Subsidiariteitsbeginsel in de EU
Wat houdt het subsidiariteitsbeginsel in de EU in?
Ontdek de digitale toets over het subsidiariteitsbeginsel in de EU, gericht op studenten en geïnteresseerden in Europese wetgeving, en test je kennis over de rol van nationale parlementen, EU-verdragen en bevoegdheden. - 15 vragen
15
Aardrijkskunde
VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis
HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2
ODD
cc-by-sa-40
Wat houdt het subsidiariteitsbeginsel in de EU in?
In welk verdrag is het subsidiariteitsbeginsel officieel verankerd in de EU-verdragen?
Voor welke bevoegdheden geldt het subsidiariteitsbeginsel?
Wat regelt Protocol No. 2 bij de verdragen van de EU?
Wat is de rol van nationale parlementen bij het subsidiariteitsbeginsel sinds het Verdrag van Lissabon?
Wat is een “yellow card” in de context van het subsidiariteitsbeginsel?
Wat is het verband tussen het subsidiariteitsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel?
Wanneer werd het Protocol over subsidiariteit en proportionaliteit toegevoegd in het Verdrag van Amsterdam?
Welke van de volgende voorwaarden horen bij subsidiariteitsbeginsel? (Meerdere antwoorden mogelijk)
Wat kan er gebeuren als een voorstel volgens nationale parlementen in strijd is met het subsidiariteitsbeginsel? (Meerdere antwoorden mogelijk)
Het subsidiariteitsbeginsel werd voor het eerst officieel opgenomen in Verdragen in 1992 in het Verdrag van [invulveld].
Het subsidiariteitsbeginsel geldt ook voor gebieden waarin de EU exclusieve bevoegdheden heeft.
Sinds het Verdrag van Lissabon mogen nationale parlementen beoordelen of EU-voorstellen het subsidiariteitsbeginsel schenden.
Match de termen met hun betekenis in het kader van subsidiariteit:
Zet de volgende stappen in de juiste volgorde met betrekking tot het subsidiariteitsbeginsel in de EU: