Oefentoets Biologie: Bloed - bloeddruk | VMBO theoretische leerweg, 2

Deze oefentoets bevat 9 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

9

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

Bloeddruk.

Men meet bij een proefpersoon die volkomen ontspannen ligt, de bloeddruk in een aantal bloedvaten.

In welke regel staan de bloedvaten gerangschikt van hoogste naar laagste bloeddruk?
(meerdere antwoorden zijn mogelijk)

Bloed

1/2 Flauwvallen.

FLAUWVALLEN.

Voor mensen die regelmatig flauwvallen als gevolg van het vertragen van de hartslag en daling van de bloeddruk kan het plaatsen van een pacemaker, een elektrische 'gangmaker' van het hart, uitkomst bieden, meldt deze week het Journal of the American College of Cardiology. Het plaatsen van een pacemaker leidde in een studie tot een afname van het flauwvallen met meer dan 80 %.

(Brabants Dagblad, 20 januari 1999).

Zie volgende scherm

Bloed

2/2 Flauwvallen.

Beredeneer waardoor het verlagen van de bloeddruk tot flauwvallen kan leiden.

Bloed

Bèta-blokkers.

Er zijn verschillende groepen medicijnen. Eén zo'n groep medicijnen heet ‘bèta-blokkers'. Bèta-blokkers zorgen er voor dat de hartslag wordt vertraagd. Het hart pompt dan minder snel en minder krachtig.

Hebben bèta-blokkers invloed op de bloeddruk?

Bloed

1/3 Bloeddruk.
Zie figuur A 941 van de bijlage.

Als mensen ouder worden stijgt de bloeddruk meestal.
Bij een bloeddrukmeting wordt een bovendruk en een onderdruk gemeten.
In het diagram is de gemiddelde bovendruk van mannen en vrouwen weergegeven op verschillende leeftijden.

Op welke leeftijd is volgens het diagram de gemiddelde bovendruk van mannen en vrouwen aan elkaar gelijk?

afbeeldingafbeelding

choiceInteraction

2/3 Bloeddruk.
Zie figuur A 941 van de bijlage.

Een hoge bovendruk kan op hoge leeftijd (65 jaar en ouder) zorgen voor problemen. Hoe hoger de bovendruk, hoe groter de kans is op het krijgen van een hersenbloeding.

Wie hebben volgens de informatie op hoge leeftijd een grotere kans op het krijgen van zo'n hersenbloeding, mannen of vrouwen?

afbeeldingafbeelding

choiceInteraction

3/3 Bloeddruk.
Zie figuur A 942 van de bijlage.

De bloeddruk is niet hetzelfde in alle bloedvaten.
In de afbeelding is het bloedvatenstelsel schematisch weergegeven.

In welk van de aangeven bloedvaten is de bloeddruk het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Training.
Zie figuur B 3130 van de bijlage.

In de afbeelding is het percentage bloed weergegeven dat vóór en tijdens het trainen naar verschillende organen stroomt.

Welk orgaan krijgt tijdens het trainen meer bloed?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Spieren en energieverbruik.

Neemt bij het begin van een inspanning de hoeveelheid bloed die per minuut door de kransslagaders naar de hartspier wordt vervoerd toe of af of blijft deze hoeveelheid bloed gelijk ?