Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - algemeen | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Hormoonstelsel

Receptoreiwit.
Zie figuur A 274 van de bijlage.

Uit biochemisch onderzoek is gebleken dat een cel alleen maar op een bepaald geslachtshormoon kan reageren, als zich in de cel een receptor bevindt voor dat hormoon. In dit geval is de receptor een eiwit dat zich in het cytoplasma van de cel bevindt.
De geslachtshormoonmoleculen komen via het celmembraan vanuit de weefselvloeistof de cel binnen. Bevat de cel geen receptoreiwit voor het hormoon dan verdwijnt het hormoon weer uit de cel. Bevat de cel wel een receptoreiwit dan treedt een binding op tussen het hormoon en het receptoreiwit. Het receptoreiwit wordt daardoor geactiveerd en de receptor verandert van vorm. Het geactiveerde hormoon-receptor-complex verplaatst zich naar de kern. Daar bindt het zich aan een bepaalde plaats van het DNA in de celkern. Het gevolg daarvan is dat eiwitsynthese op gang komt. Dit proces is weergegeven in de afbeelding.
Voor ieder type geslachtshormoon bestaat een aparte receptor.
Als de cellen van een weefsel geen receptoren bevatten voor een bepaald type geslachtshormoon, dan heeft dit type hormoon geen invloed op dit weefsel.
De receptor voor oestradiol komt in hoge concentraties voor in cellen van het baarmoederslijmvlies.

Oestradiol veroorzaakt via tussenkomst van het receptoreiwit de stimulering van de synthese van een eiwit P in de cellen van het baarmoederslijmvlies.
Over de betekenis van dit eiwit P wordt een aantal beweringen gedaan:

1. Eiwit P kan enzymatisch de productie van hormonen bewerkstelligen.
2. Eiwit P kan via invloed op het DNA in de cellen van het baarmoederslijmvlies de celdeling stimuleren.
3. Eiwit P remt de kerndeling.

Welke van deze beweringen is, rekening houdend met de invloed van oestradiol in het menselijk lichaam, waarschijnlijk juist?



-

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Secretine.

De afgifte van alvleessap wordt onder andere geregeld door het hormoon secretine. Secretine wordt geproduceerd in cellen in de wand van de twaalfvingerige darm; de pH in de twaalfvingerige darm beïnvloedt deze productie.

Is de hoeveelheid geproduceerd secretine het grootst bij een lage of bij een hoge pH?
Is de hoeveelheid geproduceerd alvleessap het grootst bij veel of bij weinig secretine?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Secretine.

Secretine is een hormoon dat in bepaalde cellen in het dekweefsel van het darmkanaal van de mens wordt gevormd, nadat deze cellen in aanraking zijn gekomen met een zure oplossing.
Als secretine de alvleesklier bereikt, gaat deze alvleessap afscheiden.

In welk deel van het darmkanaal wordt de secretine vooral geproduceerd?
Wordt secretine uitsluitend door aders vervoerd, of ook door slagaders?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Cholecystokinine.

Indien slijmvliescellen van de twaalfvingerige darm in aanraking komen met voedingsstoffen zoals vetten, produceren ze een stof: cholecystokinine. Indien deze stof cellen van de wand van de galblaas bereikt, trekken de spieren in deze wand zich samen. Op deze wijze wordt er meer gal naar de dunne darm gebracht.

Is cholecystokinine een enzym of een hormoon?
Bereikt deze stof de wand van de galblaas via het bloed of via de galbuis?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

ADH.
Zie figuur B 2513 van de bijlage.

Het hormoon ADH bevordert de resorptie van water uit voorurine.

Verandert als gevolg van deze werking de osmotische waarde van het bloedplasma tussen 1 en 2 of tussen 2 en 3?
Zal de osmotische waarde van het bloedplasma stijgen of dalen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Een hypofysehormoon.

Iemand eet in korte tijd veel zout voedsel. Als gevolg hiervan verandert in het bloed de concentratie van hormonen die de uitscheiding regelen.

De concentratie van een hypofysehormoon zal veranderen, zodat

Hormoonstelsel

Nierwerking.

In het lichaam van de mens wordt een hormoon geproduceerd dat de werking van de nieren beïnvloedt: bij verhoogde productie van het hormoon stijgt de bloeddruk en wordt de concentratie opgeloste stoffen in het bloed lager.

Wordt de hoeveelheid geproduceerde urine per tijdseenheid dan groter of kleiner?
Wordt de geproduceerde urine lichter of donkerder van kleur?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

1/2 Hormonen.
Zie figuur C 362 van de bijlage.

De manier waarop hormonen processen in hun doelwitcellen beïnvloeden hangt samen met de molecuulstructuur van de hormonen. Het hormoon oestradiol hecht aan een receptor in het cytoplasma van de cel, zoals in tekening 1 van de afbeelding is aangegeven.
Het hormoon HCG hecht aan een receptor in het membraan van de cel zoals in tekening 2 van de afbeelding is aangegeven.
Oestradiol kan het celmembraan passeren, HCG niet.

Noem twee kenmerken van het oestradiolmolecuul die membraanpassage mogelijk maken.

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/2 Hormonen.
Zie figuur C 362 van de bijlage.

Geef een korte beschrijving bij de reeks van processen die in de afbeelding volgen op de vorming van het hormoon-receptorcomplex: zet de nummers 1 tot en met 4 onder elkaar en geef bij elk een beschrijving van maximaal een regel. Soms kan volstaan worden met de naam van het proces.

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

1/2 Hormonen.
Zie figuur C 365 van de bijlage.

