Oefentoets Biologie: Ordening - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 80 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

80

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

Afdelingen.

Welk rijtje bevat uitsluitend diersoorten die tot verschillende afdelingen moeten worden gerekend?

Ordening

Ordening.

I. Een eencellige haalt adem door middel van diffusie.
II. Een kwal is tweeslachtig.

Ordening

Organisatie.

De juiste volgorde van indelingsgroepen van hoog naar laag, dus waarbij het hoogste niveau de meeste en het laagste niveau de minste diersoorten omvat is

Ordening

Ordening.

De indeling van de natuur gebeurt met behulp van de volgende eigenschappen:

Ordening

Ordening.

Welke van deze groepen bevat organismen die onderling het meest verwant zijn?

Ordening

Een soort.

De meest volledige definitie van een soort is

Ordening

Ordening.

Welk rijtje bevat uitsluitend diersoorten die tot verschillende afdelingen moeten worden gerekend?

Ordening

Ordening.

I. Bij de wormen heeft zich een enkelvoudig bloedvaatstelsel ontwikkeld dat zich bij de gewervelden verder ontwikkelt tot een dubbele bloedsomloop.
II. De ontwikkeling van het ademhalingsstelsel bij de vogels en zoogdieren houdt verband met het ontstaan van warmbloedigheid bij deze dieren.

Ordening

Kreeft en mens.

De skeletten van een kreeft en van een mens worden op de volgende punten met elkaar vergeleken:

1. de functie als aanhechtingsplaats voor spieren.
2. de opbouw uit kalk en organische stoffen.
3. de functie als opslagplaats van reservestoffen.
4. de aanwezigheid van cellen in het skelet.

Welke van bovenstaande eigenschappen en/of functies heeft het skelet van de mens en welke heeft het skelet van de kreeft?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

De grootste verschillen kunnen voorkomen tussen de organismen van

Ordening

Ordening.

Kees bekijkt door een microscoop cellen afkomstig van een veelcellig organisme. Hij kent het organisme niet.
In sommige delende cellen neemt hij drie paren chromosomen waar. Op grond van deze waarneming vermoedt hij dat de cellen afkomstig zijn van een dier en niet van een plant.

Is deze waarneming van Kees voldoende om met zekerheid te kunnen zeggen dat het organisme een dier is?

Ordening

Neushoorns in Afrika.
Zie figuur A 318 van de bijlage.

In Afrika komen twee soorten neushoorns voor: de Puntlipneushoorn (Diceros bicornis) en de
Breedlipneushoorn (Ceratotherium simum). Beide diersoorten worden met uitsterven bedreigd. De neushoorns leven in geïsoleerde populaties en ze worden intensief bejaagd door stropers. Van de oorspronkelijk meer dan 65.000 Puntlipneushoorns bijvoorbeeld zijn er nu minder dan 2500 over. Op het kaartje in de afbeelding is aangegeven waar de Puntlipneushoorns vroeger voorkwamen en waar ze nu nog voorkomen.

Diersoorten die nauw aan elkaar verwant zijn, worden tot hetzelfde genus (ofwel geslacht) gerekend.

Behoren de genoemde neushoornsoorten tot hetzelfde genus?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Penicilline wordt gevormd door een

Ordening

Ordening.

Waaruit ontstaan paddestoelen?

Ordening

Ordening.

I. Schimmels kunnen anorganische stoffen maken.
II. Schimmels maken suikers en vetten uit water en zouten.

Ordening

Meeldauw.

Meeldauw is een verzamelnaam voor een groep schimmels die op planten parasiteert. Er wordt onderscheid gemaakt tussen valse meeldauw en echte meeldauw. Beide typen kunnen op bladeren van de druif voorkomen.
Tot de valse meeldauw behoren soorten die met myceliumdraden de plant via de huidmondjes binnendringen en zich tussen de cellen uitbreiden. Voor de voortplanting en verspreiding vormen ze sporenkapsels, die via de huidmondjes naar buiten steken.
De meeste echte meeldauwsoorten dringen met myceliumdraden op verschillende plaatsen alleen de opperhuid van een plant binnen. Daar onttrekken ze stoffen aan de cellen.

Nemen de myceliumdraden van de echte meeldauw organische stoffen op uit het druivenblad?
En water en zouten?

Ordening

Ordening.

I. Organismen behoren tot dezelfde soort als ze erg veel op elkaar lijken.
II. Een soort is een verzameling individuen die in staat zijn zich onderling voort te planten.

Ordening

1/4 Een derde rijk.

DE ONTDEKKING VAN HET DERDE RIJK.
De ontrafeling van het genetisch materiaal van een archaeon maakt nog eens duidelijk dat de biologieboeken moeten worden herschreven. Archaea lijken uiterlijk sterk op bacteriën, genetisch zijn ze meer verwant aan hogere organismen.
In 1977 stelde de Amerikaanse onderzoeker Carl Woese voor de indeling van de levende wezens op aarde revolutionair te veranderen. Na onderzoek van het erfelijk materiaal van talloze organismen concludeerde hij dat het leven op aarde niet bestond uit twee fundamenteel verschillende groepen, maar uit drie. Aristoteles onderscheidde al twee groepen: planten en dieren. Door de verfijning van de door Antonie van Leeuwenhoek geïntroduceerde microscopische technieken, heeft de wereld sinds het eind van de vorige eeuw een andere tweedeling gekregen: in prokaryoten en eukaryoten.

De prokaryoten, die in feite bestaan uit een zakje met erfelijk materiaal en enzymen, beschikken in de cel over kern noch organellen, terwijl de cellen van eukaryoten wel een kern vol erfelijk materiaal hebben en verschillende compartimenten: de organellen. Bacteriën behoren tot de prokaryoten en gisten, schimmels, planten en dieren tot de eukaryoten. Woese stelde dat er nóg een rijk van levende wezens is dat kenmerken vertoont van zowel bacteriën als van eukaryoten: de Archaea-bacteriën. Later Archaea (enkelvoud: archaeon) genoemd. De prokaryoten doopte hij om tot Bacteria en de eukaryoten tot Eukarya. Onder de microscoop lijken bacteriën en Archaea identiek en Woese had dan ook weinig andere bewijzen voor zijn theorie dan wat verschillen in erfelijk materiaal.

Er zijn in de loop van de tijd meer aanwijzingen gevonden voor het bestaan van zo'n derde groep. De celwand van de Archaea verschilt bijvoorbeeld fundamenteel van die van de bacteriën en Eukarya. En hoewel bouw en erfelijk materiaal van Archaea en bacteriën identiek zijn, blijkt de eerste stap in de aanmaak van eiwitten bij de Archaea sterke overeenkomst te hebben met die van de hogere organismen.

Eind vorige maand publiceerde een Amerikaanse onderzoeksgroep onder leiding van genenjager Craig Venter de eerste volledige kaart van een archaeon-genoom: van Methanococcus jannaschii. Deze methaan(moeras)gas)-producerende microbe werd in 1982 met een duikbootje opgehaald van de bodem van de Stille Oceaan. Daar, op drie kilometer diepte, gedijt het beestje in de buurt van een onderwatervulkaan bij een temperatuur van zo'n 110 graden Celsius en een druk van driehonderd atmosfeer. Na opheldering en onderzoek van het erfelijk materiaal van het archaeon, concludeerden Venter en zijn team dat het genetisch materiaal overeenkomst vertoont met dat van zowel bacteriën als Eukarya. Maar het opvallendste is wel dat bijna 60 procent van de 1738 genen van M. jannaschii helemaal geen overeenkomst vertoont met bacteriën of eukaryoten. Wel is het vergelijkingsmateriaal mager. Tot nu toe zijn pas volledige genomen van twee bacteriën en één eukaryoot (gist) bekend.

Toch zijn de reacties op de bevindingen van Venter enthousiast, want de ontdekking bewijst een gedachte waarmee speurders naar het ontstaan van leven inmiddels vertrouwd zijn: Archaea staan, evolutionair gezien, wellicht dichter bij mens en dier dan bij de bacteriën. Maar waarschijnlijk maakte een aantal eigenschappen van de Archaea wel deel uit van de eerste cellulaire levensvormen die zich drie miljard jaar geleden op aarde ontwikkelden.

(De Volkskrant, 7 september 1996).

Zie volgende scherm




-

Ordening

2/4 Een derde rijk.

Het examenprogramma (en dus ook je leerboek) gaat uit van het vierrijkensysteem.
Het artikel gaat uit van een drierijkensysteem.

Noem de rijken van het vierrijkensysteem.

Ordening

3/4 Een derde rijk.

Geef de namen van de rijken uit het drierijkensysteem.

Ordening

4/4 Een derde rijk.

Carl Woese voegde de groep van de Archaea toe.

Welke 3 kenmerken pleiten voor een aparte groep van de Archaea?

Ordening

1/3 Herbarium.
Zie figuur A 581 van de bijlage.

Een herbarium is een verzameling van planten en plantendelen die zijn gedroogd en opgeplakt op vellen papier. In de afbeelding zijn van een vel uit een herbarium plantendelen nagetekend.
Daarbij zijn enkele delen van de plant vergroot weergegeven.

Geef de wetenschappelijke naam van de plant op dit herbariumvel.

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/3 Herbarium.
Zie figuur B 2763 van de bijlage.

De bouw van het blad is aangepast aan de groeiwijze van de plant en aan het milieu.

In de afbeelding zijn twee bladdoorsneden (1 en 2) weergegeven. De ene is afkomstig van het blad van een grasachtige plant (zoals rogge), de andere van een blad van de waterlelie.

Welk nummer geeft de doorsnede van een roggeblad aan? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/3 Herbarium.

In het kiemplantje uit het herbarium vond, voordat het werd geplukt, al fotosynthese plaats. In het gedroogde en opgeplakte kiemplantje is houtstof aanwezig.

Kan deze houtstof gevormd zijn uit stoffen die zich in het zaad bevonden?
En uit stoffen die ontstonden bij de fotosynthese?

Ordening

1/9 Nieuwe soort.

ONTDEKKING DEENSE BIOLOGEN:
NIEUWE TAK IN DIERENRIJK: FYLUM PANDERA.

Ontdekking Deense biologen 'naast de deur'.

