Oefentoets Biologie: Ademhaling | VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 13

Deze digitale toets richt zich op de fysiologie van de ademhaling en de gevolgen van roken, en is bedoeld voor studenten in de gezondheidszorg en biologie. De toets bevat vragen over tracheotomie, ademhalingsregulatie, slaap-apneu en de impact van roken op de gezondheid. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spreken na tracheotomie en canuleplaatsing

3/3 Tracheotomie.

Na het aanbrengen van een canule kan een patiënt niet meer goed spreken.

Leg uit waardoor iemand die ademhaalt door zo'n buisje niet meer goed kan spreken.

Hersenstam en ademhaling regulatie

1/3 Regeling van de ademhaling.
Zie figuur B 4461 van de bijlage.

In de hersenstam liggen onder andere centra voor het regelen van de hartslagfrequentie en de ademfrequentie.
Als de hoeveelheid koolstofdioxide in het bloed toeneemt, regelt het ademcentrum dat je sneller en dieper gaat ademen.

In de afbeelding hiernaast is een deel van het zenuwstelsel weergegeven.

Welke letter geeft de hersenstam aan?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling en spieractiviteit bij inademen

2/3 Regeling van de ademhaling.

Trekken middenrifspieren zich samen als je diep inademt?
En trekken tussenribspieren zich dan samen?

Hormoon dat ademhaling en hartslag beïnvloedt

3/3 Regeling van de ademhaling.

De frequentie van ademhaling en hartslag wordt ook beïnvloed door een hormoon dat wordt gemaakt door de bijnieren.

Wat is de naam van dit hormoon?

Gevolgen van Roken op Gezondheid

1/2 Invloed van roken.

In tabaksrook bevinden zich schadelijke stoffen zoals koolstofmonoxide, nicotine en teer.
Koolstofmonoxide is een gas dat in het bloed wordt opgenomen. Hoe meer koolstofmonoxide zich in het bloed bevindt, des te minder zuurstof kan het bloed opnemen.
Nicotine is een giftige stof die het zenuwstelsel beïnvloedt. Nicotine kan verslavend werken.
De teer in de tabaksrook beschadigt onder andere de wand van de longblaasjes en de trilharen in de slijmvliezen.

Twee schadelijke gevolgen van roken zijn: hoesten en minder uithoudingsvermogen.

Welke van de genoemde stoffen uit tabaksrook kan zowel hoesten als minder uithoudingsvermogen tot gevolg hebben?

Overdracht van schadelijke stoffen aan de baby

2/2 Invloed van roken.

Als een zwangere vrouw rookt, komt een deel van de schadelijke stoffen ook terecht in het bloed van de baby.
Zwangere vrouwen die roken krijgen daardoor gemiddeld kleinere baby's dan vrouwen die niet roken.

Waar worden deze schadelijke stoffen uit het bloed van de moeder overgedragen aan het bloed van de baby?

Slaap-apneu en ademhalingspatronen

1/4 Slaap-apneu.

Als iemand tijdens het slapen langer dan 10 seconden stopt met ademhalen, wordt dit een slaap-apneu genoemd.
Komt zo'n ademstilstand elke nacht vaker dan 10-15 keer per uur voor, dan heeft dat schadelijke gevolgen voor de gezondheid. Slaap-apneu ontstaat meestal doordat tijdens de slaap bepaalde spieren ontspannen. Hierdoor zakken zachte weefsels in de wand van de keelholte uit. Door de zuigende werking van de longen worden de luchtwegen dan geblokkeerd. De ademhaling stopt secondenlang tot zelfs enkele minuten en de slaper wordt wakker door zuurstofgebrek. Hij ademt dan plotseling diep in, onder het maken van een snurkend geluid.

Ontstaat het blokkeren van de luchtwegen bij slaap-apneu vooral tijdens het inademen of vooral tijdens het uitademen?

Veranderingen bij inademen tijdens apneu

2/4 Slaap-apneu.

Als een apneu-patiënt door zuurstofgebrek wakker wordt, ademt hij plotseling diep in.

Hoe veranderen tijdens dit inademen de buikspieren en het middenrif?

