Deze digitale toets over koolstofdioxide, broeikaseffect en bioplastic is gericht op leerlingen die hun kennis willen testen over milieuproblemen en de impact van menselijke activiteiten op het milieu. De toets bevat vragen over de rol van bomen, fossiele brandstoffen en de kringloop van bioplastic. - 16 vragen
De toename van de hoeveelheid koolstofdioxide in de lucht wordt een groot milieuprobleem genoemd. Sommige wetenschappers denken dat hierdoor de temperatuur op aarde stijgt. Zo'n temperatuurstijging kan ernstige gevolgen hebben voor het leven op aarde.
Door het planten van veel bossen zou de toename van het koolstofdioxidegehalte van de lucht geremd kunnen worden. Bomen kunnen de koolstof uit koolstofdioxide vastleggen in stoffen.
Noem drie groepen stoffen waarin bomen deze koolstof kunnen vastleggen.
Invloed van menselijke activiteiten op CO2-gehalte
2/3 Koolstofdioxide.
Enkele menselijke activiteiten in Nederland zijn:
- opwekken van elektriciteit in met hout gestookte centrales, - het verbouwen van snelgroeiende bomen, - het vervoer van bomen naar een zagerij.
Welke van deze activiteiten dragen bij aan een stijging van het koolstofdioxidegehalte van de lucht ?
Koolstofdioxide en organismen
3/3 Koolstofdioxide.
Vier groepen organismen zijn: bacteriën, dieren, planten en schimmels.
Welke van deze groepen organismen kunnen koolstofdioxide afgeven ?
Koolstofdioxide-uitstoot in een staafdiagram
1/2 Broeikaseffect.
Koolstofdioxide is één van de gassen in de lucht die het broeikaseffect veroorzaken. Wetenschappers hebben van diverse landen berekend wat de gemiddelde koolstofdioxide-uitstoot per inwoner is. De onderstaande tabel geeft een deel van de resultaten weer.
afbeelding
Zie figuur A 800 van de bijlage.
Zet de bovenstaande gegevens uit in het staafdiagram.
afbeelding
Oorzaken van fossiele brandstoffen gebruik
2/2 Broeikaseffect.
Koolstofdioxide ontstaat door het verbranden van fossiele brandstoffen. Het gebruik van fossiele brandstoffen neemt toe doordat steeds meer mensen op de aarde leven.
Noem nog een andere oorzaak voor de sterke toename van het gebruik van fossiele brandstoffen.
Fossiele brandstoffen en het broeikaseffect
1/3 Broeikaseffect.
Op internet staat de volgende informatie:
Fossiele brandstoffen zijn ontstaan uit vergane organismen van miljoenen jaren geleden. Opstoken van fossiele brandstoffen versterkt het broeikaseffect.
Drie brandstoffen zijn: gas, hout en olie.
Welke van deze brandstoffen zijn fossiele brandstoffen?
Verantwoordelijk gas voor broeikaseffect
2/3 Broeikaseffect.
Welk gas in de lucht is vooral verantwoordelijk voor het broeikaseffect?
Gevolgen van het broeikaseffect
3/3 Broeikaseffect.
Wat is het belangrijkste gevolg van het broeikaseffect?
Fossiele brandstoffen herkennen
Fossiele brandstoffen.
Verschillende stoffen werden vroeger en worden nu door de mens gebruikt als brandstoffen. Voorbeelden hiervan zijn aardolie, benzine, hout en steenkool.
Welke van deze brandstoffen zijn fossiele brandstoffen?
Kringloop van Bioplastic en Stoffen
1/4 Bio-plastic. Zie figuur A 480 van de bijlage.
Bioplastic is een nieuw soort verpakkingsmateriaal. Het wordt in fabrieken gemaakt van koolhydraten die uitsluitend afkomstig zijn van planten. Bioplastic kan na gebruik weer terug naar de fabriek of het kan in de vuilverbranding "schoon" worden verbrand. De afbeelding geeft schematisch de kringloop weer waarvan bioplastic deel uitmaakt.
Is er, onder de stoffen die bij proces 1 betrokken zijn, één die verder in deze kringloop niet meer gebruikt wordt ? Zo ja, welke ?
afbeelding
Koolhydraten in de plantenkringloop
2/4 Bio-plastic. Zie figuur A 480 van de bijlage.
Enkele koolhydraten zijn: cellulose, glycogeen en zetmeel.
Welk van deze koolhydraten kan of welke kunnen ontstaan in de plant bij proces 2 van de kringloop ? (Zie de afbeelding)
afbeelding
Bioplastic en de koolstofkringloop
3/4 Bio-plastic.
Over bioplastic worden twee beweringen gedaan:
1. Bioplastic maakt deel uit van een koolstofkringloop. 2. Bioplastic kan gerecycled worden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist ?
Reductie van bioplastic door organismen
4/4 Bio-plastic.
Noem twee groepen reducenten die voor de afbraak van bioplastic zorgen.
Beweringen over bioplastic
1/2 Bio-plastic.
Bioplastic is een nieuw soort verpakkingsmateriaal. Het wordt in fabrieken gemaakt van het afval van aardappels. Bioplastic kan na gebruik weer terug naar de fabriek of het kan in de vuilverbranding ‘schoon' worden verbrand of het verteert in de grond. Over bioplastic worden twee beweringen gedaan:
1. Bioplastic maakt deel uit van een kringloop. 2. Bioplastic kan gerecycled worden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist ?
Afbraak van bio-plastic door organismen
2/2 Bio-plastic.
Noem twee groepen organismen die meehelpen bij de afbraak van bio-plastic.
Voordelen van stadsverwarming en afvalverwerking
Compost uit afval.
Een deel van het Nederlandse afval wordt verbrand in grote afvalovens. Het warme water dat afkomstig is van de ovens wordt in sommige steden gebruikt om de huizen te verwarmen. Deze huizen met stadsverwarming hebben geen eigen gasgestookte verwarmingsketel meer. Afvalverwerking in combinatie met stadsverwarming heeft enkele voordelen. Bijvoorbeeld: met stadsverwarming is het aandeel van de stadsbewoners in het ontstaan van het 'broeikaseffect' kleiner dan bij afvalverwerking zonder stadsverwarming.