De Denen Peter Funch en Möbjerg Kristensen zijn toegetreden tot de rijen der wetenschappelijk onsterfelijken. De twee biologen zijn de ontdekkers van een nieuw fylum in het dierenrijk. Ze publiceerden hun bevindingen vorige week in het tijdschrift Nature. Het opvallende is, dat de Denen hun nieuwe diersoort niet hebben ontdekt in een of ander onherbergzame landstreek, maar letterlijk naast de deur. Symbion pandora, zoals ze hun ontdekking hebben genoemd, leeft namelijk als parasiet op de lippen van Scandinavische kreeften die gewoon uit het Kattegat kunnen worden opgevist. In de taxonomie komt het fylum op de tweede plaats, onmiddellijk na de hoofdindeling in rijken (het planten-, dieren en schimmelrijk). Elk fylum bestaat uit een verzameling soorten die allemaal volgens dezelfde biologische 'blauwdruk' zijn opgebouwd. Het nieuwe fylum (Cycliophora genaamd) valt onder het dierenrijk, dat al een stuk of 35 van dergelijke groepen kende. Mensen maken bijvoorbeeld deel uit van het fylum der gewervelden, samen met vissen, amfibieën, reptielen, vogels en zoogdieren. De vertegenwoordigers van het nieuwe fylum zien er niet erg indrukwekkend uit; ze meten minder dan een millimeter in lengte. Hun lichaam bestaat uit niet veel meer dan een zak met ingewanden die met behulp van een schijfvormig zuignapje vastzit aan de kaken van de gastheer-kreeft.

(Brabants Dagblad, 20 december 1995).

Zie volgende scherm

Ordening

2/9 Nieuwe soort.

In de tekst staat het woord 'taxonomie' verklaard.

Zoek in het artikel de verklaring van het woord taxonomie en probeer dit in je eigen woorden te vertalen.

Ordening

3/9 Nieuwe soort.

Welke bioloog mag je de grondlegger van de moderne taxonomie noemen?

Deze persoon is [invulveld]

Ordening

5/9 Nieuwe soort.
Zie figuur C 171 van de bijlage.

Op welke twee plaatsen wijkt het afgebeelde schema af van de indeling in je boek?

afbeeldingafbeelding

Ordening

6/9 Nieuwe soort.
Zie figuur C 171 van de bijlage.

Geef de 'nieuwe' tak Cycliophora een zo precies mogelijke plaats in het schema.

afbeeldingafbeelding

Ordening

7/9 Nieuwe soort.
Zie figuur C 171 van de bijlage.

In het artikel gebruikt men het woord 'phylum'. Een phylum komt direct na de indeling in rijken.

Wat is volgens jou de vertaling van het woord phylum, als je gebruik maakt van het vertakkingsschema van organismen?

Deze vertaling luidt: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ordening

8/9 Nieuwe soort.

Een citaat uit het artikel luidt: 'onmiddellijk van de hoofdindeling in rijken (het planten-, dieren- en schimmelrijk)'.

Als je uitgaat van de indeling van organismen in vier rijken, welk rijk is dan niet genoemd?

Dit rijk is dat van de [invulveld]

Ordening

9/9 Nieuwe soort.

Als je uitgaat van de indeling van organismen in vijf rijken, welke rijken zijn dan niet genoemd?

Ordening

1/3 Een nieuwe diersoort.
Zie figuur E 33 van de bijlage.

In 1995 ontdekten de Deense biologen Peter Funch en Möbjerg Kristensen een nieuwe diersoort die zij bij geen enkele diergroep konden onderbrengen. Ze gaven deze de naam Symbion pandera. Het diertje leeft op de monddelen van een Noorse kreeft (Nephrops norvegicus) en voedt zich met deeltjes die overblijven als de kreeft zijn voedsel naar binnen werkt.
Om de voeding op te nemen en te verwerken ontwikkelt het dier een voedingsstructuur.

Symbion pandora kan zich, afhankelijk van de milieuomstandigheden, zowel geslachtelijk (seksueel) als ongeslachtelijk (aseksueel) voortplanten (zie de afbeelding).

Onder welke milieuomstandigheden, gelijkblijvende of wisselende, biedt geslachtelijke voortplanting dan wel ongeslachtelijke voortplanting meer voordeel voor Symbion pandora?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/3 Een nieuwe diersoort.

Symbion pandora produceert twee typen larven: de pandoralarve en de chordoïdlarve. De pandoralarve ontstaat na ongeslachtelijke voortplanting en is diploïd.

Geldt ook voor de chordoïdlarve dat deze diploïd is? Leg je antwoord uit.

Ordening

3/3 Een nieuwe diersoort.

Symbion pandora is zó speciaal dat hij in een aparte hoofdafdeling is geplaatst. Om te onderzoeken met welke andere diergroep het dier verwant is of met welke diergroep het een gemeenschappelijke voorouder heeft, onderzoekt men het DNA.

Wat onderzoekt men van het DNA om verwantschap te bepalen?

Ordening

1/2 Biologie en politie.

Tekst: De activiteit van veel insecten is onder andere afhankelijk van de temperatuur en licht. Dit geldt ook voor de aasvlieg Lucilia sericata. De larven van Lucilia sericata leven als aaseter op de lijken van zoogdieren. De aasvliegen zijn lichtminnend: in het donker vertonen ze geen activiteit. Vrijwel direct na het doodgaan van een dier komen deze Lucilia-vliegen in grote aantallen op het kadaver af. Na deze eerste invasie volgen ook andere lichtminnende insecten zoals kaasvliegen. Nog later verschijnen ook allerlei kevers bij het lijk.

(bewerkt naar: de Volkskrant, februari 1996)

Op een lijk, dat in een donkere grot werd aangetroffen door de politie, bevonden zich grote aantallen Lucilia-larven en geen larven van andere insecten zoals kaasvliegen of bepaalde kevers.

Welke twee conclusies kan de politie ten aanzien van het lijk hieruit trekken?

Ordening

2/2 Biologie en politie.

