Oefentoets Biologie: Embryologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 69 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

69

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

1/21 Zwangerschap.
Informatie 1 Zwanger worden
Zie figuur B 4482 van de bijlage hieronder.
afbeeldingafbeelding
In de afbeelding is een deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw weergegeven. Er zijn onder andere enkele gebeurtenissen te zien die plaatsvinden als een vrouw zwanger wordt.

Informatie 2 Een zwangerschapstest
Tijdens de zwangerschap maakt het embryo, en later ook de placenta, het hormoon HCG. Dit komt in het bloed van de moeder terecht en wordt uitgescheiden met de urine. Het hormoon speelt een rol bij het instandhouden van de zwangerschap. De werking van een zwangerschapstest bestaat uit het aantonen van HCG in de urine van de moeder. Zo'n test kan op zijn vroegst een positieve uitslag geven vanaf de eerste dag dat de menstruatie had moeten beginnen. Vanaf dat moment is er voor de test genoeg HCG in het bloed en in de urine aanwezig.

Informatie 3 Bloedonderzoek
In de derde maand van de zwangerschap wordt bij elke aanstaande moeder een bloedonderzoek gedaan. Het hemoglobinegehalte van het bloed wordt gemeten om na te gaan of er sprake is van bloedarmoede.
Hemoglobine bevindt zich in bepaalde bloeddeeltjes en speelt een rol bij het vervoeren van zuurstof. De bloedgroep wordt bepaald voor het geval er bij de bevalling veel bloedverlies is en een bloedtransfusie nodig is.
Als de moeder resusnegatief bloed heeft en de baby resuspositief, dan bestaat de kans dat de moeder resus-antistoffen gaat maken. Als deze in het bloed van de baby terechtkomen, is dit levensgevaarlijk. Zo'n kind wordt een resusbaby genoemd.

Informatie 4 Groei en ontwikkeling
Aan het eind van de eerste maand van de zwangerschap is het embryo zeven millimeter lang en weegt één gram. De ontwikkeling van het hart, de wervelkolom en de hersenen is begonnen. In de loop van de tweede maand begint de ontwikkeling van de meeste andere organen, zoals de darmen en de longen. Het tijdstip waarop de organen goed beginnen te werken is verschillend.
Het hartje klopt al in de vijfde week, de urineproductie begint aan het eind van de vierde maand en de ademhaling komt pas na de geboorte op gang.

Zie volgende scherm

Voortplanting

2/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4483 van de bijlage.

Informatie 5 Gewicht van een foetus
Na twee maanden zwangerschap wordt de baby een foetus genoemd.
De tabel laat het gewicht van een zich ontwikkelende foetus zien vanaf drie maanden tot de geboorte.
afbeeldingafbeelding

Informatie 6 Het hart van een foetus
Zie figuur B 4483 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Vóór de geboorte stroomt er maar heel weinig bloed door de kleine bloedsomloop. Tussen de linker en de rechter harthelft is een opening. Een groot deel van het bloed dat door de holle aders wordt aangevoerd, stroomt door deze opening rechtstreeks naar de andere harthelft (zie de afbeelding).

Zie volgende scherm

Voortplanting

3/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 970 van de bijlage.

Informatie 7 Aan het eind van de zwangerschap
Zie figuur A 970 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
In de afbeelding worden de ongeboren baby en enkele organen van een vrouw weergegeven aan het eind van de zwangerschap.
Om te berekenen wat de dag is waarop verwacht wordt dat de baby geboren zal worden, wordt uitgegaan van de eerste dag van de laatste menstruatie. De geboorte wordt dan veertig weken later verwacht. Zo kan de dag bepaald worden, waarop de aanstaande moeder is uitgerekend'. Meestal wordt de baby niet precies op die dag geboren.

Zie volgende scherm

Voortplanting

4/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4482 van de bijlage.

In de afbeelding van informatie 1 is een deel van het voortplantingsstelsel van een vrouw weergegeven.

Geef de naam van het orgaan dat is aangegeven met het cijfer 1.

Dit orgaan heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

5/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4482 van de bijlage.

In de afbeelding van informatie 1 worden enkele gebeurtenissen weergegeven.

Geef de namen van de gebeurtenissen die aangegeven worden met P en met Q.

