Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 4

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

Plantengroei.

In Nederland groeien op veel akkers maïsplanten. Zij groeien onder gunstige omstandigheden snel en slaan veel reservevoedsel op in de maïskolven. Daarom zijn zij geschikt voor veevoer.
Onder grote bomen zal maïs minder goed kunnen groeien dan op een akker zonder bomen.

Noem twee redenen voor deze slechtere groei van maïsplanten onder grote bomen.

Ecologie

Energiestroom.
Zie figuur B 1622 van de bijlage.

In de afbeelding staat schematisch de energiestroom in een voedselketen weergegeven.
De pijlen in de afbeelding worden steeds kleiner getekend want de energie wordt maar voor een gedeelte doorgegeven.

Noem hiervoor twee oorzaken.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Een populatie.
Zie figuur B 3479 van de bijlage.

In de afbeelding is het verband tussen het zoutgehalte en de grootte van een bepaalde populatie weergegeven.

Bij welk zoutgehalte zijn de groei- en voortplantingskansen van deze populatie het grootst?

bij [invulveld] %

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Reducenten.

Enkele groepen organismen zijn: bacteriën, kruidachtige planten, loofbomen en schimmels.

Noem de groep of groepen hiervan die men tot de reducenten rekent.

Ecologie

Bacteriën in een oerwoud.

In de bodem van een oerwoud komen bacteriën voor. Daardoor spelen zij een rol in de kringlopen van de stoffen in het oerwoud. De vrijgemaakte stoffen kunnen worden opgenomen door de wortels van de bomen in het oerwoud.

Leg uit waardoor de bomen in het oerwoud alleen goed blijven groeien als deze bacteriën in de bodem leven? Gebruik in je uitleg de woorden bladeren, organische stoffen en anorganische stoffen.

Ecologie

Zelfreinigend vermogen van water.

Vervuiling van water door organische stoffen is er altijd al geweest. Overal komen resten van dode planten en dieren in het water terecht. Zo vervuilt het water. In het water leven ook organismen die organische stoffen afbreken tot anorganische stoffen. Daardoor komt er geen ernstige vervuiling. Dit noemt men het zelfreinigend vermogen van water. Het zelfreinigend vermogen van water loopt gevaar als de invloed van vervuiling door menselijk handelen groot wordt.

Noem de groep organismen die voornamelijk voor het zelfreinigend vermogen van het water zorgt.

Dit zijn de [invulveld]

Ecologie

Meer planten in de bermen.

Bij het onderhoud van wegen werkt men tegenwoordig zo dat er meer soorten planten in de bermen komen. De mensen vinden dat mooier in de zomer. Meer soorten planten heeft nog een voordeel. Daardoor komen er ook meer soorten dieren voor, bijvoorbeeld meer soorten vlinders.

Geef twee verklaringen voor het feit dat meer soorten planten ook leidt tot meer soorten dieren.

Ecologie

Kikkerbilletjes.

De volgende tekst is afkomstig uit een natuurtijdschrift.

Een van de armste landen ter wereld, Bangladesh, exporteerde in 1983 3,1 miljoen kilo kikkerbilletjes. Kikkers worden massaal gevangen in rijstvelden. Een negatief effect hiervan is, dat de rijstopbrengst merkbaar terugloopt in velden waar kikkers worden weggevangen.
Een onderzoek in China heeft aan het licht gebracht dat op 1 hectare rijstveld meer dan 12.000 kikkers leven, die dagelijks tot 3,4 miljoen insecten eten.

Rijstplanten en kikkers zijn onderdeel van dezelfde voedselketen.

Leg met behulp van een voedselketen uit, waardoor de hoeveelheid rijst die per jaar kan worden geoogst, merkbaar terugloopt in velden waar veel kikkers worden weggevangen.

Ecologie

Bij een sloot.
Zie figuur C 136 van de bijlage.

Aan de rand van een sloot komen onder andere de volgende organismen voor: blauwe reigers, groene kikkers, muggen, struiken en wantsen.

Deze organismen vormen samen een voedselweb (zie de afbeelding); de dieren zijn niet allemaal op dezelfde schaal getekend.
Door een ziekte neemt het aantal blauwe reigers af Korte tijd later vermindert ook het aantal van een van de andere organismen die hierboven genoemd zijn.

Welke organismen zijn dat? Licht je antwoord toe.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

Een heidegebied.
Zie figuur B 3590 van de bijlage.

In de afbeelding zijn enkele organismen in een heidegebied weergegeven. In dit gebied vormen wezels, gras, muizen en schapen een voedselweb.

Zet pijlen in het afgebeelde schema zodat het een goed voedselweb wordt.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Poten van zoogdieren.
Zie figuur B 3471 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de poten van een beer, een tijger en een zebra getekend.

Welk van deze dieren is een zoolganger?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Poten van zoogdieren.
Zie figuur B 3471 van de bijlage.

Welk van deze dieren ondervindt op een harde bodem de minste weerstand van de bodem?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/3 Poten van vogels.
Zie figuur B 3475 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie poten van vogels getekend.

Welke poot is afkomstig van een roofvogel?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Poten van vogels.
Zie figuur B 3476 van de bijlage.

In de afbeelding is een kop van een vogel getekend.

Hoe gebruikt deze vogel de snavel bij het verkrijgen van voedsel?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/3 Poten van vogels.
Zie de figuren B 3475 en B 3476 van de bijlage.

Welk poot van afbeelding B 3475 kan van dezelfde vogel afkomstig zijn als de kop van afbeelding B 3476?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Ecologie

1/2 Poten van zoogdieren.
Zie figuur B 3471 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de poten van een beer, een tijger en een zebra getekend.

Welk van deze dieren is een topteenganger?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/2 Poten van zoogdieren.
Zie figuur B 3471 van de bijlage.

Welk van deze dieren is het beste in staat om op een drassige bodem te lopen?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

1/3 Poten van vogels.
Zie figuur B 3475 van de bijlage.

In de afbeelding zijn drie poten van vogels getekend.

Welke poot is afkomstig van een watervogel?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Poten van vogels.
Zie figuur B 3472 van de bijlage.

In de afbeelding is een kop van een vogel getekend.

Hoe gebruikt deze vogel de snavel bij het verkrijgen van voedsel?

afbeeldingafbeelding