Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | HAVO 4/HAVO 5
Deze oefentoets bevat 44 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
44
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Spijsvertering
Lengte dunne darm bij kikkervisje en kikker.
Een kikkervisje (planteneter) verandert in een kikker (vleeseter).
In welk stadium heeft dit dier in verhouding tot zijn lichaamslengte de kortste dunne darm? In welk stadium heeft de maag in verhouding het grootste aandeel in de vertering?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering bij kikkervisje en kikker.
Jonge kikkerlarven voeden zich met plantaardig materiaal, terwijl volwassen kikkers vooral van insecten leven.
Met betrekking tot het darmkanaal van jonge kikkerlarven en van volwassen kikkers worden twee beweringen gedaan:
1. In verhouding tot de grootte van het lichaam is het darmkanaal van volwassen kikkers langer dan dat van jonge kikkerlarven. 2. Zowel in het darmkanaal van jonge kikkerlarven als in dat van volwassen kikkers worden eiwitverterende enzymen gevormd.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Spijsvertering
Spijsvertering. Zie figuur B 2467 van de bijlage.
Over de vertering in het spijsverteringskanaal van de mens is het volgende gegeven:
- het verband tussen de activiteit van speeksel en de pH (zie diagram); - het verband tussen de activiteit van maagsap en de pH (zie diagram); - bij het eten komt de maagsapvorming op gang; - maagsap heeft ongeveer pH 1,5 en speeksel ongeveer pH 7.
Welke van onderstaande uitspraken over de vertering van koolhydraten in de maag is juist?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
In de maagwand van de mens komen kliercellen voor die slijmstoffen produceren. Deze slijmstoffen vormen een laag die tegen de maagwand ligt.
Welke functie heeft deze laag?
Spijsvertering
Spijsvertering.
Is bij de mens de kringspier bij de uitgang van de maag samengetrokken bij een hoge of bij een lage zuurgraad in het begin van de twaalfvingerige darm? Door welk spijsverteringssap wordt deze hoge of lage zuurgraad veroorzaakt?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
Wanneer zullen bij de mens de kringspieren van de maagportier zich ontspannen: als de inhoud van de twaalfvingerige darm meer zuur wordt of als deze minder zuur wordt?
Door welk spijsverteringssap wordt deze verandering in pH veroorzaakt?
afbeelding
Spijsvertering
Spijsvertering.
In de dunne en in de dikke darm spelen zich een aantal processen af, zoals:
1. afgifte van enzymen aan het voedsel, 2. kneedbewegingen, 3. activiteit van bacteriën.
Welk(e) van deze processen zal (zullen) leiden tot een toename van de hoeveelheid stoffen, die geresorbeerd kunnen worden?
Spijsvertering
Resorptie vanuit dunne darm.
De resorptie van voedingsstoffen vanuit de dunne darm is voornamelijk een actief proces. Voor deze stelling worden de volgende feiten aangevoerd:
1. in de darmvlokken bevinden zich veel lymfevaten, 2. er worden stoffen opgenomen waarvan de concentratie in de darmholte lager is dan in het bloed, 3. via dood darmepitheel worden nauwelijks stoffen opgenomen.
Welke feiten ondersteunen de stelling?
Spijsvertering
Wateropname.
In welk van onderstaande delen van het spijsverteringskanaal van de mens wordt de grootste hoeveelheid water in het bloed opgenomen?
Spijsvertering
1/3 Darmflora.
De bacteriesoorten die in de darm van mensen voorkomen, kunnen van persoon tot persoon verschillen. De Wageningse onderzoeker Erwin Zoetendal vroeg zich af wat hiervan de oorzaak is. Met een nieuwe onderzoekstechniek bestudeerde hij de samenstelling van bacteriesoorten in de ontlasting van drie groepen mensen. Groep 1 bestond uit een aantal eeneiige tweelingen. Groep 2 bestond uit een aantal twee-eiige tweelingen en hun broers en zussen van verschillende leeftijden. Groep 3 bestond uit een aantal echtparen. Die echtparen vormden een commune, woonden samen, aten samen en hadden dezelfde levensstijl maar er was geen verdere familieband tussen hen.