Schrijf je antwoord zó op:

P = [invulveld]
Q = [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

6/21 Zwangerschap.

In informatie 2 staat dat de werking van een zwangerschapstest bestaat uit het aantonen van het hormoon HCG.

Door welk orgaan wordt dit hormoon uit het bloed van de moeder verwijderd?

Voortplanting

7/21 Zwangerschap.

Drie orgaanstelsels van een embryo zijn: het bloedvatenstelsel, het uitscheidingsstelsel en het zenuwstelsel.

Van welke twee van deze orgaanstelsels is de ontwikkeling al begonnen aan het eind van de eerste zwangerschapsmaand?

Voortplanting

8/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 971 van de bijlage.

In informatie 5 staan in een tabel gegevens over het gewicht van een foetus tijdens een zwangerschap.

Zet de gegevens van de tabel uit in een lijndiagram op de uitwerkbijlage.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

9/21 Zwangerschap.

In welke maand van de zwangerschap nam de foetus het meest in gewicht toe?

Voortplanting

10/21 Zwangerschap.

Vóór de geboorte stroomt er maar weinig bloed door de kleine bloedsomloop (zie informatie 6).

Door de haarvaten van welk deel van het lichaam stroomt het bloed van de kleine bloedsomloop?

Voortplanting

11/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4483 van de bijlage.

Vanuit de placenta wordt door de navelstrengader zuurstofrijk bloed naar de foetus gevoerd. Dit bloed komt uiteindelijk in een holle ader terecht.

Welke letter in de afbeelding van informatie hiernaast geeft een holle ader aan?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

12/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 970 van de bijlage.

Hoe heet het orgaan dat in informatie 7 wordt aangegeven met de letter R?

Dit orgaan heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

13/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 970 van de bijlage.

Zwangere vrouwen moeten vaak naar het toilet voor meestal kleine plasjes.

Leg met behulp van de afbeelding van informatie 7 uit waarom zwangere vrouwen vaker moeten plassen dan normaal.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

14/21 Zwangerschap.
Zie figuur A 1397 van de bijlage.

Sonja is in verwachting. De eerste dag van haar laatste menstruatie was op 12 januari.

Bepaal met behulp van informatie 7 en de kalender op welke dag ze is uitgerekend'.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

15/21 Zwangerschap.

Nadat de baby geboren is, volgt de zogenaamde nageboorte.

Noem twee delen die bij de nageboorte het lichaam van de vrouw verlaten.

Voortplanting

16/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4482 van de bijlage.

Hoeveel chromosomen bevinden zich in de cel die in informatie 1 is aangegeven met het cijfer 2? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

17/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4504 van de bijlage.

Het diagram geeft de veranderingen weer in de hoeveelheid HCG in het bloed van een zwangere vrouw. Vier tijdstippen worden met een letter aangegeven.

Welke letter geeft het tijdstip aan waarop een zwangerschapstest op zijn vroegst een positieve uitslag kan geven volgens informatie 2?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

18/21 Zwangerschap.

Geef de naam van de stof die werkt als een antigeen bij de zwangerschapstest die in informatie 2 wordt beschreven.

Voortplanting

19/21 Zwangerschap.

Bij bloedonderzoek van een zwangere vrouw wordt het hemoglobinegehalte bepaald (zie informatie 3).

In welke bloeddeeltjes bevindt het hemoglobine zich?

Voortplanting

21/21 Zwangerschap.
Zie figuur B 4482 van de bijlage.

In de afbeelding van informatie 1 worden onder andere celdelingen weergegeven.

Zijn deze delingen mitoses (= gewone celdelingen) of meioses (= reductiedelingen)? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Navelstreng en vruchtvliezen.

I. Via de navelstreng stroomt het bloed van de moeder rechtstreeks naar het kind.
II. Het embryo wordt door 2 vruchtvliezen omgeven.

Embryologie

De functie van het vruchtwater.

Een embryo in de buik van een zwangere vrouw wordt omgeven door vruchtwater.

Welke functie heeft het vruchtwater vooral?

Embryologie

Organen na de geboorte.

Bij mensen gaan sommige organen pas na hun geboorte hun functie vervullen.

Is het hart zo'n orgaan?
En zijn de longen dat?

Embryologie

De betekenis van het vruchtwater.

