Deze oefentoets bevat 29 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
29
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 4, HAVO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Bloed
Volume van de hartkamer. Zie figuur B 571 van de bijlage.
In het diagram is het verband weergegeven tussen het volume van een hartkamer en de tijd. Hierin worden 4 fasen onderscheiden.
Gedurende welke fase wordt het bloed uit de hartkamer geperst?
afbeelding
Bloed
Volume van de hartkamer. Zie figuur B 571 van de bijlage.
In het diagram is het verband weergegeven tussen het volume van een hartkamer en de tijd. Hierin worden 4 fasen onderscheiden.
Gedurende welke fase wordt het bloed in de hartkamer geperst?
afbeelding
Bloed
Het hart.
Over het hart van de mens worden twee beweringen gedaan:
I. In de wand van het hart vindt dissimilatie van glucose plaats. II. In de rechterkamer van het hart is de glucoseconcentratie in het bloed lager dan die in de linkerkamer.
Bloed
Warmteafgifte & hartslagfrequentie.
Bij een kind en een volwassene worden onder gelijke omstandigheden de warmteafgifte per minuut en de hartslagfrequentie vergeleken.
Welke verschillen kan men waarnemen wat betreft de warmteafgifte per kg lichaamsgewicht en de hartslagfrequentie bij kind en volwassene?
Het kind zal per kg lichaamsgewicht
Bloed
Hartkleppen. Zie figuur B 421 en C 18 van de bijlage.
In de afbeelding is schematisch een lengtedoorsnede van het hart van een mens getekend. Op de plaatsen P, Q, R en S bevinden zich kleppen in het hart.
Zie figuur C 18 van de bijlage.
In de afbeelding is vier maal het hart getekend. Het hart is zodanig geprepareerd dat alle kleppen zichtbaar zijn. Met P, Q, R en S zijn dezelfde plaatsen aangegeven als in figuur B 421. De kleppen die zich op deze plaatsen bevinden, zijn in de tekeningen 1, 2, 3 en 4 open of gesloten getekend.
In welke van deze tekeningen zijn de standen van de kleppen weergegeven zoals die tijdens de normale hartwerking kunnen voorkomen?
afbeeldingafbeelding
Bloed
Halvemaanvormige kleppen.
Over de halvemaanvormige kleppen (de kleppen aan het begin van de aorta en de longslagader) worden enkele beweringen gedaan:
1. De druk die tijdens de hartpauze (de hartspier is dan ontspannen) wordt uitgeoefend op de halvemaanvormige kleppen van de grote bloedsomloop is gemiddeld genomen even groot als die op halvemaanvormige kleppen van de kleine bloedsomloop. 2. Door het terugstromende bloed in het begin van de longslagader en de aorta worden de halvemaanvormige kleppen gesloten.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Bloed
Het hart. Zie figuur B 1387 van de bijlage.
In het diagram is voor een hartslag het verband weergegeven tussen de tijd en het volume van de linker kamer van het hart van de mens. In dit diagram worden fasen met letters aangegeven.
Gedurende welke van de fasen P, Q en R zijn de kleppen tussen de linker kamer en de aorta open?
afbeeldingafbeelding
Bloed
De bloedstroom in het hart & een 'warming-up'.
Op welke wijze zal de bloedstroom in het hart veranderen als gevolg van een zogenaamde 'warming-up'?
Bloed
Een bloedstolsel in een kransslagader. Zie figuur B 453 van de bijlage.
De afbeelding is een tekening van het hart van de mens met de kransslagaders en kransaders. Bij een patiënt is een zijtakje van een kransslagader van het hart door een bloedstolsel afgesloten. Dit stolsel is ergens anders in het bloedvatenstelsel ontstaan en met de bloedstroom in de kransslagader terechtgekomen. Als mogelijke plaatsen in het bloedvatenstelsel waar een stolsel kan ontstaan, worden genoemd:
1. een longadertje, 2. de linker hartkamer, 3. een ader in een been.
Op welke van deze plaatsen kan dit stolsel dat het kransslagadertje heeft afgesloten, zijn ontstaan?
afbeelding
Bloed
Versnelde hartslag bij het honkballen. Zie figuur C 12 van de bijlage.
Een honkbalwerper staat klaar voor het aangooien van de bal. Hij bekijkt goed welke slagman tegenover hem staat en welke tekens de achtervanger (catcher) hem geeft. Aan de hand van deze gegevens beslist hij hoe hij de bal zal gooien. Vervolgens gooit hij de bal met een mooie boog naar de catcher. De slagman mist de bal voor de derde keer en is uit! Ondanks de geringe lichamelijke inspanning merkt de werper dat zijn hartslagfrequentie sterk is toegenomen.
Waardoor is de hartslagfrequentie van de werper na de worp sterk toegenomen?
afbeelding
Bloed
Hartslagregeling.