De onderzochte familieleden uit de groepen 1 en 2 waren volwassenen die gescheiden van elkaar leefden. Uit de resultaten van zijn onderzoek kon Zoetendal de conclusie trekken dat de soortensamenstelling van bacteriën in de darm (darmflora) tot stand komt onder invloed van erfelijke factoren en dat omgevingsfactoren er nauwelijks invloed op hebben.
Welke overeenkomsten in de darmflora vond Zoetendal bij de drie groepen?
-
Spijsvertering
2/3 Darmflora. Zie figuur B 2974 van de bijlage.
De nieuwe onderzoekstechniek die gebruikt werd, vertelt snel welke soorten bacteriën er in een monster aanwezig zijn. De techniek herkent de bacteriën aan een eigenschap van hun ribosomen.
In de afbeelding is een schematische tekening van een bacterie te zien.
Met welk cijfer wordt een ribosoom aangegeven?
afbeelding
Spijsvertering
3/3 Darmflora.
Eiwitten worden opgebouwd uit twintig verschillende aminozuren. Bij goede voeding kan de volwassen mens in de lever twaalf van deze aminozuren wel zelf maken en de acht andere niet. Deze laatste moeten dus met het voedsel worden opgenomen. Er zijn aminozuren die in de lever kunnen worden omgezet in een ander aminozuur. Hieronder wordt een aantal aminozuuromzettingen genoemd:
1. essentieel aminozuur X ® essentieel aminozuur Y; 2. essentieel aminozuur P ® niet-essentieel aminozuur Q; 3. niet-essentieel aminozuur A ® essentieel aminozuur B; 4. niet-essentieel aminozuur M ® niet-essentieel aminozuur N.
Welk van deze omzettingen is of welke zijn mogelijk in de lever?
Spijsvertering
1/4 Geplaagd door de wind.
Tekst: Over de feiten rond flatulentie (het laten van winden) wordt niet gestreden. Het mechanisme is bekend: bepaalde sachariden kunnen in de dunne darm niet worden verteerd en worden uiteindelijk verderop, in de dikke darm, verteerd door bacteriën via een gistingsproces. Dat levert dagelijks zo'n 600 milliliter koolstofdioxide en waterstof op, dat het lichaam via de sluitspier verlaat gemiddeld 14 keer per etmaal. Behalve uit koolstofdioxide en waterstof bestaat de wind uit methaan, echter niet bij iedereen: één op de drie mensen bezit geen of onvoldoende bacteriën in de darm die methaan kunnen produceren. De oorzaak is erfelijk. Koeien en mensen verergeren als gasproducenten met elke wind het broeikaseffect. Geruststellend is dat het bij mensen om milliliters per persoon per dag gaat. Een koe windt per dag 250 tot 500 liter gas de atmosfeer in!
bewerkt naar: Mark Traa, Geplaagd door de wind', Trouw, 14 oktober 1999
Leg uit waardoor mensen bepaalde sachariden wel en andere niet kunnen verwerken (verteren) in de dunne darm.
Spijsvertering
2/4 Geplaagd door de wind.
Tekst: Over de feiten rond flatulentie (het laten van winden) wordt niet gestreden. Het mechanisme is bekend: bepaalde sachariden kunnen in de dunne darm niet worden verteerd en worden uiteindelijk verderop, in de dikke darm, verteerd door bacteriën via een gistingsproces. Dat levert dagelijks zo'n 600 milliliter koolstofdioxide en waterstof op, dat het lichaam via de sluitspier verlaat gemiddeld 14 keer per etmaal. Behalve uit koolstofdioxide en waterstof bestaat de wind uit methaan, echter niet bij iedereen: één op de drie mensen bezit geen of onvoldoende bacteriën in de darm die methaan kunnen produceren. De oorzaak is erfelijk. Koeien en mensen verergeren als gasproducenten met elke wind het broeikaseffect. Geruststellend is dat het bij mensen om milliliters per persoon per dag gaat. Een koe windt per dag 250 tot 500 liter gas de atmosfeer in!
bewerkt naar: Mark Traa, Geplaagd door de wind', Trouw, 14 oktober 1999
Geef aan de hand van de tekst een argument dat de bewering bevestigt dat de bedoelde darmbacteriën anaërobe dissimilatie toepassen.
