Oefentoets Biologie: Stofwisseling | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 2

Deze oefentoets bevat 50 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

50

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Stofwisseling

4 x juist of onjuist.

1. Hormonen spelen een rol bij het constant houden van de samenstelling van het inwendige milieu. [invulveld]

2. De lever produceert fibrinogeen. [invulveld]

3. De lederhuid beschermt het lichaam tegen uitdroging. [invulveld]

4. Als iemand het koud krijgt, neemt zijn warmteproductie door verbranding toe. [invulveld]

Stofwisseling

1/4 Bedreigd door de kou.
Zie figuur B 2560 van de bijlage.

In de bergen kunnen sneeuwlawines slachtoffers maken. Soms is redding mogelijk als hulpverlener en slachtoffer juist handelen. Zo wordt aan wandelaars het advies gegeven bij een lawine een houding aan te nemen zoals getekend in de afbeelding. Ook als iemand onder de sneeuw bedolven is, geeft deze houding de meeste kans op overleven.

Welke van de volgende beweringen over de aanbevolen houding onder de sneeuw is of welke zijn juist?

1. Door deze houding kun je dieper ademhalen.
2. In deze houding verlies je minder warmte.

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/4 Bedreigd door de kou.

Een lawineslachtoffer wordt op het nippertje gered. Hij heeft last van beginnende bevriezingsverschijnselen. Hij voelt daardoor de hand die hij krijgt van een redder, niet meer.

Welk type zintuigen in de huid is dan ongevoelig voor de prikkels van de aanraking geworden?

Stofwisseling

3/4 Bedreigd door de kou.

Men heeft na een speurtocht een persoon onder de sneeuw gevonden. Door een spleet in de sneeuw kan men met het slachtoffer spreken en hem gerust stellen. Het kost nog wel enige tijd voor het slachtoffer uit de sneeuw is vrijgemaakt. Doordat de ruimte om te bewegen klein is, is de ademfrequentie van het slachtoffer gedaald.

Leg in twee stappen uit waardoor de ademfrequentie is gedaald bij het slachtoffer.

Stofwisseling

4/4 Bedreigd door de kou.

Vroeger werd aan slachtoffers die onder de sneeuw vandaan werden gehaald, drank met veel alcohol gegeven.
Men dacht dat ze daar warm van werden. Tegenwoordig wordt dit niet meer gedaan. De drank geeft wel een warm gevoel van binnen, maar door de alcohol worden de bloedvaten in de huid wijder. Dat is gevaarlijk voor iemand die koud en uitgeput tussen de sneeuw vandaan wordt gehaald.

Leg uit dat de lichaamstemperatuur van een slachtoffer dat alcohol drinkt, sneller kan dalen dan bij een slachtoffer dat geen alcohol drinkt.

Stofwisseling

1/6 Marathon.

Tijdens de marathon voor vrouwen op de Olympische Spelen van Los Angeles deed zich een gevaarlijke situatie voor bij de loopster Gabriele Andersen.
Zij had 2 km voor de finish een watervoorziening gemist en had toen dus niet gedronken. Het gevolg was dat ze waggelend over de finish kwam.
Bij inspanning wordt in normale situaties via de huid lichaamswarmte afgevoerd. Dit gebeurt onder andere doordat er extra bloed door de huid gaat stromen.
Door niet voldoende te drinken ontstaat een watertekort, waardoor er te weinig bloed naar de huid gaat.
In het geval van Gabriele Andersen stroomde te weinig bloed door de huid.

Werd de temperatuur in haar lichaam hierdoor lager, bleef deze gelijk of werd deze hoger?

Stofwisseling

2/6 Marathon.

Is bij inspanning in normale situaties de temperatuur van het bloed in de huidslagadertjes lager dan, gelijk aan of hoger dan de temperatuur van het bloed in de huidadertjes?

Stofwisseling

3/6 Marathon.

Bij inspanning moet warmte uit het lichaam worden afgevoerd.

Door welk van onderstaande processen wordt de afvoer van warmte uit het lichaam bevorderd?

Stofwisseling

4/6 Marathon.

Tijdens inspanning kan iemand snel een watertekort krijgen, doordat het lichaam veel water verliest.

Op welke manier gaat er bij inspanning water verloren?

Stofwisseling

5/6 Marathon.

Wanneer het lichaam een watertekort heeft, is uitscheiding van zout uit het bloed niet goed meer mogelijk.

Vindt in normale gevallen uitscheiding van keukenzout uit het bloed plaats via de lever of via de nieren of zowel via de lever als via de nieren?

Stofwisseling

6/6 Marathon.

Waar in het lichaam ontstaat bij inspanning de extra lichaamswarmte?

