Oefentoets Biologie: Ademhaling | VWO 5/VWO 6 | variant 1

Deze oefentoets bevat 16 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

16

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

Interpleurale ruimte.

Tegen de binnenkant van de borstkas en om de longen liggen vliezen. Tussen deze vliezen bevindt zich de interpleurale ruimte. Iemand heeft een schotwond in de borst. Daardoor is de interpleurale ruimte bij een long in open verbinding met de buitenlucht en met de ruimte in de long gekomen. De gewonde probeert toch zo veel mogelijk normaal te ademen.
Over deze situatie worden drie beweringen gedaan:

1. De gewonde kan nog wel normaal inademen maar niet meer normaal uitademen doordat de lucht wegstroomt naar buiten via het gat in de borst.
2. De long in de buurt van de schotwond schrompelt ineen.
3. De binnenste en de buitenste vliezen plakken aan elkaar vast nu de lucht ertussen kan wegstromen.

Kies het nummer van de juiste bewering of de nummers van de juiste beweringen.

Ademhaling

1/4 Krachten bij de ademhaling.
Zie figuur B 4818 van de bijlage.

In het diagram hiernaast is de variatie in het longvolume weergegeven van een bepaalde rechtopstaande proefpersoon gedurende een bepaalde tijd. Uit het diagram zijn de maximale en de minimale luchtverplaatsing van deze persoon af te leiden. Met A, B en C zijn drie bepaalde tijdstippen aangeduid.

Wat is de maximale hoeveelheid lucht die de proefpersoon op grond van de gegevens kan hebben verplaatst na één uit- en inademing?
Die hoeveelheid is [invulveld] liter.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/4 Krachten bij de ademhaling.
Zie figuur B 4818 van de bijlage.

Enkele krachten zijn:

1. trekkracht van de spieren die de ribben omlaag trekken
2. trekkracht van de spieren die de ribben omhoog trekken
3. trekkracht bij het samentrekken van de middenrifspieren
4. elasticiteit van de buikwand
5. zwaartekracht
6. duwkracht als gevolg van het samentrekken van de buikspieren

Kies de nummers van de krachten die werkzaam zijn op tijdstip B.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/4 Krachten bij de ademhaling.
Zie figuur B 4818 van de bijlage.

Is rond tijdstip C de luchtdruk in de longblaasjes hoger, gelijk of lager dan de luchtdruk buiten de longen?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/4 Krachten bij de ademhaling.
Zie figuur B 4818 van de bijlage.

Wanneer is de luchtdruk in de longblaasjes hoger? Op moment A of op moment C? Of is de luchtdruk op beide momenten gelijk?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Hyperventilatie.
Zie figuur B 4820 van de bijlage.

Een patiëntenfolder bevat de volgende informatie over hyperventilatie:

"Bij hyperventilatie is uw ademhaling van slag, vaak zonder dat u het zelf beseft. U zit bijvoorbeeld in een stoel, maar ademt alsof u aan het hardlopen bent. Dat kan gebeuren wanneer u gespannen bent. Ook overbelasting of oververmoeidheid kan een rol spelen. Het is alsof het lichaam zich voorbereidt op een inspanning. U gaat vanzelf sneller ademhalen en uw hart gaat sneller kloppen".

Enkele hormonen zijn: adrenaline, ADH en cortison.

Van welk van deze hormonen is de concentratie in het bloed tijdens hyperventilatie verhoogd?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Een klein zoogdier.
Zie figuur B 4821 van de bijlage.

Van een klein zoogdier werd de ademhalingsfrequentie bepaald bij een aantal omgevingstemperaturen. De resultaten staan in de grafiek hiernaast.

- Verklaar het verloop van de curve tussen 10 en 30ºC.
- Leg uit wat de functie is van de toename van de ademhalingsfrequentie in het rechter deel van de grafiek.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Ademhaling.

Bij veel zoogdieren gaat de in- en de uitgeademde lucht in de neus door nauwe ruimten. Over de mogelijke veranderingen die daardoor in die lucht plaatsvinden en de gevolgen die er zijn voor het zoogdier, worden vier beweringen gedaan.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?

Ademhaling

Gaswisseling bij dieren.

Welk van de volgende beweringen over de gaswisselingsorganen van dieren is correct?

Ademhaling

Een poesje.
Zie figuur B 4822 van de bijlage.

Een pasgeboren poesje ligt na de geboorte soms enkele ogenblikken stil, zonder te ademen. Plotseling komt de ademhaling op gang.

Wat zal van dit laatste de directe oorzaak zijn?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Alveolaire ventilatie.

De totale hoeveelheid lucht die per minuut in de longblaasjes (alveoli) terechtkomt, wordt de alveolaire ventilatie genoemd, die wordt uitgedrukt in ml/min; de grootte daarvan hangt af van de ademfrequentie.
Stel je een hypothetisch ademhalingsresultaat voor bij drie individuen A, B en C (zie tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

Welk van de volgende uitspraken over de alveolaire ventilatie bij deze drie individuen is waar?

Ademhaling

Flauwvallen.

Elk jaar vallen er een paar studenten flauw bij tentamens, door psychische stress die zorgt voor hyperventilatie.

Hoe kan iemand flauwvallen door hyperventilatie?

Ademhaling

Gat in de borst.

Als iemand een gat in zijn borst krijgt, kan dat problemen geven bij het ademhalen.

Hoe komt dat?

Ademhaling

Bloedgassen.
Zie figuur B 282 van de bijlage.

Bij een inktvissoort S is de O2 -verzadiging van het bloed bij verschillende pO2 bepaald. De resultaten zijn in de diagrammen door de grafieken e en f weergegeven.
Grafiek e geldt voor een pCO2 = 267 Pa en grafiek f voor een pCO2 = 800 Pa. (1 Pa = 7,5 x 10-3 mm Hg)
Inktvissoort T leeft in een milieu met minder O2 en meer CO2 dan soort S.
De dieren zijn goed aan hun milieu aangepast.

Hoe zullen de zuurstofdissociatiecurven van het bloed van inktvissoort T lopen bij pCO2 = 267 Pa en hoe bij pCO2 = 800 Pa?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Het lichaam van de mens.
Zie figuur A 358 van de bijlage.

Door onvolledige verbranding van bijvoorbeeld kolen kan koolstofmonoxide (CO) ontstaan. CO en O2 zijn in competitie voor dezelfde bindingsplaats in een hemoglobinemolecuul. Mensen die veel CO hebben ingeademd, kunnen bewusteloos raken en uiteindelijk overlijden.

Zie figuur A 358 van de bijlage.

De afbeelding geeft een model van de regulatie van de ademhaling.

Iemand die bewusteloos is geraakt door het inademen van CO, wordt beademd met een mengsel van 95% O2 en 5% CO2 , maar niet met 100% O2 .

Beschrijf op basis van de gegevens in de afbeelding A 358 het effect van dit gasmengsel op de regulatie van de ademhaling.

afbeeldingafbeelding