Spijsvertering
3/4 Geplaagd door de wind.
Stel dat flatulentie berust op een gen dat niet X-chromosomaal is. Een man en een vrouw die allebei methaan kunnen produceren, krijgen een kind dat geen methaan vormt.
Hoe groot is dan de kans dat hun tweede kind eveneens 'methaanloos' door het leven zal gaan?
Spijsvertering
4/4 Geplaagd door de wind.
Welke stof komt in plantaardig voedsel voor en leidt tot de grote gasproductie bij de koe?
Spijsvertering
1/8 Bolletjesslikkers.
Tekst: "Iedere week", signaleert chirurg F. van der Heijden van het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, "komt op de afdeling spoedeisende hulp wel een patiënt binnen die niet van zijn ingeslikte cocaïnebolletjes afkomt".
Op hun tocht door het verteringskanaal komen de bolletjes twee belangrijke obstakels tegen. Tussen de maag en de twaalfvingerige darm bevindt zich een kringspier, de maagportier, die voedsel doorlaat naar de dunne darm. Een tweede barrière is een klep, de klep van Bauhin, op de plaats waar de dunne darm overgaat in de dikke darm.
Vorig jaar overleed één smokkelaar in het Gasthuis aan een overdosis en onlangs werd een patiënt blind nadat een bolletje was geknapt. Als dat gebeurt, komt zo'n 100-500 milligram cocaïne in het bloed, waardoor vaten verkrampen en de bloeddruk snel stijgt. Dat kan weer leiden tot een hersen- of hartinfarct. Andere symptomen zijn epileptische aanvallen en hallucinaties. Voor de meeste mensen, die gemiddeld 5 liter bloed hebben, is 200 milligram fataal.
bewerkt naar: Noël van Bemmel, Chirurg pikt cokebollen er soms één voor één uit, de Volkskrant, 31 januari 2002
Zie figuur A 836 van de bijlage.
Er wordt met een röntgenfoto vastgesteld, waar de bolletjes zich bevinden. Zie de afbeelding.
Waar bevinden zich de meeste bolletjes?
-
afbeelding
Spijsvertering
2/8 Bolletjesslikkers.
Volgens de tekst zijn er twee plaatsen waar de bolletjes kunnen blijven steken, bij de maagportier en bij de klep van Bauhin. De klep van Bauhin bevindt zich op de plaats waar de dunne darm overgaat in de dikke darm. Als de bolletjes bij de klep van Bauhin blijven steken, kunnen ze een perforatie van de dunne darm veroorzaken.
Waardoor kan er wel een perforatie van de dunne darm ontstaan als de bolletjes blijven steken bij de klep van Bauhin, maar geen perforatie van de maag als ze blijven steken bij de maagportier?
Spijsvertering
3/8 Bolletjesslikkers.
Waardoor daalt de pH in de twaalfvingerige darm, met als gevolg dat de maagportier sluit?
Spijsvertering
4/8 Bolletjesslikkers.
Waardoor passeren de bolletjes de maagportier moeilijk?
Spijsvertering
5/8 Bolletjesslikkers.
De klep van Bauhin bevindt zich op de plaats waar de dunne darm overgaat in de dikke darm. De klep van Bauhin heeft eenzelfde functie als de kleppen in een ader.
Om welke functie gaat het bij de klep van Bauhin?
Spijsvertering
6/8 Bolletjesslikkers.
Cocaïne is een stof die door de cocaplant gemaakt wordt. Als een bolletje knapt, komt een grote hoeveelheid cocaïne vanuit het darmkanaal in het bloed.
Een leerling vraagt zich af of dit door actief transport gebeurt.
Leg uit dat dit niet erg waarschijnlijk is.
Spijsvertering
7/8 Bolletjesslikkers.
Onder de letale concentratie van een stof wordt verstaan de concentratie in mg per milliliter bloed die voor de meeste mensen dodelijk is. Voor de meeste mensen, die gemiddeld 5 liter bloed hebben, is 200 milligram fataal.
Bereken wat voor de meeste mensen de letale concentratie van cocaïne in mg per milliliter is.
