Embryologie
Navelstreng en vruchtvliezen.
I. Via de navelstreng stroomt het bloed van de moeder rechtstreeks naar het kind.
II. Het embryo wordt door 2 vruchtvliezen omgeven.
Deze oefentoets bevat 67 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
67
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Navelstreng en vruchtvliezen.
I. Via de navelstreng stroomt het bloed van de moeder rechtstreeks naar het kind.
II. Het embryo wordt door 2 vruchtvliezen omgeven.
De eerste stadia van de embryonale ontwikkeling.
Drie beweringen over de eerste stadia van de embryonale ontwikkeling van een gewerveld dier zijn:
1. een gastrula kan uit een blastula ontstaan door een instulping;
2. bij een blastula ontbreekt een holte;
3. bij de vorming van een morula treden meiotische delingen op.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Een zygote en een morula.
Over een zygote en een morula van een bepaald zoogdier worden de volgende beweringen gedaan:
1. Elk van de cellen waaruit de morula bestaat is even groot als de zygote;
2. Het aantal chromosomen per kern in de cellen van de morula is gelijk aan het aantal chromosomen in de kern van de zygote.
Is bewering 1 juist?
En bewering 2?
afbeelding
Ontwikkelingsstadia van embryonale ontwikkeling.
Bij gewervelde dieren worden tijdens de embryonale ontwikkeling onder andere de volgende stadia onderscheiden:
1. blastula,
2. zygote,
3. gastrula,
4. morula.
Welke van onderstaande reeksen geeft de juiste volgorde van deze stadia tijdens de embryonale ontwikkeling weer?
Ontwikkelingsstadia van embryonale ontwikkeling.
In het lichaam van een volwassen vrouw kunnen de volgende ontwikkelingsstadia van een embryo voorkomen:
blastula, tweecellig stadium, viercellig stadium en zygote.
Welk van deze ontwikkelingsstadia wordt of welke worden vrijwel nooit in de baarmoeder aangetroffen?
Zwangerschap.
In het lichaam van een vrouw die vijf maanden zwanger is, zijn onder andere aanwezig: baarmoederslijmvlies, navelstreng en vruchtvliezen.
Welk van deze delen is of welke zijn gevormd door het ongeboren kind?
Bloedvaten van de moeder en het ongeboren kind.
Waar bevinden zich tijdens een gevorderde zwangerschap bloedvaten zowel van de moeder als van het ongeboren kind?
Tekening van een deel van de navelstreng.
Zie figuur B 345 van de bijlage.
De schematische tekening stelt een deel van de navelstreng voor, met daarin drie bloedvaten (1, 2 en 3). De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Behoren de bloedvaten 1 en 2 tot de bloedsomloop van de moeder of tot die van het embryo?
Bevatten de bloedvaten 1 en 2 zuurstofrijk of zuurstofarm bloed?
De bloedvaten 1 en 2 behoren tot de bloedsomloop van
afbeelding
CO2
-concentratie en de bloeddruk in de navelstreng.
Is de CO2
-concentratie in een navelstrengslagader van een zoogdier-embryo hoger of lager dan die in de navelstrengader?
En de bloeddruk?
afbeelding
Zuurstofgehalte en het glucosegehalte in de navelstreng.
In een navelstreng van een zoogdier worden het zuurstofgehalte en het glucosegehalte van het bloed in de ader en in een slagader gemeten.
In welk bloedvat heeft het bloed het hoogste zuurstofgehalte en in welk bloedvat het hoogste glucosegehalte?
afbeelding
Bloed in de longslagaders van een ongeboren kind.
De bloedvaten in de navelstreng van een ongeboren kind maken deel uit van de grote bloedsomloop. De longaders en de -slagaders maken deel uit van de kleine bloedsomloop. Het bloed in de longslagaders van een ongeboren kind wordt vergeleken met het bloed in de longaders van dit kind wat betreft de hoeveelheid glucose en O2
per mL bloed.
Welke uitspraak hierover is juist?
Een doorsnede van een deel van de placenta.
Zie figuur A 136 van de bijlage.
De afbeelding toont een doorsnede van een deel van de placenta met een deel van de navelstreng bij een zwangere vrouw.
In het bloed in de bloedruimte komen onder andere de volgende stoffen voor:
1. aminozuren,
2. antistoffen,
3. hemoglobine.
Welke van deze stoffen kan of welke kunnen, door de wand van de bloedvaten heen, uit de bloedruimte worden opgenomen in het bloed van het ongeboren kind?
afbeelding
De bloedruimte in de placenta.
Zie figuur A 136 van de bijlage.
Is de zuurstofconcentratie van het bloed in de bloedruimte lager dan, gelijk aan of hoger dan die van het bloed in de navelstrengslagaders?
afbeelding
Een embryo in het baarmoederslijmvlies.
Zie figuur A 171 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een stadium voor van de ontwikkeling van een embryo in het baarmoederslijmvlies van een vrouw.
In deel 1 ontwikkelen zich bloedvaten.
Zullen deze bloedvaten bloed bevatten van het embryo, van de vrouw of van beiden?
afbeelding
Embryonale ontwikkeling.
Tijdens een zwangerschap zijn in het lichaam van de vrouw onder andere de volgende cellen aanwezig:
1. cellen van de wand van de navelstrengslagader,
2. rode bloedcellen in de navelstrengslagader,
3. cellen van de placenta.
Welke van deze cellen kunnen uitsluitend worden gevormd door het embryo?
Bloedvaten van een ongeboren kind.
Enkele bloedvaten van een ongeboren kind zijn de aorta, een longader, de navelstrengader en een navelstreng slagader.
In welk van deze bloedvaten is de hoeveelheid zuurstof per mL bloed het grootst?
Bloedvaten in de placenta.
Bevinden zich tijdens een gevorderde zwangerschap in de placenta bloedvaten van de moeder en/of het kind?
En in de navelstreng?
afbeelding
Sikkelcelanemie.
Zie figuur B 1631 van de bijlage.
In bepaalde delen van Afrika komt de erfelijke ziekte sikkelcelanemie voor. Bij lijders aan deze ziekte zijn de rode bloedcellen ernstig misvormd: ze zijn sikkelvormig.
Een zwangere vrouw is heterozygoot voor de vorm van de rode bloedcellen. Hierdoor is slechts een deel van haar rode bloedcellen sikkelvormig.
In de afbeelding zijn enkele delen van de moeder en het ongeboren kind aangegeven. Er hebben geen bloedingen plaatsgevonden tijdens de zwangerschap. Het ongeboren kind heeft geen allel voor sikkelcelanemie.
In welke van de aangegeven delen bevinden zich sikkelvormige rode bloedcellen?
afbeelding
De zuurstofgehaltes bij een menselijk embryo.
We meten bij een menselijk embryo de zuurstofgehaltes in de volgende bloedvaten:
1. de navelslagader,
2. de longader,
3. de navelader.
Welk van deze drie bloedvaten bevat het zuurstofrijkste, welk het zuurstofarmste bloed?
afbeelding
De zuurstofgehaltes bij een menselijk embryo.
We meten bij een menselijk embryo (foetus) de zuurstofgehaltes in de volgende bloedvaten:
1. de navelstrengslagader,
2. de navelstrengader,
3. de aorta,
4. de onderste holle ader, vlak voor hij de rechter boezem ingaat,
5. de bovenste holle ader.
Welke reeks geeft een telkens afnemende reeks van zuurstofrijk naar zuurstofarm?
De bloedvaten in de navelstreng.
De bloedvaten in de navelstreng
Een dwarsdoorsnede van een navelstreng.
Zie figuur B 613 van de bijlage.
De tekening stelt een dwarsdoorsnede van een navelstreng met bloedvaten voor.
Door welk(e) van deze bloedvaten stroomt bloed naar de placenta toe?
Is het bloed in dit bloedvat/deze bloedvaten zuurstofarm of zuurstofrijk?
Het bloed stroomt naar de placenta toe
afbeelding
Een doorsnede van een deel van de placenta.
Zie figuur B 2613 van de bijlage.
De tekening stelt een doorsnede van een deel van de placenta met navelstreng in de baarmoeder van een vrouw voor. De pijlen geven de richting van de bloedstroom aan.
Is bloedvat P een ader of een slagader?
En bloedvat Q?
afbeelding
afbeelding
Zuurstofgehalte van in de navelstreng.
In de navelstreng van de mens stroomt bloed van de placenta naar het embryo en omgekeerd.
Over het zuurstofgehalte van dit bloed en de richting waarin het stroomt, worden de volgende uitspraken gedaan:
1. Zuurstofrijk bloed van het embryo stroomt van de placenta naar het embryo.
2. Zuurstofarm bloed van het embryo stroomt van het embryo naar de placenta.
3. Zuurstofrijk bloed van de moeder stroomt van de placenta naar het embryo.
4. Zuurstofarm bloed van de moeder stroomt van het embryo naar de placenta.
Welke uitspraken zijn juist?
Een dwarsdoorsnede van de navelstreng.
Zie figuur B 2348 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede voor van de navelstreng van een vijf maanden oud embryo
van de mens.
Met de nummers 1, 2 en 3 zijn bloedvaten aangegeven.
In welk of in welke van deze bloedvaten is het bloed zuurstofrijk?
afbeelding
Weefsel in de placenta.
Bestaat de placenta uit weefsel van de moeder of uit weefsel van het kind?
Voedingsstoffen in het bloed van een navelstrengslagader.
Zie figuur B 3803 van de bijlage.
Een ongeboren kind is met de moeder verbonden door de navelstreng en de placenta. In de afbeelding is dit
schematisch weergegeven.
Men vergelijkt de hoeveelheid voedingsstoffen in het bloed in verschillende bloedvaten in de navelstreng.
Is het gehalte aan voedingsstoffen in het bloed van een navelstrengslagader hoger dan, gelijk aan of lager dan
dat in het bloed van de navelstrengader?
afbeelding
Het glucosegehalte van het bloed van een embryo.
In welk bloedvat van een embryo van de mens is het glucosegehalte van het bloed gemiddeld het hoogst?
Concentraties in het bloed van een ongeboren kind.
Bij een ongeboren kind worden de concentraties glucose, koolstofdioxide en zuurstof in het bloed in de navelstrengader vergeleken met die in het bloed in een navelstrengslagader.
Van welke van deze stoffen is de concentratie of zijn de concentraties in de navelstrengader hoger dan die in een navelstrengslagader?
Het zuurstofgehalte in bloed van de navelstreng.
In een navelstreng worden het zuurstofgehalte en het glucosegehalte van het bloed in de ader en een slagader gemeten.
In welk bloedvat heeft het bloed het hoogste zuurstofgehalte en in welk bloedvat het hoogste glucosegehalte?
afbeelding
Stoffen die de placenta passeren.
Bij een zoogdier kunnen onder andere de volgende stoffen de placenta passeren: aminozuren, glucose en koolstofdioxide.
Welke stof gaat of welke stoffen gaan gewoonlijk vooral van het bloed van een embryo naar het bloed van de moeder?
Ontwikkeling van een mens en ontwikkeling amfibie.
Sommige organen die bij de ontwikkeling van een menselijk embryo voorkomen, ontbreken bij de ontwikkeling van een amfibie.
Tot deze organen behoort (behoren)
De blastula van een kikker.
In de blastula van een kikker komt een holte voor.
Wat gebeurt er met deze holte in de loop van de verdere ontwikkeling?
Morula van een kikker.
Zie figuur B 447 van de bijlage.
Na de bevruchting van een eicel van een kikker ontstaat uit de zygote een morula. Gedurende deze ontwikkeling treden in de cellen geen mutaties op.
Komen in deze morula haploïde celkernen voor?
Zo ja, is een deel van de celkernen in deze morula haploïd of zijn alle celkernen haploïd?
afbeelding
Ontwikkeling van een kikker.
Zie figuur B 447 van de bijlage.
Na de bevruchting van een eicel van een kikker ontstaat uit de zygote een morula. Gedurende deze ontwikkeling treden in de cellen geen mutaties op.
Iemand beweert dat bij de ontwikkeling van morula naar blastula de volgende veranderingen kunnen optreden:
1. door verplaatsing van cellen ontstaat een holte,
2. het aantal cellen neemt toe door delingen.
Welke verandering treedt of welke veranderingen treden inderdaad op bij de ontwikkeling van morula naar blastula?
afbeelding
Een embryo van een gewerveld dier.
Zie figuur B 422 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch vier doorsneden van verschillende ontwikkelingsstadia van een embryo van een gewerveld dier. Een van de doorsneden A, B, C en D is een doorsnede van een blastulastadium.
Welke van deze doorsneden is een doorsnede van het blastulastadium?
afbeelding
Een embryo bij een koe.
Een embryo bij een koe voedt zich tijdens zijn ontwikkeling
Stadia uit de embryonale ontwikkeling van de mens.
Zie figuur C 71 van de bijlage.
De figuren 1 en 2 stellen stadia uit de embryonale ontwikkeling van de mens voor. In de holte die in figuur 2 met P is aangegeven bevindt zich het vruchtwater.
Uit welke van de holten van figuur 1 is holte P ontstaan?
afbeelding
Bescherming tegen schokken en stoten in de baarmoeder.
Een kind in de baarmoeder wordt beschermd tegen schokken en stoten door
Klievingen tijdens de embryonale ontwikkeling.
Tijdens de embryonale ontwikkeling vinden klievingen plaats.
Waar vinden bij de mens de eerste klievingen plaats?
Wordt het embryo door deze klievingen duidelijk groter?
afbeelding
Een embryo in een bepaald stadium van de ontwikkeling.
Zie figuur B 1350 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een embryo van de mens weer in een bepaald stadium van de ontwikkeling.
Om ook de binnenkant te kunnen zien, is een gedeelte van het embryo in de tekening weggelaten.
Hoe oud is een embryo in dit stadium ongeveer en waar in het lichaam van de moeder bevindt het zich in het
algemeen?
afbeelding
Voor aan de neurulatie.
Voorafgaande aan de neurulatie bij een menselijk embryo hebben de volgende processen plaats gevonden:
1. innesteling;
2. ovulatie;
3. opbouw uterusslijmvlies;
4. rijping van de follikel;
5. bevruchting.
De juiste volgorde van de processen is:
De hormoonproductie na drie maanden zwangerschap.
Welk orgaan neemt na drie maanden zwangerschap de hormoonproductie van het gele lichaam over?
Ordenen van groepen cellen van het menselijk lichaam.
Iemand probeert de volgende groepen cellen van het menselijk lichaam te ordenen:
1. cellen van de opperhuid;
2. cellen van de longblaasjes;
3. resorberende cellen van de darmwand;
4. cellen van het ruggenmerg.
Hij vindt dat dit op twee verschillende manieren kan gebeuren.
De eerste manier is volgens de celbouw en het weefseltype, waartoe de cellen behoren. De tweede manier is volgens embryologische afkomst (van welk kiemblad afkomstig).
Bij ordening volgens de eerste manier ontstaan twee groepen en volgens de tweede manier eveneens.
Welk van de onderstaande alternatieven geeft de bovenbedoelde ordening juist weer?
afbeelding
Organen uit kiembladen.
De organen van de mens worden tijdens de embryonale ontwikkeling gevormd uit drie kiembladen.
Uit welke kiembladen ontstaan longen, zenuwstelsel en bloedvaatstelsel?
afbeelding
Weefsels uit hetzelfde kiemblad.
Welke weefsels van een zoogdier zijn uit hetzelfde kiemblad ontstaan?
Kiemblad(en) van de huid van een zoogdier.
Uit welk(e) kiemblad(en) zijn de cellen van de huid van een zoogdier afkomstig?
Weefsels uit een vinger van een mens.
Een vinger van een mens is opgebouwd uit verschillende weefsels.
Zijn deze weefsels ontstaan uit eenzelfde kiemblad of uit verschillende kiembladen?
Bevat een vinger bindweefsel?
De weefsels zijn ontstaan uit
Kiemblad(en) en borstvlies en longvlies.
De borstwand van de mens is aan de binnenzijde bekleed met het borstvlies en de longen zijn omgeven door het longvlies.
Van welk(e) kiemblad(en) zijn deze vliezen afkomstig?
afbeelding
Cellen van ectodermale, mesodermale & entodermale oorsprong.
In welk van de onderstaande organen komen cellen voor van ectodermale oorsprong, cellen van mesodermale oorsprong en cellen van entodermale oorsprong?
De eerste klievingsdeling bij zoogdieren.
Is bij zoogdieren de eerste klievingsdeling van een zygote een mitotische of een meiotische deling?
Treedt er tussen de eerste en tweede klievingsdeling plasmagroei op?
afbeelding
Mutaties tijdens de zwangerschap.
Een zwangere vrouw krijgt via haar voedsel een muterende stof in haar lichaam. Van deze stof is bekend, dat hij via de placenta in het foetale bloed wordt opgenomen en muterend werkt op nog niet gedifferentieerde cellen.
Als de baby geboren wordt, blijkt dat deze een misvormd ruggenmerg heeft.
De meeste waarschijnlijke verklaring is, dat de vrouw
Weefsel uit de navelstreng.
Bestaat de navelstreng uit weefsel van de moeder of uit weefsel van het kind?
De gastrulatie van een kikkerembryo.
Tijdens de gastrulatie van een kikkerembryo ontstaat een niet-afgesloten holte.
Deze holte ontwikkelt zich later tot
Functies van de placenta.
Enkele functies die organen in het lichaam van de mens kunnen vervullen, zijn:
1. gaswisseling,
2. uitscheiding van ureum,
3. opname van voedingsstoffen,
4. afscheiding van verteringssappen.
Welke van deze functies worden door de placenta vervuld ten behoeve van het ongeboren kind?
Verschijnselen tijdens de zwangerschap.
Tijdens de zwangerschap kunnen de volgende verschijnselen voorkomen:
1. antistoffen van de moeder kunnen rode bloedcellen in het embryo afbreken,
2. zuurstof in het bloed van de moeder kan in rode bloedcellen van het embryo terechtkomen.
Is verschijnsel 1 een bewijs voor de opvatting dat eiwitten van de moeder in het bloed van het kind terecht kunnen komen?
En verschijnsel 2?
afbeelding
Koolhydraatopname bij het ongeboren kind.
Zie figuur A 136 van de bijlage.
Welk koolhydraat wordt uit de bloedruimte opgenomen in het bloed van het ongeboren kind?
afbeelding
Opname van stoffen door het ongeboren kind
Een vrouw met bloedgroep O is zes maanden zwanger. In het bloed van de vrouw komen onder andere voor: aminozuren, antistoffen anti-A en anti-B, glucose en zuurstof.
Welke van deze stoffen komen in deze situatie steeds vanuit het bloed van de vrouw in het bloed van het ongeboren kind?
Bloedarmoede tijdens de zwangerschap.
Tijdens de laatste maanden van een zwangerschap treedt bij de vrouw vaak bloedarmoede op door gebrek aan hemoglobine.
Wat is hiervan in de meeste gevallen de oorzaak?
Een stadium voor van de ontwikkeling van een embryo.
Zie figuur A 171 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een stadium voor van de ontwikkeling van een embryo in het baarmoederslijmvlies van een vrouw.
Wanneer in de ontwikkeling doet dit stadium zich voor?
afbeelding
Een stadium voor van de ontwikkeling van een embryo.
Zie figuur A 171 van de bijlage.
De afbeelding stelt schematisch een stadium voor van de ontwikkeling van een embryo in het baarmoederslijmvlies van een vrouw.
Wat bevindt zich op plaats 2?
afbeelding
De betekenis van vruchtwater.
Het embryo van een mens bevindt zich in vruchtwater, omgeven door vliezen.
Over de betekenis van dit vruchtwater worden de volgende uitspraken gedaan:
1. in het vruchtwater kan het embryo zich bewegen;
2. door het vruchtwater wordt het embryo tegen schokken beschermd.
3. uit het vruchtwater neemt het embryo de benodigde zuurstof op.
Welke van deze uitspraken is of welke zijn juist?
1/6 Gevaar op de werkvloer.
OP DE WERKVLOER LOERT HET GEVAAR.
Mannelijke onvruchtbaarheid baart Europa zorgen.
Over de recreatieve kwaliteit van het minnespel zijn bibliotheken volgeschreven, nieuw is dat seks achteruitgaat in zijn scheppende functie en hier wordt de man als boosdoener aangewezen. Was tot voor kort de (oorzaak van) onvruchtbaarheid bij paren fifty-fifty over het stel te verdelen, nieuwe onderzoeken wijzen uit dat meer en meer de vruchtbaarheid van de man in het geding is: zijn zaad wil niet meer deugen.
De maatschappelijke realiteit wil dat het werken aan nageslacht naar een steeds hogere leeftijd wordt verschoven. Toch kan wie zich wil voortplanten dat maar het beste jong doen, voor het arbeidzame leven. Niet alleen bevinden beide partners zich dan in de vruchtbaarste fase van hun leven, maar vooral ook heeft arbeid nog geen kans gehad negatieve invloed op de vruchtbaarheid te hebben. Zelden deugt een werkplek ergonomisch helemaal: je krijgt er platvoeten, hernia, psoriasis, knobbelknieën of grauwe staar; maar dat werkt gelukkig niet door in de zaadaanmaak, qua hoeveelheid en kwaliteit. Maar in bedrijfstakken waar met 'gevaarlijke stoffen' wordt gewerkt - en dat zijn er meer dan je zo op het eerste gezicht zou denken - kan de mannelijke vruchtbaarheid negatief worden beïnvloed. En wordt dat ook, blijkens onderzoeken in binnen- en buitenland.
Sinds duidelijk werd dat het afnemen van het reproductieve vermogen van de man samenhangt met de negatieve kwaliteiten van het milieu en de werkomgeving, hebben wetenschappelijk onderzoekers zich op dit fenomeen gestort. Behalve dat al dat onderzoek allerhande - vaak voorzichtige en soms tegengestelde - conclusies oplevert werpt het meer nieuwe vragen op dan er te beantwoorden waren. Ook worden bij voortduring nieuwe chemische stoffen ontwikkeld die dan wel getest zijn op hun effectiviteit, maar veelal nog onderzocht moeten worden op hun belasting van het milieu in het algemeen en de arbeidsplaats in het bijzonder.
Zie volgende scherm
2/6 Gevaar op de werkvloer.
Werkplek
Berucht zijn allerlei insectenbestrijdings- en grondontsmettingsmiddelen, koelvloeistoffen, vinylbenzeen (styreen) dat gebruikt wordt bij de productie van kunststoffen, (vooral buiten-)verf en gelode benzine; ongezond voor het (ontbreken van gewenst) nageslacht is onder meer lassen, werken in operatiekamers (ontsmettingsmiddelen, narcosegassen), farmaceutische industrie, chemische wasserijen, recyclingindustrie, keramiek- en kristalvervaardiging.
En werken in kerncentrales: teveel kinderen van werknemers daar worden geboren met bloedkanker. In de regio rondom Sellafield, de beruchte kerncentrale in Noordwest-Engeland, werden de laatste jaren tien keer zoveel gevallen van leukemie bij jonge kinderen vastgesteld dan elders in Groot-Brittannië. Onafhankelijke specialisten vermoeden dat bij deze kinderen het bloedkankerrisico al bestond voordat zij werden geboren, meer nog: voordat zij werden verwekt. Zij gaan ervan uit dat de zaadproductie bij de ouders beïnvloed wordt door radioactieve straling.
De overheid wil wat doen aan verbetering van werkmilieu en scherpt de milieuregels met het jaar aan. Soms met meer, soms met minder gevolg. Zo legde toenmalig minister De Vries (Sociale Zaken) zo'n drie jaar geleden het gebruik in de bollenteelt van dichloorpropeen en methylisothiocynaat aan banden en verbood hij metamnatrium, omdat - zo bleek uit TNO-onderzoek - deze grondontsmettingsmiddelen te gevaarlijk zijn voor de werknemers in die sector. Niet alleen ging het om het veroorzaken van huidaandoeningen en allergieën, het ging vooral om negatieve effecten op het zenuwstelsel. Maar volgens de bollenkwekers is het gebruik van metamnatrium in de bollenteelt onmisbaar en een verbod onacceptabel... en vervolgens vernietigde het College van beroep voor het bedrijfsleven het verbod van De Vries, omdat het TNO-onderzoek de schadelijkheid van metamnatrium onvoldoende zou hebben aangetoond.
Verwijfde alligators
Op grond van al jaren bestaande veiligheidsbesluiten zijn bedrijven verplicht om een register bij te houden van de aanwezige gevaarlijke stoffen. Die regeling is per 1 april 1995 aangescherpt, speciaal met het oog op stoffen die de vruchtbaarheid verminderen en de kans op een miskraam of op gezondheidsschade bij nakomelingen verhogen. Geregistreerd moet nu ook worden welke werknemers met deze stoffen in aanraking komen, hoe dat gebeurt - inademing, inslikken, oog- en/of huidcontact - en wat er gedaan is om gezondheidsschade te voorkomen.
Afgelopen maand kondigde minister Borst (Volksgezondheid) onderzoek door de Gezondheidsraad aan naar het verband tussen de toenemende onvruchtbaarheid bij mannen en bepaalde in het milieu geloosde stoffen. Het gaat met name om de invloed op oestrogenen - in geringe mate door de man geproduceerde vrouwelijke geslachtshormonen. Zo is het al een aantal jaren verboden om de onderzijde van schepen te behandelen met tributyltin, dat de aangroei voorkomt van allerlei organismen. Onderzoek had uitgewezen dat dit middel er onbedoeld voor zorgt dat slakken impotent werden. Ook bij wulken in de Noordzee werd dit effect gesignaleerd. Er werden ook door chemische stoffen 'verwijfde' alligators in Florida gesignaleerd en daar voegden onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen nog hun bericht aan toe over de Nederlandse fruittelers, die meer dan gemiddeld problemen hebben met 'kindjes-kopen' en wier vrouwen, wanneer dat probleem is opgelost, vervolgens tweemaal zoveel meisjes- als jongensbaby's baren.
Zie volgende scherm
3/6 Gevaar op de werkvloer.
Van de in de fruitteelt veel gebruikte middelen ethyleendibromide carbaryl, benomyl, maneb, zineb en thiram is al langer bekend dat ze de geslachtsorganen aantasten en de voortplanting remmen. Bekend is ook dat dibromochloorpropaan verantwoordelijk is voor de grote toename van meisjesbaby's. Dat echter doorgaans met cocktails van middelen wordt gewerkt, maakt het allemaal erg ingewikkeld.
Uit het vorig jaar gepubliceerde onderzoek van de Wageningse epidemiologen bleken degenen die vaker per jaar spoten met het insecticide azinphosmethyl, het schimmelbestrijdingsmiddel metinam en de onkruiddoder paraquat steeds vader waren van een gezin met een overmatig aantal dochters. De fruittelers die het intensiefst met bestrijdingsmiddelen omgingen, hadden de grootste moeite om kinderen te krijgen. Wie de moderne cross current air blast sprayer gebruikte, bleek eerder een kind te kunnen verwekken dan wie ouderwetse technieken hanteerde, zoals de ouderwetse rugspuit die een wolk van adembenemende chemische nevel verspreidt. Iemand die dat allemaal inademt, wordt aan een duizendtal hogere dosis blootgesteld dan diegene die vanaf een moderne tractor met gesloten cabine zit te spuiten.
Vrees voor verbod
Nu is er sinds vorig jaar binnen Europa een onderzoek gaande naar de effecten van pesticiden, styreen en lood op het afnemen van de spermakwaliteit. In Nederland dreigt dat echter vast te lopen, vanwege de geringe bereidheid in de 'verdachte' bedrijfstakken eraan mee te werken. De loodindustrie, die wel wil meewerken, levert onderzoeksproblemen op omdat daar nog geen nieuwe werknemers werden aangenomen, wier sperma kan worden onderzocht.
Maar de kunststofindustrie die vooral styreen (styrol) als grondstof gebruikt, liet weten altijd de schuld te krijgen als er iets mis gaat met het milieu; en verder hadden de werkgevers nooit signalen gekregen dat er iets loos was met de vruchtbaarheid van hun personeel.
Zeker zo frappant was de argumentatie van de fruitwerkgevers: zij vrezen een verbod op bepaalde gevaarlijke stoffen, wanneer de onderzoeksresultaten worden gepubliceerd; bovendien zou alleen het onderzoek al - zeker na de voorzichtige conclusies van eerdere naspeuringen - hun imago schaden.
(Brabants Dagblad, 23 augustus 1995.)
Zie volgende scherm