Geef de naam van het bovenbeschreven verschijnsel waarbij in een vaste volgorde steeds nieuwe soorten een bepaalde leefomgeving koloniseren.

Dit verschijnsel heet: [invulveld]

Ordening

1/2 Rijken.

Geef het oude en het nieuwe rijkensysteem in de systematiek.

Ordening

2/2 Rijken.

Welke reden(en) heeft(hebben) ertoe geleid om tot het nieuwe rijkensysteem te komen?

Ordening

1/3 'Surrogaatspechten'.
Zie figuur B 3005 van de bijlage.

In Nederland komen spechten voor. Deze vogels leven voornamelijk in bosrijke gebieden. Ze zijn aangepast aan het leven in bomen. Hun voedsel bestaat voornamelijk uit insecten die ze met hun snavel uit de spleten in de boomschors halen. Sommige spechten hakken in stammen van omgevallen bomen om daaruit larven van houtetende insecten te halen.
In de afbeelding zijn vier spechten afgebeeld:

- figuur 1 een jonge grote bonte specht (Dendrocopos major);
- figuur 2 een volwassen grote bonte specht (Dendrocopos major);
- figuur 3 een kleine bonte specht (Dendrocopos minor);
- figuur 4 een groene specht (Picus viridis).

Tot hoeveel soorten en genera (geslachten) horen deze vier spechten?

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/3 'Surrogaatspechten'.
Zie figuur C 309 van de bijlage.

Op bepaalde eilandengroepen worden geen spechten aangetroffen; daar vindt men echter wel andere boombewonende insecteneters, zoals de spechtvink op de Galápagos-eilanden, de honingkruiper op Hawaii, de gevlekte opossum op Nieuw-Guinea en de aye-aye op Madagaskar (zie de afbeelding). De spechtvink en de honingkruiper behoren tot de vogels, de opossum tot de buideldieren en de aye-aye tot de placentale zoogdieren. Deze soorten hebben zich ontwikkeld uit voorouders op het vasteland. Naast deze manier van soortvorming kan er op het eiland zelf ook een nieuwe soort ontstaan die deze ecologische plaats (niche) op het eiland overneemt.
Drie factoren die bij soortvorming een belangrijke rol spelen, zijn:

l. isolatie,
2. mutatie,
3. natuurlijke selectie.

Aan welke factor of aan welke factoren moet tenminste zijn voldaan om op het eiland zelf de nieuwe soort die daar ontstaat, deze niche te laten overnemen van de soort die deze niche daarvóór op dit eiland innam?




-

afbeeldingafbeelding

Ordening

3/3 'Surrogaatspechten'.

Bij de gevlekte opossum is de vierde vinger verlengd, bij de aye-aye is de derde vinger verlengd. Zo'n extra lange vinger wordt gebruikt bij het vangen van insecten. Bij deze soorten is voor het vangen van insecten niet dezelfde vinger verlengd.

Welke verklaring hiervoor is juist?

Ordening

1/5 Het vrouwtje van Bakkum.
Zie figuur C 310 van de bijlage.

Van 1980 tot 1993 werd in de duinen bij Bakkum een zwarte specht (Dryocopus martius) gevolgd. Dit was een vrouwtje, het 'vrouwtje van Bakkum'. Het onderzoek leverde veel kennis op over het leven van deze vogelsoort. Zwarte spechten bezetten in oude bossen een territorium van minimaal 5 km2 . Ze leven van insecten die ze uit de spleten in de bast van de dennen halen. Ze slapen in abelen (zilverpopulieren). In de vrij zachte stam van zo'n abeel wordt een gat uitgehakt, dat als slaap- en nestholte dient.
Het vrouwtje van Bakkum deelde lange tijd een slaapboom met een groene specht (Picus viridis) en een grote bonte specht (Dendrocopos major). Deze vogels eten allemaal insecten.
Uit het onderzoek bleek verder dat de volgorde waarin ze gingen slapen vastlag: eerst de groene specht, dan de zwarte specht en tenslotte de grote bonte specht. Als de groene specht toch eens laat arriveerde werd de vogel flink afgetuigd door de grotere zwarte specht. Na enige tijd kwam de groene specht altijd eerder naar de slaapboom dan de zwarte specht.

(Bron: Bewogen kustlandschappen, Roos R. 60-63)

Tot hoeveel soorten horen de in de tekst genoemde spechten? tot [invulveld] soorten (antwoord in een getal)
En tot hoeveel genera (geslachten)? tot [invulveld] genera




-

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/5 Het vrouwtje van Bakkum.

Over de grootte van het territorium van de zwarte specht worden drie beweringen gedaan:

Bewering 1: de zwarte specht heeft zo'n groot territorium om aan voldoende voedsel te komen;
Bewering 2: de zwarte specht heeft zo'n groot territorium nodig omdat hij zeldzaam is in de duinen;
Bewering 3: sterke vogels bezitten altijd grote territoria.

Welke bewering is juist?

Ordening

3/5 Het vrouwtje van Bakkum.

De groene specht leerde op tijd bij de slaapboom aan te komen.

Met welke term wordt dit type leergedrag aangeduid?

Ordening

4/5 Het vrouwtje van Bakkum.
Zie figuur C 310 van de bijlage.

De grote bonte specht is, anders dan zijn naam doet vermoeden, veel kleiner dan de groene en de zwarte specht.

Leg aan de hand van de afbeelding uit waardoor de zwarte specht bij de slaapboom wel agressief gedrag vertoont ten opzichte van de groene specht maar niet ten opzichte van de grote bonte specht, als die gelijktijdig bij de slaapboom aankomt.

afbeeldingafbeelding

Ordening

5/5 Het vrouwtje van Bakkum.

Het vrouwtje van Bakkum werd regelmatig lastiggevallen door kauwtjes, die probeerden haar nestholte in te nemen. Jaarlijks werden enkele van haar jongen uit het nest geroofd door een boommarter.
Tussen organismen komen verschillende relaties voor zoals bijvoorbeeld commensalisme, competitie, mutualisme, parasitisme en predatie.

Met welke van de genoemde termen geeft men de relatie aan tussen deze kauwtjes en de zwarte specht?
En met welke term geeft men de relatie aan tussen de boommarter en de jongen van de zwarte specht?

tussen deze kauwtjes en de zwarte specht: [invulveld]
tussen de boommarter en de jongen van de zwarte specht: [invulveld]

Ordening

1/5 Gemixte vliegenvangers.
Zie figuur B 3613 van de bijlage.

Tekst:
De doctoraalstudent biologie Thor Veen baarde opzien met een artikel in het befaamde tijdschrift Nature. Hij deed onderzoek aan twee groepen vliegenvangers: de Bonte vliegenvanger (Ficedula hypoleuca) en de Withalsvliegenvanger (Ficedula albicollis) (zie de afbeelding). Beide groepen vliegenvangers leven van insecten. In principe leven ze in verschillende gebieden, maar onder andere op de Zweedse eilanden Öland en Gotland is een geringe overlap. De Withalsvliegenvanger domineert daar: 95% van alle daar levende vliegenvangers behoort tot deze groep. Onderling komen kruisingen voor: vrouwtjes van de Bonte vliegenvanger paren met mannetjes van de Withalsvliegenvanger. De vrouwtjes kiezen alleen mannetjes die een territorium hebben verworven.

(bewerkt naar: Marcus Werner, Paren met een andere soort is zo slecht nog niet, Bionieuws 9, mei 2001
bron: Petersons vogelgids van alle Europese vogels, 24ste druk, 1999, plaat 80)


Uit welk gegeven in de tekst kun je afleiden dat het vreemd is dat er op Öland en Gotland paringen voorkomen tussen de Bonte vliegenvanger en de Withalsvliegenvanger? Leg je antwoord uit.




-

afbeeldingafbeelding

Ordening

2/5 Gemixte vliegenvangers.

Op die eilanden komen bovengenoemde paringen vrijwel alleen voor tussen het vrouwtje van de Bonte vliegenvanger en het mannetje van de Withalsvliegenvanger.

Leg met behulp van een gegeven uit de tekst uit waardoor de omgekeerde paring op de Zweedse eilanden niet vaak voorkomt.

Ordening

3/5 Gemixte vliegenvangers.

Veen deed onderzoek aan deze niet veel voorkomende paarvorming tussen mannetjes van de Bonte vliegenvanger en een vrouwtje van de Withalsvliegenvanger. Mannelijke nakomelingen van zulke paartjes kregen op hun beurt een nageslacht met meer zonen dan dochters, terwijl deze dochters ook nog steriel bleken te zijn. Veen gebruikte bij zijn onderzoek ook moleculaire technieken.

Welk type molecuul wordt onderzocht om het vaderschap van zo'n steriele dochter te achterhalen?

Ordening

4/5 Gemixte vliegenvangers.

Een tweede verrassende ontdekking was dat bij het onderzoek van broedsels van een withalsvrouwtje en een bont mannetje bleek dat de helft van de jongen toch een Withalsvliegenvanger als vader had: de vrouwtjes waren 'vreemdgegaan'.

Noem een biologisch voordeel van dit 'vreemdgaan'.

Ordening

5/5 Gemixte vliegenvangers.
Zie figuur C 338 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding (kaarten met broedgebieden).
Veen wilde weten of hij op Öland en Gotland iets uitzonderlijks had ontdekt. Daarom wilde hij zijn resultaten in een ander gebied bevestigd zien.

In welke van de volgende gebieden moest hij zijn onderzoek herhalen om uit te sluiten dat het om een plaatsgebonden verschijnsel gaat?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Determinatie.
Zie figuur B 2771 van de bijlage.

Alle organismen zijn ingedeeld in vier groepen die men rijken noemt. Er is nog een vijfde groep, maar die wordt niet tot de organismen gerekend. Door gebruik te maken van het schema in de afbeelding kan men deze vijf groepen, aangeduid met P, Q, R, S en T determineren.

Noteer de letters P, Q, R, S en T onder elkaar op je antwoordblad en vermeld achter de letters de namen van de vijf bijbehorende groepen.

afbeeldingafbeelding

Schimmels

1/4 Leven van radioactieve straling.

Sommige schimmels groeien opvallend goed in een radioactief besmet gebied. Niet zo gek, want deze schimmels blijken straling als energiebron te gebruiken.

Onderzoekers ontdekten dat in het zeer radioactieve gebied rondom de in 1986 ontplofte kernreactor van Tsjernobyl opvallend veel zwarte schimmels voorkomen. Dat sommige schimmels niet doodgaan in een radioactieve omgeving was al bekend. Maar nu blijkt dat ze de stralingsenergie kunnen omzetten in energie om te groeien, is dat groot nieuws. Volgens de onderzoekers maken de zwarte schimmels hierbij gebruik van melanine. Zij vergeleken schimmels zonder melanine en schimmels met melanine terwijl ze bestraald werden door een radioactieve bron. De schimmels met melanine groeiden onder deze condities sneller dan de schimmels zonder dit pigment.