Spijsvertering
8/8 Bolletjesslikkers.
Leg uit waarom in de tekst staat "voor de meeste mensen is 200 mg fataal" en niet "voor mensen is 200 mg fataal".
Spijsvertering
1/5 Stoelgangproblemen. Zie figuur B 3614 van de bijlage.
Tekst: Een op de drie Nederlanders heeft moeite met de stoelgang (poepen). Dit blijkt uit een onderzoek dat is verricht in opdracht van een bedrijf dat een vezelrijk drankje op de markt brengt dat de stoelgang moet bevorderen. Het onderzoek 'De stoelgang van de Nederlander' stelt dat driekwart van de mensen met problemen op zoek gaat naar een oplossing. Wijziging van de voeding kan de problemen met de stoelgang verminderen.
bewerkt naar: ANP, 18 augustus 1999
Bij de darmperistaltiek werken kring- en lengtespieren samen.
In de afbeelding B 3614 zijn met P, Q, R en S vier afbeeldingen van darmspieren schematisch weergegeven. P en Q zijn doorsneden door kringspieren, R en S zijn doorsneden door lengtespieren. De pijl geeft de richting aan waarin het voedsel wordt vervoerd. Peristaltiek treedt op doordat steeds twee van de in de afbeelding aangegeven situaties wijzigen.
Op welke schematische wijze wordt de werking van de peristaltiek juist weergegeven?
-
afbeelding
Spijsvertering
2/5 Stoelgangproblemen.
Tijdens de eerste ruimtereizen gebruikten de astronauten langere tijd voedsel dat volledig wordt verteerd en dus geheel in het lichaam kan worden opgenomen.
Na verloop van tijd hadden de astronauten vaak een verminderde peristaltiek.
Leg uit waardoor dit verschijnsel veroorzaakt wordt.
Spijsvertering
3/5 Stoelgangproblemen.
Welk deel van het darmkanaal zorgt voor uitwerpselen in vastere vorm?
Spijsvertering
4/5 Stoelgangproblemen.
Een ander darmprobleem is diarree. Diarree kan voor zeer jonge baby's levensbedreigend zijn. Terwijl de ouders denken dat de baby slaapt, kan het kind bewusteloos raken en zelfs sterven.
Leg uit dat het optreden van diarree bewusteloosheid kan veroorzaken.
Spijsvertering
5/5 Stoelgangproblemen.
Als je poept, gebruik je bepaalde spieren om extra druk te zetten op de darm.
Hoe komt deze druk tot stand?
Spijsvertering
Opname uit de darm.
Voor de opname van opgeloste voedingsstoffen uit de dunne darm in het bloed wordt zuurstof verbruikt.
Wat mag men hieruit concluderen?
Spijsvertering
Maagzweren.
In maagsap komen zoutzuur (HCl) en peptase (pepsine) voor. De binnenkant van de maag is bedekt met een laag slijm. Dit slijm bevat o.a. eiwitten.
Leg uit dat een beschadiging van de maagwand niet bij een normale productie van maagsap maar wel bij een overmatige productie van maagsap optreedt.
Spijsvertering
Geneesmiddelen testen.
Het geneesmiddel waarvan in de afbeelding sprake is, wordt toegediend in de vorm van pillen die met water worden ingenomen.
Het is niet waarschijnlijk dat het werkzame bestanddeel een eiwit is. Leg uit om welke reden.
afbeelding
Spijsvertering
Pacemakers.
Behalve pacemakers om het verstoorde hartritme te normaliseren bestaan er ook maagpacemakers. Mensen die lijden aan een ziekelijke zwaarlijvigheid kunnen hier baat bij hebben. Deze pacemaker zendt elektrische golven uit die invloed uitoefenen op de spieren van de maag. Het doel is tweeërlei: de maagperistaltiek wordt vertraagd en de spieren van de maag worden minder elastisch.
Leg uit dat de vertraging van de maagperistaltiek uitstel van het hongergevoel oplevert.
Spijsvertering
Kerkuilen.
