Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
In de afbeelding zijn koolzaad en waterlelie getekend. De onder- en bovenkant van de bladeren van beide planten worden onderzocht op de aanwezigheid van huidmondjes. Bij koolzaad worden aan de ene kant 300 en aan de andere kant 700 huidmondjes per mm2
aangetroffen en bij waterlelie 0 en 500 huidmondjes per mm2
.
Aan welke kant van de bladeren worden die aantallen huidmondjes aangetroffen?
afbeelding
afbeelding
Plantenanatomie
Lengtegroei bij houtachtige planten.
Waar vindt lengtegroei van houtachtige planten plaats?
Plantenanatomie
Celstrekking. Zie figuur A 220 van de bijlage.
In de tekeningen is een kiemende boon op twee verschillende tijdstippen weergegeven.
In welk gebied of in welke gebieden van de wortel heeft in de tussenliggende lid celstrekking plaatsgevonden?
afbeelding
Plantenanatomie
Groei kruidachtige plant. Zie figuur B 2183 van de bijlage.
De tekening stelt een kruidachtige plant voor in het voorjaar.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich een groeipunt?
afbeelding
Plantenanatomie
Lengtegroei bij houtige planten.
Waar vindt lengtegroei bij houtige planten plaats?
Plantenanatomie
Lengtegroei bij tak van paardenkastanje. Zie figuur B 2197 van de bijlage.
De tekening geeft een tak van een paardekastanje weer tijdens de winter.
Welk cijfer geeft een plaats aan van waaruit in het voorjaar lengtegroei van deze tak plaatsvindt?
afbeelding
Plantenanatomie
Celdelingen wortel. Zie figuur B 2521 van de bijlage.
De tekening geeft een lengtedoorsnede weer van een deel van een wortel.
Welk cijfer geeft de plaats aan waar de meeste celdelingen plaatsvinden?
afbeelding
Plantenanatomie
Groei van boomstam.
Iemand slaat een spijker op 1 meter hoogte in een boomstam. De boom is op dat moment 10 meter hoog. In twee jaar tijd groeit de boom nog 1 meter.
Hoe hoog zit de spijker na deze twee jaar?
Plantenanatomie
Stengel boterbloem. Zie figuur A 92 van de bijlage.
De foto geeft een deel van een doorsnede van een stengel van een boterbloem weer.
Welk type weefsel is aangegeven met P?
afbeelding
Plantenanatomie
Doorsnede blad. Zie figuur A 217 van de bijlage.
In de figuur staat een tekening van een dwarsdoorsnede door een deel van een blad.
Op welke van de genummerde plaatsen kan er sprake zijn van turgor?
afbeelding
Plantenanatomie
Stevigheid kruidachtge plant. Zie figuur B 804 van de bijlage.
De tekening geeft een kruidachtige plant weer. Over de stevigheid van deze plant wordt het volgende gezegd:
I. Cellulose speelt een rol bij de stevigheid van de plant. II. Houtstof in de vaatbundels speelt een rol bij de stevigheid van de plant.
afbeelding
Plantenanatomie
Stevigheid kruidachtge plant. Zie figuur B 804 van de bijlage.
De tekening geeft een kruidachtige plant weer. Over de stevigheid van deze plant worden drie beweringen gedaan:
Bewering 1: Onder andere cellulose speelt een rol bij de stevigheid. Bewering 2: Onder andere houtstof in vaatbundels speelt een rol bij de stevigheid. Bewering 3: Onder andere turgor speelt een rol bij de stevigheid.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
afbeelding
Plantenanatomie
Stevigheid.
De volgende drie stoffen kunnen in organismen voorkomen:
1. cellulose, 2. chitine, 3. water.
Welke van deze stoffen spelen een rol bij de stevigheid van cellen in een paardenbloemstengel?
Plantenanatomie
Het herderstasje. Zie figuur B 912 van de bijlage.
De afbeelding geeft het herderstasje weer.
Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich eiwitten?
afbeelding
Plantenanatomie
Dwarsdoorsnede vaatbundel van boterbloem. Zie figuur A 172 van de bijlage.
De foto stelt een dwarsdoorsnede van een vaatbundel in de stengel van een boterbloem voor.
Ligt zijde P of zijde Q het dichtst bij de opperhuid van de stengel? Geeft cijfer 1 of cijfer 2 een houtvat aan?
afbeelding
afbeelding
Plantenanatomie
Deel van dwarsdoorsnede één jaar oude tak. Zie figuur A 176 van de bijlage.
Als wij een dwarsdoorsnede door een één jaar oude tak bekijken, zien we van de buitenkant naar de binnenkant achtereenvolgens:
afbeelding
Plantenanatomie
Transport in stam.
In de zomer worden in de stam van een boom koolhydraten vervoerd.
Worden deze koolhydraten vooral door houtvaten of vooral door bastvaten vervoerd? Vindt dit vervoer plaats vooral naar de wortels toe of vooral van de wortels af?
afbeelding
Plantenanatomie
Transport door vaatbundel. Zie figuur B 1776 van de bijlage.
De tekening stelt een bloeiende plant voor.
Welk(e) van de delen 1, 2 en 3 bevat(ten) vaatbundels, waardoor assimilatieproducten vervoerd worden?
afbeelding
Plantenanatomie
Bomen met ingekerfde tekens. Zie figuur B 1102 van de bijlage.
In de afbeelding zijn delen van drie boomstammen getekend. In de bomen staan diverse tekens gesneden. Bij het snijden van die tekens zijn bastvaten beschadigd. Op één van de boomstammen staan de letters "G.B.". Degene die deze letters heeft gesneden komt na drie jaar nog eens kijken naar de boom, waarin ze heeft gesneden.
Staan de letters "G.B." nog steeds op dezelfde hoogte? Zo niet, waar dan?
Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.
Van welke organische stof is het transport verstoord?
afbeelding
afbeelding
Plantenanatomie
Iepziekte.
Bij de iepziekte sluit een schimmel de houtvaten in de stam van de iep af.