Stofwisseling

1/2 Op het toneel.

Jan is een goede pantomimespeler. Na afloop van een voorstelling neemt hij het applaus van het publiek in ontvangst. De voorstelling was inspannend en op het podium waren er veel lampen aan die op Jan schenen. Hij heeft het er warm van gekregen. Hij transpireert nu hevig. Door het transpireren kan zijn lichaam overtollige warmte kwijtraken.

Geef hiervoor een verklaring.

Stofwisseling

2/2 Op het toneel.

Jan beweegt zijn middenrif en zijn ribben. Daardoor wordt de inhoud van zijn borstkas groter en haalt hij diep adem.

Door welke bewegingen van het middenrif en de ribben wordt de inhoud van zijn borstkas groter?

Stofwisseling

1/5 Water in de mens.

Water is voor een mens een onmisbare stof. In de tabel hieronder is weergegeven hoeveel water gemiddeld per dag wordt opgenomen, gevormd en afgegeven door een mens.

afbeeldingafbeelding

Geef de naam van het proces waarbij in de cellen water wordt gevormd.

Dit proces heet de [invulveld]

Stofwisseling

2/5 Water in de mens.

Welke organen kunnen de grootste bijdrage leveren aan het tegengaan van waterafgifte door het lichaam op het moment dat de wateropname te gering is?

Stofwisseling

3/5 Water in de mens.

Het lichaam geeft water af via de nieren.

Geeft het lichaam naast water ook glucose af via de nieren?
En zouten?

Stofwisseling

4/5 Water in de mens.

In het spijsverteringsstelsel wordt per dag ongeveer 8 liter spijsverteringssap gevormd.

In welke organen wordt deze 8 liter voornamelijk weer in het bloed opgenomen?

Stofwisseling

5/5 Water in de mens.

De longen en de nieren geven niet alleen water af. Zij nemen ook water op.

Uit welk stelsel of uit welke stelsels nemen de longen en de nieren het water direct op?

Stofwisseling

1/3 Alcohol.
Zie figuur A 874 van de bijlage.

Bij een onderzoek naar het gemiddelde gebruik van het aantal glazen alcohol per dag, werden de volgende resultaten gevonden.
afbeeldingafbeelding

Maak met deze gegevens het staafdiagram in de figuur af.

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/3 Alcohol.

In welke twee organen wordt alcohol opgenomen in het bloed?

Stofwisseling

3/3 Alcohol.

In een boek staat:
Nadat alcohol in het bloed is opgenomen, komt het in het hele lichaam. Zo bereikt alcohol al na 10 minuten de hersenen. Omdat alcohol niet kan worden opgeslagen in ons lichaam, wordt het verbrand. Het verbruik van andere brandstoffen, zoals vetten, wordt daardoor minder. Vet dat zo overblijft, wordt vooral opgeslagen in de buik. Overgewicht in de vorm van een 'bierbuik' is één van de mogelijke gevolgen van overmatig gebruik van alcohol.

Wat zijn twee andere mogelijke gevolgen van overmatig gebruik van alcohol?

Stofwisseling

Stofwisseling bij sport.
Zie figuur A 596 van de bijlage.

In de tabel in de figuur staat het O2 -verbruik van mannen en vrouwen gedurende bepaalde vormen van sport.

Zet de volgende sportvormen zo goed mogelijk op de juiste plaats (maak eerst een kladlijstje):

skiën (afdaling),
ongetraind sporten,
langlaufen 50 km,
wielrennen 10 km,
hardlopen 800-1500 m,
gewichtheffen,
schaatsen 1500 m,
hardlopen 400 m,
skispringen,
hardlopen 3000 m.

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

1/2 Wielrennen.

Tijdens wielerwedstrijden, zoals de Tour de France, drinken de renners voortdurend water. Wanneer de renners te weinig drinken kunnen ze overtollige warmte niet goed kwijt en lopen hun prestaties sterk terug.

Waar ontstaat bij de renners tijdens de wedstrijd vooral veel extra warmte?

Stofwisseling

2/2 Wielrennen.

Leg uit waardoor wielrenners hun overtollige warmte niet goed kwijt kunnen als zij te weinig drinken.

Stofwisseling

1/2 Kogelstoten.
Zie figuur B 905 en figuur B 906 van de bijlage.

In de afbeelding B 905 zijn achtereenvolgende stadia van de lichaamshouding van een kogelstoter getekend tijdens het stoten.

In de afbeelding B 906 zijn het skelet en een aantal spieren getekend van de rechterarm waarmee de kogelstoter de kogel wegstoot.