Percentage apneu-patiënten van 55 jaar of ouder

3/4 Slaap-apneu.
Zie figuur B 4422 van de bijlage.

Ongeveer 50.000 mensen in Nederland hebben last van slaap-apneu. Door slaapgebrek zijn ze altijd moe en door zuurstofgebrek kan schade ontstaan aan hart, hersenen en andere organen.
Het diagram geeft de leeftijdsverdeling weer van apneu-patiënten in Nederland.

Hoeveel procent van de apneu-patiënten in Nederland is 55 jaar of ouder? Leg je antwoord met een berekening uit.

afbeeldingafbeelding

Aantal apneu-patiënten in Nederland

4/4 Slaap-apneu.
Zie figuur B 4422 van de bijlage.

Ongeveer 50.000 mensen in Nederland hebben last van slaap-apneu. Door slaapgebrek zijn ze altijd moe en door zuurstofgebrek kan schade ontstaan aan hart, hersenen en andere organen.
Het diagram geeft de leeftijdsverdeling weer van apneu-patiënten in Nederland.

Hoe groot is het aantal apneu-patiënten in de groep van 45 t/m 54 jaar volgens de gegevens? Leg je antwoord met een berekening uit.

afbeeldingafbeelding

Papegaaienziekte en longen

1/4 Papegaaienziekte.
Zie figuur B 4420 van de bijlage.

Papegaaienziekte wordt door een bacterie veroorzaakt. Papegaaien en andere vogels kunnen de ziekte op mensen overbrengen via besmette deeltjes in de lucht. Als iemand die inademt, kunnen de bacteriën via de longen in het bloed terechtkomen. De ziekte geeft soms alleen griepachtige verschijnselen, maar kan ook zeer ernstig zijn.

Zie figuur B 4420 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de longen schematisch weergegeven. P geeft het deel aan waarin bacteriën in het bloed kunnen komen.

Geef de naam van P.

P is een [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Bacteriën in het hart bij papegaaienziekte

2/4 Papegaaienziekte.

Vanuit de longen komen de bacteriën met het bloed in het hart terecht.

In welk deel van het hart komen de bacteriën dan het eerst binnen?

Oorzaak vertraagde ziekteverschijnselen papegaaienziekte

3/4 Papegaaienziekte.

Na een besmetting met de bacteriën duurt het ongeveer tien dagen voordat de eerste ziekteverschijnselen van papegaaienziekte optreden.

Leg uit waardoor ziekteverschijnselen pas een tijd na besmetting optreden.

Antistoffen bij papegaaienziekte

4/4 Papegaaienziekte.

Na infectie worden antistoffen gemaakt.

Waar bevinden de antistoffen tegen papegaaienziekte zich dan?

Functie van buis Q in het ademhalingsstelsel

1/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.

In de afbeelding is onder andere een deel van het ademhalingsstelsel weergegeven.

Wat stroomt via buis Q afwisselend een long in en uit?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?

2/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.

Stroomt door bloedvat P zuurstofrijk of zuurstofarm bloed? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Bloedstroom in het Hart

3/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3165 van de bijlage.

Het bloed in bloedvat R stroomt naar het hart toe.

In welk deel van het hart komt dit bloed als eerste terecht?

afbeeldingafbeelding

Weefseltype van luchtpijpringen

4/6 Ademhalingsstelsel.

In de wand van de luchtpijp bevinden zich ringen.

Uit welk type weefsel zijn deze ringen voornamelijk opgebouwd?

Functie van trilharen in de luchtpijp

5/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3166 van de bijlage.

De binnenzijde van de luchtpijp is bedekt met slijmvlies.

Wat is de functie van de trilharen in dit slijmvlies?

afbeeldingafbeelding

Samenstelling van Ingeademde en Uitgeademde Lucht

6/6 Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3167 van de bijlage.

Bij een proefpersoon wordt de samenstelling van de ingeademde en de uitgeademde lucht vergeleken. Voor drie gassen: koolstofdioxide, stikstof en zuurstof, zijn de resultaten in een willekeurige volgorde weergegeven in het staafdiagram.

Van welk gas geven de staven bij Q het resultaat weer? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding