Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Huidmondjes.
Zie figuur B 1781 van de bijlage.

In de afbeelding zijn koolzaad en waterlelie getekend. De onder- en bovenkant van de bladeren van beide planten worden onderzocht op de aanwezigheid van huidmondjes. Bij koolzaad worden aan de ene kant 300 en aan de andere kant 700 huidmondjes per mm2 aangetroffen en bij waterlelie 0 en 500 huidmondjes per mm2 .

Aan welke kant van de bladeren worden die aantallen huidmondjes aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Lengtegroei bij houtachtige planten.

Waar vindt lengtegroei van houtachtige planten plaats?

Plantenanatomie

Celstrekking.
Zie figuur A 220 van de bijlage.

In de tekeningen is een kiemende boon op twee verschillende tijdstippen weergegeven.

In welk gebied of in welke gebieden van de wortel heeft in de tussenliggende lid celstrekking plaatsgevonden?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Groei kruidachtige plant.
Zie figuur B 2183 van de bijlage.

De tekening stelt een kruidachtige plant voor in het voorjaar.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevindt zich een groeipunt?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Lengtegroei bij houtige planten.

Waar vindt lengtegroei bij houtige planten plaats?

Plantenanatomie

Lengtegroei bij tak van paardenkastanje.
Zie figuur B 2197 van de bijlage.

De tekening geeft een tak van een paardekastanje weer tijdens de winter.

Welk cijfer geeft een plaats aan van waaruit in het voorjaar lengtegroei van deze tak plaatsvindt?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Celdelingen wortel.
Zie figuur B 2521 van de bijlage.

De tekening geeft een lengtedoorsnede weer van een deel van een wortel.

Welk cijfer geeft de plaats aan waar de meeste celdelingen plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Groei van boomstam.

Iemand slaat een spijker op 1 meter hoogte in een boomstam. De boom is op dat moment 10 meter hoog. In twee jaar tijd groeit de boom nog 1 meter.

Hoe hoog zit de spijker na deze twee jaar?

Plantenanatomie

Stengel boterbloem.
Zie figuur A 92 van de bijlage.

De foto geeft een deel van een doorsnede van een stengel van een boterbloem weer.

Welk type weefsel is aangegeven met P?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede blad.
Zie figuur A 217 van de bijlage.

In de figuur staat een tekening van een dwarsdoorsnede door een deel van een blad.

Op welke van de genummerde plaatsen kan er sprake zijn van turgor?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Stevigheid kruidachtge plant.
Zie figuur B 804 van de bijlage.

De tekening geeft een kruidachtige plant weer.
Over de stevigheid van deze plant wordt het volgende gezegd:

I. Cellulose speelt een rol bij de stevigheid van de plant.
II. Houtstof in de vaatbundels speelt een rol bij de stevigheid van de plant.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Stevigheid kruidachtge plant.
Zie figuur B 804 van de bijlage.

De tekening geeft een kruidachtige plant weer.
Over de stevigheid van deze plant worden drie beweringen gedaan:

Bewering 1: Onder andere cellulose speelt een rol bij de stevigheid.
Bewering 2: Onder andere houtstof in vaatbundels speelt een rol bij de stevigheid.
Bewering 3: Onder andere turgor speelt een rol bij de stevigheid.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Stevigheid.

De volgende drie stoffen kunnen in organismen voorkomen:

1. cellulose,
2. chitine,
3. water.

Welke van deze stoffen spelen een rol bij de stevigheid van cellen in een paardenbloemstengel?

Plantenanatomie

Het herderstasje.
Zie figuur B 912 van de bijlage.

De afbeelding geeft het herderstasje weer.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich eiwitten?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Dwarsdoorsnede vaatbundel van boterbloem.
Zie figuur A 172 van de bijlage.

De foto stelt een dwarsdoorsnede van een vaatbundel in de stengel van een boterbloem voor.

Ligt zijde P of zijde Q het dichtst bij de opperhuid van de stengel?
Geeft cijfer 1 of cijfer 2 een houtvat aan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Deel van dwarsdoorsnede één jaar oude tak.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

Als wij een dwarsdoorsnede door een één jaar oude tak bekijken, zien we van de buitenkant naar de binnenkant achtereenvolgens:

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Transport in stam.

In de zomer worden in de stam van een boom koolhydraten vervoerd.

Worden deze koolhydraten vooral door houtvaten of vooral door bastvaten vervoerd?
Vindt dit vervoer plaats vooral naar de wortels toe of vooral van de wortels af?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Transport door vaatbundel.
Zie figuur B 1776 van de bijlage.

De tekening stelt een bloeiende plant voor.

Welk(e) van de delen 1, 2 en 3 bevat(ten) vaatbundels, waardoor assimilatieproducten vervoerd worden?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Bomen met ingekerfde tekens.
Zie figuur B 1102 van de bijlage.

In de afbeelding zijn delen van drie boomstammen getekend.
In de bomen staan diverse tekens gesneden. Bij het snijden van die tekens zijn bastvaten beschadigd.
Op één van de boomstammen staan de letters "G.B.". Degene die deze letters heeft gesneden komt na drie jaar nog eens kijken naar de boom, waarin ze heeft gesneden.

Staan de letters "G.B." nog steeds op dezelfde hoogte?
Zo niet, waar dan?

Door de beschadiging van de bastvaten is het transport in de boomstammen verstoord.

Van welke organische stof is het transport verstoord?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Iepziekte.

Bij de iepziekte sluit een schimmel de houtvaten in de stam van de iep af.

De boom gaat dood doordat