Welke veranderingen treden op in de lengte van de spieren P en Q tussen stadium 7 en stadium 9 uit afbeelding B 905?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/2 Kogelstoten.

Bij het kogelstoten vindt een aantal opeenvolgende ingewikkelde bewegingen plaats.

Waar vindt de precieze coördinatie van de afzonderlijke spierbewegingen plaats: in de bovenarm, in de kleine hersenen of in het ruggenmerg?

Stofwisseling

1/2 Triatlon.
Zie figuur B 3369 van de bijlage.

Bij een triatlon zijn sporters bezig met zwemmen, fietsen en hardlopen. Het energieverbruik bij deze activiteiten is verschillend. De onderstaande tabel geeft het gemiddelde energieverbruik bij de drie onderdelen van de triatlon weer.

afbeeldingafbeelding

Bij een training voor een triatlon gaat Remco 20 minuten fietsen, 10 minuten hardlopen en 20 minuten zwemmen.

Tijdens welke activiteit gebruikt hij dan de meeste energie?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/2 Triatlon.

Sporters die meedoen aan een triatlon letten goed op hun voeding. Zo gebruiken ze bijvoorbeeld vitaminepillen.

Tot welke groep stoffen behoren vitamines?

Stofwisseling

1/2 Warming-up.
Zie figuur B 1391 van de bijlage.

In de afbeelding is iemand bezig met een warming-up.

Wat is een functie van de warming-up?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/2 Warming-up.

Welk levenskenmerk wordt hier uitgebeeld?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling van de mens

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij mannen van verschillende leeftijden. Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij mannen tussen 14 en 18 jaar het grootst is.

Stofwisseling van de mens

Gemiddelde energiebehoefte.

Wetenschappers hebben onderzoek gedaan naar de gemiddelde energiebehoefte bij vrouwen.
Een deel van de resultaten is weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Leg uit waardoor de gemiddelde energiebehoefte bij zwangere vrouwen het grootst is.


-

Stofwisseling van de mens

1/3 Hardlopen.
Zie figuur B 4592 van de bijlage.

Hardlopen kost veel energie.
Het ontbijt van een bepaalde hardloper bestaat uit:
- één wortel
- twee gefrituurde bananen
- twee boterhammen met aardbeien
- een portie rijst
- sinaasappelsap

Uit welk vak van de Schijf van Vijf ontbreekt er iets bij dit ontbijt?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling van de mens

2/3 Hardlopen.

Tijdens een wedstrijd eten sommige hardlopers bananen.
Een banaan wordt verteerd in het spijsverteringsstelsel.
Hierbij passeren vezels van de banaan een aantal organen.

Wat is de juiste volgorde van deze organen?

Stofwisseling van de mens

3/3 Hardlopen.

Bepaalde voeding is noodzakelijk om een goede tijd te lopen.
Ook de ademhaling is belangrijk.
Hardlopers ademen door de mond en niet door de neus.
Ademhalen door de mond heeft nadelen.

Noteer twee nadelen van ademen door de mond in plaats van ademen door de neus.

Stofwisseling

1/4 Ouder worden.
Zie figuur A 1020 van de bijlage.

De samenstelling van het menselijk lichaam verandert met de leeftijd (zie het diagram).

Hoe groot is het verschil in gemiddeld percentage vetweefsel tussen een 25-jarige en een 70-jarige volgens de gegevens in het diagram? [invulveld] %

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

2/4 Ouder worden.

In het verleden verloren veel mensen hun tanden en kiezen voordat ze de middelbare leeftijd hadden bereikt. Het gebit was niet versleten, maar aangetast door cariës (tandbederf). Nu komt er minder cariës voor en hebben de meeste mensen tot op hoge leeftijd nog hun eigen gebit.

Noem twee oorzaken waardoor er tegenwoordig minder cariës voorkomt.

Stofwisseling

3/4 Ouder worden.
Zie figuur B 4627 van de bijlage.

Bij veel oudere mensen treedt slagaderverharding op. De wanden van de slagaders worden dikker en harder, waardoor de bloedvaten nauwer worden. Als hierdoor een kransslagader afgesloten raakt, is een hartinfarct het gevolg.

In de afbeelding is het hart weergegeven.

Welke letter geeft een kransslagader aan?

afbeeldingafbeelding

Stofwisseling

4/4 Ouder worden.

Onder andere door slagaderverharding stijgt de bloeddruk bij het ouder worden vaak te veel. Iemand met een te hoge bloeddruk krijgt het advies zijn eetgewoonten aan te passen.

Noem nog twee andere veranderingen in leefstijl waardoor de kans op een hoge bloeddruk verminderd wordt.