Melanine is ook het pigment in de huid waardoor we bruin kunnen worden in de zon. Van de stof is bekend dat het een beschermende werking heeft tegen UV, röntgen en radioactieve straling. Maar blijkbaar doet het in deze zwarte schimmels nog meer. Het blijkt dat dit pigment van structuur verandert wanneer het door radioactieve straling wordt getroffen en dat het de energie kan overdragen op andere stoffen in de cel. De zo verkregen energie wordt gebruikt voor de aanmaak van organische stoffen en voor allerlei andere celprocessen.
Dit mechanisme doet denken aan de wijze waarop planten chlorofyl inzetten om energie te verkrijgen uit licht.
De zwarte schimmels uit het onderzoek maken met behulp van de energie uit radioactieve straling zelf organische stoffen.

Hoe noem je de voedingswijze van normale schimmels en hoe zou je de verkregen voedingswijze van de zwarte schimmels bij Tsjernobyl noemen?

afbeeldingafbeelding



-

Schimmels

2/4 Leven van radioactieve straling.

Vóór de ontploffing in de kerncentrale van Tsjernobyl, waarbij radioactieve straling vrijkwam, kwamen er in dat gebied voornamelijk schimmels voor zonder melanine. Zowel mutatie, migratie als selectie kunnen een rol gespeeld hebben bij de verandering van de schimmelpopulaties na de ramp.

Voor welke twee van deze drie processen is de radioactieve straling van betekenis? Leg voor beide processen je antwoord uit.

Schimmels

3/4 Leven van radioactieve straling.
Zie figuur C 414 van de bijlage.
De tolerantiecurve van organismen voor de factor radioactieve straling wijkt af van die van de optimumcurves die voor veel abiotische factoren gelden.

Welk van de afgebeelde diagrammen geeft het beste de curve van de melaninehoudende schimmel en de curve van de mens weer?

afbeeldingafbeelding

Schimmels

4/4 Leven van radioactieve straling.
Zie figuur B 4685 van de bijlage.

Bij mensen, maar ook bij dieren, zorgt melanine voor de kleur van onder andere huid, haren en ogen. Een verstoring in één van de stappen in de aanmaak van melanine, resulteert in het bekende albino fenotype. Bij een grijs kattenras komt albinisme voor als een individu homozygoot recessief is voor het albinogen (genotype aa). In dit geval hebben de katten een witte vachtkleur. Bij de vachtkleur van dit ras speelt echter ook een ander gen (het gen 'white' W) een rol. Katten met het genotype Ww en WW zijn wit. De twee genen (a en W) zijn autosomaal en niet gekoppeld.

Kunnen uit een kruising tussen twee grijze katten, witte nakomelingen ontstaan?
Kunnen uit een kruising tussen twee witte katten, grijze nakomelingen ontstaan?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ordening

Definitie van een soort.

De meest volledige definitie van een soort is

Ordening

Protococcus.
Zie figuur B 5619 van de bijlage.

Een preparaat van de boomalg Protococcus spec. kan er uitzien als in de afbeelding hiernaast.

Hoe is de volgorde van de delingsstadia, indien van één cel wordt uitgegaan?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Op zoek naar nieuwe soorten.
Zie figuur B 5629 van de bijlage.

Een bioloog is op zoek naar nieuwe soorten.

Waar is de kans op het vinden van nieuwe soorten het grootst?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras.

Tekst:
Op verschillende plaatsen langs wegen worden de laatste jaren plantensoorten aangetroffen die vroeger alleen langs de zeekust voorkwamen. De oorzaak daarvan is het overvloedig strooien van pekel in de winter.
Pekelzout is voornamelijk NaCl. Het gaat in dit geval om de plantensoorten Zilte schijnspurrie (Spergularia salina) en Stomp kweldergras (Puccinellia distans).
Planten van beide soorten groeien op kale plaatsen in zilte terreinen. Kale plaatsen zijn vaak het gevolg van betreding, waardoor de grond wordt verdicht.

bewerkt naar: Nederlandse Oecologische Flora, deel 1, E. J. Weeda e.a., Hilversum, 1985, 202

Zilte schijnspurrie en Stomp kweldergras zijn geen nauw verwante soorten.

Geef aan waaruit dat blijkt.

Ordening

Coloradokevers.

De Coloradokever leeft onder andere op de Aardappel (Solanum tuberosum L.), op de Tomaat (Solanum lycopersum L.) en op Bitterzoet (Solanum dulcamara L.).

Behoren deze planten tot hetzelfde genus (geslacht)?
En tot dezelfde soort?

Ordening

Neushoorns in Afrika.
Zie figuur A 318 van de bijlage.

In Afrika komen twee soorten neushoorns voor: de Puntlipneushoorn (Diceros bicornis) en de Breedlipneushoorn (Ceratotherium simum). Beide diersoorten worden met uitsterven bedreigd. De neushoorns leven in geïsoleerde populaties en ze worden intensief bejaagd door stropers. Van de oorspronkelijk meer dan 65.000 Puntlipneushoorns bijvoorbeeld zijn er nu minder dan 2500 over. Op het kaartje in de afbeelding is aangegeven waar de Puntlipneushoorns vroeger voorkwamen en waar ze nu nog voorkomen.
Diersoorten die nauw aan elkaar verwant zijn, worden tot hetzelfde genus (ofwel geslacht) gerekend.

