelstrengslagader?
Het zuurstofgehalte in bloed van de navelstreng.
In een navelstreng worden het zuurstofgehalte en het glucosegehalte van het bloed in de ader en een slagader gemeten.
In welk bloedvat heeft het bloed het hoogste zuurstofgehalte en in welk bloedvat het hoogste glucosegehalte?
afbeelding
Stoffen die de placenta passeren.
Bij een zoogdier kunnen onder andere de volgende stoffen de placenta passeren: aminozuren, glucose en koolstofdioxide.
Welke stof gaat of welke stoffen gaan gewoonlijk vooral van het bloed van een embryo naar het bloed van de moeder?
Ontwikkeling van een mens en ontwikkeling amfibie.
Sommige organen die bij de ontwikkeling van een menselijk embryo voorkomen, ontbreken bij de ontwikkeling van een amfibie.
Tot deze organen behoort (behoren)
De blastula van een kikker.
In de blastula van een kikker komt een holte voor.
Wat gebeurt er met deze holte in de loop van de verdere ontwikkeling?
Morula van een kikker.
Zie figuur B 447 van de bijlage.
Na de bevruchting van een eicel van een kikker ontstaat uit de zygote een morula. Gedurende deze ontwikkeling treden in de cellen geen mutaties op.
Komen in deze morula haploïde celkernen voor?
Zo ja, is een deel van de celkernen in deze morula haploïd of zijn alle celkernen haploïd?
afbeelding
Ontwikkeling van een kikker.
Zie figuur B 447 van de bijlage.
Na de bevruchting van een eicel van een kikker ontstaat uit de zygote een morula. Gedurende deze ontwikkeling treden in de cellen geen mutaties op.
Iemand beweert dat bij de ontwikkeling van morula naar blastula de volgende veranderingen kunnen optreden:
1. door verplaatsing van cellen ontstaat een holte,
2. het aantal cellen neemt toe door delingen.
Welke verandering treedt of welke veranderingen treden inderdaad op bij de ontwikkeling van morula naar blastula?
afbeelding
Een embryo van een gewerveld dier.
Zie figuur B 422 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch vier doorsneden van verschillende ontwikkelingsstadia van een embryo van een gewerveld dier. Een van de doorsneden A, B, C en D is een doorsnede van een blastulastadium.
Welke van deze doorsneden is een doorsnede van het blastulastadium?
afbeelding
Een embryo bij een koe.
Een embryo bij een koe voedt zich tijdens zijn ontwikkeling
Stadia uit de embryonale ontwikkeling van de mens.
Zie figuur C 71 van de bijlage.
De figuren 1 en 2 stellen stadia uit de embryonale ontwikkeling van de mens voor. In de holte die in figuur 2 met P is aangegeven bevindt zich het vruchtwater.
Uit welke van de holten van figuur 1 is holte P ontstaan?
afbeelding
Bescherming tegen schokken en stoten in de baarmoeder.
Een kind in de baarmoeder wordt beschermd tegen schokken en stoten door
Klievingen tijdens de embryonale ontwikkeling.
Tijdens de embryonale ontwikkeling vinden klievingen plaats.
Waar vinden bij de mens de eerste klievingen plaats?
Wordt het embryo door deze klievingen duidelijk groter?
afbeelding