Grote Bosatlas 55e druk | kaart 62-65 | Milieu Nederland
Op de volgende schermen volgen vragen bij de Bosatlas, 55e editie.
Je hebt de kaartbladen 62 t/m 65 nodig, bij Nederland | Energie en milieu.
Klik op Verder als je wilt gaan starten.
Deze oefening bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. Ook als oefentoets in te plannen vanuit Wikiwijs. Bedoeld om leerlingen gericht te laten oefenen en hun atlasvaardigheden te toetsen, bij een specifiek onderwerp.
12
Aardrijkskunde
VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis
VO
ODD
cc-by-sa-40
Op de volgende schermen volgen vragen bij de Bosatlas, 55e editie.
Je hebt de kaartbladen 62 t/m 65 nodig, bij Nederland | Energie en milieu.
Klik op Verder als je wilt gaan starten.
Twee uitspraken. Zijn ze goed of fout?
I. Steenkool kan in Nederland alleen in Zuid-Limburg gewonnen worden.
II. Kalksteen kan in Nederland alleen in Zuid-Limburg gewonnen worden
De grootste elektriciteitscentrale van Nederland staat in:
Klei wordt vooral gewonnen ...
Wat kan er gezegd worden over het verbruik van fossiele brandstoffen?
Wat kan er gezegd worden over het verbruik van duurzame energie?
Twee uitspraken. Zijn ze goed of fout?
I. Wind (als energiebron) is het meest beschikbaar aan de Noordzeekust
II. Zon (als energiebron) is het meest beschikbaar aan de Noordzeekust
Twee uitspraken. Zijn ze goed of fout?
I. De hoeveelheid stikstofdioxide in de lucht nam in de afgelopen 10 jaar sterk af
II. Hoge fijnstof-concentraties zijn alleen aanwezig in het westen van het land
Welke van onderstaande duurzame-energiebronnen heeft in 2015 de hoogste productie?
Zet ze in de goede volgorde van hoger productie naar lagere productie
Twee uitspraken. Zijn ze goed of fout?
I. Zonnestraling is het sterkst beschikbaar in West-Nederland
II. Zonnestroom wordt in West-Nederland relatief het meest geproduceerd (in MJoule per inwoner)
Welke van onderstaande hulpbronnen vindt men specifiek langs grote rivieren?
Twee uitspraken. Zijn ze goed of fout?
I. Uit kaarten 61 A, B en D kan geconcludeerd worden dat de mobiliteit van Westerlingen veel groter is dan die van Noordelingen
II. Het openbaar vervoer vertoont een grote afname qua aantal kilometers, zowel in %-age, als absoluut