Behoren de genoemde neushoornsoorten tot hetzelfde genus? Geef een verklaring voor je antwoord op basis van de gegevens uit de tekst.

afbeeldingafbeelding

Ordening

Senecio jacobaea.
Zie figuur B 6814 van de bijlage.

Tekst:
De rupsen van de St. Jacobsvlinder (Tyria jacobaeae), de zogenoemde zebrarupsen, zijn niet gevoelig voor de alkaloïden in Jacobskruiskruid. In een gebied waren op een bepaald moment bijna alle jacobskruiskruidplanten door zebrarupsen kaal gevreten. Er waren geen bloeiende planten meer aanwezig. Hier en daar stonden kleine groepjes planten die aan de vraat door zebrarupsen waren ontkomen. Deze planten zaten allemaal vol met bladluizen van de soort Aphis jacobaeae. Deze bladluizen leven van plantensappen. Ze staan onder bescherming van mieren die de bladluizen verdedigen tegen allerlei belagers. Ook zebrarupsen die door onderzoekers op de plant geplaatst werden, werden heftig aangevallen door de mieren als ze probeerden in de plant te klimmen.
Planten zonder bladluizen worden niet of nauwelijks door mieren bezocht. De mieren leven van de suikers die de bladluizen afscheiden.

Behoren Tyria jacobaeae en Aphis jacobaeae tot hetzelfde genus (geslacht)?
En tot dezelfde soort? Leg de beide antwoorden uit.

afbeeldingafbeelding

Ordening

Korstmossen.

De term 'soort' voor een korstmos is strikt genomen niet van toepassing.

Leg uit dat de term soort hier niet van toepassing is.

Ordening

Sluipwesp dringt mierennest binnen door chemische oorlogvoering.
Zie figuur B 6815 van de bijlage.

Tekst:
Sommige vlindersoorten vertonen een wonderlijke relatie met een mierensoort. Het zeldzame Kruisbladblauwtje (Maculinea rebeli) dat voorkomt in de Europese berggebieden, vertoont zogeheten myrmecofilie: mierenliefde. Als de rupsen van de vlinder uit de eitjes komen, doen ze zich eerst tegoed aan de bloemen en vruchten van de kruisbladgentiaan. Na een paar weken laten de rupsen zich naar beneden vallen. Daarna worden ze meegenomen door knoopmieren, die de rupsen op grond van de chemische samenstelling van de huid menen te herkennen als koloniegenoten. De mieren halen daarmee een veeleisend 'koekoeksjong' in huis, want de rupsen, die lijken op een forse uitvoering van de larven van de mier, zijn flinke eters die veel aandacht vragen van de werksters. Bovendien krijgen de rupsen ook bescherming. Indringers worden te vuur en te zwaard bevochten. Vrouwtjes van een sluipwesp (Ichneumon eumerus) leggen hun eieren in de rupsen van deze vlinder. Bij het binnendringen van het nest, verspreidt de sluipwesp een chemische cocktail die de mieren in totale verwarring brengt. Allereerst worden de mieren door deze stoffen aangetrokken, vervolgens worden ze tot een soort razernij opgezweept, en daarna maken stoffen uit het mengsel dat ze elkaar niet meer als nestgenoten herkennen en hun agressie op elkaar botvieren. Tijdens het vechten brengen ze de chemische verbindingen op elkaar over, zodat een kettingreactie van onderlinge strijd ontstaat. De sluipwesp kan nu redelijk ongestoord naar de broedkamers van het nest van de mieren gaan en haar eieren in de rupsen van het blauwtje leggen die zich vervolgens tegoed gaan doen aan mierenbroed.

bewerkt naar: Rik Nijland, 'Sluipwesp dringt mierennest binnen door chemische oorlogvoering', de Volkskrant, 1 juni 2002

Het Kruisbladblauwtje (Maculinea rebeli) is nauw verwant aan het in Nederland levende Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon). Het overeenkomstige deel Maculinea in beide namen laat dit zien.

Hoe heet dit overeenkomstige deel?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Aalscholvers.

Bij vertegenwoordigers van de familie van de aalscholvers (Phalacrocoracidae) komen diverse verschijningsvormen voor. De aalscholvers van het noordelijk halfrond zijn over het algemeen zwart. De aalscholvers van het zuidelijk halfrond hebben tijdens het broedseizoen lichte vlekken. In het totaal zijn er 29 soorten aalscholvers. De aalscholvers die in Nederland voorkomen, worden in drie groepen ingedeeld. Deze drie groepen worden met hun wetenschappelijke naam als volgt aangeduid:

- Phalacrocorax carbo var. carbo,
- Phalacrocorax carbo var. sinensis,
- Phalacrocorax aristotelis
.
De afkorting var. betekent variëteit.

Behoren deze drie groepen tot verschillende soorten?
Noem de soort of de soorten.

Ordening

Bezeten bamboeratten vreten Myanmar kaal.

In andere delen van Azië doet zich de soortgelijke bamboedood Thingtam voor als de bamboe Bambusa tulda in bloei komt en vruchten gaat vormen.

Blijkt hierdoor dat er verwantschap op populatie-, geslachts- of soortniveau tussen Bambusa tulda en genoemde Melocanna baccifera is?
Zo ja, welke?

Ordening

Suikerriet wereldwijd.
Zie figuur B 5198 van de bijlage.

