Oefentoets Biologie: Ziekten - algemeen | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 25 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

25

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ziekten

1/4 Geneesmiddelen testen.
Zie figuur E 28 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch weergegeven op welke manier de werkzaamheid van een geneesmiddel voor een bepaalde ziekte getest wordt. Het antwoord op de kernvraag bij punt drie zou afgeleid kunnen worden uit de twee grafieken onderaan. De tekenaar heeft de assen van de grafieken echter niet benoemd.

Stel dat het middel tegen hoofdpijnaanvallen werkt.

Wat moet er dan op de X-as van beide grafieken staan?
En wat moet er op de Y-as van beide grafieken staan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/4 Geneesmiddelen testen.

Om een verantwoorde conclusie te kunnen trekken over de werking van het geneesmiddel, moet het aantal proefpersonen in beide groepen groot zijn.

Geef twee andere criteria waaraan de beide groepen proefpersonen moeten voldoen.

Ziekten

3/4 Geneesmiddelen testen.

Het geneesmiddel waarvan in de afbeelding sprake is, wordt toegediend in de vorm van pillen die met water worden ingenomen.

Het is niet waarschijnlijk dat het werkzame bestanddeel een eiwit is. Leg uit om welke reden.

Ziekten

4/4 Geneesmiddelen testen.

Waarop zal een geneesmiddel tegen hoofdpijn met name effect hebben?

Ziekten

1/3 A dog called Wanda.

In de 19e eeuw werd het ziektebeeld acromegalie bij de mens beschreven. Bij dit ziektebeeld hoort onder andere het vrijkomen van grote hoeveelheden groeihormoon. Groeihormoon wordt door de hypofyse gemaakt. Kaken, handen en voeten worden door de hoge concentratie groeihormoon in het bloed sterk vergroot. Een tumor in de hypofyse kan dit ziektebeeld veroorzaken.
In 1964 toonde de dierenarts Joannes Juda Groen aan dat dit ziektebeeld ook bij honden voorkomt. Hij beschreef de geschiedenis van een herdershond waarbij zich na een loopsheid diabetes (suikerziekte) had ontwikkeld. De hond had dikke poten en een kop met grote kaken.

Welke stof als gevolg van diabetes vond Groen in de urine van deze hond?

Ziekten

2/3 A dog called Wanda.

In 1975 werd Wanda, een andere herdershond, de dierenkliniek binnengebracht. Zij had regelmatig hormooninjecties gekregen ter voorkoming van loopsheid. Dit hormoon uit de injecties remt, net als bij de mens, de ovulatie. Wanda was altijd gezond geweest, maar in het laatste jaar had ze langzamerhand acromegalie-verschijnselen ontwikkeld.

Welk hormoon, ter voorkoming van loopsheid, werd via de injecties aan Wanda toegediend?

Ziekten

3/3 A dog called Wanda.
Zie figuur B 4541 van de bijlage.

Bij weer een andere hond werd een ontstoken baarmoeder geconstateerd en een verhoogde concentratie groeihormoon (zie 1 in de grafiek). Vanwege deze gezondheidsklachten werden de ontstoken baarmoeder en de eierstokken verwijderd. De problemen waren met deze operatie niet geheel opgelost. Op een later tijdstip werden daarom ook alle melkklieren verwijderd (2). De klachten verminderden hierdoor. In het diagram is weergegeven hoe de concentratie groeihormoon in deze periode veranderde (tussen de tijdstippen 2 en 4). De horizontale lijn (zie 3 in grafiek) geeft de groeihormoonconcentratie bij gezonde dieren weer.
Opmerkelijk was, dat de concentratie groeihormoon daalde tot onder de normale waarde (zie 4 in grafiek).

Geef een mogelijke juiste verklaring voor dit effect.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

1/7 Afwijkend hemoglobine.
Zie figuur A 1034 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Sikkelcelanemie en a-thalassemie zijn ziekten bij de mens die worden veroorzaakt door afwijkend hemoglobine. Het gen dat bij sikkelcelanemie is veranderd, maakt deel uit van chromosoom 11, terwijl een afwijkend gen van chromosoom 16 a-thalassemie veroorzaakt. De twee onveranderde genen zijn samen verantwoordelijk voor goed werkende hemoglobinemoleculen. Ze coderen respectievelijk voor b- en a-hemoglobine. Sikkelcelanemie en a-thalassemie treden alleen op bij mensen die homozygoot zijn voor het betreffende, afwijkende gen. De ziekten worden gekenmerkt door klachten als lusteloosheid en vermoeidheid.

