Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VWO 5/VWO 6 | variant 15

Ontdek de digitale toets over plantkunde, gericht op studenten en geïnteresseerden, met onderwerpen zoals huidmondjes, diffusieprocessen en de structuur van vaatbundels. Deze toets biedt inzicht in de functies van verschillende plantencellen en hun rol in de plantengroei. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Huidmondjes en hun functies bij belichting

Huidmondje.
Zie figuur B 5766 van de bijlage.

De gebeurtenissen die zich in een huidmondje afspelen bij belichting, kan men in het schema hiernaast onderbrengen.

Wat moet er op de plaatsen hiernaast worden ingevuld om dat schema compleet te maken?
Bij 1: ; bij 2: ; bij 3: .

afbeeldingafbeelding

Witte bloemen en hun kleurmechanismen

Witte bloemen.
Zie figuur B 5767 van de bijlage.

De witte kleur van bloemen komt tot stand door

afbeeldingafbeelding

Diffusieprocessen in een blad

Dwarsdoorsnede door een blad.
Zie figuur B 5768 van de bijlage.

Nevenstaande tekening toont een dwarsdoorsnede van een blad dat zich in het donker bevindt.
De pijlen hebben betrekking op de diffusie van O2 , CO2 en H2 O.

Zet de processen in de rechter kolom bij de juiste cijfers in de linker kolom,.

afbeeldingafbeelding
  • diffusie van CO2

  • diffusie van H2 O

  • diffusie van O2

  • I

  • II

  • III

Effect van CO2 op plantengroei

Plantengroei.

Welke van de uitspraken hieronder is of welke zijn juist?

Bij toename van atmosferische CO2

I. vormen anorganische nutriënten in de bodem de beperkende factor voor plantengroei.
II. groeien C4 -planten beduidend beter dan C3 -planten in een omgeving waar water beperkt is.
III. zorgt een toegenomen C:N ratio in afval ervoor dat de snelheid van afbraak door bodem micro-organismen toeneemt.

Eigenschappen van parenchymcellen

Parenchym.
Zie figuur B 5769 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zijn parenchymcellen afgebeeld.

Welke bewering is of welke beweringen met betrekking tot parenchymcellen zijn waar?

afbeeldingafbeelding

Celtypes: Bastvaten en Houtvaten

Celtypes.
Zie figuur B 5770 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zijn levenloze, holle, lange cellen afgebeeld (met Engelse bijschriften).

Deze cellen zijn onderdeel van en zijn deel van het .

afbeeldingafbeelding

Kenmerken van floeecellen

Celtypes.
Zie figuur B 5771 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast is een cel aangeduid met a.

Welke bewering geldt of welke beweringen gelden voor deze cel?

afbeeldingafbeelding

Secundaire diktegroei van lindehout

Secundaire diktegroei.
Zie figuur B 5772 van de bijlage.

Hiernaast is een foto te zien van een stukje lindehout. Gebruik de foto om in de volgende zin de ontbrekende woorden in te vullen.

Deze tak is jaar oud, het primaire xyleem zit bij , de mergstralen zijn zichtbaar.

afbeeldingafbeelding

Benoem de onderdelen van de stengel

1/2 Stengelbouw.
Zie figuur B 5773 van de bijlage.

Hiernaast zie je een microscopische foto van een stukje van de zonnebloemstengel.

Benoem de onderdelen die met een nummer zijn aangegeven.

Onderdeel 1 = .

Onderdeel 2 = .

Onderdeel 3 = .

Onderdeel 4 = .

Onderdeel 5 = .

Onderdeel 6 = .

Onderdeel 7 = .

afbeeldingafbeelding

Stengelbouw van de zonnebloem

2/2 Stengelbouw.
Zie figuur B 5773 van de bijlage.

Hiernaast zie je een microscopische foto van een stukje van de zonnebloemstengel.

Cambium zul je in dit stukje aantreffen tussen de nummers .

Collenchym tussen de nummers .

afbeeldingafbeelding

Vaatbundel van eenzaadlobbige en tweezaadlobbige planten

1/2 Vaatbundel.
Zie figuur B 5774 van de bijlage.

Hiernaast zie je een vaatbundel van een plant.

De buitenkant van de stengel bevindt zich aan de kant van nummer .

In deze vaatbundel bevindt zich cambium.

afbeeldingafbeelding

Benaming van Vaatbundelstructuren

2/2 Vaatbundel.
Zie figuur B 5774 van de bijlage.

Geef de meest juiste benaming van de nummers 1 t/m 4 in de afbeelding hiernaast.

Nummer 1 heet: en heeft een kern.

Nummer 2 heet: en heeft een kern.

Nummer 3 heet: en heeft een kern.

Nummer 4 heet: en heeft een kern.

afbeeldingafbeelding

Houtdoorsneden en boomsoorten

1/4 Hout.
Zie figuur B 5775 van de bijlage.

Hiernaast is een foto weergegeven van een houtpreparaat bij een sterke vergroting.

Wat voor soort doorsnede is dit?
Het is een doorsnede.

En is het hout van een loofboom (hardhout) of is het hout van naaldboom (=zachthout)?
Het is hout van een .

afbeeldingafbeelding

Houtdoorsneden en soorten hout

2/4 Hout.
Zie figuur B 5776 van de bijlage.

Hiernaast is een foto weergegeven van een houtpreparaat bij een sterke vergroting.

Wat voor soort doorsnede is dit?
Het is een doorsnede.

En is het hout van een loofboom (hardhout) of is het hout van naaldboom (=zachthout)?
Het is hout van een .

afbeeldingafbeelding

Houtdoorsneden en boomsoorten

3/4 Hout.
Zie figuur B 5777 van de bijlage.

Hiernaast is een foto weergegeven van een houtpreparaat bij een sterke vergroting.

Wat voor soort doorsnede is dit?
Het is een doorsnede.

En is het hout van een loofboom (hardhout) of is het hout van naaldboom (=zachthout)?
Het is hout van een .

afbeeldingafbeelding

Houtdoorsneden en boomsoorten

4/4 Hout.
Zie figuur B 5778 van de bijlage.

Hiernaast is een foto weergegeven van een houtpreparaat bij een sterke vergroting.

Wat voor soort doorsnede is dit?
Het is een doorsnede.

En is het hout van een loofboom (hardhout) of is het hout van naaldboom (=zachthout)?
Het is van een .

afbeeldingafbeelding

Kastanjetak: Foto en Onderdelen Analyse

Kastanjetak.
Zie figuur B 5779 van de bijlage.
Zie figuur B 5780 van de bijlage.

In de afbeeldingen 1 en 2 is een kastanjetak afgebeeld, in de 2e afbeelding met nummers.

Wanneer is de foto gemaakt? De foto is gemaakt in .
En wat stellen de nummers voor?

Onderdeel 1 stelt voor: .
Onderdeel 2 stelt voor: .
Onderdeel 3 stelt voor: .
Onderdeel 4 stelt voor: .

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Benoem de onderdelen van een seringblad

Blad sering.
Zie figuur B 5781 van de bijlage.

In de afbeelding zie je een blad van een sering.

Benoem de genummerde onderdelen.

Onderdeel 1 stelt voor: .

Onderdeel 2 stelt voor: .

Onderdeel 3 stelt voor: .

Onderdeel 4 stelt voor: .

Onderdeel 5 stelt voor: .

Onderdeel 6 stelt voor: .

Onderdeel 7 stelt voor: .

afbeeldingafbeelding

Benoem de onderdelen van de dennennaald

Dennennaald.
Zie figuur B 5782 van de bijlage.

Hiernaast is een dennenaald afgebeeld.

Benoem de genummerde onderdelen.

Onderdeel 1 stelt voor: .

Onderdeel 2 stelt een bepaald type cel voor, namelijk een cel.

Onderdeel 3 stelt een bepaald type cel voor, namelijk een cel.

Onderdeel 4 stelt voor: .

Onderdeel 5 stelt voor: .

afbeeldingafbeelding

Doorsnede van een monocotyle en dicotyle stengel

1/2 Doorsnede van een stengel.
Zie figuur B 5785 van de bijlage.

De dwarsdoorsnede van de stengel hiernaast is van een plant,
die bladnerven en heeft.

afbeeldingafbeelding