De regeling van de frequentie van onze hartslag vindt plaats onder invloed van
1. zenuwknopen in het hart zelf. 2. het sympathische zenuwstelsel. 3. het parasympatische zenuwstelsel. 4. bepaalde hormonen (o.a. adrenaline).
Versnelling van de hartslag vindt plaats door
Bloed
De frequentie van de hartslag.
Gebeurtenissen in het lichaam van de mens die invloed hebben op de frequentie van de hartslag zijn onder andere:
1. toename van de impulsfrequentie in parasympatische zenuwen die verbonden zijn met het hart, 2. stijging van het adrenalinegehalte van het bloed.
Bij welke van deze gebeurtenissen wordt de frequentie van de hartslag verhoogd?
Bloed
Het hart en het zenuwstelsel.
Het hart is in staat zich onafhankelijk van het zenuwstelsel samen te trekken.
Waaruit kan de conclusie getrokken worden dat er toch een direct contact bestaat tussen het hart en het zenuwstelsel?
Uit het feit dat
Bloed
Het volume van de hartkamers. Zie figuur B 1214 van de bijlage.
Als men de verandering van het volume van de hartkamers in een grafiek uitzet, ontstaat de afgebeelde curve. In deze curve kan men fase 1 en fase 2 onderscheiden.
Gedurende fase 1 wordt bloed gepompt
afbeelding
Bloed
Het volume van de hartkamers. Zie figuur B 1214 van de bijlage.
Als men de verandering van het volume van de hartkamers in een grafiek uitzet tegen de tijd ontstaat nevenstaande curve. In deze curve kan men fase 1 en fase 2 onderscheiden.
Gedurende fase 2 wordt het bloed
afbeelding
Bloed
1/5 Pacemakers. Zie figuur B 4372 van de bijlage.
Bij sommige mensen werkt het opwekken van de prikkel die ervoor zorgt dat de hartspier zich gaat samentrekken niet optimaal. Bij anderen is de voortgeleiding van de impuls (die het gevolg is van de prikkel) niet goed. Artsen spreken in beide gevallen van een hartritmestoornis. De laatste jaren krijgen meer patiënten met een hartritmestoornis een apparaat ter grootte van een lucifersdoosje ingebouwd dan vroeger. Het onderzoek naar het gebruik van deze pacemaker staat niet stil. De oude pacemakers hadden één draadje, de nieuwe hebben er drie. Cardioloog dr. R. Tukkie heeft meegewerkt aan een langdurig, internationaal onderzoek naar de driedraadspacemaker. Oude pacemakers gaven regelmatig een stroomstootje zodat het hart keurig bleef kloppen. De nieuwere types geven alleen een stroomstootje als het hart het laat afweten. In afbeeldingen 1 en 2 is schematisch weergegeven hoe de driedraads pacemaker op twee momenten zijn signalen afgeeft aan het hart.
Oude pacemakers bevatten maar één draad die regelmatig een stroomstootje afgeeft, waardoor de hartspier na de rustfase zich gaat samentrekken.
Met welk draadje van de driedraads pacemaker (zie afbeelding 1 en 2) komt die ene draad uit de oude pacemakers overeen?
afbeelding
Bloed
2/5 Pacemakers.
Artsen spreken niet meer van hartritmestoornissen maar van hartfalen als ook de samentrekking van de hartspiercellen niet meer synchroon verloopt. Het hart pompt dan niet efficiënt. Kleppen staan open als ze dicht moeten zijn.
Leg in twee stappen uit waardoor het hart inefficiënt werkt als de hartkleppen openstaan terwijl ze dicht moeten zijn.
Bloed
3/5 Pacemakers.
De hartslag begint met het samentrekken van de boezems. Bij mensen met hartfalen reageren de boezems te traag of juist te vroeg.
Wat is het directe gevolg van het te vroeg samentrekken van de spieren van de rechterboezem?
Bloed
4/5 Pacemakers.
Meestal wordt de pacemaker onder het sleutelbeen aangebracht. De draden worden via bloedvaten naar het hart geleid en met kleine haakjes op drie plaatsen in of aan het hart vastgemaakt.
Welk bloedvat is het meest geschikt om de draden het hart binnen te laten komen?
Bloed
Marathontraining.
Een hardloopster heeft zich door middel van maandenlange training voorbereid op het lopen van een marathon. Als gevolg van de training heeft haar hart een verandering ondergaan waardoor de hartslagfrequentie in rust lager is geworden. Haar hartminuutvolume is de hoeveelheid bloed die door het hart per minuut wordt weggepompt.
Geef aan welke verandering het hart heeft ondergaan en waardoor deze verandering een lagere hartslagfrequentie tot gevolg heeft.
Bloed
Hartslagmeter. Zie figuur B 4977 van de bijlage.
Op de afbeelding zie je Jesper met een hartslagmeter.
Op welke techniek is dit apparaat gebaseerd?
afbeelding
Bloed
1/2 Het hart gaat hard te keer.
Geert is topsporter. In actie pompt zijn hart per minuut wel 10x zoveel bloed rond als in rust. In rust is de hartslagfrequentie van Geert 50 slagen/min. Zijn slagvolume is 80 mL.
Hoe zorgt zijn hart ervoor dat er per minuut 10x zoveel bloed rondstroomt als in rust?
Ademhaling en bloed
Ademhaling.
Bij een bepaalde persoon is de luchtpijp ten gevolge van overmatige slijmvorming vernauwd. De gaswisseling in de longblaasjes is daardoor slecht. Ook in rust krijgt hij het hierdoor benauwd en gaat hij hijgen. Men heeft de keus uit drie gasmengsels die deze persoon kan inademen om zijn gaswisseling te verbeteren. De mengsels hebben de volgende samenstelling:
afbeelding
Na inademing van het juiste gasmengsel wordt zijn ademhaling rustiger en komt hij zelf tot kalmte.
Is de frequentie van zijn hartslag nu lager dan, gelijk aan of hoger dan de frequentie van zijn hartslag toen hij het benauwd had?
Bloed
Uit de geschiedenis. Zie figuur A 412 van de bijlage.
Doordat de bloedsomloop niet bekend was, had men een ander beeld van de bloedbeweging. Bloed zou bijvoorbeeld in de longen worden geperst door de samentrekking van de linker kamer van het hart en er vervolgens weer worden uitgezogen door de verwijding van de linker kamer.
Noem het deel van het hart van waaruit volgens de tegenwoordige inzichten het bloed in de longen stroomt. En noem het deel van het hart waarin het bloed vanuit de longen stroomt. Onder invloed van welke activiteit vindt volgens de tegenwoordige inzichten de bloedstroom door de longen plaats?
afbeelding
Bloed
Koorts.
Is tijdens koorts de hartslagfrequentie verlaagd, normaal of verhoogd?
Bloed
Warming-up.
Voor sportmensen is het belangrijk dat er voor een wedstrijd of training een goede 'warming up' plaatsvindt. Deze 'warming up' heeft onder andere de volgende doelen. Ten eerste stijgt de temperatuur in de skeletspieren, waardoor ze beter kunnen functioneren. Ten tweede heeft de 'warming up' tot gevolg dat het orthosympatisch zenuwstelsel wordt geactiveerd en de bijnieren worden aangezet tot afgifte van adrenaline.
Op welke wijze zal de bloedstroom in het hart veranderen als gevolg van de 'warming-up'?
Bloed
Cholesterol.
LDL-cholesterol kan zich in de wand van een bloedvat ophopen.
Welke gevolgen heeft dit voor de zuurstofvoorziening van de weefsels die door dat bloedvat worden voorzien en voor de bloeddruk vóór de plaats van ophoping?
afbeelding
Bloed
Infarcten en cholesterol.
Tekst: Cholesterol is een belangrijke stof voor het lichaam. Het is een bouwstof voor o.a. geslachtshormonen en voor de celmembranen. Cholesterol lost niet op in water, dus ook niet in bloedplasma. Daarom wordt deze stof vervoerd als eiwit-vet-verbinding: lipoproteïne. Twee soorten lipoproteïnen zijn: de LDL (Low Density Lipoproteins) en de HDL (High Density Lipoproteins). De verhouding tussen beide is belangrijk in verband met de kans op atherosclerose. Bij mensen met deze aandoening ontstaan plaques (een soort bultjes) van vet op de wand van de slagaders. Hierdoor kan de bloedstroom geblokkeerd raken, met name als een bloedstolsel er op vast komt te zitten. Als dit in de hersenen optreedt, ontstaat een herseninfarct. Gebeurt zoiets in de kransslagaders, dan ontstaat een hartinfarct. De HDL zorgen voor het verwijderen van cholesterol uit de bloedbaan door het te binden en af te voeren naar de lever. De LDL zorgen ook voor het verwijderen van cholesterol, maar doen dit in mindere mate.
Bij een onderzoek wordt van een grote groep mensen een gemiddelde HDL/LDL-verhouding bepaald. Groep I heeft een gemiddelde waarde van 4,0 met een spreiding van 0,5. Groep II heeft een gemiddelde waarde van 2,5 met een spreiding van 0,2.
bewerkt naar: Ouder worden van R.E. Ricklefs en Caleb E. Finch, p. 60-63
Neem aan dat de totale hoeveelheid HDL en LDL samen voor elke persoon gelijk is.
Leg uit dat dan in groep II de kans op een hartinfarct groter is dan in groep I.