Om de suikerrietkever te bestrijden werd de reuzenpad (Bufo marinus) uitgezet. In Zuid-Amerika eet dit dier voornamelijk rietsuikerkevers.
Het uitzetten van de pad in Australië bleek een enorme ecologische ramp te zijn. In plaats van de rietsuikerkevers te eten, schakelde de pad over op inheemse insecten, kikkers en kleine vogels. Slangen en krokodillen legden het loodje na het eten van de zeer giftige pad. De pad is nauwelijks te bestrijden en verspreidt zich steeds verder over het land. Ecologen houden de ontwikkelingen van de groeiende paddenpopulatie en de gevolgen nauwkeurig bij.
De onderzoekers ontdekten dat in gebieden waar de pad voorkomt de Australische zwarte slang een kleinere bek heeft dan in gebieden waar de pad (nog) niet voorkomt. De reuzenpad is te groot voor de kleingebekte slangen.

Hoe kunnen de onderzoekers testen of de slangen met een kleine bek tot een andere soort behoren dan de slangen met een grote bek?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Slimme vogels gebruiken werktuigen.
Zie figuur B 6831 van de bijlage.

Een steen kun je als werktuig gebruiken. Zanglijsters (Turdus philomelos) zijn dol op huisjesslakken. Ze zijn niet sterk genoeg om het slakkenhuis met de snavel open te breken. De lijster pakt met de snavel een slak bij de rand van de opening van het huis en mept daarmee net zo lang op een steen tot het huis breekt.
Deze aambeeldtechniek wordt niet waargenomen bij merels (Turdus merula), alhoewel zanglijsters en merels regelmatig in elkaars nabijheid worden waargenomen.

bewerkt naar: de Gelderlander, 7 januari 1998

De koperwiek behoort tot hetzelfde genus (geslacht) als de zanglijster, maar het zijn verschillende soorten.

Welke van de volgende namen is, gelet op de inleiding, de wetenschappelijke naam van de koperwiek?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Broedende vogels.

In Noord-Holland bevindt zich de ruïne Nuwendoorn. De in 1960 teruggevonden resten van deze oude burcht uit de tijd van Floris V bestaan uit de contouren van een kasteel, een slotgracht en een waterput. In de jaren tachtig is er een heemtuin aangelegd. Een heemtuin is een tuin waarin wilde planten uit de omgeving zijn samengebracht. Het gebied is ongeveer 1 ha groot.

In de periode maart-juni 1997 werd het gebied door Mary Markx geïnventariseerd op de aanwezigheid van populaties broedvogels. De inventarisatie werd uitgevoerd door het aantal zingende vogels van elke soort te bepalen.
Dit aantal is een maat voor het aantal nesten.
In de tabel hieronder staan de resultaten van de inventarisatie.

afbeeldingafbeelding

Tot hoeveel vogelgeslachten (genera) behoren deze populaties?




-

Ordening

Nachtzwaluwen.

In Nederland komen naast de Nachtzwaluw (Caprimulgus europaeus), die overigens geen echte zwaluw is maar meer verwant is aan de spechten, ook de Gierzwaluw (Apus apus), de Boerenzwaluw (Hirundo rustica), de Huiszwaluw (Delichon urbica) en de Oeverzwaluw (Riparia riparia) als broedvogel voor.

Tot hoeveel genera (geslachten) worden deze vijf in Nederland broedende vogelsoorten gerekend? Leg je antwoord uit.

Ordening

Ebolavirus.

In 1976 werd de wereld opgeschrikt door een aantal infecties met het Ebolavirus in Zaïre. Dit virus is voor mensen zeer besmettelijk en veroorzaakt in korte tijd de dood doordat er hoge koorts met inwendige bloedingen optreedt. Tegen de ziekte bestaan geen geneesmiddelen. Het virus wordt verspreid via bloed, urine en uitwerpselen. Waar het virus vandaan komt, is onbekend. Verondersteld wordt dat het virus voorkomt bij een in het wild levende diersoort. Het kan zich dan vanuit de geïnfecteerde dieren verspreiden. Men noemt zo'n wilde diersoort het virus-reservoir.

Virussen worden niet in een van de vier rijken van organismen ondergebracht.

Noem een kenmerk van virussen waarom ze niet in een van de vier rijken worden ondergebracht.

Ordening

Zaden.
Zie figuur B 2407 van de bijlage.

Zaden spelen een belangrijke rol als voedselbron voor de mens, doordat in zaden reservestoffen zijn opgeslagen in het endosperm of in de zaadlobben.
afbeeldingafbeelding

Soorten worden samengevoegd in een genus (geslacht), genera (geslachten) in een familie, families in een orde, orden in een klasse. Bij ieder van deze groepen horen kenmerken.

Is op grond van de informatie in de tabel de plaats waar de reservestoffen worden opgeslagen een kenmerk voor de soort, het genus, de familie of de klasse?




-

afbeeldingafbeelding

Ordening

Siervruchten.
Zie figuur B 5807 van de bijlage.

In de herfst kun je langs de weg en in etalages grote siervruchten zien liggen: pompoenen (Cucurbita maxima), courgettes (Cucurbita pepo), kalebassen (Cucurbita lagenaria) en Turkse mutsen (Cucurbita maxima). Alle vier groeien deze vruchten onder aan de plant op de grond.

- Tot hoeveel soorten behoren de vier planten met deze vruchten? Leg je antwoord uit.
- En tot hoeveel genera (geslachten)? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding