Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 15

Deze digitale toets over het verteringsstelsel richt zich op leerlingen en test hun kennis van organen, enzymen en de functies binnen het spijsverteringskanaal. De toets bevat visuele elementen en vragen over de structuur en werking van het verteringsstelsel. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Organen van het verteringsstelsel

1/2 Vertering.
Zie figuur B 4472 van de bijlage.

In de afbeelding worden organen van het verteringsstelsel weergegeven.
Enkele van deze organen produceren verteringssappen met enzymen.
Een orgaan is aangegeven met de letter P.

Wat is de naam van P?

Dit orgaan heet de/het [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Verteringssap en voedingsstoffenafbraak

2/2 Vertering.
Zie figuur B 4473 van de bijlage.

Op verschillende plaatsen in het verteringskanaal worden voedingsstoffen afgebroken door enzymen (zie de tabel).
afbeeldingafbeelding

In een reageerbuis wordt wat water met eiwit en zetmeel gedaan. Ook wordt er een verteringssap toegevoegd.
Op verschillende tijdstippen worden de hoeveelheden zetmeel en eiwit in de buis gemeten. De resultaten worden weergegeven in het diagram.

Welk verteringssap werd aan de buis toegevoegd?

-

afbeeldingafbeelding

Naam van de klier in het verteringsstelsel

1/5 Een verteringsposter.
Zie figuur C 378 van de bijlage.

In een klas hangt een poster die het verteringsstelsel als een fabriek voorstelt (zie de afbeelding).

Het deel dat aangegeven wordt met letter P stelt een klier voor.

Geef de naam van deze klier.

Deze klier heet de/het [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Locaties van verteringsenzymen in het lichaam

2/5 Een verteringsposter.
Zie figuur C 378 van de bijlage.

Op de poster staat maar op twee plaatsen het woord 'enzym'.

Welke twee cijfers in de afbeelding stellen andere delen van het verteringskanaal voor, waar verteringsenzymen aan het voedsel worden toegevoegd?

Op de plaatsen [invulveld] en [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Deel van het verteringskanaal benoemen

3/5 Een verteringsposter.
Zie figuur C 378 van de bijlage.

Geef de naam van het deel van het verteringskanaal dat wordt voorgesteld door cijfer 6.

afbeeldingafbeelding

Peristaltische bewegingen in het verteringskanaal

4/5 Een verteringsposter.
Zie figuur C 378 van de bijlage.

In het verteringskanaal wordt het voedsel voortgeduwd door peristaltische bewegingen.

Maken de delen die op de poster voorgesteld worden door de cijfers 2 en 5 peristaltische bewegingen?

afbeeldingafbeelding

Deel van het verteringskanaal herkennen

5/5 Een verteringsposter.
Zie figuur B 4449 en figuur C 378 van de bijlage.

Afbeelding B 4449 geeft een darmvlok weer.

Welk cijfer op de poster stelt een deel van het verteringskanaal voor met zulke darmvlokken?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Functie en structuur van de darmen

1/5 Darmen.

De volgende tekst is ontleend aan een encyclopedie.

De dunne en de dikke darm vormen een belangrijk deel van het spijsverteringskanaal.
In dit deel van het spijsverteringskanaal vindt vertering van voedsel plaats en wordt het verteerde voedsel in het bloed opgenomen.
Dit vereist zowel een groot darmoppervlak als een grote darminhoud.
Het darmoppervlak is zeer groot door de dwarse en overlangse plooien waarop zich talloze kleine uitsteeksels bevinden.
Het eerste deel van de dunne darm wordt de twaalfvingerige darm genoemd.
De dunne darm gaat over in de dikke darm.
Bij de vertering van cellulose spelen bacteriën die zich in de darm bevinden een rol.

Voor de vertering zijn enzymen nodig.

Worden deze enzymen geproduceerd door de wand van de dikke darm?
En door de wand van de dunne darm?

Spijsverteringsenzymen in de maag en mond

2/5 Darmen.

Zijn ook in de maag spijsverteringsenzymen werkzaam?
En in de mond?

Locatie van kleine uitsteeksels in darmen

3/5 Darmen.

In welk deel van het spijsverteringskanaal bevinden zich de in de tekst genoemde kleine uitsteeksels?

Locatie van bacteriën in het spijsverteringskanaal

4/5 Darmen.

Waar in het spijsverteringskanaal bevinden zich de meeste bacteriën?

Peristaltische bewegingen in darmen

5/5 Darmen.

Komen peristaltische bewegingen in de dikke darm voor?
En in de dunne darm?

Dunne darm in het darmkanaal

1/5 Darmkanaal.
Zie figuur B 4761 van de bijlage.

De afbeelding geeft een doorsnede van een deel van het darmkanaal van de mens weer.
Enkele delen hiervan zijn met cijfers aangegeven.

Met welk cijfer is de dunne darm aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Opname van water en vertering in de dikke darm

2/5 Darmkanaal.

Vindt er in de dikke darm opname van water in het bloed plaats?
En vindt er in de dikke darm vertering van cellulose plaats?

Peristaltische bewegingen in het darmkanaal

3/5 Darmkanaal.

Komen in de dikke darm peristaltische bewegingen voor?
En in de dunne darm?

Cellulose in het Darmkanaal

4/5 Darmkanaal.

Kan zich in de darminhoud op plaats 1 de stof cellulose bevinden?
En op plaats 2?

afbeeldingafbeelding

Blinde darm in het darmkanaal

5/5 Darmkanaal.

Met welk cijfer is de blinde darm aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Locatie van darmvlokken in het darmkanaal

1/5 Een darmvlok.
Zie figuur B 1955 van de bijlage.

De afbeelding geeft een darmvlok van de mens weer. De pijlen geven de stroomrichting aan van het bloed in de bloedvaten. Met de cijfers 1, 2 en 3 zijn vaten aangegeven.

In welk deel van het darmkanaal komen darmvlokken voor?

afbeeldingafbeelding

Type weefsel van een darmvlok

2/5 Een darmvlok.

Welk type weefsel wordt met P aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofgehalte in bloedvaten vergelijken

3/5 Een darmvlok.

Is het zuurstofgehalte in de bloedvaten 1 en 2 verschillend?
Zo ja, in welk bloedvat is het zuurstofgehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding