Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 17 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

17

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Een paardenbloem.
Zie figuur B 685 van de bijlage.

De tekening stelt een paardebloem voor, die in het zonlicht staat.

In welk of in welke van de aangegeven delen kan zetmeel voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Klimop.
Zie figuur B 686 van de bijlage.

Een blad van een bonte klimop (zie tekening) wordt 's avonds na een zonnige dag geplukt.
Dit blad wordt met behulp van een jodiumoplossing onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.

Hoe zal dit blad er dan uit zien?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Aantonen van zetmeel.
Zie figuur B 687 van de bijlage.

Figuur P geeft een blad weer. Het witte deel bevat geen bladgroen, het andere deel wel. Dit blad zit aan een plant die 24 uur in het donker heeft gestaan. Op de aangegeven plaats wordt een ondoorzichtige strook over het blad gelegd (zie figuur Q). De plant wordt daarna 24 uur in het licht gezet. Na deze 24 uur wordt met jodium onderzocht of in het blad zetmeel aanwezig is.

Zal op plaats 1 blauwkleuring optreden?
En op plaats 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Opslag in knoppen en zaden.

I. In knollen kan zetmeel worden opgeslagen.
II. In zaden kunnen eiwitten worden opgeslagen.

Plantenfysiologie

Opslag van zetmeel.

In aardappels wordt veel zetmeel opgeslagen.

Welk koolhydraat wordt daarheen getransporteerd en via welke vaten?

Plantenfysiologie

Opslag van koolhydraten in aardappelplant.

In een aardappelplant vindt transport en opslag van koolhydraten plaats.

Deze koolhydraten zijn

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Speenkruid.
Zie figuur B 1718 van de bijlage.

Hiernaast staat een tekening van speenkruid.

In welke van de organen 1, 2 en 3 kan zetmeel worden opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een aardappelplant.
Zie figuur B 1851 van de bijlage.

De tekening stelt een aardappelplant voor.

Welke reservestof kan zowel in P als in Q voorkomen?
Met welke indicator kan de aanwezigheid van deze reservestof worden aangetoond?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Tulp.
Zie figuur B 2182 van de bijlage.

De tekening stelt een tulp voor.

Komen in cellen in deel P eiwitten voor?
Komen in cellen in deel P koolhydraten voor?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Olie uit plantendelen.

Vroeger werden in zogenaamde olieslagerijen en oliemolens bepaalde plantendelen verhit en met behulp van slagblokken uitgeperst. Zo werd uit deze plantendelen olie gewonnen.

Welke plantendelen waren geschikt voor deze oliewinning?

Plantenanatomie

Eetbare plantendelen.

Welk deel is of welke delen worden in het algemeen gegeten bij onderstaande planten? Schuif het juiste plantendeel achter het voedingsmiddel (sommige gebruik je meerdere malen).

  • vrucht
  • wortel
  • blad
  • stengel
  • vrucht
  • stengel
  • blad
  • blad
  • zaad
  • stengel
  • wortel
  • blad
  • komkommer
  • winterpeen
  • witlof
  • asperge
  • pruim
  • rabarber
  • ui
  • spinazie
  • erwt
  • aardappel
  • koolrabi
  • savooiekool

Plantenanatomie

Eetbare plantendelen.

Welk deel is of welke delen worden in het algemeen gegeten bij onderstaande planten?
Schuif het juiste plantendeel achter het voedingsmiddel (sommige gebruik je meerdere malen).

  • vrucht
  • zaad
  • stengel
  • wortel
  • blad
  • stengel
  • vrucht
  • wortel
  • blad
  • stengel
  • wortel
  • blad
  • aubergine
  • tuinboon
  • zoethout
  • schorseneer
  • sla
  • asperge
  • kers
  • rode biet
  • knoflook
  • aardappel
  • koolraap
  • tijm

Plantenfysiologie

1/2 (Reserve)stoffen bij mensen en planten.
Zie figuur B 1935 van de bijlage.

De afbeelding geeft verschillende organen van een mens en van een plant weer.
Planten en mensen hebben voedsel nodig om in leven te blijven. De stoffen eiwit, glycogeen, vet en zetmeel kunnen als reservestoffen in verschillende organen worden opgeslagen. Deze reservestoffen kunnen worden gebruikt voor de groei of voor de verbranding.

In welke van de in de afbeelding aangegeven organen van de mens wordt vooral vet opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

2/2 (Reserve)stoffen bij mensen en planten.
Zie figuur B 1935 van de bijlage.

Op welke van de in de afbeelding aangegeven plaatsen in de plant kan zetmeel voorkomen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kasgroente.

Bepaalde planten maken, met behulp van nitraat, een grote hoeveelheid eiwitten die ze opslaan.

In welke van de volgende plantendelen is het gehalte aan reservestoffen die met behulp van nitraat zijn gemaakt, het grootst?

Plantenfysiologie

(Reserve)stoffen bij mensen en planten.
Zie figuur B 1935 van de bijlage.

Op welke van de in de afbeelding aangegeven plaatsen in de plant kan zetmeel voorkomen?

afbeeldingafbeelding