Oefentoets Biologie: Biologie algemeen | VWO 1/VWO 2 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Biologie algemeen

4/6 Wetenschappelijk onderzoek.

SLECHTE PILSLIKKERS

Het hoge aantal tienermoeders in Groot-Brittannië is niet uitsluitend het gevolg van schaamte om advies in te winnen, zoals lange tijd is gedacht. Uit een onderzoek van de Universiteit van Nottingham is gebleken dat 37,5 procent van de Britse tienermoeders zwanger wordt hoewel ze de pil voorgeschreven hebben gekregen.
Driekwart van de 240 ondervraagden heeft in het jaar voor de zwangerschap aan de huisarts informatie gevraagd over anticonceptie. De helft van hen kreeg vervolgens de pil voorgeschreven, zeggen de onderzoekers.[...]

(Trouw, 19 augustus 2000).

Zie volgende scherm

Biologie algemeen

5/6 Wetenschappelijk onderzoek.

In het artikel wordt een onderzoek beschreven.

Geef de hypothese.

Biologie algemeen

6/6 Wetenschappelijk onderzoek.

Wordt de hypothese bewezen of verworpen? Leg je antwoord uit.

Biologie algemeen

1/2 Een merel.
Zie figuur B 3844 van de bijlage.

In de afbeelding is een merel te zien die een regenworm vangt.

Als we over een merel praten, hebben we het dan over een cel, een weefsel of een organisme?

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

2/2 Een merel.

Bij het eten neemt de merel stoffen op en verandert deze in andere stoffen. Stoffen veranderen in andere stoffen is een levenskenmerk.

Noem twee andere levenskenmerken dan stoffen veranderen in andere stoffen.

Biologie algemeen

1/2 Levenskenmerken.
Zie figuur B 3125 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding.

Welk levenskenmerk is hier uitgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

2/2 Levenskenmerken.

Noem twee andere levenskenmerken dan bewegen, stoffen uitscheiden en voortplanten.

Biologie algemeen

Kijken in het lichaam.

Er zijn verschillende technieken om in het menselijk lichaam te kijken, zonder het open te maken.

Bij welke techniek gebruikt men magnetisme?

Biologie algemeen

Levenskenmerk.

In welke van onderstaande gebeurtenissen komt een kenmerk van leven tot uiting?

Biologie algemeen

Variatie.

Welke van de volgende eigenschappen betreft een variatie?

Biologie algemeen

Doel van de biologie.

Welk alternatief geeft het beste de hoofddoelstelling van de biologie weer?

Biologie algemeen

Levende wezens.

Hieronder volgen drie beweringen over levende wezens.

1. Ze drijven als ze lichter zijn dan water.
2. Ze nemen voedingsstoffen op.
3. Ze planten zich voort.

Welke bewering geldt of welke beweringen gelden ook voor levenloze dingen?

Biologie algemeen

Microscopiseren.

Als je tijdens het microscopiseren eerst het objectief 4 x en het oculair 10 x gebruikt en daarna het objectief 10 x en het oculair 10 x, wat moet je dan doen als je het beeld even helder verlicht wilt houden?

Biologie algemeen

Kenmerk.

Welke van de volgende eigenschappen betreft een kenmerk?

Biologie algemeen

Levenskenmerk.

In welke van onderstaande gebeurtenissen komt een kenmerk van leven tot uiting?

Biologie algemeen

Levenskenmerk.

Welke van de volgende eigenschappen hebben alle (meercellige) levende organismen gemeenschappelijk?

Biologie algemeen

Variaties.

Een aantal onderzoekers doet metingen aan allerlei individuen die tot één groep behoren.

Bij welke van de volgende metingen zullen de onderzoekers zeker variaties vinden?

Biologie algemeen

De goede combinaties.

Zoek in de tabel hieronder de 6 juiste a-b-c combinaties.
Je mag elk begrip maar één keer gebruiken!

afbeeldingafbeelding

Biologie algemeen

Feiten en meningen over de natuur.

Hieronder staan vier zinnen:

1. De natuur is mooi.
2. Op aarde leven minstens 1500 verschillende soorten mieren.
3. Honden eten vlees en vis.
4. Een paard is een edel dier.

Welke zin is geen feit, maar een mening of welke zinnen zijn geen feiten, maar meningen?