Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 1

Deze oefentoets bevat 11 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

11

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

1/3 Kindergebit.
Zie figuur B 6927 van de bijlage.

Jalien kreeg de eerste delen van haar gebit toen ze zes maanden oud was. Het waren delen in haar onderkaak.

Welke delen kreeg Jalien volgens de foto als eerste?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/3 Kindergebit.

Het gebit wordt gepoetst met tandpasta met fluor. De buitenste laag van het gebit wordt daardoor harder. Zo worden de tanden en kiezen beschermd tegen bederf.

Hoe heet de buitenste laag van tanden en kiezen?

Spijsvertering

3/3 Kindergebit.

In de mond van Jalien maken klieren speeksel.

Noteer twee andere typen klieren die een verteringssap produceren.

Spijsvertering

Vliegenvanger.
Zie figuur B 6923 van de bijlage.

De ooievaar heeft een lange snavel waarmee hij goed kikkers en mollen kan vangen.
De afgebeelde vogel heet vliegenvanger.
De naam vliegenvanger is goed gekozen, want hij vangt veel vliegen.

Aan welk lichaamsdeel zie je dat deze vliegenvanger een insecteneter is? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Schimmels.

De hoeveelheid poep van een hond is mede afhankelijk van het soort voedsel dat de hond krijgt. In modern hondenvoer is vaak plantaardig voedsel verwerkt. Van een kilo plantaardig voedsel blijft na vertering meer poep over dan van een kilo dierlijk voedsel.

Geef een oorzaak voor dit verschil.

Spijsvertering

2/2 Hardlopen.

Tijdens een wedstrijd eten sommige hardlopers bananen.
Een banaan wordt verteerd in het spijsverteringsstelsel.
Hierbij passeren vezels van de banaan een aantal organen.

Wat is de juiste volgorde van deze organen?

Spijsvertering

1/3 Levercirrose.

In welk deel van het verteringskanaal komt de galbuis uit?

Spijsvertering

2/3 Levercirrose.

Eén van de gevolgen van levercirrose is dat er minder gal vanuit de lever via de galbuis naar het verteringskanaal wordt afgevoerd. Hierdoor worden vetten uit het voedsel minder goed door verteringsenzymen afgebroken.

Leg uit waardoor vetten minder goed verteerd worden, als er minder gal naar het verteringskanaal wordt afgevoerd.

Spijsvertering

3/3 Levercirrose.
Zie figuur B 3337 van de bijlage.

Als levercellen door levercirrose afsterven, stroomt het bloed minder goed door de lever heen. Het gevolg is dat stoffen niet meer goed aan- en afgevoerd worden.
Twee bloedvaten voeren bloed naar de lever toe: de leverslagader voert bloed vanuit de aorta aan en de poortader voert bloed vanuit het verteringskanaal naar de lever. Het bloed in de poortader bevat minder zuurstof dan het bloed in de leverslagader (zie de afbeelding).

Leg uit waardoor het bloed in de poortader minder zuurstof bevat dan het bloed in de leverslagader.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Schedels van zoogdieren.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

Welk dier (1 of 2) heeft in verhouding tot zijn lichaamslengte het langste darmkanaal of is er geen verschil?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vitamine K.

Vitamine K komt onder andere voor in groene groente zoals spinazie.
Vitamine K wordt ook door bacteriën in de darm van de mens gemaakt.
Alleen bij uitzondering heeft een mens gebrek aan vitamine K.
Dat kan gebeuren wanneer iemand gedurende een periode antibiotica heeft geslikt.

Leg uit dat door de werking van antibiotica een gebrek aan vitamine K kan ontstaan.