Stofwisseling

Het bloedvatenstelsel.

Het bloed brengt brandstof naar organen zoals de botten, de longen en de skeletspieren.

Welke van deze organen verbruiken overdag de meeste brandstof?

Stofwisseling

1/4 Spieren en energieverbruik.

Door het samentrekken van spieren kan ons lichaam bewegen. Bij dit samentrekken zetten de spieren chemische energie uit glucose om in bewegingsenergie en warmte. Dit gebeurt door het verbranden van de glucose. Bij het begin van een inspanning nemen het ademhalingsritme en het aantal hartslagen per minuut eerst toe. In de spieren ontstaan afvalproducten, waardoor we na enige tijd een zwaar en vermoeid gevoel kunnen krijgen.
Niet alle energie uit glucose wordt voor beweging gebruikt. Ongeveer 70% van de energie komt als warmte vrij. Deze warmte moet grotendeels worden afgevoerd, anders zou de lichaamstemperatuur gevaarlijk oplopen.

Welke stof is nodig voor het verbranden van glucose?

Stofwisseling

2/4 Spieren en energieverbruik.

Neemt bij het begin van een inspanning de hoeveelheid bloed die per minuut door de kransslagaders naar de hartspier wordt vervoerd toe of af of blijft deze hoeveelheid bloed gelijk?

Stofwisseling

3/4 Spieren en energieverbruik.

Waar vindt de bewustwording van het "zwaar en vermoeid gevoel" plaats: in de grote hersenen, in de hersenstam of in de kleine hersenen?

Stofwisseling

4/4 Spieren en energieverbruik.

Welke van onderstaande vaten spelen de belangrijkste rol bij het afvoeren van warmte uit het lichaam?

Stofwisseling

Hormonen.

In hormoonklieren worden hormonen gevormd. Deze hormonen worden afgegeven aan het bloed. Zo komen de hormonen overal in het lichaam terecht en kunnen ze op bepaalde plaatsen hun invloed uitoefenen. Die invloed kan het activeren van een andere hormoonklier zijn. Een voorbeeld van dit laatste is een hypofysehormoon dat de productie van een hormoon Q kan stimuleren.
Dit hormoon Q stimuleert de stofwisseling in de cellen van het lichaam.

Wat zal met de productie van koolstofdioxide door de cellen gebeuren, wanneer de stofwisseling wordt verhoogd onder invloed van hormoon Q?

Stofwisseling

De schildklier.

Door een afwijking aan de schildklier produceert deze soms te weinig hormoon. Eén van de verschijnselen is dan, dat een patiënt snel vermoeid raakt.

Leg uit waardoor iemand snel vermoeid raakt, als de schildklier te weinig hormoon maakt.

Stofwisseling

Schildklier en struma.

De schildklier van de mens heeft jodium nodig om zijn product te maken. De mens moet dit jodium via het voedsel binnenkrijgen. Als er een tekort aan jodium is, wordt de schildklier aangezet tot het maken van meer van zijn product. Dit wordt zichtbaar door het opzwellen van de schildklier (de zogenaamde struma of krop).
Ondanks dit opzwellen, blijft de hoeveelheid product die gevormd wordt te gering.

Verandert de stofwisseling van mensen die een tekort aan jodium krijgen?
Zo ja, hoe?

Stofwisseling

Snelle spieren.

Sommige mensen lijken gemakkelijker te kunnen vermageren dan andere. Bepaalde onderzoekers hebben daar de volgende theorie over: er zijn 'snelle' spiervezels en 'langzame' spiervezels. De 'snelle' spiervezels putten hun energie hoofdzakelijk uit het verbranden van glucose. In 'langzame' spiervezels wordt voornamelijk vet verbrand. Hoe snel je kunt vermageren, hangt samen met hoeveel van elke soort spiervezels je hebt.

Arno en Kees willen allebei vermageren. Arno heeft meer 'snelle' spiervezels en 30% lichaamsvet; Kees heeft meer 'langzame' spiervezels en ook 30% lichaamsvet. Arno en Kees volgen hetzelfde vermageringsdieet en eten ongeveer evenveel. Zij zijn begonnen met dagelijks een paar kilometer hardlopen en bewegen beiden ongeveer evenveel.

Bij wie van de twee gaat de vermagering volgens de theorie van de 'snelle' en 'langzame' spiervezels het snelst? Licht je antwoord toe.

Stofwisseling

Training.
Zie figuur B 3129 van de bijlage.

Tijdens een training trekt een bepaalde spier zich vaak samen.
De temperatuur van het bloed op plaats P is 37°C.

Hoe hoog is de temperatuur op plaats Q?

afbeeldingafbeelding