Ontdek de digitale toets over de kieming en groei van planten, gericht op leerlingen in het voortgezet onderwijs, en test je kennis over belangrijke processen zoals wateropname, fotosynthese en transport van stoffen in planten. - 20 vragen
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 1, VWO 2, VWO 3
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Veranderingen bij kiemende bonen
Kiemingsproef.
In een met lucht gevulde, afgesloten thermosfles bevindt zich een aantal kiemende bonen. Tijdens de kieming worden regelmatig de temperatuur en het koolstofdioxidegehalte van de lucht in de thermosfles gemeten.
Welke veranderingen treden hierin op?
afbeelding
Stoffen bij de kieming van maïs
Kieming maïskorrel.
Een maïskorrel ontkiemt in de grond. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide, water en zuurstof.
Welke van deze stoffen neemt de maïskorrel uit de omgeving op, vóórdat het kiemplantje boven de grond komt?
Invloed van temperatuur op zaadontkieming
Kiemingsproef.
Met een proef wordt onderzocht of de temperatuur invloed heeft op de ontkieming van zaden.
In twee petrischalen worden vochtige watten gelegd met daarop bij elk 20 tuinkerszaadjes. Schaal 1 wordt in het donker gezet bij kamertemperatuur.
Onder welke omstandigheden moet schaal 2 worden geplaatst?
Opslag van vetten in planten
Opslag van vetten bij planten.
Planten kunnen vetten als reserve opslaan.
In welke delen vooral?
Opslag van voedingsstoffen in planten
Opslag in knoppen en zaden.
I. In knollen kan zetmeel worden opgeslagen. II. In zaden kunnen eiwitten worden opgeslagen.
Effectief Verplanten van Jonge Plantjes
Verplanten.
Bij het verplanten van jonge plantjes werden de wortels beschadigd. De planten verlepten en pas na enkele dagen kregen ze hun stevigheid terug.
Dit verleppen had het best verminderd kunnen worden door direct na het verplanten
Transport van suiker in bomen
Transport door houtvaten.
Door houtvaten van bomen kan suiker worden getransporteerd.
In welk jaargetijde kan een dergelijk transport vooral worden verwacht en in welke richting vindt het dan plaats?
afbeelding
Vervoer van stoffen door bastvaten
Transport door bastvaten.
Welke van onderstaande stoffen wordt vooral door bastvaten van planten vervoerd?
Transport van stoffen in bomen
Transport in boom. Zie figuur B 2018 van de bijlage.
De tekening stelt een boom voor op een zonnige zomerdag. Met de pijlen 1 en 3 is de opname van stoffen door de boom aangegeven. Met pijl 2 is de afgifte van stoffen door de bladeren aangegeven. Met pijl 4 wordt het transport van stoffen in de stam omhoog en met pijl 5 het transport omlaag weergegeven.
Vindt het transport aangegeven via bastvaten plaats via pijl 4 of via pijl 5? Vindt zouttransport plaats via pijl 2 of via pijl 3?
afbeelding
afbeelding
Transport van kleurstof in de stengel
Transport door stengel. Zie figuur B 1709 van de bijlage.
Een stengel met enkele bladeren wordt afgesneden en enige tijd in rood gekleurd water geplaatst. Zodra het eerste blad rood begint te kleuren, maakt men een dwarsdoorsnede van de stengel onder dit blad. De tekening geeft deze doorsnede schematisch weer.
In welk van de genummerde delen bevindt zich dan rode kleurstof?
afbeelding
Opname van stoffen door maïsplant
Opname van stoffen door maïsplant.
Een jonge maïsplant met bladgroen staat in het zonlicht.
Welke stoffen neemt deze plant dan uit zijn omgeving (lucht en bodem) op?
Zuurstofproductie en -verbruik bij planten
Experiment met plant. Zie figuur B 1012 van de bijlage.
De proefopstelling zoals die is afgebeeld, kan men gebruiken om aan te tonen dat deze afgesneden plant
afbeelding
Verdamping van water bij planten
Experiment met plant. Zie figuur B 1035 van de bijlage.
Er wordt een plastic zak om stengel en bladeren van een groene plant gedaan. De temperatuur blijft constant. Na enkele uren verschijnen er waterdruppeltjes aan de binnenzijde van de plastic zak.
Welke van de volgende conclusies uit dit experiment is juist?
afbeelding
Verdamping en watertransport in planten
Experiment met stengels van een plant. Zie figuur A 230 van de bijlage.
Drie stengels van dezelfde plant, een met veel, een met weinig en een zonder bladeren worden elk in een glas met 100 mL water gezet. Op het water komt een olielaagje. Na enkele dagen is de waterhoogte zoals in de figuur getekend is. Ook blijkt dat het gewicht van elke opstelling verminderd is.
Hier volgen vier mogelijke verklaringen naar aanleiding van deze proef:
1. Verdamping vindt plaats via bladeren en/of stengels. 2. Een stengel met bladeren verdampt meer water naarmate er meer bladeren aan zitten. 3. Er vindt in stengels watertransport door de houtvaten plaats. 4. Water verlaat de bladeren via de huidmondjes.
Welke van deze beweringen wordt (worden) bevestigd door deze proef?
-
afbeelding
Wateropname bij verschillende lichtomstandigheden
Wateropname door plant.
Van vier even grote planten van dezelfde soort wordt gedurende een bepaalde periode de opname van water gemeten.
Plant 1 staat in een kamer en wordt normaal belicht. Plant 2 staat onder een glazen stolp en wordt normaal belicht. Plant 3 staat in een kamer en wordt sterk belicht. Plant 4 staat onder een glazen stolp en wordt sterk belicht.
De beschikbare hoeveelheid water is voor alle planten dezelfde en ruim voldoende.
Welke plant zal tijdens de proefperiode de grootste hoeveelheid water opnemen?
Water in Bladeren en Fotosynthese
Water en bladeren.
Water bereikt de bladeren van een plant met bladgroen vooral via de houtvaten. Drie beweringen over dit water in bladeren zijn:
1. het kan verdampen, 2. het kan verbruikt worden bij fotosynthese, 3. het kan gebruikt worden bij het transport van suikers door de bastvaten.
Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?
Gewichtsverandering van een plant in licht
Experiment met plant op weegschaal. Zie figuur B 827 van de bijlage.
Een plant met bladgroen wordt in een proefopstelling (zie tekening) in het licht gebracht. Ruimte R is luchtdicht van de omgeving afgesloten. Gedurende een dag wordt regelmatig de weegschaal afgelezen. Het blijkt dat het gewicht afneemt.
Waardoor wordt dit veroorzaakt?
afbeelding
Gewicht van planten na lichtblootstelling
Experiment met planten. Zie figuur B 772 van de bijlage.
In de tekeningen zijn vier proefopstellingen weergegeven. Bij het begin van de proef wegen ze alle vier evenveel. Om de hele plant of om een gedeelte ervan is een plastic zak gedaan. De opstellingen worden 24 uur in het licht geplaatst en daarna opnieuw gewogen.
Welke opstelling zal zeker in gewicht gelijk gebleven zijn?
afbeelding
Vloeistofniveau in verschillende opstellingen vergelijken
Experiment met bebladerde stengels. Zie figuur B 1874 van de bijlage.
Vier bekerglazen worden gevuld zoals in de afbeelding is aangegeven. Ze worden onder gelijke omstandigheden in het licht opgesteld.
In welke opstelling zal na een week het vloeistofniveau het meest gedaald zijn?
afbeelding
Waterverbruik door bladeren in experiment
Waterverbruik door bebladerde stengel. Zie figuur B 922 van de bijlage.
In een klas wordt het volgende experiment uitgevoerd. Twee reageerbuizen (1 en 2) worden tot hetzelfde niveau met water gevuld. In buis 2 wordt een takje met enkele bladeren geplaatst. Direct daarna wordt in beide buizen olie op het water gegoten. Deze opstelling blijft een dag en een nacht zo staan. Daarna blijkt dat in buis 1 het vloeistofniveau niet is gedaald en in buis 2 wel (zie de afbeelding). Vier leerlingen trekken hieruit een conclusie :
Leerling 1: het takje heeft water opgenomen. Leerling 2: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal gebruikt voor de celstrekking. Leerling 3: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de fotosynthese. Leerling 4: het takje heeft water opgenomen en dit allemaal verbruikt bij de verbranding.
Welke leerling trok de juiste conclusie uit dit experiment?