Hieronder staan drie beweringen over de betekenis van het vruchtwater voor de foetus.

1. Het vruchtwater beschermt de foetus tegen schokken.
2. In het vruchtwater kan de foetus zich bewegen.
3. Met behulp van het vruchtwater wordt de foetus gevoed.

Welke van deze beweringen is (zijn) juist?

Embryologie

Organen na de geboorte.

Bij mensen gaan sommige organen pas na hun geboorte hun functie vervullen.
Enkele organen zijn de bloedvaten, de spieren en de teelballen.

Welke van deze organen vervullen hun functie pas na de geboorte?

Embryologie

De resusfactor van een zwangere vrouw en haar kind.

In bepaalde gevallen kan de combinatie van de resusfactor van een zwangere vrouw en de resusfactor van het zich in haar ontwikkelende kind gevaar opleveren voor dit kind.

Is de moeder in deze gevallen resuspositief of resusnegatief?
En het kind?

Embryologie

Zuurstofarm bloed naar de placenta.

Een bepaald bloedvat voert zuurstofarm bloed naar de placenta.

Is dit bloedvat een slagader of een ader?
Hoort dit bloedvat tot de bloedsomloop van de moeder of tot die van het kind?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Alcohol tijdens de zwangerschap.

Als een zwangere vrouw een glas wijn drinkt, komt alcohol in het bloed van het embryo terecht.

In welk van onderstaande bloedvaten van het embryo komt deze alcohol het eerst?

Embryologie

Bloedvaten in de placenta.

Bevinden zich tijdens een gevorderde zwangerschap in de placenta bloedvaten van de moeder en/of het kind?
En in de navelstreng?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Bloedvaten in de navelstreng.
Zie figuur B 1027 van de bijlage.

In de navelstreng bevinden zich bloedvaten.

Hoe noemen we bloedvat 1 en welke stoffen worden door het bloed in dit bloedvat vervoerd?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Bloedvaten in de navelstreng.

Welke bloedvaten in de navelstreng behoren tot de bloedsomloop van de moeder of tot die van het embryo?

Embryologie

Bloedvaten in de navelstreng.

In een bepaald bloedvat in de navelstreng stroomt bloed van het embryo naar de placenta.

Behoort dit bloedvat tot het bloedvatenstelsel van het embryo of tot dat van de moeder?
Bevat dit bloedvat zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?

Dit bloedvat behoort tot de bloedsomloop

Embryologie

Navelstreng, placenta, vruchtvliezen en vruchtwater.

Tijdens de ontwikkeling van de mens vanaf de bevruchting tot de geboorte ontstaan onder andere:

navelstreng, placenta, vruchtvliezen en vruchtwater.

In welk of welke hiervan bevindt zich bloed van de moeder?

Embryologie

De functie van de navelstreng..

Welke bewering over de functie van de navelstreng bij zoogdieren is juist?

Door middel van de navelstreng

Embryologie

Hart van een embryo.

Al vroeg in de ontwikkeling van een embryo van de mens wordt het hart gevormd.

Welke van de volgende beweringen over dit hart is of welke zijn juist?

1. Door dit hart stroomt bloed dat afkomstig is van het embryo en bloed dat afkomstig is van de moeder.
2. Het hart pompt bloed door het embryo en door een deel van de placenta.

Embryologie

Vervoer van zuurstofarm bloed naar de placenta.

Welk bloedvat voert zuurstofarm bloed naar de placenta?

Embryologie

Het glucosegehalte van het bloed van een embryo.

In welk bloedvat van een embryo van de mens is het glucosegehalte van het bloed gemiddeld het hoogst?

Embryologie

Bloed van een navelstrengader en een navelstrengslagader.

De hoeveelheden zuurstof, koolstofdioxide en glucose in het bloed van een navelstrengader worden vergeleken met die in een navelstrengslagader.

Welke van deze stoffen komt of welke komen in het bloed van een navelstrengader in een hogere concentratie voor dan in het bloed van een navelstrengslagader?

Embryologie

Zuurstofgehalte in bloed van het ongeboren kind.

Welk bloedvat vervoert bij een ongeboren kind bloed met het hoogste zuurstofgehalte?

Embryologie

Het breken van de vruchtvliezen.

