Oefentoets Biologie: Ecologie | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ecologie

2/2 Viskweek en schoon water.

In de visvijvers komen behalve vissen en algen ook bacteriën voor.
In onderstaand schema staan organismen.
afbeeldingafbeelding

Geef met combinaties van cijfers en letters aan welke organismen zuurstof verbruiken en welke organismen zuurstof produceren.
Voorbeeld: 1: a en b

1: [invulveld]
2: [invulveld]
3: [invulveld]

Ecologie

1/3 Zo bouw je een composthoop op.
Zie figuur B 2536 van de bijlage.

Een goede composthoop krijg je niet door zomaar wat afval op een hoop te gooien. In de afbeelding is de opbouw van een goede composthoop weergegeven.
Over het nut van een laag takken onderin een composthoop worden twee beweringen gedaan:

1. Daardoor krijgen de reducenten in de composthoop gemakkelijker zuurstof.
2. Vooral de takken leveren de voor de reducenten noodzakelijke voedingsstoffen.

Welke van deze beweringen is juist?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/3 Zo bouw je een composthoop op.

Bij een onderzoek werd de totale biomassa bepaald van al het plantenmateriaal dat op een bepaalde composthoop werd gegooid. Na het composteren werd de biomassa van de ontstane compost bepaald. De biomassa voor en na het composteren werd vergeleken.

Is na het composteren de totale biomassa kleiner, gelijk of groter?

Ecologie

3/3 Zo bouw je een composthoop op.

Over het composteren in de composthoop worden twee beweringen gedaan:

1. Tijdens het composteren neemt de massa van de koolhydraten in de composthoop toe.
2. Tijdens het composteren worden mineralen in de composthoop vrijgemaakt.

Welke van deze beweringen is juist?

Ecologie

4/6 Grazen onder de grond.
Zie figuur B 3809 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Gerlinde De Deyn testte haar vermoeden van een verband tussen de diversiteit in soortensamenstelling van de bodemdiertjes en de ontwikkeling van de vegetatie met een kasproef. Ze vergeleek drie gebieden (zie onderstaande tabel).
Uit elk gebied werden de twee overheersende grassen (G1 t/m G6) en de twee overheersende kruiden (K1 t/m K6) samen in grote bloembakken met steriele grond geplant (zie de afbeelding).
Na zes weken werd aan de potten een bodemmonster toegevoegd (met daarin de bodemdieren) uit gebied 1, 2 of 3.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Ecologie

1/4 Een composthoop.
Zie figuur B 1961 van de bijlage.

De afbeelding geeft een composthoop weer. Deze composthoop bestaat uit keuken- en tuinafval, zoals plantenresten, eierschalen, koffiedik, oud brood, enzovoort.
In de composthoop zijn reducenten actief. Zij zetten de stoffen van het keuken- en tuinafval om in andere stoffen. Dit proces heet composteren. Er komt warmte bij vrij. Een composthoop moet af en toe worden omgespit, onder andere om er meer lucht in te krijgen.
Na één of twee jaar wordt de compost over de tuin verspreid.

Behoort water tot de stoffen die in de composthoop worden gevormd?
Behoren zouten tot de stoffen die worden gevormd?

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/4 Een composthoop.

Is voor het composteren koolstofdioxide nodig?
En zuurstof?

Ecologie

3/4 Een composthoop.

Compost die over de tuin wordt verspreid, bevat verschillende stoffen.

Zijn hierbij stoffen die door schimmels kunnen worden gebruikt?
En door slaplanten?

Ecologie

4/4 Een composthoop.

Wordt de functie van reducent in deze composthoop vervuld door bacteriën?
En door schimmels?

Ecologie

1/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

In een krant stond het volgende bericht:

Tekst:
In het verleden werden bij de afvalwaterzuivering vooral bacteriën gebruikt om organische (biologische) stoffen uit het afvalwater te verwijderen. Het gedeeltelijk gezuiverde water dat overbleef, bleek nog te grote hoeveelheden zouten te bevatten. Door naast de bacteriën ook algen te gebruiken vond men een manier om dit probleem op te lossen. De algen nemen de zouten uit het water op voordat het water de installatie voor de afvalwaterzuivering verlaat.

Voor welk proces verbruiken de algen de zouten uit het afvalwater vooral?

Ecologie

2/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

In afvalwater bevinden zich: eiwitten en koolhydraten.

Welke van deze stoffen worden bij de afvalwaterzuivering door bacteriën grotendeels verwijderd uit het afvalwater?

Ecologie

3/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

In het water in een installatie voor afvalwaterzuivering leven veel algen en bacteriën. Om de afbraak van organische stoffen beter te laten verlopen wordt voortdurend lucht met veel zuurstof door het afvalwater gemengd.
Dat is niet bedoeld om de algen en bacteriën in leven te houden; ze blijven zonder deze extra lucht ook wel in leven.

Is dit mengen met lucht vooral bedoeld om de fotosynthese in deze algen te bevorderen?
En om de verbranding in deze bacteriën te bevorderen?

Ecologie

4/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Welke van de volgende beweringen over algen is of welke zijn juist?

1. Algen krijgen vooral energie uit de verbranding van zouten.
2. Algen verbruiken zouten bij het maken van bepaalde organische stoffen.

Ecologie

5/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Kan het water zoals dat na behandeling met algen, uit de zuiveringsinstallatie komt, nog als mest in de landbouw worden gebruikt? Leg je antwoord uit.

Ecologie

6/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Wanneer het water uit de afvalzuiveringsinstallatie te warm is, zullen problemen kunnen ontstaan in het oppervlaktewater.

Hoe wordt het lozen van warm water in oppervlaktewater genoemd?

Ecologie

7/7 Algen bij de afvalwaterzuivering.

Beschrijf puntsgewijs en in het kort welke problemen (± 8) achtereenvolgens in het oppervlaktewater optreden als het water te warm wordt.

Ecologie

1/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.

In de figuur is een voedselnet aangegeven.

Bedenk zelf een omnivoor die in dit voedselnet zou passen. Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

2/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.

Door een ernstig ongeluk met pesticiden in een tarweveld, sterven alle veldmuizen.

Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste profiteren? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

3/5 Een voedselnet.
Zie figuur A 603 van de bijlage.

Welke dier uit het net zal van deze sterfte het meeste nadeel ondervinden? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Ecologie

4/5 Een voedselnet.

Hoe noemen we de groep bestrijdingsmiddelen waarmee bijv. luizen, sprinkhanen enz., kunnen worden gedood?