Tijdens een zwangerschap circuleren onder andere de hormonen humaan choriongonadotropine (HCG), oestradiol en progesteron in het bloed van de vrouw. De manier waarop deze hormonen processen in hun doelwitcellen beïnvloeden hangt samen met de molecuulstructuur van de hormonen.
Er zijn twee typen te onderscheiden.
Hormoontype 1 diffundeert de cel in. In de cel wordt een hormoon-receptorcomplex gevormd dat een aantal processen in gang zet (zie tekening 1 van de afbeelding).
Hormoontype 2 vormt een hormoon-receptorcomplex in het membraan, waarna door activatie van een plasma-eiwit een bepaalde keten van processen in de cel plaatsvindt (zie tekening 2 van de afbeelding).

De molecuulstructuur van een hormoon bewerkstelligt de wijze waarop de doelwitcel wordt geactiveerd, zoals weergegeven in tekening 1 en tekening 2 van de afbeelding C 365.

Hoe wordt de doelwitcel geactiveerd door HCG, door oestradiol en door progesteron?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/2 Hormonen.

De concentratie van een hormoon in het bloed wordt niet alleen bepaald door bijvoorbeeld productie, afbraak en uitscheiding, maar ook door receptorbinding.

Leg uit dat de concentratie in het bloed van een type 1 hormoon, voor een voldoende werking vaak hoger dient te zijn dan wanneer het een type 2 hormoon betreft.

Hormoonstelsel

1/4 Receptoreiwit.
Zie figuur A 274 van de bijlage.

Uit biochemisch onderzoek is gebleken dat een cel alleen maar op een bepaald geslachtshormoon kan reageren, als zich in de cel een receptor bevindt voor dat hormoon. In dit geval is de receptor een eiwit dat zich in het cytoplasma van de cel bevindt.
De geslachtshormoonmoleculen komen via het celmembraan vanuit de weefselvloeistof de cel binnen. Bevat de cel geen receptoreiwit voor het hormoon dan verdwijnt het hormoon weer uit de cel. Bevat de cel wel een receptoreiwit dan treedt een binding op tussen het hormoon en het receptoreiwit. Het receptoreiwit wordt daardoor geactiveerd en de receptor verandert van vorm. Het geactiveerde hormoon-receptor-complex verplaatst zich naar de kern. Daar bindt het zich aan een bepaalde plaats van het DNA in de celkern. Het gevolg daarvan is dat eiwitsynthese op gang komt. Dit proces is weergegeven in de afbeelding.
Voor ieder type geslachtshormoon bestaat een aparte receptor.
Als de cellen van een weefsel geen receptoren bevatten voor een bepaald type geslachtshormoon, dan heeft dit type hormoon geen invloed op dit weefsel.
De receptor voor oestradiol komt in hoge concentraties voor in cellen van het baarmoederslijmvlies.

Waardoor kan een receptoreiwit voor oestradiol geen ander geslachtshormoon binden?



-

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

2/4 Receptoreiwit.

Wat is het directe gevolg van de binding van het hormoon-receptorcomplex aan het DNA?

Hormoonstelsel

3/4 Receptoreiwit.

De binding van oestradiol leidt tot eiwitsynthese.

Waar in de cel vindt eiwitsynthese plaats?

Hormoonstelsel

4/4 Receptoreiwit.

Oestradiol veroorzaakt via tussenkomst van het receptoreiwit de stimulering van de synthese van een eiwit P in de cellen van het baarmoederslijmvlies.
Over de betekenis van dit eiwit P wordt een aantal beweringen gedaan:

1. Eiwit P kan enzymatisch de productie van hormonen bewerkstelligen.
2. Eiwit P kan via invloed op het DNA in de cellen van het baarmoederslijmvlies de celdeling stimuleren.
3. Eiwit P remt de kerndeling.

Welke van deze beweringen is, rekening houdend met de invloed van oestradiol in het menselijk lichaam, waarschijnlijk juist?

Hormoonstelsel

Hormonen.

Een onderzoeker wil in een experiment met een dier de afgifte beperken van de twee bepaalde hormonen die ook als neurotransmitter in het zenuwstelsel voorkomen. Neem aan dat de onderzoeker het dier in leven houdt op verder normale wijze.

Welke van de volgende handelingen is of welke zijn geschikt om de afgifte van de hormonen in het lichaam te beperken? Noteer het nummer of de nummers.

1. verwijderen van de hypofyse
2. de aders afsluiten die het bloed van de hypofyse afvoeren
3. de aders afsluiten die het bloed van de bijnieren afvoeren
4. verwijderen van de schors van beide bijnieren
5. verwijderen van het merg van beide bijnieren

Hormoonstelsel

Hormoonproducerende klieren.

Welk van de volgende uitspraken over hormoonproducerende klieren is juist?

Hormoonstelsel

Glucose in het bloed.
Zie figuur B 5481 van de bijlage.

De glucosespiegel in het bloed wordt geregeld door twee hormonen: insuline en glucagon. Insuline stimuleert de opname van glucose uit het bloed in de weefsels, terwijl glucagon juist de afgifte aan glucose naar het bloed bevordert.
De grafiek hiernaast laat de fluctuaties in de glucosespiegel van een proefpersoon zien in een periode van vijf uur.

Welke van de volgende beweringen is op grond van bovenstaande informatie juist?

afbeeldingafbeelding

Hormoonstelsel

Een wielrenner in de problemen.

Een wielrenner heeft halverwege een koers van 6 uur enorme honger. Hij besluit een aantal glucosetabletten te slikken.
Na een uur voelt hij zich zo slap dat hij wil opgeven. Zijn bloedsuiker blijkt bij controle erg laag.

Verklaar dit resultaat.