Oefentoets Biologie: Voortplanting - mens_algemeen | HAVO 4/HAVO 5
Deze oefentoets bevat 31 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
31
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Voortplanting
Processen bij geslachtelijke voortplanting bij de mens.
Hieronder staat een viertal processen die bij geslachtelijke voortplanting bij de mens optreden.
1. ontstaan van een bevruchte eicel, 2. reductiedeling, 3. klieving. 4. ontstaan van geslachtscellen.
De volgorde waarin deze processen optreden is
Voortplanting
De voortplantingsorganen van een vrouw. Zie figuur B 23 van de bijlage.
De tekening stelt de voortplantingsorganen van een vrouw voor.
In welke van de aangegeven delen bevindt zich direct na bevruchting gewoonlijk de zygote?
afbeelding
Voortplanting
Meiose in voortplantingscellen.
Bij de vorming van voortplantingscellen bij mannen ondergaan de zogenaamde spermamoedercellen meiose. Hierna vindt differentiatie plaats tot spermacellen.
Hoeveel spermacellen ontstaan er uit één spermamoedercel? Verandert bij de differentiatie het aantal chromosomen in de cel?
afbeelding
Voortplanting
De vorming van een eicel. Zie figuur B 510 van de bijlage.
Het schema geeft de vorming van een eicel bij een zoogdier weer. Zes delingsproducten zijn aangegeven met een cijfer.
Welk delingsproduct is of welke delingsproducten zijn haploïd?
afbeelding
Voortplanting
Eigenschappen van spermacellen.
Cellen van een mens kunnen één of meer van de volgende eigenschappen hebben:
1. ze hebben slechts één geslachtschromosoom per kern, 2. ze zijn door meiose ontstaan, 3. ze hebben per cel vele trilharen, 4. ze bevatten 46 chromosomen per kern.
Welke van deze eigenschappen hebben spermacellen van de mens?
Voortplanting
Drie beweringen over voortplantingscellen.
Drie beweringen over voortplantingscellen bij de mens zijn:
1. alle spermacellen bevatten een Y-chromosoom, 2. alle eicellen bevatten een X-chromosoom, 3. X-chromosomale genen komen alleen maar bij vrouwen voor.
Welke bewering(en) is (zijn) juist?
Voortplanting
Geslachtscellen bij de mens.
Bij de mens worden de geslachtscellen gemaakt in
Voortplanting
Fasen van de geboorte.
Drie fasen bij de geboorte zijn de ontsluiting, de uitdrijving en de nageboorte.
1. Tijdens welke van deze fasen treden persweeën op? 2. En tijdens welke van deze fasen verlaat het vruchtwater het moederlichaam?
afbeelding
Voortplanting
Ontwikkeling van een kind.
Een kind leert met een lepel te eten.
Wat voor een ontwikkeling is dit?
Voortplanting
Een afbeelding. Zie figuur B 420 van de bijlage.
Aan vier leerlingen wordt gevraagd wat de afbeelding voorstelt.
Leerling 1 zegt: de afbeelding stelt een helmhokje van een zaadplant voor. Leerling 2 zegt: de afbeelding stelt een ovarium van een vrouw voor. Leerling 3 zegt: de afbeelding stelt een zaadbeginsel van een zaadplant voor. Leerling 4 zegt: de afbeelding stelt een embryo in de baarmoeder van een vrouw voor.
Welke leerling geeft het juiste antwoord?
afbeelding
Voortplanting
Bouw onderlichaam van de man. Zie figuur B 487 van de bijlage.
De afbeelding geeft een doorsnede weer van een deel van het lichaam van de man.
Wat gebeurt er in deel P?
afbeelding
Voortplanting
Veranderingen omstreeks de eerste menstruatie.
In het lichaam van een meisje vinden omstreeks het optreden van de eerste menstruatie ook andere veranderingen plaats die daarmee samenhangen.
Hierover worden twee beweringen gedaan.
I. Voorafgaand aan de eerste menstruatie beginnen zich de secundaire geslachtskenmerken te ontwikkelen. II. De eerste ovulatie kan pas plaats vinden, nadat alle eicellen in de ovaria van een meisje zich hebben ontwikkeld tot rijpe follikels.
