1/4 Extremofielen.
Extremofielen zijn micro-organismen die onder extreme omstandigheden kunnen overleven. Dit soort microben zijn o.a. in staat te overleven in extreem zout water, hete bronnen, omgevingen met een zeer hoge zuurgraad en onder kilometers dik poolijs. Halofielen bijvoorbeeld kunnen zeer hoge zoutwaarden overleven en zijn in het bezit van een speciaal soort reparatiemechanisme om het DNA te beschermen tegen extreme doses straling. Methanogenen zijn in staat om hun energie te produceren uit zeer simpele bouwstenen als waterstof en koolstofdioxide, waarbij methaan als afvalproduct vrijkomt. De microben uit het laboratoriumonderzoek zijn allen afkomstig uit ijsmeren, diep onder het landijs van de aardse zuidpool. Het blijkt dat de microben niet alleen overleven bij temperaturen onder nul, maar zelfs groeien en voortplanten.[...]
Onderzoek laat zien dat het leven zelfs bij extreme omstandigheden, die dodelijk zijn voor het leven dat wij mensen in ons dagelijks leven kennen, bepaalde groepen microben in staat zijn een ecosysteem op te bouwen. Goed nieuws voor de kansen van buitenaards leven.
(Astrostart, 23 oktober 2006).
BACTERIE OVERLEEFT HALF MILJOEN JAAR
In permafrost van Siberië
In de permafrost van Siberië, Alaska en de Zuidpool zijn levende bacteriën ontdekt van een half miljoen jaar oud. Het zijn de oudste levende wezens op aarde.
De micro-organismen zijn al die tijd intact gebleven doordat ze actief spontaan optredende beschadigingen in hun DNA repareerden. Een internationaal team van microbiologen berichtte daarover gisteren in het Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences.
Lang dachten biologen dat bacteriën het best konden overleven als spore. Sporen zijn slapende, ingekapselde cellen die geen actieve stofwisseling meer hebben. Maar die strategie is niet toereikend voor extreem lange overleving. Vroeg of laat gaat het genoom van deze organismen ten onder aan hydrolyse en oxidatie. De DNA-ketens breken en plakken soms in de verkeerde volgorde weer aan elkaar, waardoor de spore op den duur niet meer levensvatbaar is.
In de permafrost gaat het anders, concluderen de onderzoekers onder leiding van Eske Willerslev van de universiteit van Kopenhagen nu. De stofwisseling blijft op een zeer laag pitje actief waardoor de noodzakelijke DNA-reparaties nog altijd uitgevoerd kunnen worden.
Hiermee kunnen de bacteriën spontane degeneratie net voor blijven, waardoor zij zich weer zouden kunnen gaan delen als het ijs zou smelten.[...]
(NRC-Handelsblad, 28 augustus 2007).
Zie volgende scherm