Plantenfysiologie
Bladluizen.
Bladluizen leven dikwijls op bladeren waar zij hun voedsel vinden.
Zij zitten bij voorkeur
Deze oefentoets bevat 9 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
9
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Bladluizen.
Bladluizen leven dikwijls op bladeren waar zij hun voedsel vinden.
Zij zitten bij voorkeur
Bladluizen.
Bladluizen halen hun voedsel uit bladeren en stengels van groene planten.
Zij steken hierbij de monddelen zover in de plant dat zij
1/3 Maretak.
Zie figuur B 1619 van de bijlage.
Een maretak (zie de afbeelding) is een bijzondere plant die in Nederland in Zuid-Limburg voorkomt. Een maretak leeft op de stam of op de takken van bomen, zoals populieren. Aan deze plant met bladgroen komen in de herfst besjes. Een bloem levert maar één besje. De besjes worden gegeten door vogels. De kleverige zaden blijven daarbij aan hun snavels plakken. De vogels proberen ze eraf te krijgen door hun snavel langs takken van bomen te wrijven. De zaden blijven daarbij aan een tak kleven. Bij de ontkieming van een zaad dringt de jonge wortel de tak binnen. De wortel van de maretak staat in verbinding met de houtvaten van de boom.
Leg uit dat een maretak bij de gastheer alleen stoffen uit de houtvaten nodig heeft en niet uit de bastvaten.
afbeelding
2/3 Maretak.
Neemt een maretak in de zomer in de loop van een dag koolstofdioxide uit de lucht op?
En zuurstof?
3/3 Maretak.
Sommige bloemen zijn éénslachtig. Deze bloemen hebben alleen meeldraden of alleen stampers. Andere bloemen zijn tweeslachtig. Deze bloemen hebben zowel stampers als meeldraden.
Is uit de tekst af te leiden of de bloemen van de maretak éénslachtig of tweeslachtig zijn?
En zo ja, zijn ze dan éénslachtig of tweeslachtig?
1/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
Zie figuur B 914 van de bijlage.
Het komt voor dat in bepaalde organismen andere organismen leven.
In sommige eencellige diertjes, zoals het pantoffeldiertje (zie de afbeelding), kunnen bijvoorbeeld groenwiertjes voorkomen.
Deze wiertjes bezitten bladgroen en onttrekken bepaalde stoffen aan het pantoffeldiertje. De wiertjes gebruiken deze stoffen voor hun fotosynthese. Het pantoffeldiertje krijgt op zijn beurt bepaalde stoffen van de wiertjes.
Welke stof geven de pantoffeldiertjes en de wiertjes beide af wanneer ze in het donker leven?
afbeelding
2/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
Zie figuur B 914 van de bijlage.
In welk of in welke van deze organismen wordt energie vrijgemaakt door verbranding?
afbeelding
3/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
Zie figuur B 914 van de bijlage.
Het komt voor dat in bepaalde organismen andere organismen leven.
In sommige eencellige diertjes, zoals het pantoffeldiertje (zie de afbeelding), kunnen bijvoorbeeld groenwiertjes voorkomen.
Deze wiertjes bezitten bladgroen en onttrekken bepaalde stoffen aan het pantoffeldiertje. De wiertjes gebruiken deze stoffen voor hun fotosynthese. Het pantoffeldiertje krijgt op zijn beurt bepaalde stoffen van de wiertjes.
Welke zijn de 'bepaalde stoffen' die aan het pantoffeldiertje worden onttrokken?
afbeelding
4/4 Wiertjes in een pantoffeldiertje.
Welke zijn de 'bepaalde stoffen' die aan het pantoffeldiertje worden gegeven?