Plantenanatomie
Stengel zaadplant.
Zie figuur A 176 van de bijlage.
De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.
Is een cambiumcel aangegeven met N, met Q of met R?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 26 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
26
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Stengel zaadplant.
Zie figuur A 176 van de bijlage.
De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.
Is een cambiumcel aangegeven met N, met Q of met R?
afbeelding
Stengel zaadplant.
Zie figuur A 176 van de bijlage.
De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.
Kan bij deze plant een gesloten ring van hout en bast ontstaan?
Zo ja, is dit al gebeurd in de situatie van afbeelding A 176?
afbeelding
Brandnetel met warkruid.
Zie figuur B 1114 van de bijlage.
Tekening 1 geeft een deel van een brandnetel (een zaadplant) weer. Om de stengel van deze brandnetel windt zich warkruid. Warkruid is een zaadplant met een parasitaire leefwijze. Het heeft geen wortels in de bodem. Het heeft geen bladgroen en dringt met speciale structuren (haustoria) de stengel van de brandnetel binnen. Daar onttrekt warkruid stoffen aan de gastheer.
In tekening 2 van de afbeelding is een dwarsdoorsnede van de stengel van de brandnetel en van het warkruid getekend. Een weefsel is met P aangegeven.
Is met P in tekening 2 bastweefsel, cambium of houtweefsel aangegeven?
afbeelding
Dennentak.
Zie figuur B 1115 van de bijlage.
Uit een afgezaagde dennentak wordt een stukje gesneden zoals in tekening 1 van de afbeelding is weergegeven. De structuur van dit stukje is in tekening 2 schematisch getekend.
In het stukje dennentak zijn plaatsen aangegeven met de letters Q, R, S, T en U.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich cambium?
afbeelding
Dwarsdoorsnede stengel.
Zie figuur B 457 van de bijlage.
De afbeelding toont een dwarsdoorsnede van een gedeelte van een stengel van een zaadplant.
Enkele cellen zijn met cijfers aangegeven.
Welke van de aangegeven cellen zijn het laatst door deling ontstaan?
afbeelding
Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel in een jonge stengel van een tweezaadlobbige plant. In deze doorsnede komt onder andere cambium voor.
Welk van de aangegeven delen is het cambium?
afbeelding
Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel in een jonge stengel van een tweezaadlobbige plant. In deze doorsnede komt onder andere cambium voor.
Welke van de aangegeven delen bevatten in het algemeen cytoplasma?
afbeelding
Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel in een jonge stengel van een tweezaadlobbige plant. In deze doorsnede komt onder andere cambium voor.
Welk van de aangegeven delen bevindt zich het dichtst bij het centrum van de stengel?
afbeelding
Dwarsdoorsnede stengel.
Zie figuur B 526 van de bijlage.
De tekening stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant voor.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich uitsluitend parenchym (vulweefsel)?
afbeelding
1/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van een stengel met bladgroen van een eenjarig zaadplant getekend. Een aantal delen is met cijfers aangegeven.
In welk of in welke van de weefsels 1 en 3 kan fotosynthese plaatsvinden?
afbeelding
2/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.
Nitraationen worden vanuit de wortels naar de bladeren vervoerd.
Door welk of door welke van de delen 5 en 6 vindt dit transport vooral plaats?
afbeelding
3/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.
In cellen van weefsellaag 2 is reservevoedsel in korrelvorm opgeslagen.
Is dit reservevoedsel glucose, glycogeen of zetmeel?
afbeelding
4/4 Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.
Welk van de weefsels 3, 4 en 6 zal in de levende plant per mm3
weefsel de meeste zuurstof verbruiken?
afbeelding
1/3 Een stengeldoorsnede.
Zie figuur A 176 van de bijlage.
De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.
Is een cambiumcel aangegeven met N, met Q of met R?
afbeelding
2/3 Een stengeldoorsnede.
Zie figuur A 176 van de bijlage.
Kan bij deze plant een gesloten ring van hout en bast ontstaan?
Zo ja, is dit al gebeurd in de situatie van de afbeelding?
afbeelding
3/3 Een stengeldoorsnede.
Zie figuur A 176 van de bijlage.
Heeft worteldruk direct invloed op het transport door P, of door S of door beide?
afbeelding
1/3 Een stengel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een lengtedoorsnede voor van een deel van een vaatbundel in een jonge stengel van een tweezaadlobbige plant. In deze doorsnede komt onder andere cambium voor.
Welk van de aangegeven delen is het cambium?
afbeelding
2/3 Een stengel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.
Welke van de aangegeven delen bevatten in het algemeen cytoplasma?
afbeelding
3/3 Een stengel.
Zie figuur B 449 van de bijlage.
Welk van de aangegeven delen bevindt zich het dichtst bij het centrum van de stengel?
afbeelding
1/4 Een stengel.
Zie figuur A 432 van de bijlage.
De afbeelding stelt een vaatbundel in een stengel van een zaadplant voor. Vijf weefseltypen zijn met cijfers aangegeven.
Weefsels kunnen worden ingedeeld in verschillende groepen, onder andere: dekweefsel, steunweefsel en transportweefsel.
Tot welke groep wordt het type weefsel gerekend dat is aangegeven met cijfer 4?
afbeelding
2/4 Een stengel.
Zie figuur A 432 van de bijlage.
In welk van de weefseltypen 1, 2 en 5 bevinden zich in de plant de grootste intercellulaire holten?
afbeelding
3/4 Een stengel.
Zie figuur A 432 van de bijlage.
Welk van de weefseltypen 1, 2 en 3 ontbreekt in de nerven van een volgroeid blad?
afbeelding
4/4 Een stengel.
Zie figuur A 432 van de bijlage.
Wanneer in het voorjaar de knoppen van een berkenboom beginnen uit te lopen, worden organische stoffen van de wortels naar de knoppen getransporteerd.
Via welk van de weefseltypen 1, 3 en 4 vindt dit transport plaats?
afbeelding
1/3 Plantenanatomie.
Zie figuur C 16 van de bijlage.
In de afbeelding is tekening 1 een lengtedoorsnede van een deel van het hout van een dennentak uit Nederland. P geeft parenchymcellen in het hout aan.
Tekening 2 is een deel van een dwarsdoorsnede van dezelfde dennentak.
In het hout in tekening 1 zijn drie lijnen getekend: EF, GH en KL.
Welke van deze lijnen geeft de grens weer tussen najaarshout en het hout, dat in het daaropvolgende voorjaar is gevormd?
afbeelding
2/3 Plantenanatomie.
Zie figuur C 16 van de bijlage.
Bevatten de celwanden op plaats Q in tekening 2 cellulose, houtstof of beide stoffen?
afbeelding
3/3 Plantenanatomie.
Zie figuur C 16 van de bijlage.
In tekening 2 zijn drie plaatsen aangegeven met X, Y en Z. Op één van deze plaatsen bevinden zich parenchymcellen zoals deze in tekening 1 met P zijn aangegeven.
Op welke van deze plaatsen bevinden zich die parenchymcellen?
afbeelding