Tijdens welke fase van de geboorte breken de vruchtvliezen en stroomt het vruchtwater weg?

Embryologie

Het indalen van de foetus.

Tijdens welke fase van de geboorte vindt het indalen van de foetus plaats?

Embryologie

Voor en na de geboorte.

Bij een kind verloopt een aantal processen voor de geboorte anders dan na de geboorte.

In welk of in welke van de processen ademhaling, voeding en uitscheiding vinden veranderingen plaats?

Embryologie

Organen voor en na de geboorte.

Welk(e) van de volgende organen van een kind begint (beginnen) pas te werken nadat het geboren is?

Embryologie

Werkende organen voor de geboorte.

Een ongeboren kind kan zich in het vruchtwater bewegen. Een aantal organen in het lichaam van dit ongeboren kind is: hart, ruggenmerg en longen.

Welk(e) van deze organen werkt (werken) reeds voor de geboorte?

Embryologie

Ontwikkeling van placenta en navelstreng.

Ontwikkelt de placenta zich uit weefsels van de moeder en/of uit weefsels van het embryo?
En de navelstreng?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Organen na de geboorte.

Bij mensen gaan sommige organen pas na hun geboorte hun functie vervullen.

Is het hart zo'n orgaan?
En zijn de longen dat?

Embryologie

Het bloed in de navelstreng.

Hieronder volgen twee beweringen over het bloed in een navelstreng.

1. Door de navelstrengslagaders wordt koolstofdioxiderijk bloed naar de placenta vervoerd;
2. Door de navelstrengader wordt zuurstofarm bloed naar het embryo vervoerd.

Is bewering 1 juist?
En bewering 2?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Processen in het lichaam van een pasgeboren kind.

Enkele processen in het lichaam van een pasgeboren kind zijn:

1. zuurstof wordt via het bloed naar de organen vervoerd,
2. in de spieren vindt verbranding plaats,
3. koolstofdioxide wordt via de longen uitgeademd.

Welk van deze processen vond of welke vonden ook plaats in het lichaam van het kind toen dit nog niet was geboren?

Embryologie

Verwijdering van stoffen via de placenta.

Welke van de onderstaande stoffen wordt via de placenta uit het bloed van een ongeboren kind verwijderd?

Embryologie

Zuurstofverbruik bij een ongeboren kind.

Verbruiken cellen van het hart van een ongeboren kind zuurstof?
Verbruiken cellen van de longen van een ongeboren kind zuurstof?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Uitwisseling van stoffen de moeder en ongeboren kind.
Zie figuur B 799 van de bijlage.

De tekening geeft een stadium weer uit de ontwikkeling van een kind in de baarmoeder.

In welk van de aangegeven delen vindt uitwisseling van stoffen plaats tussen het bloed van de moeder en dat van het kind?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Uitwisseling van stoffen de moeder en ongeboren kind.

Hoe heet de plaats waar stoffen worden uitgewisseld tussen het bloed van het ongeboren kind en het bloed van de moeder?

Embryologie

Uitwisseling van stoffen de moeder en ongeboren kind.

Uitwisseling van stoffen tussen een embryo en de moeder vindt plaats in

Embryologie

Tekening van de uterus van een zwangere vrouw.
Zie figuur B 978 van de bijlage.

De tekening geeft de uterus van een zwangere vrouw weer.

Welk cijfer geeft het orgaan aan waar uitwisseling van stoffen plaatsvindt tussen het bloed van de moeder en dat van het kind?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Navelstreng, vruchtvliezen en baarmoederslijmlaag.

In het lichaam van een zwangere vrouw zijn onder andere aanwezig: navelstreng, vruchtvliezen en baarmoederslijmlaag.

Welke zijn weefsels of organen van deze vrouw?

Embryologie

Tekening van de uterus van een zwangere vrouw.
Zie figuur B 1867 van de bijlage.

De afbeelding geeft een kind in de baarmoeder weer. Zes delen zijn met cijfers aangegeven.
Een leerling heeft bij deze cijfers de volgende namen gezet:

1. baarmoederwand,
2. vruchtvliezen,
3. navelstreng,
4. embryo,
5. vruchtwater,
6. placenta.

Achter hoeveel cijfers staat de juiste naam?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Een embryo in de baarmoeder.
Zie figuur B 1698 van de bijlage.