Kerkuilen slikken de muizen die ze vangen in hun geheel in. Na enige tijd spuwen ze de botjes en haren van deze muizen als braakballen uit. In deze braakballen zijn de botjes meestal nog geheel intact. Ook torenvalken produceren braakballen met haren, maar deze braakballen en ook de ontlasting bevatten nauwelijks botjes of restjes daarvan. Ter verklaring hiervan worden de volgende uitspraken gedaan:
1. Torenvalken produceren in de maagwand een grotere hoeveelheid zuur dan kerkuilen. 2. Torenvalken produceren in de maagwand een grotere hoeveelheid eiwitverterende enzymen dan kerkuilen. 3. Torenvalken produceren in de maagwand een grotere hoeveelheid vetverterende enzymen dan kerkuilen.
Welke combinatie van uitspraken verklaart het verschil tussen beide typen braakballen?
Spijsvertering
1/2 Een parasiet. Zie figuur B 1529 van de bijlage.
De leverbot is een parasitaire platworm waarvan de mens en het schaap gastheer zijn. In de afbeelding is de levenscyclus van de leverbot weergegeven. De gastheer wordt geïnfecteerd wanneer hij planten eet waarop larven van de leverbot zitten. Deze larven hebben zich ingekapseld in een eiwitkapsel. Infectie van de mens treedt meestal op bij het eten van rauwe, wilde waterkers die langs de slootkant groeit. In het spijsverteringskanaal van de mens komt de larve als gevolg van de werking van spijsverteringsenzymen uit het kapsel vrij. De larve ontwikkelt zich tot een volwassen leverbot die in de galgangen in de lever van de gastheer leeft. De volwassen leverbot legt in de galgangen van mens of schaap eieren die met de ontlasting van de gastheer naar buiten komen.
In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens begint de enzymatische afbraak van het kapsel van de larve?
afbeelding
Spijsvertering
2/2 Een parasiet.
Enkele delen van het spijsverteringskanaal van de mens zijn dikke darm, maag en twaalfvingerige darm.
Welk van deze delen bereikt een ei van een leverbot het eerst op zijn weg naar buiten?
Spijsvertering
Parasieten.
Bij een onderzoek aan de rondworm Trichinella, die in mensen en varkens voorkomt, is ontdekt dat deze worm zelf zijn weg vindt in zijn gastheer. Als de worm, die in een stuk varkensvlees zit, in het spijsverteringskanaal van een mens terechtkomt, neemt hij op een bepaalde plaats gal waar. Op dat moment verandert zijn gedrag; door slangachtig te bewegen baant hij zich een weg uit de voedselbrij door de wand van het spijsverteringskanaal heen.
Op welke plaats in het spijsverteringskanaal verandert het gedrag van deze rondworm?
Spijsvertering
1/2 Bacteriën, vaccins en antistoffen.
De bacterie Helicobacter pylori is de laatste jaren regelmatig in het nieuws omdat deze bacterie betrokken is bij het ontstaan van maagzweren. Een maagzweer is een beschadiging van de binnenkant van de maagwand. Tot in de jaren tachtig was bijna iedereen ervan overtuigd dat een maagzweer werd veroorzaakt door een overmatige productie van maagzuur, die in veel gevallen het gevolg zou zijn van stress.
De maagwand is beschermd tegen het ontstaan van maagzweren.
Leg uit op welke wijze de maagwand beschermd is tegen het ontstaan van een maagzweer door Helicobacter?
Spijsvertering
2/2 Bacteriën, vaccins en antistoffen.
Waardoor kunnen de meeste soorten bacteriën zich niet handhaven in de maag?
Spijsvertering
1/2 Hardlopen.
Een ongetrainde loper krijgt na enige tijd hardlopen pijn in zijn zij. Opgehoopt gas wordt wel als verklaring voor het ontstaan van deze pijn genoemd. Dit gas wordt door bacteriën gevormd en door het hardlopen hoopt het zich op in een bepaald deel van het spijsverteringskanaal. Normaal wordt het gevormde gas via het bloed afgevoerd. Bij hardlopen is de doorbloeding van het spijsverteringskanaal geringer dan normaal.
Drie delen van het spijsverteringskanaal zijn de dikke darm, de dunne darm en de maag.
In welk deel van het spijsverteringskanaal is de kans op een dergelijke ophoping van gas tijdens het hardlopen het grootst?