1/3 Duiven.
Zie figuur B 1410 van de bijlage.
afbeelding
Een bepaald ras sierduiven (Altstümmer Tuimelaars) kan wit, witpen of geëksterd zijn. In de afbeelding is de overerving van de verentekening en van de veerkleur weergegeven.
Homozygote witpen duiven (eenkleurig met witte buitenste slagpennen) worden gekruist met homozygote witte duiven. De talrijke nakomelingen vertonen alle een geëksterde tekening.
In de talrijke F2
die uit deze nakomelingen wordt gefokt, komen witpen, geëksterde en witte exemplaren voor in de verhouding 1 : 2 : 1.
De volgende twee verklaringen voor dit kruisingsresultaat worden geopperd:
1. Bij de beschreven kruising spelen twee onafhankelijk overervende allelenparen een rol; het ene allelenpaar bepaalt de kleur (witpen of wit), het andere allelenpaar bepaalt de verentekening (geëksterd of niet-geëksterd). De duiven in de F1
hebben zowel allelen voor kleurstof als voor geëksterd.
2. Bij de beschreven kruising spelen twee gekoppelde allelenparen een rol waartussen geen crossing-over optreedt: het ene allelenpaar bepaalt de kleur (witpen of wit), het andere allelenpaar bepaalt de verentekening (geëksterd of niet-geëksterd). De witpenduif uit de P-generatie heeft wel de allelen voor kleurstof, maar niet voor geëksterd. De witte duif uit de P-generatie heeft niet de allelen voor kleurstof, maar wel voor geëksterd.
Zie volgende scherm