In de figuur is een embryo in de baarmoeder weergegeven.

Met welk nummer wordt het vruchtvlies aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Stadia uit de ontwikkelingvoor de geboorte.
Zie figuur B 1912 van de bijlage.

De afbeelding geeft stadia weer uit de ontwikkeling van een baby voor de geboorte. De stadia zijn even groot
getekend, terwijl ze in werkelijkheid niet even groot zijn. De tekeningen 1, 2 en 4 geven de buitenkant van het
organisme weer; tekening 3 is een doorsnede.

Wat is de juiste volgorde van deze stadia?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Embryonale ontwikkeling van gewervelden dieren vergeleken.
Zie figuur A 848 van de bijlage.

1. Welk van de drie stadia (A, B of C) is het jongste stadium? [invulveld]
2. Kun je in dit stadium duidelijke verschillen onderscheiden tussen de embryo's van de verschillende gewervelden? [invulveld]
3. Welk van de drie stadia is het oudste stadium? [invulveld]
4. Kun je in dit stadium duidelijke verschillen onderscheiden tussen de embryo's van de verschillende gewervelden? [invulveld]
5. Noteer van elk embryo het nummer (1 t/m 6) van de soort.
forel: [invulveld]
kip: [invulveld]
koe: [invulveld]
mens: [invulveld]
salamander: [invulveld]
schildpad: [invulveld]
6. Van welke van de afgebeelde soorten vertoont de embryonale ontwikkeling de meeste overeenkomst met die van de forel? van de [invulveld]
7. Welke groep van de gewervelden vertoont de meeste verwantschap met de vissen? de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Embryonale ontwikkeling en de evolutietheorie.

Leg uit dat de overeenkomst in de embryonale ontwikkeling bij verschillende soorten organismen een argument vormt voor de evolutietheorie.

Embryologie

1/2 De navelstreng.
Zie figuur B 2343 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een ongeboren kind in de baarmoeder weer.

Stroomt er bloed van het kind door de navelstreng?
En bloed van de moeder?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

2/2 De navelstreng.

In bloed bevinden zich onder andere de volgende stoffen: glucose, koolstofdioxide, mineralen, vitamines en zuurstof.

Welke van deze stoffen bevinden zich in het bloed dat door de navelstreng stroomt?

Embryologie

Een ongeboren kind in de baarmoeder.
Zie figuur B 3679 van de bijlage.

In de afbeelding is een baarmoeder met een ongeboren kind schematisch weergegeven.

In welk van de aangegeven delen vindt uitwisseling plaats van stoffen tussen de moeder en het embryo?

in deel [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Embryo met placenta.
Zie figuur B 3676 van de bijlage.

In de afbeelding is een embryo met de navelstreng en een deel van de placenta getekend.

Bestaat deel Q uit weefsels van het embryo, uit weefsels van de moeder of uit weefsels van beiden?

Q bestaat uit weefsels van de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Vruchtwater en erfelijke afwijkingen.

In een vroeg stadium van een zwangerschap kan worden nagegaan of een kind bepaalde erfelijke afwijking heeft. Daarvoor gebruikt men cellen uit het vruchtwater.

Bevat het vruchtwater alleen cellen van het kind, alleen cellen van de moeder of cellen van beiden?

Embryologie

Invloed van roken.

Als een zwangere vrouw rookt, komt een deel van de schadelijke stoffen ook terecht in het bloed van de baby.
Zwangere vrouwen die roken krijgen daardoor gemiddeld kleinere baby's dan vrouwen die niet roken.

Waar worden deze schadelijke stoffen uit het bloed van de moeder overgedragen aan het bloed van de baby?

Embryologie

Cellen van moeder en embryo.

Drie soorten cellen bij een zwangere vrouw zijn:

1. cellen van de wand van de navelstrengader,
2. rode bloedcellen in de navelstrengader,
3. cellen van het baarmoederslijmvlies.

Welke van deze cellen zijn gevormd door het embryo?

Embryologie

Zwangerschap.

Drie orgaanstelsels van een embryo zijn: het bloedvatenstelsel, het uitscheidingsstelsel en het zenuwstelsel.

Van welke twee van deze orgaanstelsels is de ontwikkeling al begonnen aan het eind van de eerste zwangerschapsmaand?