Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Huid

1/23 Huid en haar.
Zie figuur B 2999 en figuur C 306 van de bijlage..

INFORMATIE 1 BOUW VAN DE HUID

afbeeldingafbeelding
In de afbeelding B 2999 is onder andere een stukje huid van de mens schematisch weergegeven.

INFORMATIE 2 VERSIERING

afbeeldingafbeelding
Eeuwenlang hebben mensen om allerlei redenen hun lichaam versierd. Twee soorten huidversieringen zie je tegenwoordig vaak: beschildering met henna en blijvende tatoeages (zie de afbeeldingen in C 306).
Huidversieringen met henna worden ook wel tijdelijke tatoeages genoemd. Van de blaadjes van de hennaplant wordt een pasta gemaakt. Met die pasta worden patronen op de huid getekend met een soort penseeltje. De kleurstoffen dringen in de opperhuid. Als de pasta is gedroogd, wordt die van de huid geschraapt, maar het patroon blijft op de huid achter.
Blijvende tatoeages worden gemaakt door met een scherp voorwerp, bijvoorbeeld een naald, kleurstoffen in de lederhuid te brengen.

Zie volgende scherm

Huid

2/23 Huid en haar.
Zie figuur B 3000 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Een ander soort versiering is een piercing, waarbij een ringetje of een staafje door bijvoorbeeld een neusvleugel of een oorlelletje wordt aangebracht (zie de afbeelding).

INFORMATIE 3 BESCHERMING TEGEN INFECTIE
Om infectie bij het aanbrengen van een tatoeage of een piercing te voorkomen, zijn er in Nederland strenge regels waar eigenaren van een 'tattooshop' zich aan moeten houden. Op een website van de GGD is hierover informatie te vinden.
Hieronder is een deel van die informatie weergegeven.

Preventie
Tatoeëer nooit jezelf.
Zoek een studio, waar hygiënisch gewerkt wordt, waar het schoon is en waar je terecht kunt met je vragen over de behandeling.
Let er op dat er steriele materialen worden gebruikt, zoals wegwerpinjectienaalden. Alle producten die in contact komen met de huid moeten voor eenmalig gebruik zijn. Ook de inktpotjes moeten nieuw zijn.
De behandelde huid mag niet met de handen worden aangeraakt door degene die de tatoeage of piercing aanbrengt.
Ringen en staafjes moeten van geschikt materiaal zijn, zoals chirurgisch staal, goud of platina.

Zie volgende scherm

Huid

3/23 Huid en haar.
Zie figuur C 307 van de bijlage.

Een goede tatoeage gaat als volgt:
De huid wordt gereinigd en geschoren.
De huid wordt gedesinfecteerd.
Er wordt vaseline aangebracht.
De inkt wordt ingebracht met behulp van naalden.
De tatoeage wordt afgedekt met luchtdoorlatend verband.
Na 6 uur kun je het verband verwijderen en de wond wassen met water en zeep.

Na de behandeling:
De wond heeft een aantal dagen nodig om te herstellen.
Ga niet zwemmen of zonnebaden.
Als er iets mis gaat, de wondjes niet genezen of er ontstekingen of korsten ontstaan, ga dan naar je huisarts.

INFORMATIE 4 HYGIËNE

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Huid

4/23 Huid en haar.

Op de huid bevinden zich vele soorten bacteriën. In bepaalde situaties is het nodig om de handen bacterievrij te maken.
Marja en Teun hebben twee verschillende soorten zeep: zeep A en zeep B. Om te onderzoeken met welke zeep je het beste bacteriën van de huid af kunt wassen, doen ze een experiment. In twee schaaltjes doen ze een laagje waarop bacteriën zich goed kunnen vermeerderen: een zogenaamd agarlaagje. De schaaltjes en de agar zijn gesteriliseerd.
Teun wast de rechter wijsvinger van Marja met zeep A en haar linker wijsvinger met zeep B.
Daarna drukt Marja voorzichtig de gewassen wijsvinger en de ongewassen middelvinger van haar rechterhand op het agarlaagje in schaaltje 1 (zie de afbeelding). Daarna doet zij hetzelfde met de middelvinger en wijsvinger van haar linkerhand in schaaltje 2.
De twee schaaltjes worden afgedekt en een aantal dagen bewaard.
De resultaten van dit experiment staan in de afbeelding weergegeven.

INFORMATIE 5 ALLERGIE
Er zijn mensen, die allergisch zijn voor bepaalde metalen, zoals nikkel of chroom. Als hun huid in contact komt met één van die metalen, kan contact-eczeem ontstaan. Als zo'n metaal bijvoorbeeld in een bh-sluiting of in een sieraad voorkomt, dan kan dat een allergische reactie van de huid veroorzaken.

INFORMATIE 6 COSMETICA
Om huid en haar te verzorgen, zijn veel verschillende cosmeticaproducten te koop. Het gebruik van zulke producten levert soms bijwerkingen op, zoals huiduitslag en jeuk.
Bij een onderzoek naar bijwerkingen van cosmetica werden 1600 personen ondervraagd. Bij 200 van hen kwamen bijwerkingen voor door het gebruik van cosmetica.

Zie volgende scherm


-

Huid

5/23 Huid en haar.

INFORMATIE 7 ZWETEN
afbeeldingafbeelding
In de tabel staat hoeveel water iemand per dag gemiddeld verliest en op welke manier. Een deel van dit waterverlies ontstaat door verdamping van zweet, dat door de zweetklieren in de huid wordt geproduceerd. Zweet bestaat uit water en opgeloste stoffen. Op bepaalde plaatsen van het lichaam bevinden zich veel bacteriën die stoffen uit zweet afbreken. De afbraakproducten hiervan veroorzaken een zogenaamde zweetgeur.

INFORMATIE 8 HAARUITVAL
Per dag verliest iemand ongeveer 100 hoofdharen. Meestal groeit op de plaats van zo'n uitgevallen haar een nieuwe. Als dat niet gebeurt, kan iemand kaal worden. Dit komt vooral bij mannen voor. Bij Aziaten, Afrikanen en Indianen komt kaalheid veel minder vaak voor dan bij Europeanen. Bij het kaal worden speelt onder andere het mannelijke geslachtshormoon testosteron een rol. Dit hormoon wordt door de testes geproduceerd en met het bloed door het hele lichaam gevoerd. Zo komt het hormoon ook terecht in de haarzakjes in de hoofdhuid, waar het invloed heeft op de haargroei.

INFORMATIE 9 ROOS
Op de hoofdhuid bevinden zich allerlei micro-organismen, zoals bacteriën en schimmels. Eén van die schimmels, een gist, kan roos veroorzaken. Bij iemand met roos worden de opperhuidcellen sneller dan normaal afgestoten. Die cellen zijn dan nog niet volledig uitgedroogd en gaan aan elkaar kleven. Die klontjes cellen zijn te zien als witte schilfertjes in het haar en op de kleding.

Zie volgende scherm


-

Huid

6/23 Huid en haar.
Zie figuur A 742 van de bijlage.

INFORMATIE 10 HUIDOPPERVLAK
afbeeldingafbeelding
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam.
Je kunt het huidoppervlak van een persoon schatten met behulp van de afbeelding A 742. Geef eerst de lengte en het gewicht van een persoon aan in de afbeelding. Verbind dan die beide punten met een lijn. Lees vervolgens op de middelste schaal het huidoppervlak van deze persoon af.

Zie volgende scherm

Klierstelsel

Klieren.

In het menselijk lichaam onderscheidt men twee soorten klieren.

1. Soort 1 produceert stoffen die via een eigen afvoerbuis de klier verlaten.
2. Soort 2 produceert stoffen die via het bloed de klier verlaten.

Welke van onderstaande klieren behoren tot soort 1 en welke tot soort 2?

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

Klieren.
Zie figuur B 1918 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch twee klieren met bloedvaten in het lichaam van de mens getekend. De stroomrichting van het bloed is met pijlen aangegeven.
Het product van klier P wordt afgevoerd via 1.
Het product van klier Q wordt afgevoerd via 5.

Is P een hormoonklier?
En Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

Klieren.

Enkele klieren in het lichaam van de mens zijn: speekselklier, schildklier, hersenaanhangsel (hypofyse) en talgklier.

Welke klieren produceren stoffen die via eigen afvoerbuizen de klieren verlaten?

Klierstelsel

Klieren.

Enkele organen in het lichaam van de mens zijn: de eilandjes van Langerhans, de hypofyse en de nieren.

Welke van deze organen hebben een eigen afvoerbuis?

Klierstelsel

Een klier.
Zie figuur B 807 van de bijlage.

De tekening geeft schematisch de bouw weer van een bepaalde klier met aan- en afvoerwegen in het lichaam van de mens.

Voor welke van de volgende klieren kan dit schema gelden?

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

1/3 Klieren bij de mens.
Zie figuur B 844 van de bijlage.

De tekening geeft enkele organen in het lichaam van een mens weer.

I. In orgaan 1 wordt een hormoon gevormd dat de werking van orgaan 2 beïnvloedt.
II. In orgaan 4 wordt een hormoon gevormd dat het glucosegehalte van het bloed verlaagt.

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

2/3 Klieren bij de mens.

I. Insuline wordt gevormd in orgaan 3.
II. Glucagon wordt gevormd in orgaan 5.

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

3/3 Klieren bij de mens.

I. In orgaan 3 worden spijsverteringsenzymen gevormd.
II. In orgaan 5 worden spijsverteringsenzymen gevormd.

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

2/2 Klieren.

Bij klier Q (zie de afbeelding) zijn twee bloedvaten met 1 en 2 aangegeven.

Is het zuurstofgehalte in beide bloedvaten even hoog?
Zo nee, in welk bloedvat is het zuurstofgehalte het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

1/3 Klieren in het lichaam van de mens.
Zie figuur B 1904 van de bijlage.

Op veel plaatsen in het lichaam van de mens komen klieren voor.
Sommige klieren geven hun producten aan het bloed af, andere hebben een afvoerbuis om hun producten af te voeren.
In de afbeelding is de ligging van een aantal klieren weergegeven.

Met welk cijfer is een bijnier aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

2/3 Klieren in het lichaam van de mens.

Welke van de klieren 1, 2 en 3 geven al hun producten aan het bloed af?

afbeeldingafbeelding

Klierstelsel

3/3 Klieren in het lichaam van de mens.

Met welke cijfers worden klieren aangegeven die spijsverteringsenzymen produceren?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Hormoonklieren in de buik.

Welke hormoonklieren van de mens liggen in de buikholte?

Hormoonstelsel

Eilandjes van Langerhans.

Welke regel geeft de ligging van de eilandjes van Langerhans en de bijnieren in het menselijk weer?

afbeeldingafbeelding