Malaria is een ziekte die wordt veroorzaakt door de eencellige Plasmodium. Bij de ontwikkeling en verspreiding van de parasiet dienen de mens en de mug afwisselend als gastheer (zie de afbeelding A 1034).

De malariamuggen steken om bloed op te zuigen. Als een mug iemand steekt die al besmet is, krijgt zij, met het opgezogen bloed, voortplantingscellen van de parasiet binnen. In de darm van de mug (3 in de afbeelding) vindt bevruchting plaats. Hierna vermeerdert de parasiet zich en komt ten slotte in de speekselklieren van de mug. Als de mug vervolgens iemand steekt die nog niet besmet is, worden kiemen (sporozoïeten in de afbeelding) van Plasmodium bij het volgende slachtoffer geïnjecteerd. De kiemen komen daarna in de lever (1 in de afbeelding) terecht, waar ze zich ontwikkelen. In de lever deelt de parasiet zich ongeslachtelijk. In een bepaalde ontwikkelingsfase komen de eencelligen in het bloed in rode bloedcellen terecht (2 in de afbeelding). Daarin delen ze zich, tot de rode bloedcel uiteenvalt, waarna de nieuwe generatie parasieten opnieuw rode bloedcellen binnendringt. Dit herhaalt zich meerdere keren. Symptomen van malaria zijn koortsaanvallen, bloedarmoede en een opgezette milt.

Zie volgende scherm


-

Ziekten

2/7 Afwijkend hemoglobine.
Zie figuur A 1034 van de bijlage.

In de tekst worden drie ziekten beschreven. Tegen sommige ziekten kunnen allerlei voorzorgsmaatregelen getroffen worden om het aantal slachtoffers zo laag mogelijk te houden.

Tegen welke van de drie beschreven ziekten zouden na de geboorte bepaalde voorzorgsmaatregelen kunnen helpen?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

3/7 Afwijkend hemoglobine.

Eén van de symptomen van zowel sikkelcelanemie als a-thalassemie is vermoeidheid.

Leg uit waardoor deze vermoeidheid wordt veroorzaakt.

Ziekten

4/7 Afwijkend hemoglobine.

Over de genetische variatie van de parasiet worden twee uitspraken gedaan:

1. De genetische variatie onder de zygoten neemt toe bij het ontstaan van zygoten in de darm van de mug.
2. De genetische variatie neemt toe bij het ontstaan van de sporozoïeten in de speekselklieren van de mug.

Welk van deze twee beweringen is juist?

Ziekten

5/7 Afwijkend hemoglobine.
Zie figuur A 1034 van de bijlage.

De malariaparasiet komt het lichaam van de mens binnen via een muggensteek en ontwikkelt zich verder in de lever (zie de afbeelding).

Ga ervan uit dat de parasiet de kortste weg aflegt om van het begin van het armhaarvatennet in de lever te komen. Door welke bloedvaten komt de parasiet dan achtereenvolgens?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

6/7 Afwijkend hemoglobine.

Personen die één afwijkend allel hebben voor a-thalassemie óf voor sikkelcelanemie (de zogenaamde dragers) zijn niet ziek, maar zijn hierdoor wel beter beschermd tegen malaria dan mensen die geen of twee afwijkende allelen hebben, hetzij voor a-thalassemie, hetzij voor sikkelcelanemie. Omdat vooral in tropische en subtropische landen malaria nog een van de belangrijkste doodsoorzaken is, komen personen met deze genafwijkingen in deze gebieden veel voor.

Waardoor komen dragers van sikkelcelanemie en a-thalassemie in gebieden met malaria veel meer voor dan in West Europa? Licht je antwoord toe.

Ziekten

7/7 Afwijkend hemoglobine.
Zie figuur B 4668 van de bijlage.

Hiernaast is een stamboom weergegeven van een familie waarin a-thalassemie voorkomt.

Van het jonge kind in de derde generatie (III) is nog niet bekend of het aan de ziekte gaat lijden.

Hoe groot is de kans dat dit kind a-thalassemie ontwikkelt?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

1/6 Astma.

Astma komt veel voor in ons land. Een belangrijke oorzaak is een allergische reactie op uitwerpselen van de huisstofmijt.
Lees de beschrijving van dit diertje hieronder.

afbeeldingafbeelding

Langs welke weg komen de uitwerpselen van de huisstofmijt het lichaam van een kind binnen?

Ziekten

3/6 Astma.
Zie figuur B 5489 van de bijlage.

Kinderen met een ernstige vorm van astma gaan soms naar Davos in Zwitserland. Dat ligt op 1550 meter boven zeeniveau, waar de huisstofmijt niet voorkomt.

Wat is daarvan de meest waarschijnlijke oorzaak?

afbeeldingafbeelding

Ziekten

4/6 Astma.

