Hormoonstelsel
Receptoreiwit.
Zie figuur A 274 van de bijlage.
Uit biochemisch onderzoek is gebleken dat een cel alleen maar op een bepaald geslachtshormoon kan reageren, als zich in de cel een receptor bevindt voor dat hormoon. In dit geval is de receptor een eiwit dat zich in het cytoplasma van de cel bevindt.
De geslachtshormoonmoleculen komen via het celmembraan vanuit de weefselvloeistof de cel binnen. Bevat de cel geen receptoreiwit voor het hormoon dan verdwijnt het hormoon weer uit de cel. Bevat de cel wel een receptoreiwit dan treedt een binding op tussen het hormoon en het receptoreiwit. Het receptoreiwit wordt daardoor geactiveerd en de receptor verandert van vorm. Het geactiveerde hormoon-receptor-complex verplaatst zich naar de kern. Daar bindt het zich aan een bepaalde plaats van het DNA in de celkern. Het gevolg daarvan is dat eiwitsynthese op gang komt. Dit proces is weergegeven in de afbeelding.
Voor ieder type geslachtshormoon bestaat een aparte receptor.
Als de cellen van een weefsel geen receptoren bevatten voor een bepaald type geslachtshormoon, dan heeft dit type hormoon geen invloed op dit weefsel.
De receptor voor oestradiol komt in hoge concentraties voor in cellen van het baarmoederslijmvlies.
Oestradiol veroorzaakt via tussenkomst van het receptoreiwit de stimulering van de synthese van een eiwit P in de cellen van het baarmoederslijmvlies.
Over de betekenis van dit eiwit P wordt een aantal beweringen gedaan:
1. Eiwit P kan enzymatisch de productie van hormonen bewerkstelligen.
2. Eiwit P kan via invloed op het DNA in de cellen van het baarmoederslijmvlies de celdeling stimuleren.
3. Eiwit P remt de kerndeling.
Welke van deze beweringen is, rekening houdend met de invloed van oestradiol in het menselijk lichaam, waarschijnlijk juist?
-
afbeelding








