Oefentoets Biologie: Ademhaling - Ademproblemen | VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

1/4 Duiken zonder hulpmiddelen.
Zie figuur B 3905 van de bijlage.

De verkoop van opgedoken parels of koralen is in een aantal tropische landen een belangrijke bron van inkomsten voor de plaatselijke bevolking. Bij het duiken wordt hier meestal géén gebruik gemaakt van hulpmiddelen zoals snorkels of zuurstofflessen.
Gemiddeld kan iemand die vóór de duik gedurende ongeveer 10 seconden diep in- en uitademt (hyperventilatie), vervolgens bij het duiken 40 seconden de adem inhouden en daarbij een diepte bereiken van ongeveer 10 meter.
In de afbeelding zijn de veranderingen van de pO2 , pCO2 en pN2 in de longblaasjes weergegeven tijdens hyperventilatie en de daaropvolgende duik van 40 seconden.

Geef een verklaring voor de stijging van de pO2 :

- tijdens hyperventilatie vóór aanvang van de duik;
- gedurende de eerste 20 seconden van de duik.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Machinale kunstmatige beademing.
Zie figuur A 740 van de bijlage.

Machinale kunstmatige beademing wordt toegepast als een patiënt, bijvoorbeeld tijdens of na narcose, niet zelf kan ademhalen.
De principes van twee vormen van machinale beademing zijn in de afbeelding weergegeven: bij I de overdrukbeademing en bij II de onderdrukbeademing.

Bij de machinale overdrukbeademing ademt de patiënt door een korte buis die verbonden is met het beademingsapparaat.

Waarom moet de buis waardoor de patiënt ademt niet te lang zijn?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/3 Ademhaling.
Zie figuur C 97 van de bijlage.

In het stripboek 'Asterix in Hispania' komt een jongetje voor dat anderen zijn wil weet op te leggen door langdurig zijn adem in te houden. Bij het inhouden van de adem krijgt het jongetje een rood hoofd. Na enige tijd moet hij tòch weer uitademen. Wanneer de samenstelling van de dan uitgeademde lucht zou worden onderzocht, zou blijken dat die dan nog wel zuurstof bevat.

Kan het adem inhouden en het weer uitademen alleen worden beïnvloed door het animale zenuwstelsel, alleen door het autonome zenuwstelsel of door beide?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Ademhaling.

Over de veranderingen in de bloedstroom die optreden wanneer het jongetje een rood hoofd krijgt, worden drie beweringen gedaan:

1. de hoeveelheid bloed die per minuut door zijn longen stroomt, neemt toe;
2. de hoeveelheid bloed die per minuut uit zijn hoofd naar zijn hart stroomt, neemt af;
3. de hoeveelheid bloed die per minuut uit zijn hart naar zijn hoofd stroomt, neemt af.

Welke bewering is juist?

Ademhaling

3/3 Ademhaling.

Waardoor gaat het jongetje tegen zijn zin op een bepaald moment toch weer ademhalen?

Ademhaling

1/3 Hyperventilatie.

Het overmatig snel verversen van de lucht in de longen wordt hyperventilatie genoemd. Door bewust of onbewust snel in en uit te ademen daalt de concentratie van CO2 in het bloed. Onder invloed van een lage concentratie van CO2 in het bloed worden slagadertjes die de hersenen van bloed voorzien, nauwer.
Daardoor neemt de bloedtoevoer naar de hersenen af.

Wat zal het gevolg zijn van deze verminderde bloedtoevoer naar de hersenen?

Als gevolg daarvan

Ademhaling

2/3 Hyperventilatie.

Een persoon raakt opgewonden en begint te hyperventileren. Om de hyperventilatie te stoppen, pakt hij een plastic zak.

Wat moet hij met behulp van deze plastic zak doen om de hyperventilatie te stoppen?

Ademhaling

3/3 Hyperventilatie.

In strijd met de voorschriften wil een duikster, die zonder duikapparatuur gaat duiken, hyperventileren voordat zij met haar duik begint. Over de reden waarom zij dit wil doen, geeft zij drie beweringen:

1. hierdoor zal de zuurstofconcentratie in mijn longlucht toenemen;
2. hierdoor zullen mijn ventilatiebewegingen minder snel op gang komen;
3. hierdoor zal onder water de druk in mijn longen minder snel stijgen.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Hyperventilatie.
Zie figuur B 4820 van de bijlage.

Een patiëntenfolder bevat de volgende informatie over hyperventilatie:

"Bij hyperventilatie is uw ademhaling van slag, vaak zonder dat u het zelf beseft. U zit bijvoorbeeld in een stoel, maar ademt alsof u aan het hardlopen bent. Dat kan gebeuren wanneer u gespannen bent. Ook overbelasting of oververmoeidheid kan een rol spelen. Het is alsof het lichaam zich voorbereidt op een inspanning. U gaat vanzelf sneller ademhalen en uw hart gaat sneller kloppen".

Enkele hormonen zijn: adrenaline, ADH en cortison.

Van welk van deze hormonen is de concentratie in het bloed tijdens hyperventilatie verhoogd?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Flauwvallen.

Elk jaar vallen er een paar studenten flauw bij tentamens, door psychische stress die zorgt voor hyperventilatie.

Hoe kan iemand flauwvallen door hyperventilatie?

Ademhaling

Gat in de borst.

Als iemand een gat in zijn borst krijgt, kan dat problemen geven bij het ademhalen.

Hoe komt dat?