Voortplanting
1/2 Foetaal onderzoek.
Uit onderzoek is vastgesteld dat er complete cellen van de foetus in het bloed van de moeder voorkomen. De ontdekking dat moederlijk bloed cellen van de foetus bevat, kan gebruikt worden om erfelijke afwijkingen vast te stellen. Uit deze cellen is DNA te isoleren. Men doet dit alleen als uit het karyogram blijkt dat de foetus een jongetje is. Foetale cellen van een dochter zijn op deze manier niet met zekerheid van de cellen van de moeder te onderscheiden.
Hoe kan men uit een karyogram vaststellen of de onderzochte cellen van een jongen zijn?
Voortplanting
2/2 Foetaal onderzoek.
Noem twee andere vormen van prenatale diagnostiek waarbij men cellen van het kind verzamelt voor onderzoek.
Voortplanting
1/2 Tienerzwangerschappen in Nederland en de VS.
Wat is het grote verschil tussen het aantal tienerzwangerschappen in Nederland en de Verenigde Staten?
Voortplanting
2/2 Tienerzwangerschappen in Nederland en de VS.
Welke reden voor dit grote verschil wordt gegeven?
a. implantaten, b. libido, c. endocrinoloog, d. gynaecoloog, e. obstetrie.
Voortplanting
1/4 Eicel uit bot.
Vrouwelijke zoogdieren, inclusief de mens, hebben al voor hun geboorte een voorraad eicellen, die daarna geleidelijk kleiner wordt. Tenminste, dat dacht iedereen. Totdat Jonathan Tilly en zijn collega's aantoonden dat het aantal eicellen bij muizen voortdurend wordt aangevuld. Ze zochten uit waar de eicellen vandaan komen. In hun onderzoek kregen muizen een specifieke chemokuur, waardoor hun voorraad eicellen werd gedood, terwijl de eierstokken verder intact bleven. Een dag na die behandeling waren er al weer eicellen in de eierstokken aanwezig. Twee maanden na de behandeling zagen de eierstokken er weer volledig normaal uit, met eicellen in diverse stadia van rijping. De cellen die deze eicellen leveren, zouden afkomstig kunnen zijn uit het beenmerg. Dit beenmerg bevat stamcellen, die nog tot andere cellen kunnen differentiëren. De onderzoekers toetsten hun hypothese door bij muizen naast de eicellen ook de stamcellen uit het beenmerg te vernietigen. Deze muizen maakten geen eicellen meer. Inspuiting van gezond beenmerg bij deze eicelloze muizen leidde tot de vorming van nieuwe eicellen.
Tot welke celtype groeit het overgrote deel van de stamcellen in het beenmerg uit?
Voortplanting
2/4 Eicel uit bot.
Stamcellen kunnen differentiëren tot andere cellen terwijl bijvoorbeeld zenuwcellen dit niet meer kunnen. Een leerling beweert dat dit komt omdat er veel meer verschillende genen in zenuwcellen aanwezig zijn.
Is de bewering van deze leerling juist of onjuist? Licht je antwoord toe.
Voortplanting
3/4 Eicel uit bot.
Onderzoekers dachten dat de stamcellen via de bloedsomloop van het beenmerg naar de eierstokken getransporteerd worden. Dit zou betekenen dat het bloed stamcellen bevat om de onvruchtbaarheid op te heffen. En inderdaad, onvruchtbaar gemaakte muizen, door uitschakeling van het beenmerg en van de eigen eicelvoorraad, konden na een bloedtransfusie weer eicellen maken.
Komen getransplanteerde stamcellen in zuurstofarm bloed voor? Zo ja, noem een bloedvat waarin ze zouden kunnen voorkomen. - Komen getransplanteerde stamcellen in zuurstofrijk bloed voor? Zo ja, noem een bloedvat waarin ze zouden kunnen voorkomen.
Voortplanting
4/4 Eicel uit bot.
Het lijkt er sterk op dat het bij mensen niet anders gaat. Er zijn gevallen bekend van vrouwen die na het ondergaan van een beenmergtransplantatie, die volgde op een onvruchtbaar makende chemotherapie toch weer zwanger raakten. De kinderen die daarna uit deze vrouwen geboren zijn, zouden dus wel eens een andere biologische moeder kunnen hebben. Als deze laatste bewering waar is, zou met een DNA-onderzoek met meer dan 99 procent zekerheid kunnen worden aangetoond dat de vrouw die het kind heeft gebaard, niet de biologische moeder is. Bij zo'n onderzoek worden een tiental DNA-fragmenten van moeder en kind met elkaar vergeleken.
Leg uit of bij dit onderzoek ook DNA-gegevens van de vader nodig zijn om zekerheid te krijgen.
Voortplanting
Genderkliniek
Wat is de functie van een genderkliniek?
Voortplanting
1/3 Waris Dirie. Zie figuur B 5875 van de bijlage.
De Somalische Waris Dirie baarde veel opzien met haar boek 'Desert Flower' (Nederlandse vertaling 'Mijn woestijn') waarin zij de FGM (Female Genital Mutilation = verminking van vrouwelijke geslachtsdelen) aan de orde stelde. Het gaat hierbij om het geheel of gedeeltelijk verwijderen van de clitoris (clitoridectomie) en soms ook van de kleine en de grote schaamlippen.
Met welk orgaan van het mannelijke voortplantingsstelsel is de clitoris vergelijkbaar?
afbeelding
Voortplanting
2/3 Waris Dirie.
De grote en de kleine schaamlippen hebben een functie bij de bescherming van de schede tegen binnendringende ziekteverwekkers. Er zijn verschillende manieren waarop het inwendige van ons lichaam wordt beschermd tegen ziekteverwekkers:
Welke van deze manieren komt of komen voor in de schede?
Voortplanting
3/3 Waris Dirie.
Clitoridectomie wordt in bepaalde landen in het Midden-Oosten en in Afrika toegepast. Vooral uit het Somalië in Afrika komen veel mensen naar Nederland. Daaronder zijn er nogal wat die voorstander zijn van clitoridectomie. Zij beroepen zich op cultuur en religie. Er zijn ook tegenstanders van deze ingreep. Zij zien het als mishandeling van vrouwen. Stel dat jij in een adviescommissie zit die de regering moet adviseren over toelaten of verbieden van clitoridectomie.
Noem een biologisch argument dat je zou kunnen aanvoeren voor een verbod van clitoridectomie in ons land.
Voortplanting
Voortplanting.
Bekijk de twee fragmenten hiernaast, afkomstig uit een handboek voor jongeren, "Alles over je lichaam" van Ivan Wolffers.
In beide fragmenten zit een fout/ onnauwkeurigheid. Noteer de twee fouten en schrijf er bij hoe het wel precies zit.
afbeelding
Voortplanting
Tweeling.
Bij een niet-identieke tweeling kunnen beide kinderen van mannelijke geslacht zijn.
Wat is hiervan de oorzaak?
Voortplanting
1/2 Uitbreiding hielprik.
Enkele jaren geleden is het aantal ziektes waarop men baby's screent met behulp van de hielprik uitgebreid. De hielprik wordt uitgevoerd bij pasgeboren baby's om aan de hand van het zo verkregen bloed na te gaan of bij het kind een aantal ernstige, erfelijke aandoeningen aanwezig is. Vóór de uitbreiding werd het bloed gebruikt om een bijnier-, een schildklier- en een leveraandoening op te sporen. Een van de ziekten waarop getest wordt is fenylketonurie (PKU), een bekende stoornis in de stofwisseling van aminozuren.
Welke vorm van prenatale diagnostiek is bruikbaar om de diagnose PKU te kunnen stellen? Motiveer je keuze.
Voortplanting
2/2 Uitbreiding hielprik.
Met behulp van de hielprik test men nu onder meer op afwijkingen aan de schildklier, de bijnier en de lever. Het zijn stuk voor stuk behandelbare aandoeningen. Maar met de hielprik kunnen veel meer ziekten worden opgespoord. Het gaat daarbij om een aantal onbehandelbare ziekten. Patiëntenorganisaties pleiten ervoor dat artsen de mogelijkheid krijgen om ouders, na een hielprik, te vertellen aan welke onbehandelbare ziekten hun pasgeboren kind lijdt.
Geef een argument dat gebruikt kan worden om deze gegevens aan de ouders bekend te maken.