Hieronder staat een lijstje met astmamedicijnen.
afbeeldingafbeelding
Vier leerlingen doen daarover een uitspraak:

Bart: "Ventolin is nuttig als een astmapatiënt wil gaan sporten."
Monique: "Serevent is erg gewenst bij een flinke verkoudheid van een astmapatiënt."
Pauline: "Een astmapatiënt zal na gebruik van prednison een veel grotere vitale capaciteit blijken te hebben."
Joost: "Bij een astmapatiënt die veel slijm in de longen heeft, is Flixotide een prima oplossing."

Welke leerling heeft of welke leerlingen hebben gelijk?

Ziekten

5/6 Astma.

Margot moet voor haar astma regelmatig Atrovent gebruiken. Zij zegt tegen haar dokter dat ze bang is dat dit medicijn na een tijdje niet meer zal helpen, doordat er net als bij antibiotica resistentie zal optreden.

afbeeldingafbeelding
Welk argument zal de dokter Margot geven om haar angst weg te nemen?

Ziekten

1/2 Cholera.
Zie figuur A 1200 van de bijlage.

Lees de tekst hieronder en bekijk het kaartje (afbeelding 1).

Afrika zwaar getroffen door cholera
In Kapalanta, even buiten de Oost-Congolese stad Kisangani, is een militair kamp waar jonge ex-rebellen bivakkeren. "We hebben het kamp een keer mogen bezoeken van de Congolese militairen," zegt Lex Winkler, directeur van Artsen zonder Grenzen. "De toestand is uiterst zorgwekkend. Het gaat daar om duizenden ondervoede kinderen."
Kisangani is een van de vele plekken in Afrika waar cholera is uitgebroken. De epidemie heeft zelfs voor Afrikaanse begrippen een enorme omvang bereikt. Artsen zonder Grenzen heeft in zeven getroffen landen 46 172 ziektegevallen geconstateerd en 2022 cholera-doden.
Cholera wordt vooral opgelopen via het nuttigen van geïnfecteerd water of rauw voedsel. De ziekte is vrij goed te behandelen. Het gevaar is dat ze, als gevolg van de extreme uitdroging, al binnen 24 uur dodelijk kan zijn. Winkler: "Mensen raken door abnormaal vochtverlies in shocktoestand, en dan is het gebeurd. Als ze erin slagen het ziekenhuis te bereiken, moeten de patiënten op bedden liggen met een gat erin. Ze lopen letterlijk leeg."

(Uit een artikel van Fred de Vries in de Volkskrant)

- Het land met het hoogste sterftepercentage ten gevolge van cholera is [invulveld].
- Het sterftepercentage is daar [invulveld]. Rond je antwoord af op één decimaal.

afbeeldingafbeelding

Ziekten

2/2 Cholera.

Welke van de volgende zaken zijn erg bevorderlijk voor ontstaan van een cholera-epidemie?

Ziekten

Hooikoorts.

Een hooikoortspatiënt is allergisch voor bepaalde deeltjes die in de lucht voor kunnen komen. In de lucht kunnen o.a. voorkomen:

1. haartjes van dieren;
2. stuifmeelkorrels van grassen;
3. uitwerpselen van huisstofmijten.

Voor welke van deze deeltjes is een hooikoortspatiënt met name allergisch?

Ziekten

Coeliakie.

Iemand met de ziekte coeliakie is allergisch voor bepaalde eiwitten die ook wel gluten genoemd worden.
Zulke eiwitten komen onder andere voor in graanproducten waarin meel van tarwe, rogge of gerst is verwerkt.
In het lichaam van een coeliakie-patiënt treedt een afweerreactie op tegen gluten in het voedsel.
Als gevolg van deze afweerreactie sterven cellen in het slijmvlies van de dunne darm af en verdwijnen de darmvlokken.
Om klachten te voorkomen dienen coeliakie-patiënten een strikt dieet te volgen.
Gluten zijn namelijk niet alleen in brood, gebak en andere graanproducten aanwezig, maar het worden ook in ruime mate gebruikt bij de industriële voedselbereiding en is ook in snoep, soepen en sauzen aanwezig.
Na het eten van gluten worden deze eiwitten grotendeels in maag en twaalfvingerige darm verteerd.
Sommige fragmenten daarvan worden bij gezonde personen pas verderop in de dunne darm verteerd, of door bacteriën in de dikke darm.
Bij coeliakie-patiënten roepen deze fragmenten een afweerreactie op, waardoor de darmstructuur uiteindelijk verandert.

Hoe worden deze fragmenten genoemd die een allergische reactie oproepen?