Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - bijnier | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Hormoonstelsel

Schrik.

Een paard schrikt en slaat op hol. De hoeveelheid glucose in zijn bloed stijgt nu doordat de

Hormoonstelsel

Afvoer.
Zie figuur B 354 van de bijlage.

De tekening stelt een deel uit het lichaam van de mens voor.

Orgaan P produceert een stof die hieruit wordt afgevoerd via

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Schrik.

Iemand schrikt hevig. Hierdoor neemt de hoeveelheid adrenaline in het bloed van deze persoon toe.
Vier bloedvaten in het lichaam van de mens zijn:

1. bijnierader,
2. bijnierslagader,
3. leverader,
4. en leverslagader.

In welk van deze bloedvaten zal als gevolg hiervan de glucoseconcentratie in het bloed het eerst toenemen?

Hormoonstelsel

Een rode kleur.

Een leerling krijgt tijdens het houden van een spreekbeurt een rode kleur. De frequentie van zijn ventilatiebewegingen en van zijn hartslag is gestegen. Bij meting zou blijken dat bovendien de concentratie glucose in zijn bloed hoger is geworden. Al deze effecten worden veroorzaakt door hetzelfde hormoon.

Welk hormoon veroorzaakt deze effecten?

Hormoonstelsel

ADH.

De volgende activiteiten hebben bij de mens invloed op de ADH-afgifte aan het bloed:

1. vijf kilometer hardlopen,
2. overvloedig water drinken,
3. sterk transpireren,
4. sterk gezouten voedsel eten.

Als gevolg van welke van deze activiteiten zal de afgifte van ADH aan het bloed dalen?

Hormoonstelsel

Adrenaline.

Het hormoon adrenaline vervult een belangrijke functie bij de regeling van de activiteit van het lichaam.
Hieronder staan vier beweringen over veranderingen die onder invloed van adrenaline in let lichaam zouden kunnen optreden:

1. de luchtwegen worden nauwer,
2. de bloedvaten naar de darm worden nauwer,
3. de hoeveelheid glucose in het bloed daalt
4. de hartslag wordt versneld,

Van deze beweringen zijn alleen juist

Hormoonstelsel

Niet geregeld via hypofyse.

Bij de mens worden hormonen afgegeven door onder andere het bijniermerg, de ovaria, de schildklier en de testes.

Van welk of van welke van deze organen wordt de hormoonafgifte niet geregeld via de hypofyse?

Hormoonstelsel

Hevige schrik.
Zie figuur B 2695 van de bijlage.

Bij een proef wordt onderzocht welke invloed een schrikreactie heeft op het glucosegehalte in het bloed.
Een proefdier is op tijdstip P hevig geschrokken. Het diagram geeft de resultaten weer.

Welk hormoon veroorzaakte de verandering van het glucosegehalte tussen de tijdstippen P en Q?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Enkele organen.
Zie figuur B 469 van de bijlage.

De afbeelding toont enkele organen van de mens met onder andere aan- en afvoerende bloedvaten.
P is een deel van de onderste holle ader en Q is een deel van de aorta. De bloedvaten R en S staan in verbinding met orgaan T. Orgaan T kan adrenaline afgeven.

Waardoor wordt orgaan T gestimuleerd tot het afgeven van adrenaline?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Een strafschop.
Zie de figuren B 2119, A 391en C 83 van de bijlage.

Tijdens een voetbalwedstrijd schiet een speler bij het nemen van een strafschop de bal keihard in de richting van het doel. De keeper reageert bliksemsnel en plukt de bal met een snoekduik uit de lucht (zie de afbeelding B 2119). Na de duik weet hij zo neer te komen dat hij zich niet bezeert.

Vlak voor en tijdens het nemen van de strafschop neemt de hoeveelheid van een bepaald hormoon in het bloed van zowel de speler als de keeper plotseling sterk toe.

Noem het orgaan waarin dit hormoon wordt gevormd en verklaar waarom je voor dit orgaan hebt gekozen.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding