Oefentoets Biologie: Lever | VO | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Lever

De lever.

Enkele processen in het lichaam van de mens zijn:

1. het afbreken van rode bloedcellen,
2. het opslaan van glycogeen,
3. het produceren van gal,
4. het produceren van insuline.

Van deze vier processen vinden er drie plaats in de lever.

Welke?

Lever

De lever.

Welke van de onderstaande beweringen over een functie van de lever in het lichaam van de mens is juist?

Lever

De lever.

Welk(e) van de volgende processen vindt (vinden) plaats in de lever?

1. afbraak van rode bloedcellen;
2. opslag van glycogeen;
3. productie van insuline.

Afbraak

Afbraak.

Bij de afbraak van rode bloedcellen ontstaan stoffen die in een sap worden afgevoerd.

Komen deze stoffen voor in speeksel, in maagsap, in gal of in alvleessap?

Lever

De lever.

Welke van de onderstaande functies heeft de lever bij een volwassen mens?

Afbraak

Afbraak.

Enkele organen bij de mens zijn: de dunne darm, de lever, een lymfeklier en een nier.

In welk orgaan worden rode bloedcellen afgebroken?

Lever

De lever.

Drie beweringen over de lever zijn:

1. in de lever wordt insuline gevormd,
2. in de lever worden spijsverteringsenzymen gevormd,
3. in de lever wordt glycogeen gevormd.

Welke van bovenstaande beweringen is of welke zijn juist?

Lever

Gal.

Bij de mens bestaat gal onder andere uit water, galzouten en galkleurstoffen. De galkleurstoffen worden gevormd uit afbraakproducten van bepaalde bloedbestanddelen.
Drie bloedbestanddelen zijn bloedplaatjes, rode bloedcellen en witte bloedcellen.

Welke van deze bloedbestanddelen leveren de afbraakproducten waaruit de galkleurstoffen worden gevormd?

Lever

Gal.

Vier beweringen over gal zijn:

1. gal wordt gemaakt in de alvleesklier en opgeslagen in de galblaas,
2. gal wordt gemaakt en opgeslagen in de galblaas,
3. gal wordt gemaakt in de lever en opgeslagen in de galblaas,
4. gal wordt gemaakt in de galblaas en opgeslagen in de lever.

Welke bewering is juist?

Lever

De lever.

Enkele processen in het lichaam van de mens zijn:

1. productie van gal,
2. vorming van enzymen,
3. opslag van glycogeen,
4. omzetting van glucose in koolstofdioxide, water en energie.

Welk van deze processen vindt uitsluitend in de lever plaats?

Lever

Galblaas.

Welke functie heeft de galblaas?

In de galblaas wordt

Lever

Gal.

Bij een patiënt is de afvoerbuis van de lever afgesloten. Als gevolg hiervan komt er geen gal meer in de darm.

Welke van de volgende beweringen over deze patiënt is op grond van de gegevens juist?

Lever

Gal.

Welke van de volgende beweringen over gal is of welke zijn juist?

1. Gal verdeelt vet in kleine druppeltjes.
2. Gal bevat enzymen die voedsel verteren.

Opslag

Opslag.
Zie figuur A 139 van de bijlage.

In de figuur staat het spijsverteringsstelsel van de mens getekend.

In welk orgaan vindt omzetting van glucose (suiker) in glycogeen plaats?
In welk orgaan wordt glycogeen opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Bloed

Glucose.

De glucoseconcentratie in het lichaam van de mens wordt in normale situaties op een waarde van ongeveer 70 mg glucose per 100 ml bloed gehouden.
Vier organen zijn: een beenspier, de dunne darm, het hart en de lever.

Welk van deze organen is direct betrokken bij het constant houden van de glucoseconcentratie in het bloed?

Lever

Glucosegehalte.

Bij een persoon wordt geconstateerd dat op een bepaald ogenblik het glucosegehalte van het bloed in de leverader hoger is dan dat van het bloed in de poortader.
Er wordt verondersteld dat dit een gevolg kan zijn van:

1. een verlaagd adrenalinegehalte van het bloed;
2. een verhoogd glucagongehalte van het bloed;
3. een verhoogd insulinegehalte van het bloed.

Welke van deze veronderstellingen kan of welke kunnen juist zijn?

Lever

De lever.

Het bloed dat bij de mens de alvleesklier verlaat, komt direct via een ader in de lever terecht.

Welk van de onderstaande processen in de lever kan hierdoor snel vanuit de alvleesklier worden geregeld?

Lever

De lever.

In de lever van de mens worden koolhydraten opgeslagen.

Gebeurt dit onder invloed van adrenaline, van alvleessap, van gal of van insuline?

Deze opslag vindt plaats onder invloed van

Lever

Halve marathon.

Ans loopt een halve marathon. Zij eet niets tijdens het lopen.

Verandert bij Ans het glycogeengehalte van de lever tijdens deze halve marathon? Zo ja, op welke manier?

Lever

Wielrennen.

Een wielrenner eet 's morgens een groot bord spaghetti. Door deze koolhydraatrijke maaltijd stijgt na enige tijd het glucosegehalte van het bloed in zijn poortader.

Verandert bij de wielrenner daardoor het glycogeengehalte van de lever?
Zo ja, op welke manier?