Gedrag
1/6 Doodpikgedrag.
DOODPIKKEN ZIT IN DE GENEN.
Kippenfokkers hebben door selectie in één generatie de sterfte door kannibalisme bij legkippen met eenderde verminderd. Dat lukte door de genetische veranderingen niet per kip, maar in een groep kippen te bestuderen.
Wageningse onderzoekers ontdekten dat sociale vaardigheid bij kippen grotendeels genetisch is bepaald. Dat opende de weg om een kip te fokken die vriendelijker is voor soortgenoten. Daarmee zou er een einde kunnen komen aan het verenpikken dat een serieus probleem is in de pluimveehouderij. Zonder maatregelen - zoals het wegbranden van de snavelpunt - pikken sommige vogels elkaar letterlijk dood.[...]
Pieter Bijma van Wageningen Universiteit, legt uit dat hij en zijn collega's nu een stap verder gaan in het onderzoek door niet te kijken naar het individuele dier maar naar de populatie als geheel.
Dat kan heel goed, want sociaal gedrag is per definitie van invloed op anderen, zegt Bijma. Tweederde van de totale erfelijke aanleg van sociaal gedrag wordt zichtbaar voor de hokgenoten. Dat biedt grote voordelen, aldus Bijma. Wij bekijken het effect van sociaal gedrag op hokgenoten, dat is veel makkelijker dan het individuele gedrag van een legkip bestuderen. Het gaat om het eindresultaat, en omdat we met grote aantallen werken, kunnen we dat meteen met een statistische methode wegen. In het onderzoek keken de Wageningers bijvoorbeeld niet naar het gedrag van de kip, maar alleen naar de totale voortijdige sterfte.
In het eerste experiment bleek de methode uiterst succesvol. De sterfte nam in één generatie al met eenderde af. Dat is voor fokkerijbegrippen heel veel.[...]
De vermindering van agressie door selectieve fok komt zeker ten goede aan het welzijn en de gezondheid van de legkippen. Met lieve kippen hebben pluimveehouders ook minder uitval.
Bijma verwacht dat goede resultaten kunnen worden bereikt in de varkensfokkerij, waar sociaal gedrag van dieren ook een grote rol speelt. Het genetische model van Bijma heeft overigens een bredere geldigheid. Het is niet alleen van toepassing in de veeteelt, maar ook in natuurlijke dierenpopulaties en zelfs bij planten. Bij die laatste gaat het natuurlijk niet om de invloed van sociaal gedrag, maar wel over hoe naburige planten elkaar beïnvloeden.[...]
(NRC-Handelsblad, 1 februari 2007)